Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Huizenga, Rooderkerk en Synhaeve over dagelijks bewegen als kerndoel in het basisonderwijs
Vragen van de leden Huizenga, Rooderkerk en Synhaeve (allen D66) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over dagelijks bewegen als kerndoel in het basisonderwijs (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
11 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1997.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Kinderen dupe van besluit Ministerie Onderwijs? Scherder
wil rechtszaak om dagelijks bewegen te verplichten»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het genoemde artikel.
Vraag 2
Is het juist dat het Landelijk Expertisecentrum voor het curriculum (SLO) dagelijks
bewegen had opgenomen in de kerndoelen voor het basisonderwijs maar dat het Ministerie
van OCW daar twee dagen voor de definitieve vaststelling van de kerndoelen, na anderhalf
jaar vergaderen, plotseling een streep doorheen heeft gezet?2 Zo ja, wat was de exacte reden voor dit besluit en wie heeft dit besluit genomen?
Antwoord 2
Nee, dit is onjuist. Het Ministerie van OCW en SLO herkennen deze beschrijving van
het proces niet. In een vroege fase van de ontwikkeling van de kerndoelen heeft het
kerndoelenteam een aanboddoel bedacht met als opdracht voor de school als geheel om
leerlingen te stimuleren te bewegen met het oog op hun welbevinden en gezondheid.
SLO heeft na overleg met de advieskring, de klankbordgroep specifieke onderwijsbehoeften,
het monitorteam en de expertpoule geconstateerd dat dit achtste conceptkerndoel van
Bewegen en Sport buiten de juridische kaders van de werkopdracht en de wet viel3. Dit kerndoel ging namelijk niet over wat kinderen moesten leren, maar om een verplichting
voor de school als geheel om bewegen te stimuleren. Dat kan scholen niet via de kerndoelen
worden verplicht. Dit is besproken met het kerndoelenteam en heeft ertoe geleid dat
dit doel uiteindelijk niet is opgenomen in de conceptkerndoelen. Dit steun ik op basis
van de genoemde argumenten.
Vraag 3
Wat is de onderbouwing van om dagelijks bewegen niet als verplicht kerndoel op te
nemen terwijl er in Nederland 400.000 kinderen met overgewicht zijn en dat aantal
de laatste jaren sterk is toegenomen?
Antwoord 3
Kerndoelen gaan over onderwijsinhoud en dus over wát leerlingen moeten leren. Zij
gaan niet over hoe, wanneer of hoe vaak scholen iets moeten organiseren. Deze kerndoelen
zijn opgesteld door SLO, samen met experts en leraren. Hierbij is uiteraard ook gekeken
naar wat je wettelijk van scholen kunt en mag eisen.
De opdracht aan het onderwijs is groot: kwalificatie, ontwikkeling, socialisatie en
persoonsvorming. Primair verwacht de samenleving van scholen dat leerlingen leren
lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden opdoen en leren over burgerschap.
In de vernieuwde kerndoelen Bewegen en Sport komt terug dat kinderen leren waarom
bewegen belangrijk is voor de mentale en fysieke gezondheid. Om ervoor te zorgen dat
leerlingen voldoende tijd krijgen om te leren bewegen heeft lichamelijke opvoeding
als énige vak een wettelijke urennorm.
In het primair onderwijs zijn scholen verplicht om minimaal twee lesuren per week
aan lichamelijke opvoeding in te roosteren. In het voortgezet onderwijs is voor iedere
schoolsoort een minimale totale urennorm opgenomen in de Wet voortgezet onderwijs
2020. Verder is het aan scholen zelf om een onderwijsprogramma in te vullen waarin
ze aan de kerndoelen werken. Dat kan bijvoorbeeld door beweegmomenten in te plannen
gedurende de dag, maar dat is geen verplichting.
Het grootste deel van het leven van een kind speelt zich af buiten de school. Kinderen
gaan ongeveer 25 uur per week naar school. Het aantal uur dat kinderen wakker zijn
per week ligt rond de 95 uur. Dit betekent dat zij ongeveer 75% van de tijd niet op
school zijn. De verantwoordelijkheid voor gezond opgroeien ligt dan ook primair bij
de opvoeders.
Vraag 4 en 5
De Nederlandse Sportraad, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en de Onderwijsraad
riepen in 2018 gezamenlijk al op om het lange zitten te onderbreken door middel van
beweegbreaks, maar geen van de aanbevelingen uit dat advies zijn overgenomen door
de afgelopen twee kabinetten.4 Bent u wel van plan gehoor te geven aan deze herhaaldelijke adviezen, en zo ja, op
welke manier?
De Gezondheidsraad adviseert dat kinderen en jongeren tot 18 jaar dagelijks minstens
60 minuten matig intensief bewegen.5 Hoe verhoudt het besluit om dagelijks bewegen niet te verplichten zich tot dit advies?
Antwoord 4 en 5
Bewegen past uiteraard bij een gezonde en actieve leefstijl. Leren hoe je beweegt
gebeurt voor een deel op school, via de lessen lichamelijke opvoeding. Om ervoor te
zorgen dat leerlingen voldoende tijd krijgen om te leren bewegen heeft lichamelijke
opvoeding als enige vak een wettelijke urennorm. In het primair onderwijs zijn scholen
verplicht om minimaal twee lesuren per week aan lichamelijke opvoeding in te roosteren.
In het voortgezet onderwijs is voor iedere schoolsoort een minimale totale urennorm
opgenomen in de Wet voortgezet onderwijs 2020. Het verplichten van extra beweging
gedurende de dag of tijdens andere lessen dan lichamelijke opvoeding past niet binnen
de kaders van de kerndoelen.
Ik juich het toe als scholen, naast de gymles, bewegen tijdens de rest van de schooldag
stimuleren. Bijvoorbeeld door begeleid buitenspelen, het stimuleren van fietsen of
lopen van en naar school, naschoolse activiteiten of bewegend leren. Het Ministerie
van OCW ondersteunt scholen hierbij, samen met andere ministeries, onder andere via
het programma Gezonde School. Ook gebruiken sommige scholen de School & Omgeving middelen
om leerlingen te laten sporten en bewegen. Veel scholen zijn al aan de slag met dagelijkse
beweegmomenten. In 2024/2025 boden vier op de tien scholen (40%) dit aan.6 Zo werken in de gemeente Westland inmiddels 17 basisscholen aan een meer beweeglijke
schooldag en zijn «Gezonde School» geworden. Het gaat daarbij bijv. om beweegtussendoortjes
en bewegen tijdens en om te leren, een dynamische schooldag en schoolpleinen die uitnodigen
tot bewegen.7
Vraag 6
Neuropsycholoog Erik Scherder en belangenorganisatie Defence for Children verkennen
juridische stappen tegen de staat, omdat zij vinden dat de gezondheid van kinderen
onvoldoende wordt beschermd. Bent u bereid in gesprek te gaan met Scherder en Defence
for Children over hun zorgen?
Antwoord 6
Ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan. Het ministerie hecht waarde aan een constructieve
dialoog en wil in gesprek blijven met deskundigen en maatschappelijke organisaties
over hoe kinderen meer kunnen bewegen binnen de schoolcontext, rekening houdend met
praktische uitvoerbaarheid, wetgeving en het bestaande curriculum. Hierover heeft
overigens al eerder een gesprek plaatsgevonden met o.a. Prof. dr. Scherder.
Vraag 7
Recente studies tonen een relatie aan tussen fitheid van kinderen en hun prestaties
op rekenen en taal.8 Deelt u de opvatting dat bewegen en cognitieve ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar
zijn verbonden, en zo ja, hoe weegt u dit mee in het curriculumbeleid?
Antwoord 7
Ja, er komt steeds meer bewijs dat lichamelijke activiteit en cognitieve ontwikkeling
met elkaar verbonden zijn. Daarom deel ik ook het belang van bewegen. Zoals eerder
genoemd zijn de kerndoelen niet de plek om scholen te verplichten meer beweegmomenten
door de dag heen aan te bieden. Scholen hebben zelf de vrijheid om te bepalen hoe
ze het onderwijsprogramma vormgeven.
Het is van belang dat scholen hun onderwijs inrichten met kennis uit wetenschap en
praktijk en goed afgestemd op hun leerlingen. Het actief onderbreken van zitgedrag
om kinderen beter te laten leren is één van de zaken waar scholen kennis van kunnen
nemen. Veel scholen zijn hier ook al mee aan de slag, in de vorm van de dynamische
schooldag, maar zeker ook anderszins.
Vraag 8 en 9
Bent u bereid het besluit te herzien en dagelijks bewegen alsnog als kerndoel op te
nemen in het curriculum voor het basisonderwijs? Zo nee, welke alternatieve maatregelen
neemt u om de beweegachterstand van kinderen structureel aan te pakken?
(Dagelijks) bewegen vraagt om inbedding in de schooldag, maar leraren staan al onder
grote werkdruk. Hoe voorkomt u dat de verantwoordelijkheid voor het beweegbeleid volledig
op het bord van de individuele leraar terechtkomt en welke structurele ondersteuning,
zoals gymdocenten, beweegcoaches of schoolbrede programma’s, stelt u hiervoor beschikbaar?
Antwoord 8 en 9
Het verplichten van scholen om bewegen als geheel te stimuleren past niet binnen de
wettelijke kaders van de kerndoelen. Ik deel met uw Kamer de mening dat leraren al
een flinke verantwoordelijkheid hebben in hun dagelijkse onderwijspraktijk. Dagelijks
bewegen vraagt om een gezamenlijke inzet van verschillende partijen. In de eerste
plaats zijn ouders/ verzorgers verantwoordelijk voor het gezond opgroeien van hun
kinderen. De gemeenten, maatschappelijke organisaties en verenigingen komen met verschillende
initiatieven om daaraan bij te dragen.
Scholen kunnen een rol spelen in meer bewegen gedurende de dag. Als zij dat willen
worden, zijn er handvatten om hiermee aan de slag te gaan.
Het Ministerie van OCW helpt scholen met méér bewegen naast de gymles (ook in samenwerking
met andere departementen) onder andere via de Koningsspelen en het programma de Gezonde
School. Ook gebruiken sommige scholen de School & Omgeving-middelen om leerlingen
te laten sporten en bewegen. Daarnaast draagt het Ministerie van OCW bij aan een regeling
van VWS (Brede Regeling Combinatiefuncties) waarbij gemeenten buurtsportcoaches met
cofinanciering van het Rijk kunnen inzetten op hun scholen voor bijvoorbeeld het organiseren
van sportaanbod op school of het faciliteren van een actieve pauze.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.