Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht 'Pieter (61) gaat per boot naar Gaza: 'Ik ga ervan uit dat wij ook worden gekidnapt''
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Pieter (61) gaat per boot naar Gaza: «Ik ga ervan uit dat wij ook worden gekidnapt»» (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 11 juni 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1976.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat de Global Sumud Flotilla woensdag 15 april is uitgevaren
richting Gaza met als doel het doorbreken van de illegale blokkade van Gaza door Israël
en het brengen van humanitaire goederen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat er in ieder geval één Nederlandse burger aan boord is
van deze vloot?1
Antwoord 2
Het kabinet is ermee bekend dat Nederlandse burgers aan boord waren van schepen van
de Global Sumud Flotilla.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het doel van deze actie, namelijk het doorbreken van de illegale
blokkade van Gaza en het brengen van humanitaire hulp naar de bevolking van Gaza,
legitiem is en niet mag worden gehinderd? Zo ja, hoe gaat u hieraan bijdragen en bent
u bereid steun uit te spreken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet deelt de zorgen van de initiatiefnemers van de Global Sumud Flotilla over
de catastrofale humanitaire situatie in Gaza. Er is dringend meer humanitaire hulp
nodig. Tegelijkertijd is de humanitaire hulp die de Sumud Flotilla af hoopte te leveren
voornamelijk symbolisch van aard, en niet voldoende om de hoge noden in Gaza werkelijk
te verlichten. In oktober 2025 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Israël
als bezettende macht verplicht is essentiële humanitaire hulp door onpartijdige (VN-)organisaties
toe te staan, wanneer de lokale bevolking onvoldoende voorzien is van dergelijke hulpgoederen.
Professionele en gemandateerde humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde,
en onvoorwaardelijke toegang te krijgen tot Gaza. Nederland roept de Israëlische autoriteiten
op om de toegang van desbetreffende humanitaire organisaties te verbeteren en meer
humanitaire hulp toe te laten, zowel bilateraal als in EU-verband.
Vraag 4
Deelt u de mening dat Israëls handelen tegen de vorige Flotilla actie, namelijk het
enteren en gevangennemen, met fysiek geweld tot gevolg, van de opvarenden van de Freedom
Flotilla op internationale wateren illegaal was? Zo ja, wat gaat u doen om dit deze
keer te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de onderschepping van de Flotilla
in oktober 2025 een schending van het internationaal recht. Zowel in oktober als rondom
de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische autoriteiten
meermaals opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen, hen goed
te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten. Ook heeft het kabinet de Israëlische
autoriteiten opgeroepen zich aan het internationaal recht te houden. Verder heeft
het kabinet rondom de onderscheppingen aan de Griekse en Cypriotische autoriteiten
verzocht Nederlandse deelnemers aan de Flotilla in nood desgevraagd bij te staan.
Zie ook het antwoord op vraag 5.
Vraag 5
Bent u van plan de Israëlische regering te waarschuwen geen Nederlandse staatsburgers
gevangen te nemen bij het brengen van humanitaire hulp aan Gaza, dat de opvarenden
veilig blijven en met respect voor mensenrechten en het internationaal recht behandeld
worden? Zo ja, op welke manieren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Het kabinet heeft kennisgenomen van de schokkende en ontoelaatbare beelden van de
aangehouden Flotilladeelnemers die de Israëlische Minister Ben-Gvir op 20 mei jl.
heeft gedeeld. Volgens het kabinet gaat deze behandeling in tegen de menselijke waardigheid.
Het kabinet heeft de Israëlische regering daarop aangesproken en de Israëlische ambassadeur
ontboden om opheldering te vragen. Daarbij heeft het kabinet opnieuw benadrukt dat
alle opvarenden in lijn met het internationaal recht moeten worden behandeld, de veiligheid
van Nederlandse opvarenden moet worden gegarandeerd en ze zo snel mogelijk moeten
worden vrijgelaten. Ook heeft het kabinet om formele excuses van de Israëlische regering
gevraagd. Deze oproep heeft Nederland ook herhaald in Europees verband in lijn met
de motie-Van Baarle (21501-02-3421). Israël ging de dag erna, op 21 mei jl., over tot vrijlating van alle deelnemers.
Vraag 6
Op welke manieren levert u (consulaire) bijstand aan de Nederlandse opvarenden van
de Freedom Flotilla? Als er geen sprake is van consulaire hulpverzoeken voorafgaand
aan de Flotilla, bent u bereid actief contact te zoeken met de Nederlandse staatsburgers
en ze bij te staan gezien de precaire situatie?
Antwoord 6
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Nederlandse deelnemers aan de Flotilla
die daarom verzochten consulair bijgestaan. Het ging onder meer om het faciliteren
van contact met familieleden en het op weg helpen bij de zelfstandige doorreis vanuit
Griekenland en Turkije, via de posten ter plaatse. Ook stond het Ministerie van Buitenlandse
Zaken in contact met familieleden en naasten van betrokken Nederlanders. Zie ook het
antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Bent u in contact met andere landen waarvan de burgers opvarenden van de Freedom Flotilla
zijn? Zo ja, bent u bereid gezamenlijk op te trekken tegen de Israëlische regering
om te zorgen dat internationaal recht en toegang van humanitaire hulp wordt geborgd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stond in regelmatig contact met andere landen
van wie staatsburgers opvarenden waren van schepen van de Sumud Flotilla om informatie
uit te wisselen. Verder staat Nederland in constant contact met andere landen om veilige,
ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire hulp door alle hulporganisaties aan
te kaarten bij de Israëlische autoriteiten.
Vraag 8
Als er opnieuw illegale kidnappings en mishandelingen plaatsvinden, is het kabinet
dan bereid om eindelijk actie te ondernemen richting het Israëlische kabinet? Welke
maatregelen mogen we verwachten?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 4 en 5.
Vraag 9
Bent u bereid om voor deze missie bescherming te bieden aan de (Nederlandse) opvarenden?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft waar mogelijk desgewenst consulaire bijstand
verleend aan betrokken Nederlanders. Zie ook het antwoord op vraag 4 en 6.
Vraag 10
Bent u bereid contact te houden met de Global Sumud Flotilla om te zorgen dat de (Nederlandse)
opvarenden veilig zijn en op bijstand kunnen rekenen? Zo ja, op welke manier bent
u van plan dat te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 11
Deelt u de mening dat de toevoer van deze humanitaire hulp door de Flotilla niet voldoende
zullen is om de humanitaire noden in Gaza op te lossen? Zo ja, hoe gaat u hier dan
aan concreet aan bijdragen?
Antwoord 11
De humanitaire noden in Gaza zijn zeer hoog. Er komt structureel te weinig hulp in
Gaza, terwijl bijna alle Palestijnen in Gaza afhankelijk zijn van humanitaire hulp.
De humanitaire hulp die de Global Sumud Flotilla hoopte af te leveren is niet voldoende
om de hoge noden daadwerkelijk te verlichten. Daarmee is de Flotilla-actie voornamelijk
symbolisch. Nederland roept de Israëlische autoriteiten op om de toegang van humanitaire
organisaties te verbeteren en meer humanitaire hulp toe te laten, zowel bilateraal
als in multilateraal-verband. Dat geldt ook voor internationale ngo’s, die toegang
moeten krijgen om deze essentiële hulp te verlenen. Op 8 juni heeft een groep van
20 landen en de Europese Commissie, op initiatief van Nederland, een verklaring uitgebracht
die hiertoe oproept.
Vraag 12
Bent u het eens met het laatste AIV- en CAVV-advies over bescherming van hulpverleners,
waarin zij stellen dat stille diplomatie niet voldoende is als het gaat om het tegengaan
van geweld tegen hulpverleners? Welke consequenties verbindt u daaraan indien geweld
tegen de hulpverleners van de Flotilla plaatsvindt?
Antwoord 12
In de reactie op het AIV en CAVV advies over geweld tegen hulpverleners heeft het
kabinet uiteengezet langs welke verschillende sporen het dit soort geweld evenals
straffeloosheid van schendingen van het humanitair oorlogsrecht wil tegengaan. Geweld
tegen hulpverleners is onacceptabel. Het kabinet heeft zich daar meermaals over uitgesproken.
Voor de reactie van het kabinet op de beelden van de aangehouden Flotilladeelnemers
die de Israëlische Minister Ben-Gvir op 20 mei jl. heeft gedeeld verwijs ik u naar
het antwoord op vraag 5.
Vraag 13
Welke maatregelen bent u bereid om te nemen tegen de Israëlische regering om de genocide
in Gaza te stoppen? Wanneer bent u bereid om de Palestijnse staat te erkennen, om
de Israëlische ambassadeur te ontbieden, om de leden van de regering Netanyahu op
een sanctielijst te zetten, om een handelsembargo in te stellen, of om een wapenembargo
in te stellen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 13
Het kabinet zet zich in om de situatie in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever
te verbeteren, en doet dit door een combinatie van druk en dialoog in zowel bilateraal
als multilateraal verband. Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van
februari 2026 onderstreept dat de ontwikkelingen in Gaza en de bezette Westelijke
Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door
de Commissie voorgestelde EU-maatregelen opnieuw te agenderen. In de Raad Buitenlandse
Zaken van 21 april jl. werd duidelijk dat er voor maatregelen, zoals het (gedeeltelijk)
opschorten van het associatieakkoord, vooralsnog niet de benodigde meerderheid bestaat.
Op 22 mei jl. heeft de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
de Nederlandse inzet op dit vlak nogmaals benadrukt. Diverse moties indachtig blijft
het kabinet toewerken naar draagvlak hiervoor. Het kabinet heeft daarnaast op 22 mei
jl. nationale maatregelen geïntroduceerd die moeten voorkomen dat Nederlandse economische
activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie die strijdig is met het
internationaal recht. Deze maatregelen zijn tegen de invoer van producten afkomstig
uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Hiertoe blijft
Nederland ook oproepen in Europees verband, hetgeen de Minister van Buitenlandse Zaken
deed tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken op 27 mei jl. en de Minister van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 22 mei jl. Nederland heeft bovendien
een voortrekkersrol ten aanzien van sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties,
maar ook als het gaat om sancties tegen Hamas/PIJ. Op 12 mei werd hier een nieuw pakket
op aangenomen. Nederland werkt aan een volgend, vierde pakket sancties. De Minister
van Buitenlandse Zaken heeft tot slot tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken
op 27 mei jl. opnieuw opgeroepen tot het sanctioneren van Israëlische Ministers Ben
Gvir en Smotrich. Nederland deed dit reeds op nationaal niveau vanwege ontbrekend
EU draagvlak. Nederland staat in continu contact met relevante partners om te bespreken
welke inzet het meest effectief is en of maatregelen getroffen dienen te worden. Waar
mogelijk treden we op in gezamenlijkheid, zoals met recente verklaring op 22 mei jl.
met de E4, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Spanje, België en de Europese
Unie over de situatie op de Westelijke Jordaanoever.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.