Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam (ingezonden 6 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 15 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2051.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam met rode
verf, vlak voor de Nationale Dodenherdenking?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze daad, mede gezien de symbolische waarde van het monument en
het moment waarop deze plaatsvond?
Antwoord 2
Bekladding is verboden en onacceptabel. Dat keur ik uiteraard af. Dat geldt zeker
in dit geval nu aan het Nationaal Monument op de Dam vernielingen zijn aangericht.
Naast een monumentale status heeft dit ook een grote inhoudelijke betekenis voor Nederland,
zeker zo vlak voor de nationale dodenherdenking op 4 mei. Onze rechtsstaat biedt burgers
genoeg alternatieve mogelijkheden om een mening te uiten. Dat uiteindelijk om 20.00
uur de herdenking toch door kon gaan als gepland, is dankzij het werk van velen.
Vraag 3
Hoe is het mogelijk dat een nationaal monument op een dergelijk gevoelig moment niet
afdoende beveiligd is gebleken en deelt u de mening dat dit in het vervolg anders
aangepakt moet worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?
Antwoord 3
De burgemeester is bevoegd tot het nemen maatregelen ter handhaving van de openbare
orde. In de gemeente Amsterdam heeft de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid
gegeven om ter handhaving van de openbare orde camera’s in te zetten ten behoeve van
toezicht op openbare plaatsen (art. 151c Gemeentewet). De burgemeester van Amsterdam
heeft in vervolg daarop gebieden aangewezen waar cameratoezicht kan plaatsvinden.
Het Nationaal Monument staat in een dergelijk gebied en er zijn twee camera’s op de
Dam geplaatst.
Vraag 4
In hoeverre was er vooraf rekening gehouden met het risico op dergelijke acties, mede
gezien eerdere incidenten en maatschappelijke spanningen?
Antwoord 4
De burgemeester is het lokaal gezag en legt verantwoording af aan de gemeenteraad.
De gemeente Amsterdam heeft mij desgevraagd laten weten dat er vooraf geen enkele
informatie was die erop wees dat het Monument op de Dam beklad zou worden. Dat is
ook niet eerder voorgekomen voorafgaand aan de nationale herdenking. Er was geen aanleiding
om aanvullend op het huidige toezicht permanente bewaking van het Nationaal Monument
op de Dam in te stellen. De driehoek heeft zich voorbereid op een waardige en veilige
herdenking, zoals deze ook heeft plaatsgevonden.
Vraag 5
Klopt het dat het Nationaal Monument de afgelopen jaren vaker doelwit is geweest van
vandalisme en welke lessen zijn daaruit getrokken?
Antwoord 5
Ja, tijdens een demonstratie in augustus 2025 heeft een deelnemer het monument beklad
met de tekst «Never again is now». Deze persoon is kort daarna aangehouden.
Vraag 6 en 7
Deelt u de mening dat herhaalde incidenten wijzen op tekortschietende beveiliging
en handhaving rond dit nationale symbool? Zo nee, waarom niet?
Welke concrete maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen en acht u de huidige
aanpak en strafmaat afschrikwekkend genoeg? Zo ja, hoe rijmt u dat met het feit dat
het herhaalde incidenten zijn? Zo nee, bent u bereid deze flink aan te scherpen?
Antwoord 6 en 7
Zoals eerder aangegeven is de burgemeester van Amsterdam bevoegd tot het nemen maatregelen
ter handhaving van de openbare orde en heeft het gebied rondom het Monument op de
Dam aangewezen als gebied waar 24/7 cameratoezicht plaatsvindt. Daarnaast worden de
Dam en omgeving doorlopend meegenomen in surveillancerondes van de politie. Dit toezicht
wordt geïntensiveerd tijdens bijvoorbeeld evenementen en rond demonstraties.
Op deze manier kan met relatief beperkte capaciteit oog worden gehouden op monumenten.
Schaarse inzet van politiemedewerkers in de openbare ruimte wordt primair ingezet
ter bescherming van mensen. Het is aan het lokaal bevoegd gezag om hierover kaders
te stellen en deze inzet te beoordelen.
De maximale straf voor vernieling ex artikel 350 lid 1 Sr is een gevangenisstraf voor
de duur van twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Toepassing hiervan is
in voorgaande gevallen uiteraard aan de rechter.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.