Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het NRC-artikel ‘Website voor extreme ‘drogeerporno’ draait op servers in Nederland. Ook Nederlandse mannen delen er beelden van seks met bewusteloze vrouwen’
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het NRC-artikel «Website voor extreme «drogeerporno» draait op servers in Nederland. Ook Nederlandse mannen delen er beelden van seks met bewusteloze vrouwen» (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 15 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2132.
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-artikel «Website voor extreme «drogeerporno» draait op servers
in Nederland. Ook Nederlandse mannen delen er beelden van seks met bewusteloze vrouwen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat deze normloze grensoverschrijdende video’s walgelijk zijn en
dat alles in het werk moet worden gesteld om vrouwen en meisjes te beschermen en daders
op te sporen? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Antwoord 2
Ja, die mening deel ik. De online netwerken waarin seksueel misbruik wordt gefaciliteerd,
aangemoedigd en verspreid zijn misselijkmakend. Het is volstrekt onacceptabel dat
mensen elkaar zouden aanmoedigen om anderen, soms zelfs hun eigen partner, te drogeren
en te misbruiken, en daar vervolgens beeldmateriaal van te maken en te verspreiden.
Het kabinet tolereert dergelijk gedrag in Nederland niet. De politie en het Openbaar
Ministerie (OM) doen onderzoek naar de website. Ik kan daar niet op vooruitlopen.
De aanpak van (online) seksueel misbruik heeft hoge prioriteit binnen de politie.
De politie beschikt over gespecialiseerde zedenrechercheurs die zijn opgeleid om dergelijke
signalen te herkennen en op een sensitieve manier in gesprek te gaan met slachtoffers
van seksueel misbruik. Zij helpen bij het in kaart te brengen wat het slachtoffer
is overkomen, geven een beeld van de strafbaarheid van de feiten en brengen de verwachtingen,
vragen en behoeften van het slachtoffer in kaart. Deze zedenrechercheurs staan in
nauw contact met organisaties als Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, Centrum
Seksueel Geweld en Offlimits en zullen slachtoffers verwijzen indien bijvoorbeeld
behoefte is aan herstelvoorzieningen.
De strafrechtelijke aanpak van online criminaliteit is complex door snelle technologische
ontwikkelingen en het vaak grensoverschrijdende karakter van deze zaken. Omdat online
criminaliteit niet ophoudt bij de landsgrenzen zit aan deze zaken vaak een internationale
component. Deze complexe en tijdrovende onderzoeken vergen veel capaciteit van zowel
politie als OM, terwijl die capaciteit schaars is. Politie en OM spannen zich ten
uiterste in om deze vormen van criminaliteit aan te pakken.
Een concreet voorbeeld van een opsporingsonderzoek werd bekend op 4 juni jl. Nadat
informatie was binnengekomen van overheidsdiensten uit Duitsland en Engeland is een
onderzoek gestart door het Team Seksuele Misdrijven en de Dienst Regionale Recherche
van de eenheid Rotterdam. Uit informatie bleek dat mogelijk meerdere vrouwen in Nederland
gedrogeerd waren door iemand uit hun directe omgeving. Vervolgens zijn er seksuele
handelingen bij de slachtoffers verricht, terwijl zij werden gefilmd. Het gaat hier
niet om de website Motherless, maar om besloten social media-groepen waar de verdachten zich in begaven, informatie werd gedeeld en tips werden
gegeven over hoe je slachtoffers het beste kan drogeren. Ook werden er beelden van
het misbruik uitgewisseld. Rechercheurs van de eenheid Rotterdam konden acht verdachten
identificeren. Op woensdag 27 en donderdag 28 mei heeft de politie op meerdere plaatsen
in Nederland woningen doorzocht en vier verdachten aangehouden. De rechercheurs van
Team Seksuele Misdrijven uit verschillende eenheden doen nu verder onderzoek naar
de verdachten binnen hun eenheid.
Mijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers. De impact van seksueel misbruik op slachtoffers
en hun omgeving is enorm en kan langdurig doorwerken.
Vraag 3
Wat is uw reactie op de bevindingen uit dit artikel, zeker gelet op de rol van Nederlandse
bedrijven die de verantwoordelijkheid van zich afschuiven in deze zaak?
Antwoord 3
Elke website heeft een plek nodig om die website te laten draaien: een server. Servers
wordt verhuurd door hostingproviders. Het artikel beschrijft dat de website waarop
het illegale materiaal is aangetroffen, «Motherless», wordt gehost door een Nederlandse
hostingprovider.
Nederland beschikt over een van de sterkste digitale infrastructuren ter wereld, mede
dankzij het internetknooppunt AMS-IX, snelle verbindingen en een groot aantal datacenters.
Daardoor heeft de Nederlandse hostingsector internationaal een sterke positie opgebouwd.
De voordelen hiervan zijn groot voor legale digitale dienstverlening en economische
activiteiten. Het hosten van de website in Nederland betekent overigens niet automatisch
dat de personen die het materiaal bekijken of verspreiden zich in Nederland bevinden.
Gebruikers en verspreiders kunnen zich overal ter wereld bevinden.
De keerzijde van onze sterke digitale infrastructuur, is dat deze helaas ook kan worden
misbruikt voor criminele doeleinden, waaronder de verspreiding van illegale content,
zoals materiaal van seksueel misbruik. Om deze reden heeft Nederland de afgelopen
jaren fors geïnvesteerd in een stevige infrastructuur voor meldingen, ondersteuning
en bestrijding van online seksueel misbruik. Zo spelen organisaties als Offlimits
en de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) een
belangrijke rol bij het melden, laten verwijderen en tegengaan van illegaal online
materiaal en het ondersteunen van slachtoffers.
Het kabinet acht het van groot belang om malafide hostingpraktijken en kwaadwillende
klanten van hostingaanbieders effectief aan te pakken. Omdat digitale infrastructuur
en online criminaliteit grensoverschrijdend zijn, is samenwerking op Europees en internationaal
niveau daarbij essentieel. Mijn ministerie zet zich hier actief voor in. In het kader
van de aanpak van zogenoemde «bad hosting» worden gesprekken gevoerd om de urgentie
van een gezamenlijke Europese aanpak verder te vergroten. Daarnaast is in het recente
non-paper over het Europese Tech Sovereignty Package aandacht gevraagd om misbruik
van digitale infrastructuurdiensten tegen te gaan.
Bovendien werken de politie, het OM en verschillende publieke en private partners
al jaren samen om de netwerken van hosting providers op te schonen. Vanaf de tweede
helft van 2025 is de aanpak tegen bad hosting ook een speerpunt geworden van het European
Cybercrime Centre (EC3) van Europol. Steeds meer landen sluiten aan bij de zogeheten
brede bestrijding van schadelijke hosting.
Ten aanzien van de Digital Service Act (DSA) werkt de Autoriteit Consument en Markt
(ACM) vanuit haar rol als digitaledienstencoördinator (DSC) waar nodig samen met de
Europese Commissie en de DSCs in andere lidstaten. Gezamenlijk vormen zij de Europese
Raad voor digitale diensten. Verder zet de ACM als DSC zich in voor nationale samenwerking
over toezichtsterreinen heen. Onder haar voorzitterschap is het Samenwerkingsplatform
Digitale Toezichthouders (SDT) opgericht, waaraan twaalf organisaties deelnemen, waaronder
de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), het Openbaar Ministerie en de politie. Binnen
het SDT is een DSA Kamer ingericht met als doel kennis en ervaring over toezicht en
handhaving ten aanzien van online tussenhandelsdiensten te bundelen en uit te wisselen.
Dit draagt bij aan versterking van verschillende vormen van handhaving, zoals bestuursrechtelijke
en strafrechtelijke handhaving. Wanneer tussenhandeldiensten niet goed meewerken met
autoriteiten die illegale inhoud bestrijden of onvoldoende bereikbaar zijn, overtreden
zij daar mogelijk de DSA mee. De DSA bepaalt echter niet welke inhoud illegaal is.
De ACM kan dan ook geen verwijdering van illegale inhoud vorderen. Bevoegde autoriteiten,
zoals het Openbaar Ministerie en de ATKM, kunnen dat wel. De DSA draagt indirect wel
bij aan het tegengaan van illegale inhoud. Diverse verplichtingen die gelden voor
tussenhandeldiensten maken het voor autoriteiten, betrouwbare flaggers (zoals Offlimits),
en personen namelijk makkelijker om illegale inhoud te melden en tegen te gaan.
Vraag 4
Deelt u de beoordeling dat het vervaardigen, verspreiden en bekijken van dergelijk
beeldmateriaal kan vallen onder meerdere strafbare feiten, waaronder verkrachting,
aanranding en het vervaardigen en verspreiden van strafbaar pornografisch materiaal?
Zo ja, wat betekent dat voor alle betrokken bij NForce, motherless.com, vervaardigers,
verspreiders en gebruikers?
Antwoord 4
Ik deel de beoordeling. Afhankelijk van de specifieke gedragingen en de context waarin
deze zijn begaan, en of sprake is van een meerderjarig of minderjarig persoon waarvan
het materiaal is gemaakt, kan sprake zijn van verschillende strafbare feiten, waaronder
aanranding (240, 241, 245, 247, 249 van het Wetboek van Strafrecht (Sr)), verkrachting
(242, 243, 246, 248 en 250 Sr), misbruik van seksueel beeldmateriaal (254ba Sr) en
seksueel kindermisbruik (252 Sr).
Zoals bij vraag 2 geantwoord, doen de politie en het OM onderzoek naar de website.
Ik kan daar niet op vooruitlopen. Zie het antwoord bij vraag 8 over mogelijkheden
tot aanpak in algemene zin.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het vervaardigen van deze beelden de lichamelijke en geestelijke
integriteit van vrouwen en meisjes ernstig aantast? Zo ja, welke hulp is er voor deze
vrouwen beschikbaar en hoe beschermd u hen in het vervolg? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik deel die opvatting. Mocht iemand vermoeden slachtoffer te zijn van een soortgelijke
situatie, dan kan diegene zich melden bij de politie. De politie zal dan in gesprek
met het slachtoffer beoordelen wat zij voor het slachtoffer kan betekenen.
Voor slachtoffers en hun naasten geldt dat zij voor hulp en ondersteuning terecht
kunnen bij verschillende organisaties. De medewerkers van Slachtofferhulp Nederland
geven kosteloos emotionele steun, praktische hulp en juridisch advies. Voor aanvullende
ondersteuning kan Slachtofferhulp Nederland doorverwijzen naar gespecialiseerde organisaties.
Centrum Seksueel Geweld, Fier, Offlimits en Fonds Slachtofferhulp vormen samen een
consortium tegen online seksueel geweld. Dit consortium is opgericht in 2021 en heeft
als doel online seksueel geweld te adresseren, te bestrijden en slachtoffers sneller
en beter te kunnen helpen. Zo kunnen slachtoffers van (online) seksueel geweld bij
het CSG terecht voor forensische, medische en psychische hulp. Fier is een ggz- en
jeugdhulpinstelling en landelijk expert op het gebied van (seksueel) geweld, uitbuiting
en eerkwesties. Offlimits biedt hulp, advies en preventie op het gebied van online
grensoverschrijdend gedrag en online seksueel misbruik. Offlimits kan bijvoorbeeld
helpen met het laten verwijderen van online illegaal materiaal.
De hulplijn van Offlimits heeft weinig meldingen ontvangen die specifiek betrekking
hebben op deze netwerken. Offlimits merkt daarbij op dat het mogelijk is dat slachtoffers
zich er niet altijd van bewust zijn dat zij slachtoffer zijn geworden, bijvoorbeeld
wanneer zij buiten bewustzijn waren doordat zij waren gedrogeerd op het moment dat
opnames werden gemaakt.
Bij het meldpunt van Offlimits – specifiek voor beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik
– bestond een aanzienlijk deel van de meldingen over Motherless uit beeldmateriaal
dat wordt gemeld, maar juridisch gezien niet direct als illegaal wordt gekwalificeerd,
omdat het niet gaat om beeldmateriaal van seksueel kindermisbuik maar om seksueel
beeldmateriaal van volwassenen, dat alleen illegaal is indien het zonder toestemming
is gemaakt en verspreid.
Op grond van artikel 44 lid 4 van de Wet op rechtsbijstand heeft een slachtoffer van
een ernstig seksueel misdrijf, zoals verkrachting, recht op kosteloze rechtsbijstand
door een slachtofferadvocaat, indien het slachtoffer in aanmerking komt voor een tegemoetkoming
van het Schadefonds geweldsmisdrijven en er een verdachte is.
Vraag 6
In hoeverre is het bij u bekend dat Nederlandse mensen en/of bedrijven betrokken zouden
zijn bij het uploaden dan wel verspreiden van dit beeldmateriaal, en wat betekent
dit voor de opsporingsprioriteit?
Antwoord 6
De politie geeft aan bekend te zijn met het fenomeen van online «verkrachtingsacademies».
De politie geeft daarbij aan meldingen te hebben ontvangen over beeldmateriaal waarbij
het vermoeden is dat het slachtoffer is gedrogeerd en seksueel misbruikt. Zoals aangegeven
in de beantwoording op vraag 2 heeft de politie op woensdag 27 en donderdag 28 mei
op meerdere plaatsen in Nederland woningen doorzocht en vier verdachten aangehouden.
Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel slachtoffers er zijn. Daarvoor is aanvullend
onderzoek nodig. Het OM voert het gezag over het strafrechtelijk onderzoek en maakt
daarbij een afweging over de inzet van capaciteit en de prioriteit die aan het onderzoek
wordt gegeven.
De politie benadrukt dat als mensen vermoeden dat zij slachtoffer zijn van dergelijke
zaken, zij zich kunnen melden bij de politie. De politie zal in gesprek gaan met deze
(vermoedelijke) slachtoffers om te kijken wat zij in de betreffende situatie het beste
kunnen doen en betekenen voor het slachtoffer.
Ook internationaal (o.a. in Europol-verband en bilateraal) werkt de politie samen
voor het uitwisselen van ervaring, kennis en expertise op dit gebied, en wordt gezamenlijk
opgetrokken in strafrechtelijk onderzoeken.
Vraag 7
Deelt u de mening dat Nederland er wereldwijd slecht op staat als het gaat om de verspreiding
van pornografisch materiaal? Zo ja, welke doelstelling heeft u om dit te veranderen?
Antwoord 7
Zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 3, betekent het enkele feit dat bepaalde
websites met kinderpornografisch materiaal in Nederland worden gehost, niet dat Nederland
ook relatief veel vervaardigers of verspreiders van dergelijk materiaal kent. Hostinglocatie
en daderschap zijn twee verschillende zaken; vervaardigers en uploaders kunnen zich
wereldwijd bevinden.
Ik ben trots op de aanpak die in Nederland is ingericht om online seksueel misbruik
en de verspreiding van illegaal materiaal tegen te gaan. Er staat een brede en goed
functionerende keten, waarin onder meer Offlimits, de ATKM, de ACM, de Autoriteit
Persoonsgegevens (AP), de politie en het OM nauw samenwerken, samen met de hostingsector
in publiek-private samenwerking. Deze keten zorgt ervoor dat meldingen worden opgepakt,
materiaal waar mogelijk snel wordt verwijderd en strafrechtelijk wordt opgetreden
waar dat kan.
Tegelijkertijd is het van belang dat de beschikbaarheid van illegaal materiaal, via
in Nederland gehoste infrastructuur, wordt tegengegaan. Dat vraagt voortdurende inzet,
zie in dat kader onder andere ook het antwoord op vraag 12 met betrekking tot hostingdiensten.
Relevant in dit verband is dat de DSA voorziet in maximumharmonisatie. Dit betekent
dat er geen ruimte voor de lidstaten is om binnen het toepassingsgebied van de DSA
aanvullende nationale eisen te stellen of in stand te houden, zoals het opleggen van
aanvullende verplichtingen aan tussenhandeldiensten. De DSA zal in november 2027 door
de Europese Commissie worden geëvalueerd, wat kan resulteren in een herziening. Dat
biedt een belangrijk moment om te bezien of aanvullende verplichtingen voor tussenhandeldiensten
wenselijk en nodig zijn, en of een onderwerp zoals een «know your customer» verplichting
voor hostingdiensten, daarin kan worden meegenomen. De Staatssecretaris Digitale Economie
en Soevereiniteit coördineert de Nederlandse inbreng op de evaluatie en zal in dit
kader tijdig in gesprek gaan met betrokken ministeries, toezichthouders en stakeholders
om input op te halen en de Nederlandse inzet in Europa te bepalen.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat servers in Nederland worden gebruikt
voor het hosten van websites waarop strafbaar materiaal wordt verspreid en welke wettelijke
instrumenten bestaan er om hostingproviders te verplichten deze content te verwijderen
of servers offline te halen?
Antwoord 8
Op grond van de DSA gelden diverse zorgvuldigheidsverplichtingen voor aanbieders van
tussenhandeldiensten. Deze verplichtingen beogen onder meer de verspreiding van illegale
content tegen te gaan. Hostingdiensten en online platforms dienen meldingen van illegale
content adequaat te behandelen en hierover tijdig een beslissing te nemen. Indien
sprake is van systematische niet-naleving van deze verplichtingen, kunnen de bevoegde
toezichthouders handhavend optreden. Ten aanzien van het toezicht op de naleving van
de DSA geldt dat de Europese Commissie de bevoegde toezichthouder is voor zeer grote
onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines. Voor de overige aanbieders van tussenhandeldiensten
is in Nederland de ACM aangewezen als bevoegde nationale toezichthouder.
Wanneer iemand aangifte of melding doet van strafbare online content, dan kunnen het
Openbaar Ministerie en politie een verzoek tot vrijwillige verwijdering doen, omdat
dit het snelst resultaat biedt. De politie kan dit verzoek alleen doen als bekend
is wie de aanbieder is van de content en waar die aanbieder is gevestigd. Als dit
niet het gewenste effect heeft, kan de Officier van Justitie, bij een verdenking van
een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv)
(misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is), met machtiging van de rechter-commissaris,
op grond van artikel 125p Sv een bevel uitvaardigen om de content ontoegankelijk te
(laten) maken. Een wettelijk verwijderbevel kan nodig zijn als de aanbieder niet bereid
is om op basis van een vrijwillig verwijderverzoek de gegevens ontoegankelijk te maken.
Voor zover de genoemde platforms kunnen worden gekwalificeerd als aanbieder van communicatiediensten,
en indien beheerders en gebruikers als verdachte in een strafrechtelijk onderzoek
zijn aangemerkt, kunnen opsporingsdiensten onder voorwaarden verkeers- en gebruikersgegevens
vorderen2. Als de identiteit van betrokkenen kan worden vastgesteld, kan strafrechtelijke vervolging
volgen. Daders weten in de praktijk echter goed gebruik te maken van anonimiserings-technieken,
waardoor veel rechtshulp nodig is om gegevens op te vragen. Dit bemoeilijkt het onderzoek.
Indien er sprake is van een verdenking van een misdrijf als bedoeld in artikel 67,
eerste lid, Sv, heeft de Officier van Justitie ook de mogelijkheid een doorzoeking
te doen en gegevens in beslag nemen.
Vraag 9
Welke bevoegdheden heeft de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch
Materiaal (ATKM) en worden die als voldoende beoordeeld?
Antwoord 9
De ATKM werd in 2023 opgericht en bestrijdt de verspreiding van beeldmateriaal van
kindermisbruik door actief onderzoek te doen en online content te beoordelen. Dit
doet zij op basis van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch
materiaal, die de bevoegdheid geeft om aanbieders van hosting- en communicatiediensten
te verplichten online kinderpornografisch materiaal te verwijderen of ontoegankelijk
te maken, en om bestuursrechtelijk op te treden wanneer zij dat nalaten. De ATKM kan
in dat geval een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen, die kan oplopen
tot 10 procent van de jaarlijkse omzet van de onderneming. Daarnaast kan de ATKM besluiten
om dergelijke sanctiebesluiten openbaar te maken. Internationaal gezien is de bestuursrechtelijke
aanpak vernieuwend en er worden dan ook positieve effecten verwacht. Nederland heeft
daarmee een belangrijke en grote stap gezet in de aanpak van online beeldmateriaal
van seksueel kindermisbruik.
De AP is aangewezen als de toezichthoudende autoriteit op de toepassing van de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). De AP is een onafhankelijke toezichthouder
die per geval – uit eigen beweging of op verzoek – beoordeelt of wordt voldaan aan
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). Om dat te kunnen doen,
heeft de AP diverse onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden. Zo kan de AP onderzoek
instellen naar de naleving van de gegevensbeschermingswetgeving en in het kader daarvan
audits uitvoeren en gegevensverwerkingen inzien. Wanneer de AP een overtreding constateert,
zoals in het geval van niet-consensuele uitkleedbeelden, kan de AP een boete of dwangsom
opleggen, en bevelen tot het stopzetten van gegevensverwerkingen. Het is de AP zelf
die bepaalt of zij tot handhaving overgaat en zo ja, in welke vorm dat gebeurt. Belanghebbenden
kunnen hier ook om vragen door middel van een handhavingsverzoek, waarin de AP wordt
verzocht om van haar bevoegdheden gebruik te maken.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat individuele gebruikers die strafbare content plaatsen moeten
worden opgespoord en vervolgd?
Antwoord 10
Ja die opvatting deel ik. Individuele gebruikers die naaktbeelden die zonder toestemming
zijn gemaakt of beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik plaatsen zijn strafbaar
op grond van respectievelijk de artikelen 254ba en 252 Sr en dienen te worden opgespoord
en vervolgd. Wel verdient het hierbij de opmerking dat opsporingscapaciteit bij politie
en OM per definitie schaars is en dat soms de afweging gemaakt moet worden wat wel
en niet verder onderzocht kan worden.
Vraag 11
In hoeverre beschikken politie en Openbaar Ministerie over voldoende capaciteit, technische
expertise en juridische mogelijkheden om deze vormen van online seksueel geweld effectief
op te sporen en te vervolgen? Kunt u dit cijfermatig onderbouwen?
Antwoord 11
De Wet seksuele misdrijven, die op 1 juli 2024 in werking is getreden, gaat uit van
het uitgangspunt dat online en offline handelingen even strafwaardig zijn. Hierdoor
zijn meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, ook online, strafbaar gesteld
en zijn straffen, onder andere voor seksueel misbruik van kinderen, verhoogd. Met
deze verhoging van de strafmaxima wordt de ernst van deze vormen van misbruik benadrukt.
Binnen de politie zijn de teams opsporing seksuele misdrijven belast met de opsporing
van seksuele misdrijven, zowel in de offline wereld als online. Op 31 december 2025
was de formatie van de teams opsporing seksuele misdrijven (voorheen zedenteams) 708fte
en de bezetting was op dat moment 669 fte.
Een melding of aangifte komt in de meeste gevallen in eerste instantie binnen bij
de gebiedsgebonden politie. De interne werkinstructie seksuele delicten3 schrijft voor dat alle meldingen van (online) seksuele misdrijven voor advies dienen
worden voorgelegd aan de frontoffices van de teams opsporing seksuele misdrijven.
De frontoffice beoordeelt de melding vervolgens, waarbij gekeken wordt naar spoedhandelingen,
slachtofferbehoeften en passende interventies. In bepaalde situaties kan de inzet
van een gespecialiseerde zedenrechercheur noodzakelijk of wenselijk zijn, terwijl
in andere situaties een wijkagent bijvoorbeeld sneller en effectiever kan handelen.
Daar waar het een minderjarig slachtoffer betreft, of in gevallen waar er bijvoorbeeld
sprake is van dwang of een meer dan gering leeftijdsverschil tussen dader en slachtoffer,
ligt de opsporing altijd bij de teams opsporing seksuele misdrijven.
De opsporing van online seksuele misdrijven heeft de volle aandacht van de politie.
Door digitalisering, groeiend gebruik van online communicatiemiddelen en technologische
ontwikkelingen (waaronder AI en end-to-end-encryptie) heeft de politie te maken met
een enorme stijging van het aantal meldingen en is ook de complexiteit van zaken enorm
toegenomen. Het aantal online seksuele misdrijven in 2025 met 46% gestegen is ten
opzichte van het voorgaande jaar, naar ongeveer 3000 registraties. Ook benadrukt de
politie dat online seksuele misdrijven een andere manier van opsporen vragen dan fysieke
seksuele misdrijven, omdat de opsporing ervan per definitie regio-overstijgend is,
er veelal geen verdachte bekend is en er vaak meerdere slachtoffers gemaakt worden.
Omdat bewijsverzameling vaker plaatsvindt in de digitale context vraagt dit bovendien
om andere specialisten, zoals digitaal specialisten, tactisch rechercheurs en analisten.
Daarnaast kan de inzet van (nieuwe) technologische middelen helpen bij het in kaart
brengen van eventuele seriematigheid in de meldingen. Daders die meerdere slachtoffers
maken zullen hierdoor eerder in beeld komen en ook nieuwe fenomenen kunnen sneller
worden herkent.
Anders dan bij kinderporno zijn de juridische mogelijkheden voor opsporing van verdachten
in dit soort zaken zonder dat een (volwassen) slachtoffer zich heeft gemeld of bekend
is, zeer beperkt. Op basis van alleen het materiaal zelf is vaak moeilijk vast te
stellen of die beelden onrechtmatig tot stand zijn gekomen.
De politie en het OM hebben in het kader van het «Actieplan versterken ketenaanpak
zedenzaken» extra geld gekregen om, waar mogelijk, de capaciteit voor de behandeling
van zedenzaken binnen de organisatie uit te breiden. Ook wordt gewerkt aan het verkorten
van de doorlooptijden en het verbeteren en verder professionaliseren van de aanpak
van zedenzaken. Het OM hanteert bij de behandeling van deze dossiers het bestaande
wettelijk kader. Op elk arrondissementsparket is een coördinerend officier seksuele
misdrijven aangesteld en zijn alle officieren van justitie, die belast zijn met de
behandeling van zaken met betrekking tot seksuele misdrijven, gecertificeerd.
De ambitie uit het coalitieakkoord om meer zedenrechercheurs op te leiden, zal in
de uitwerking dan ook een bredere invulling krijgen. Er wordt een impuls gegeven aan
de aanpak van online seksuele misdrijven om te komen tot een meer multidisciplinaire
aanpak, met verschillende specialismen (o.a. digitale en tactische expertise, en op
het gebied van zeden), meer datagedreven en intel-gestuurd en met behulp van analysetools.
In de beleidsbrief van het Ministerie van JenV over de nadere uitwerking van het coalitieakkoord4 is de Kamer geïnformeerd over de investeringen in de aanpak van onder meer online
seksueel misbruik. Bij de presentatie van de JenV-ontwerpbegroting (Prinsjesdag) zal
ik de Kamer informeren over hoe de middelen voor de politie precies worden besteed.
Vraag 12
Welke rol ziet u voor hostingbedrijven en datacenters bij het voorkomen van misbruik
van hun diensten voor de verspreiding van strafbaar materiaal en welke consequenties
ervaren zij bij het verspreiden van deze mensonwaardige troep?
Antwoord 12
Voor zover het hier gaat om online diensten die kwalificeren als hostingdiensten onder
de DSA zijn deze in beginsel niet verantwoordelijk voor hetgeen door gebruikers op
hun servers wordt geplaatst. Dat zijn in eerste instantie hun gebruikers of klanten
zelf. De DSA bevat enerzijds een kader voor (de uitsluiting van) de aansprakelijkheid
van aanbieders van tussenhandeldiensten, waaronder hostingdiensten, voor informatie
die door hun gebruikers wordt verstrekt en anderzijds een aantal zorgvuldigheidsverplichtingen
waar deze aanbieders aan moeten voldoen bij het verlenen van hun diensten. Het aansprakelijkheidskader
voor tussenhandeldiensten harmoniseert binnen de Europese Unie de voorwaarden op grond
waarvan deze aanbieders niet aansprakelijk zijn voor informatie van derden die zij
opslaan of doorgeven. Om een beroep te kunnen doen op de aansprakelijkheidsvrijstelling
voor hostingdiensten mag de aanbieder bijvoorbeeld niet daadwerkelijk kennis hebben
van illegale inhoud die zijn klanten bij hem opslaan en moet hij, wanneer hij die
kennis wel krijgt, prompt handelen om die inhoud te verwijderen of ontoegankelijk
te maken. Indien een hostingdienst hier niet aan voldoet, kan deze zich niet beroepen
op de aansprakelijkheidsvrijstelling.
Indien een strafbaar feit wordt begaan met gebruikmaking van een communicatiedienst,
is strafrechtelijke vervolging van de tussenpersoon als zodanig uitgesloten indien
hij voldoet aan een bevel tot ontoegankelijkmaking als bedoeld in artikel 125p Sv
of een beslissing tot verwijdering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening
terroristische online-inhoud of een bevel tot ontoegankelijkmaking als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch
materiaal. Voldoet een tussenpersoon hier niet aan dan is aansprakelijkheid niet uitgesloten
en kan vervolging mogelijk zijn.
In Nederland nemen veel hostingdiensten uit eigen beweging maatregelen om misbruik
tegen te gaan op basis van de Gedragscode Abusebestrijding.5 Deze is enkele jaren geleden door de sector zelf opgesteld. Het zogeheten «Know your
customer beleid» maakt onderdeel uit van de deze gedragscode. Hostingdiensten kunnen
zich vrijwillig aan de code committeren.
De Kamer is eerder geïnformeerd over de aanpak van malafide hostingpartijen.6 Binnen deze aanpak worden verschillende maatregelen tegen aanbieders, die geen of
weinig maatregelen nemen tegen het faciliteren van malafide activiteiten in de online
omgeving, verkend. Als onderdeel hiervan wordt er onder andere gekeken naar de mogelijkheid
om een «Know your customer»-beleid (KYC-beleid) voor de hostingsector wettelijk te
verankeren. Met een KYC-beleid kunnen opsporingsdiensten klanten van hostingpartijen
sneller identificeren bij sprake van malafide activiteiten. De Kamer wordt hierover
later dit jaar nader geïnformeerd.
Vraag 13
Hoe wordt voorkomen dat slachtoffers opnieuw worden geschaad, bijvoorbeeld doordat
beelden langdurig online blijven staan of telkens opnieuw worden gedeeld?
Antwoord 13
Er wordt in Nederland ingezet op het zo snel mogelijk verwijderen van online illegale
content, zoals materiaal van seksueel kindermisbruik en naaktbeelden zonder toestemming,
om hernieuwde schade bij slachtoffers te voorkomen. Daarbij is een duidelijke taakverdeling
ingericht tussen Offlimits en de ATKM.
Offlimits doet, vanuit haar rol als trusted flagger, verwijderverzoeken richting aanbieders
van hostingdiensten. In Nederland is via de Gedragscode Notice-and-Take-Down met de
hostingsector afgesproken dat meldingen van Offlimits in principe binnen 24 uur worden
behandeld. In de praktijk werken vrijwel alle hostingpartijen hier goed aan mee en
wordt illegaal materiaal snel offline gehaald. Hoewel die 24-uursnorm met name bij
kleinere partijen niet altijd volledig wordt gehaald, is de respons over het algemeen
adequaat en wordt illegaal materiaal doorgaans snel verwijderd. Wanneer een hostingpartij
structureel niet of onvoldoende reageert, kan de ATKM, in het geval van materiaal
van seksueel kindermisbruik, bestuursrechtelijk optreden tegen deze partijen en een
last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen.
Sinds 7 april 2025 kan de ATKM formele verwijderbevelen uitvaardigen. Op grond van
artikel 6, vierde lid, onderdeel c, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch
materiaal moet in zo’n bevel een concrete termijn worden opgenomen waarbinnen het
materiaal ontoegankelijk moet worden gemaakt. Deze termijn bedraagt maximaal twaalf
uur. Dit maakt het mogelijk om in hardnekkige gevallen snel en bindend in te grijpen.
Daarnaast geldt op grond van artikel 15 van de DSA dat aanbieders van online diensten
jaarlijks transparantierapporten moeten publiceren over hun contentmoderatie. Daarin
wordt onder meer inzicht gegeven in de mediane reactietijd op bevelen van autoriteiten
en meldingen van trusted flaggers, waardoor de effectiviteit van de aanpak ook op
systeemniveau inzichtelijk wordt gemaakt.
Vraag 14
Bent u bereid aanvullende maatregelen te verkennen, zoals verscherpt toezicht op hosting
van risicovolle content, snellere blokkadebevoegdheden of zwaardere sancties voor
nalatige dienstverleners?
Antwoord 14
Zie hiertoe mijn antwoorden op vragen 7 en 12.
Vraag 15
Kunt u de Kamer voor het commissiedebat over mensenhandel en prostitutie op 20 mei
2026 informeren over eventuele vervolgstappen die u naar aanleiding van deze signalen
overweegt?
Antwoord 15
Dit is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.