Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de positie van christenen in India
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de positie van christenen in India (ingezonden 1 juni 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 juni 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Harde maatregelen tegen christenen in India:
water en werk geweigerd»?1
Antwoord 1
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de situatie van christelijke
gemeenschappen in het district Kanker in de Indiase deelstaat Chhattisgarh, maar kan
deze berichten in dit specifieke district niet verifiëren. Dat laat vanzelfsprekend
onverlet dat het kabinet berichten over het mogelijk ontzeggen van toegang tot water,
banen en andere bestaansmiddelen aan christelijke families zorgwekkend acht.
In algemene zin geldt dat de oorzaken van geweld tegen religieuze minderheden in India
zich niet altijd eenduidig vast laten stellen. Er zijn grote verschillen in de dynamiek
op nationaal niveau en op niveau van de verschillende deelstaten. Voorts is niet steeds
mogelijk om helder te differentiëren of er sprake is van conflict van religieuze of
etnische aard, gerelateerd aan sociale klasse, aan economisch conflict (bijvoorbeeld
conflict over land of grondstoffen), of aan een combinatie van dergelijke factoren.
Dit geldt zeker voor een deelstaat als Chhattisgarh die reeds decennialang geteisterd
wordt door conflict.
Vraag 2
Beschikt u over eigen informatie over de in het artikel beschreven situatie? Klopt
het dat christelijke gemeenschappen via boycotmaatregelen onder druk worden gezet
om hun geloof af te zweren?
Antwoord 2
Meldingen van sociale uitsluiting, discriminatie of druk in verband met religieuze
identiteit zijn zorgelijk. De beschreven situatie zou passen binnen bredere spanningen
rond religieuze bekeringen en de positie van religieuze minderheden waarover regelmatig
gerapporteerd wordt door religieuze organisaties en mensenrechtenorganisaties. De
Nederlandse ambassade in New Delhi volgt deze situatie nauwgezet. Zoals hierboven
evenwel uiteengezet beschikt het kabinet momenteel niet over onafhankelijk geverifieerde
informatie over de in het artikel beschreven situatie.
Vraag 3
Bent u bereid om deze situatie, zowel bilateraal als in EU-verband onder de aandacht
te brengen van de Indiase autoriteiten en daarbij aan te dringen op bescherming van
de getroffen christelijke gemeenschappen en op toegang tot de waterbronnen, banen
binnen het overheidsprogramma en de producten uit het bos? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nederland zet zich, zowel bilateraal als samen met EU-partners, in om zorgen over
de positie van religieuze minderheden, waaronder christelijke gemeenschappen, bij
de Indiase autoriteiten aan de orde te stellen. In EU-verband gebeurt dit onder meer
via de jaarlijkse EU-mensenrechtendialoog met India en andere relevante politieke
contacten, waar aandacht wordt gevraagd voor bescherming van kwetsbare groepen en
hun toegang tot basisvoorzieningen en bestaansmiddelen.
Deze inzet vindt plaats binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid. Een van
de prioriteiten van het kabinet in het mensenrechtenbeleid is vrijheid van religie
en geloofsovertuiging. Nederland maakt gebruik van bilaterale en multilaterale kanalen
om zorgen over vrijheid van religie en levensovertuiging over te brengen, in lijn
met de inzet zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder van
25 maart 2026.
Vraag 4
Hoe taxeert u de antibekeringswet die is aangenomen door de Indiase deelstaat Chhattisgarh?2 Is deze wet inderdaad in strijd met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging?
Op welke wijze heeft u deze kwestie aangekaart, zowel in bilateraal als in EU-verband?
Antwoord 4
Antibekeringswetgeving bestaat in verschillende Indiase deelstaten en is gericht op
het voorkomen van bekeringen die volgens de wetgever tot stand komen door dwang, fraude
of misleiding. De nieuwe wet in Chhattisgarh bevat onder meer bepalingen die personen
die van religie willen veranderen verplichten dit vooraf te melden bij de autoriteiten.
Daarnaast voorziet de wet in zware straffen voor bekeringen die volgens de wet door
verboden middelen tot stand zijn gekomen.
De gevolgen van dergelijke wetgeving voor de vrijheid van religie en levensovertuiging
baren het kabinet zorgen. Zowel artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens (UVRM) als artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten
en Politieke Rechten (IVBPR) erkennen het recht om van religie of overtuiging te veranderen
als onderdeel van de vrijheid van religie en levensovertuiging. Wetgeving die religieuze
bekeringen onderwerpt aan voorafgaande meldings- of toestemmingsvereisten staat daarmee
op gespannen voet met deze internationale mensenrechtenstandaarden. Zie overigens
het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Kunt u in bredere context de positie van christenen en andere religieuze minderheden
in India schetsen? Deelt u de zorgen over onderdrukking van deze minderheden in India?
Antwoord 5
Naast christenen worden ook andere groepen zoals moslims in toenemende mate geconfronteerd
met discriminatie, geweld en beperkende maatregelen. Dit past in een breder patroon
van druk op religieuze minderheden in meerdere Indiase deelstaten. Het kabinet deelt
de zorgen van de Kamer. De Nederlandse inzet is ingebed in een breed mensenrechtenkader
dat zich richt op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, ongeacht
geloofsovertuiging. In de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder van 25 maart
2026 heeft het kabinet bevestigd dat bescherming van religieuze minderheden, waaronder
christenen, een prioriteit is.
Vraag 6
Wordt de situatie van christenen en andere religieuze minderheden in India expliciet
betrokken bij de Nederlandse inzet ten aanzien van de betrekkingen met India? Zo ja,
op welke wijze?
Antwoord 6
De situatie van religieuze minderheden maakt onderdeel uit van de bredere Nederlandse
inzet op mensenrechten in India. Nederland volgt de situatie van religieuze minderheden
in India nauwgezet, zowel bilateraal als in EU- en VN-verband. De Nederlandse ambassade
in New Delhi onderhoudt contacten met maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers
om zicht te houden op ontwikkelingen rondom vrijheid van religie en levensovertuiging.
Ook spreekt de ambassade, samen met andere EU-lidstaten, regelmatig met vertegenwoordigers
van religieuze minderheden over de situatie ter plaatse. Daarnaast wordt de positie
van religieuze minderheden, inclusief die van christenen, geadresseerd in de EU-India
mensenrechtendialoog.
Vraag 7
Is christenvervolging als gespreksonderwerp aan bod gekomen tijdens het recente bezoek
van Minister-President Modi aan Nederland, conform motie-Bikker/Stoffer (Kamerstuk
36 800, nr. 56)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het kabinet handelt conform de motie-Bikker/Stoffer en betrekt vrijheid van religie
en levensovertuiging structureel bij contacten met landen waar dit aan de orde is.
Over de specifieke inhoud van diplomatieke gesprekken met Minister-President Modi
doet het kabinet in het openbaar geen mededelingen. Mensenrechten vormen een vast
onderdeel van de Nederlandse inzet in contacten met India. De inzet op dit thema is
in lijn met de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder.
Vraag 8
Welke concrete stappen zet Nederland momenteel in EU- en VN-verband ter bevordering
van de vrijheid van religie en levensovertuiging in India? Bent u bereid tot extra
inzet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Nederland zet zich, samen met EU-partners, in voor de bevordering van de vrijheid
van religie en levensovertuiging in India. Onder meer middels de EU-mensenrechtendialoog
met India en in relevante bilaterale contacten.
Daarnaast wordt via de Nederlandse ambassade in New Delhi en de EU-delegatie nauw
contact onderhouden met mensenrechtenverdedigers, maatschappelijke organisaties en
vertegenwoordigers van religieuze en andere kwetsbare gemeenschappen in India, om
ontwikkelingen te volgen.
Deze inzet vindt plaats binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid, waarin
vrijheid van religie en levensovertuiging een prioriteit is. Nederland is actief lid
van de International Freedom of Religion or Belief Alliance en zet zich daarbinnen in voor de bescherming van religieuze minderheden wereldwijd.
In VN-verband steunt Nederland resoluties die vrijheid van religie bevorderen en spreekt
het landen aan op schendingen. De diplomatieke inzet wordt ondersteund door programmatische
instrumenten, waaronder het Mensenrechtenfonds en het FOCUS-programma (2026–2031,
EUR 35 miljoen), actief in landen waar religieuze gemeenschappen aantoonbaar onder
druk staan. De inzet richt zich naast concrete schendingen ook op onderliggende oorzaken
zoals conflict, sociaaleconomische ongelijkheid en zwak bestuur, met als doel duurzame
verbetering van de positie van religieuze minderheden.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.