Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Defensiematerieelbegrotingsfonds (Kamerstuk 36945-X-2)
36 945 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2025
Nr. 7
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie
van Defensie (vragen aan de regering) (Kamerstuk 36 945 X, nr. 2).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
1
Binnen het DMF is er in totaal voor 4,3 miljard euro aan kosten vanwege fouten en
onzekerheden bij aangegane verplichtingen: kunt u uitleggen hoe dit kostenplaatje
is opgebouwd?
Defensie neemt de uitkomsten van het onderzoek serieus en neemt deze mee in de verdere
uitwerking en afstemming met de Algemene Rekenkamer. Zo dragen wij gezamenlijk zorg
voor de nadere specificering van de onderliggende totstandkoming. Zodra deze volledig
is uitgezocht en inzichtelijk is gemaakt, informeren wij uw Kamer.
Voor nu kunnen wij wel al aangeven dat 3,6 miljard euro van deze 4,3 miljard euro
volgt uit een onzekerheid over de rechtmatigheid bij een aantal inkoopdossiers waarbij
gebruik is gemaakt van een uitzonderingsbepaling van de aanbestedingswetgeving. De
betreffende inkoopdossiers zijn naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer onvoldoende
zelfdragend onderbouwd. De overige onrechtmatigheden betreffen onder meer escalatiedossiers
bij verwerving (bewuste afwijking van aanbestedingsregels bij onontkoombare noodzaak
tot aanbesteding) en zogenaamde geïmporteerde onrechtmatigheden doordat wordt afgeroepen
op onrechtmatig gesloten rijksbrede overbruggingsovereenkomsten door inkoopuitvoeringscentra.
2
Van de 4,3 miljard euro is 3,6 miljard euro het gevolg van onvoldoende toelichting
op het gebruik van uitzonderingsprocedures: heeft u een plan van aanpak om deze kosten
in de toekomst te voorkomen?
Dit kabinet staat voor deugdelijk begrotingsbeleid. Daarbij hoort ook dat we ervoor
zorgen dat we geld op een nette, transparante en verantwoorde wijze besteden. De Algemene
Rekenkamer heeft een aantal onvolkomenheden bij Defensie geconstateerd. Deze geconstateerde
onvolkomenheden neemt Defensie serieus.
Op 1 juni is uw kamer hier ook over geïnformeerd. Defensie zal de aanbevelingen van
de Algemene Rekenkamer om de onvolkomenheden op te lossen, overnemen. Defensie maakt
hier extra capaciteit voor beschikbaar. Defensie gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek
met de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers
om nieuwe onzekerheden te voorkomen.
3
Kunt u aangeven waarom er geen beleid om fraude en corruptie te voorkomen, te ontdekken
en te herstellen is en wanneer u verwacht dit beleid uit te rollen?
In juni 2026 is binnen Defensie het Beleidskader Integriteit gepubliceerd. Hierin
zijn beleidsdoelen opgenomen voor het verbeteren van het frauderisicomanagement binnen
de organisatie. Deze beleidsdoelen dienen uiterlijk begin 2027 te zijn gerealiseerd.
In het Beleidskader Inkopen en Aanbesteden staat reeds beschreven welke onderdelen
en waarborgen in het inkoop- en aanbestedingsproces zijn ingericht, om misbruik en
onrechtmatig gebruik te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de gebruikelijke lijncontrole
bij inkoopstrategie en voornemen tot gunnen, waaronder ook het laten beoordelen van
risicovolle inkoopprojecten door de directeur inkoop, het vereisen van een Gedragsverklaring
Aanbesteden.
4
Kunt u een inschatting maken van hoeveel geld er daadwerkelijk is besteed aan militair
materieel hoeveel geld er is verduisterd, aangezien volgens de Algemene Rekenkamer
er een serieus risico is dat het geld voor de Oekraïnesteun niet terechtkomt bij militair
materieel vanwege de hoge corruptie in Oekraïne?
De waarde commerciële verworven militaire goederen door Defensie ten behoeven van
Oekraïne bedraagt € 8,9 mld. (peildatum 2 februari 2026). Dit exclusief de bijdrage
van Nederland in het NAVO UCAP fonds wat wordt geadministreerd via het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. De waarde van het geleverde materieel uit eigen voorraad betreft
€ 2,5 mld. (zie Kamerbrief leveringen militaire goederen Oekraïne van 17 februari
jl.). Het meest van deze leveringen betreft directe leveringen van fysieke goederen
aan de Oekraïense generale staf of operationele eenheden. Oekraïne tekent hierbij
voor de in ontvangst name van de goederen.
Een deel van de Nederlandse steun wordt besteed middels directe verwerving voor de
Oekraïense krijgsmacht bij de Oekraïense industrie. volgens het «Nederlandse model».
Dat houdt in dat Nederland zelf contracten onderhandelt, en zelf over de voorwaarden
gaat. Onderdeel is ook een controle van de Audit Dienst Rijk (ADR), om te kijken of
winstpercentages en de interne bedrijfsfinanciën op orde zijn. Zo houdt Defensie grip
op de aanbestedingen, en wordt corruptie zoveel mogelijk voorkomen. Bij de onderzoeken
zijn tot noch toe geen bijzonderheden aangetroffen.
5
Hoeveel geld gaat verloren aan trajecten die vertraging oplopen, aangezien van de
84 projecten binnen Defensie er 58 uitlopen ten opzichte van de planning?
Defensie heeft in toenemende mate te maken met oplopende levertijden bij fabrikanten
door de mondiaal sterk toegenomen vraag naar defensiematerieel en de beperkte beschikbaarheid
van kritieke grondstoffen door schaarste. Wanneer een project onverhoopt uitloopt
of later van start gaat en uitgaven niet in het geplande ritme worden gerealiseerd,
kan het resterende budget via een kasschuif of de (toekenning van de) 100% eindejaarsmarge
op het Defensiematerieelbegrotingsfonds doorschuiven naar het volgende begrotingsjaar.
Het budget blijft dan beschikbaar voor het project. Er gaat geen geld verloren. Defensie
actualiseert het kasritme bij de reguliere begrotingsmomenten. Het uitlopen of later
van start gaan van een project kan eventueel leiden tot hogere kosten (zie hiervoor
beantwoording vraag 6).
Op Verantwoordingsdag heeft uw Kamer het Defensie Projectenoverzicht (DPO, Kamerstuk
27 830, nr. 489 van 20 mei 2026) ontvangen, dat integraal inzicht geeft in de lopende Defensie Materieel
Projecten. Projecten uit het DPO waarbij een significante afwijking is opgetreden
in scope, planning of budget, worden toegelicht in de artikelen van de Ontwerpbegroting
2027 van het DMF.
6
Is er in de Defensiebegroting rekening gehouden met de eventuele stijgende kosten
van projecten vanwege vertraging?
Ja, wanneer veranderingen optreden in de kosten actualiseert Defensie de raming van
het betreffende project en informeert uw Kamer hierover bij de reguliere begrotingsmomenten.
Defensie ontvangt jaarlijks bij de Voorjaarsnota aanvullend budget voor de prijsontwikkeling
in het lopende jaar en de jaren daarna. Het geld voor de vergoeding van prijsontwikkelingen
wordt bepaald op basis van de geschatte prijsontwikkeling van het bbp. Op deze wijze
houdt Defensie rekening met prijsstijgingen bij alle projecten.
Op Verantwoordingsdag heeft uw Kamer het Defensie Projectenoverzicht (DPO, Kamerstuk
27 830, nr. 489 van 20 mei 2026) ontvangen, dat integraal inzicht geeft in de lopende DMP-projecten.
7
Bij de Regeling volledige schadevergoeding (RVS) wordt de schadevergoeding van veteranen
voor 60% van de gevallen te laat afgehandeld: over hoeveel veteranen spreken we hier?
De Algemene Rekenkamer heeft in het rapport «Focus op schadevergoedingen voor veteranen»
aangegeven dat in de periode 2014 tot en met 2024 door 1.482 veteranen een RVS-aanvraag
is ingediend en dat in die periode over ongeveer 650 aanvragen een beslissing is genomen.
De laatste vijf jaar is er per jaar gemiddeld door 172 veteranen een nieuwe RVS-aanvraag
ingediend. Waar in het rapport van de Algemene Rekenkamer is aangegeven dat tussen
2014 en 2024 elk jaar meer aanvragen werden geopend dan gesloten, is in 2025 een kentering
te zien. Vorig jaar zijn er meer aanvragen gesloten (177) dan geopend (162).
8
Welke benodigde investeringen in defensievastgoed zijn niet opgenomen in het Defensie
Lifecycle Plan?
Het Defensie Lifecycle Plan (DLP) bevat de investeringen voor de komende vijftien
jaar. De totale behoeftes zijn omvangrijker dan de financiële ruimte in het DLP en
daarom staan er ook projecten in het Defensie Lifecycle Overzicht. Defensie maakt
in de planning van investeringen continue de afweging tussen de benodigde investeringen,
wat prioriteit heeft en de realiseerbaarheid. De benodigde investeringen in vastgoedbehoeften
zijn op dit moment groter dan het realisatievermogen. Het realisatievermogen wordt
beïnvloed door structurele risico’s, zoals vergunningverlening, stikstofbeperkingen,
netcongestie, beperkte uitvoeringscapaciteit en afhankelijkheid van het RVB.
9
Wat zijn de uitgangspunten in het SVP dat in 2027 aan de Kamer wordt aangeboden?
10
Is in het NPRD rekening gehouden met het SVP van 2023 aangezien het SVP van 2025 ontbrak?
Zo ja, wat zijn de grote verschillen tussen het SVP 2023 en het aanstaande SVP 2027?
Antwoord vraag 9 en 10:
Het Strategisch Vastgoedplan van 2 december 2022 (Kamerstuk 36 124, nr. 12) is nog steeds actueel. We kunnen niet vooruitlopen op het Strategisch Vastgoedplan
dat in 2027 met uw Kamer wordt gedeeld. In ieder geval zullen de inzichten uit de
Periodieke rapportage «Randvoorwaarden» (infrastructuur en vastgoed), die op dit moment
wordt uitgevoerd en waarover uw Kamer in het najaar wordt geïnformeerd, worden meegenomen
in de verdere uitvoeringsplannen van het nieuwe Strategisch Vastgoedplan, zoals op
15 september 2025 is gemeld aan uw Kamer (Kamerstuk 31 516, nr. 49).
11
Wat zijn de onvoorziene kosten in 2025 door de prijsstijging van militair materieel?
In algemene zin stijgen alle prijzen van aan Defensie gerelateerde goederen en diensten.
Door diverse factoren kunnen onvoorzienbare prijsstijgingen plaatsvinden. Het kan
voorkomen dat de kosten op dit moment door specifieke prijsstijgingen en een overspannen
defensiemarkt hoger zijn dan in het verleden. Dit kunnen bijvoorbeeld ontwikkelingskosten
en opstartkosten zijn.
De begroting van Defensie groeit mee met de ontwikkeling van het bbp. Op die manier
blijft geborgd dat het percentage van Defensie-uitgaven als percentage van het bbp
niet daalt. Uit de extra middelen die Defensie ontvangt, moet Defensie zelf de kosten
voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO) dekken. Op deze wijze houdt Defensie rekening
met prijsstijgingen bij alle projecten.
12
Welke tekortkomingen in het munitiebeheer hebben volgens u prioriteit om aangepakt
te worden?
In het verantwoordingsonderzoek 2025 van de Algemene Rekenkamer wordt gesteld dat
het verbeterplan van Defensie concrete acties en een duidelijk tijdpad bevat en van
voldoende kwaliteit is om het munitiebeheer structureel te verbeteren. Defensie richt
zich op vier hoofdzaken binnen het munitiebeheer, namelijk interne regelgeving, capaciteitstekorten,
verbetering van datakwaliteit in SAP en het inrichten van een centraal coördinatiepunt
voor het melden van voorvallen.
Defensie hanteert een gefaseerde, doch overlappende aanpak. Eerst wordt de interne
regelgeving geactualiseerd, daarna wordt een centraal coördinatiepunt voor de melding
van voorvallen ingericht, vervolgens wordt de datakwaliteit in SAP verbeterd en tot
slot worden de capaciteitstekorten aangepakt. Deze volgorde waarborgt dat iedere stap
kan voortbouwen op een solide en (operationeel) fundament, waardoor de algehele veiligheid,
transparantie en effectiviteit van het munitiebeheer substantieel verbetert. Door
de aanpak op te delen in duidelijke deelprojecten realiseert Defensie zowel een gestructureerde
voortgang als gelijktijdige resultaten op al deze kernthema’s.
13
Wanneer verwacht u de E-fase van de projecten Vervanging Onderzeeboten en GrIT aan
de Kamer aan te bieden?
De E-fase is de afrondende fase van een project waarin de eindevaluatie wordt opgesteld.
De start van deze fase zal in overleg met uw Kamer worden bepaald. Artikel 15 van
de Regeling Grote Projecten stelt dat de VCD de Minister verzoekt de eindevaluatie
op te stellen als de commissie van mening is dat het groot project als beëindigd kan
worden beschouwd of de grootprojectstatus om een andere reden eerder kan worden beëindigd.
In de laatst verschenen Grensverleggende IT (GrIT) voortgangsrapportage (Kamerstuk
35 728-25) meldt Defensie bij de macroplanning dat de uitrol eind 2030 gereed zal zijn. Conform
is gemeld in de laatst verschenen voortgangsrapportage van het programma vervanging
onderzeebootcapaciteit (Kamerstuk 34 225-79) dat de levering van de laatste onderzeeboot plaatsvindt in het derde kwartaal van
2037.
14
Hoe beoordeelt u de constatering van de Algemene Rekenkamer dat sprake is van ernstige
tekortkomingen in de rechtmatigheid van verplichtingen?
Volgens de Algemene Rekenkamer is er sprake van een onzekerheid in de rechtmatigheid.
De aanbestedingsregelgeving biedt uitzonderingsmogelijkheden waarvan aanbestedende
diensten, en zo ook Defensie, gebruik kunnen maken en waarvoor strenge criteria gelden.
Een beroep op een uitzonderingsmogelijkheid moet worden onderbouwd en deze onderbouwing
wordt als onderdeel van de verwervingsstrategie opgenomen in het inkoopdossier. Dit
is ook in alle gevallen gebeurd. De Algemene Rekenkamer stelt in het VO 2025 dat de
schriftelijke onderbouwing van inkoopdossiers waarbij een uitzonderingsbepaling van
de Europese aanbestedingsregelgeving van toepassing is, onvoldoende is. De Algemene
Rekenkamer heeft daarom de door haar gecontroleerde dossiers als onzeker in de rechtmatigheid
beoordeeld. Defensie gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek met de Algemene Rekenkamer
en de Auditdienst Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden
te voorkomen. Defensie zoekt daarbij naar een balans tussen verantwoording enerzijds
en het beperken van administratieve lasten en regeldruk anderzijds.
15
Hoe wordt geborgd dat de versnelling van defensie-inkoop niet leidt tot structurele
verzwakking van financiële controlemechanismen?
Defensie zet in op snel én zorgvuldig inkopen. De versnelling van de inkoopprocessen
van Defensie gebeurt daarom risico gestuurd en in nauw overleg tussen inkoop en de
Hoofddirectie Finance & Control (HDFC), die beide zitting hebben in de Taskforce Versnellen
Inkoop binnen Defensie. Eventuele effecten op de financiële controlemechanismen worden
vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de beleidsverantwoordelijke van het financiële
domein.
Ook bij versnelling van de inkoopprocessen wordt elk voorgenomen contract conform
de geldende regelgeving door de financiële lijn getoetst op doel- en rechtmatigheid.
16
Welke gevolgen hebben de geconstateerde tekortkomingen voor toekomstige NAVO-capaciteitsdoelstellingen?
NAVO voert elke vier jaar het NATO-Defence-planningsproces uit. Uit dit proces volgt
op basis van een door de NAVO uitgevoerde survey, van iedere bondgenoot, een review.
De samenvatting van deze review wordt na het zomerreces gedeeld met uw Kamer.
17
Hoe beoordeelt u de spanning tussen de snelle groei van Defensie en beschikbare opleidingscapaciteit?
De spanning tussen de snelle groei van Defensie en beschikbare opleidingscapaciteit
blijft een uitdaging en heeft onze permanente aandacht. Defensie heeft de afgelopen
jaren meerdere maatregelen genomen om de opleidingen te optimaliseren en de opleidingscapaciteit
te vergroten, om te voorkomen dat de opleidingscapaciteit van Defensie de flessenhals
wordt die de groei van de organisatie belemmert.
Zo rationaliseren we de opleidingsvraag (opleiden voor de taak), we flexibiliseren
het onderwijs (modern, flexibel, open, transparant onderwijs) en creëren meer regie
op de opleidingsketen. Daarnaast zoeken we intensief de samenwerking met publiek-private
partijen. In november 2025 is hiervoor met zeven partners uit de civiele opleidingssector
een intentieverklaring getekend. Daar waar mogelijk besteden we opleidingen uit.
18
Welke maatregelen worden genomen om de samenwerking met de Nederlandse defensie-industrie
verder te intensiveren?
Defensie zet met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) in op een
intensievere samenwerking met de Nederlandse industrie, met als doel om het voortzettingsvermogen
van de Nederlandse krijgsmacht te versterken. Meer orders plaatsen bij de Nederlandse
industrie is een van de pijlers in de (D-SII). Dit doet Defensie concreet door vanuit
de behoefte van de krijgsmacht, vaker «industrieversterkend in te kopen» of «launching
customer» te zijn. Dit betekent ook dat Defensie, in plaats van een bestaand product
uit te vragen, vaker het gewenste operationele effect bij de markt uitvraagt. Hierbij
kunnen bedrijven, kennisinstellingen en partners creatieve, kosteneffectieve en technologische
oplossingen bedenken voor de operationele uitdagingen van de krijgsmacht. Daarnaast
zet Defensie nadrukkelijk in op versterking van ecosystemen waarin Defensie, bedrijven
en kennisinstellingen structureel samenwerken. Een voorbeeld hiervan is Defport, waarmee
wordt gewerkt aan een sterkere verbinding tussen operationele behoeften van Defensie
en het innovatie- en productievermogen van de Nederlandse defensiesector. De ambitie
is om via Defport samenwerking te versnellen, kennis en capaciteit beter te bundelen
en innovaties sneller op te schalen richting toepassing binnen de krijgsmacht. Deze
werkwijze wordt in het «drone-domein» al toegepast in de counterdrone challenges binnen
het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS). Defensie onderzoekt hoe
deze werkwijze vaker kan worden toegepast.
19
Kunt u per jaar een overzicht geven van het aantal personen dat is begonnen aan het
dienjaar, het aantal dat vóór het einde van het dienjaar is uitgestroomd en het aantal
dat na afronding van het dienjaar betrokken blijft bij Defensie, uitgesplitst naar
beroepsmilitair en reservist?
De vraag is opgedeeld in drie subvragen, omdat elke subvraag uitgaat van een andere
invalshoek en/of ingangsmoment. Het eerste opkomstmoment van dienjaar was in 2023,
dit is voor subvraag a en b dan ook het eerste jaar dat is meegenomen. Subvraag c
begint bij het jaar 2024, omdat dit gaat over personen die zijn behouden voor de organisatie
(dit is pas na het afronden van Dienjaar).
Subvraag a. Kunt u per jaar een overzicht geven van het aantal personen dat is begonnen
aan het dienjaar?
Bij deze subvraag is gekeken naar het aantal personen dat per jaar is ingestroomd
bij het Dienjaar.
2023
136
2024
479
2025
1.087
2026 (tot juni)
470
Subvraag b. Kunt u per jaar een overzicht geven van het aantal dat voor het einde
van het dienjaar is uitgestroomd?
Bij deze subvraag is gekeken naar het aantal personen dat per jaar is uitgestroomd
tijdens het dienjaar (voor afronding van het dienjaar).
2023
8
2024
43
2025
203
2026 (tot juni)
93
Subvraag c. Kunt u per jaar een overzicht geven van het aantal dat na afronding van
het dienjaar betrokken blijft bij Defensie, uitgesplitst naar beroepsmilitair en reservist?
Bij deze subvraag is gekeken aan het aantal personen dat is behouden voor Defensie,
na afronding van het Dienjaar.
Beroepsmilitair
Reservist
Burger
2024
95
25
1
2025
267
74
3
2026 (tot juni)
186
53
2
20
Klopt het dat dienjaarmilitairen vóór 1 januari 2026 werden aangemerkt als reservist
en per 1 januari 2026 als tijdelijk beroepsmilitair worden aangesteld en ook worden
meegeteld als beroepsmilitair? Zo ja, hoeveel van de nieuwe beroepsmilitairen in 2026
zijn momenteel actief als dienjaarmilitair?
Ja. Tot 1 januari 2026 werden dienjaarmilitairen aangesteld als reservist. Sinds 1 januari
2026 worden zij aangesteld als tijdelijk beroepsmilitair en tellen zij mee in de personeelssterkte
van de beroepsmilitairen.
Van de 2.394 beroepsmilitairen die tot en met 1 mei 2026 zijn ingestroomd, waren er
op die datum 393 actief als dienjaarmilitair. Daarnaast waren op 1 mei 2026 nog 569
dienjaarmilitairen actief als reservist. In totaal waren op die datum 962 dienjaarmilitairen
actief binnen Defensie.
21
Op welk specifiek domein binnen de bedrijfsvoering van Defensie werd een formele «ernstige
onvolkomenheid» vastgesteld die te maken heeft met de locaties van de krijgsmacht?
De ernstige onvolkomenheid werd door de Rekenkamer vastgesteld voor de fysieke beveiliging
van militaire objecten binnen Defensie.
22
Hoeveel procent van de totale verplichtingen (opdrachten) binnen het Ministerie van
Defensie, óf van de rijksbrede fouten en onzekerheden, betreft een directe gunning
waarbij de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat de juridische onderbouwing dossier
technisch tekortschoot?
Over Hoofdstuk X en het DMF tezamen, is Defensie in 2025 voor € 44,2 miljard aan verplichtingen
aangegaan. Volgens de Algemene Rekenkamer schoot bij € 3,6 miljard aan verplichtingen
de onderbouwing van de verwervingsstrategie te kort. Dat is 8% van het totaalaantal
verplichtingen van Defensie en 0,54% van het totaal percentage (1,33%) van de rijksbrede
fouten en onzekerheden bij verplichtingen.
23
Hoe verwacht u concreet op korte termijn veranderingen door te voeren en veteranen
te helpen, aangezien op lange termijn het gehele stelsel van uitkeringen en voorzieningen
wordt herzien, dit project al meerdere jaren loopt en u aangeeft zoveel mogelijk in
de geest van het nieuwe stelsel te gaan werken?
Er zijn al veranderingen doorgevoerd die de zorg en ondersteuning voor veteranen direct
verbeteren. Zo wordt de intake bij veteranen met een zorgvraag vaker gezamenlijk uitgevoerd
door de zorgcoördinator en de maatschappelijk werker. Hierdoor hoeft de veteraan maar
eenmaal zijn verhaal te vertellen en kunnen direct afspraken tussen zorgcoördinator,
maatschappelijk werker en de veteraan worden gemaakt.
Naar aanleiding van de onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en de Veteranenombudsman
naar de uitvoering van de Regeling Volledige Schadevergoeding heeft Defensie erkend
dat de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet onvoldoende verandering hebben gebracht.
Daarom zijn er vorig jaar zes verbetermaatregelen genomen. Een deel van die verbetermaatregelen
zijn inmiddels doorgevoerd: capaciteitsuitbreiding, het werken met een behandelplan
en het toepassen van een interne auditsystematiek. Aan de overige maatregelen wordt
nog gewerkt, te weten de verbetering van communicatiemiddelen, de standaardisering
van schadeposten en de invoering van een digitaal zaakvolgsysteem. Dit blijft een
continu punt van aandacht; Defensie doet wat nodig is om de zorg voor veteranen te
blijven verbeteren.
24
Wat is de totale personeelsdoelstelling van Defensie voor 2030? Kunt u daarbij een
uitsplitsing geven naar beroepsmilitairen, burgerpersoneel en reservisten?
Defensie streeft ernaar om in 2030 te beschikken over ruim 100.000 medewerkers, waarvan
57.000 beroepsmilitairen, 25.000 burgermedewerkers en 20.000 reservisten. Het zwaartepunt
van de groei ligt bij beroepsmilitairen en reservisten, omdat deze categorieën bepalend
zijn voor het operationeel vermogen en het opschalingsvermogen van de krijgsmacht.
Het burgerpersoneel levert een essentiële ondersteunende bijdrage en blijft in omvang
stabiel.
25
Wat is de doelstelling voor het aantal beroepsmilitairen per 31 december 2026, 31 december
2027, 31 december 2028, 31 december 2029 en 31 december 2030?
Defensie werkt toe naar de volgende aantallen beroepsmilitairen. Deze groei maakt
onderdeel uit van de opbouw van een volledig gevuld en schaalbaar personeelsbestand
van circa 100.000 medewerkers in 2030.
Peildatum
Doelstelling beroepsmilitairen
Doelstelling Reservisten
31-dec-26
circa 49.000
circa 10.000
31-dec-27
circa 52.000
circa 12.500
31-dec-28
circa 54.000
circa 15.000
31-dec-29
circa 55.500
circa 18.500
31-dec-30
circa 57.000
circa 20.000
26
Hoeveel burgerpersoneelsleden verwacht u dat Defensie in 2030 in dienst zal hebben?
Defensie verwacht in 2030 te beschikken over circa 25.000 burgerpersoneelsleden.
27
Is het kabinet voornemens te bezuinigen op het burgerpersoneel bij Defensie, en zo
ja, met hoeveel fte en op welke termijn?
Nee. Het kabinet is niet voornemens te bezuinigen op het burgerpersoneel van Defensie.
Burgerpersoneel blijft essentieel voor de ondersteuning en gereedstelling van de krijgsmacht.
28
Met hoeveel procent en in absolute aantallen is het burgerpersoneel bij Defensie gegroeid
in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026?
In de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026 is het aantal burgerfuncties
bij Defensie met 34,9% gegroeid. Dit komt overeen met een toename van 6.853 VTE.
29
Met hoeveel procent en in absolute aantallen is het aantal beroepsmilitairen bij Defensie
gegroeid in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026? Kunt u hierbij
tevens een uitsplitsing maken tussen het totaal inclusief en exclusief dienjaarmilitairen?
Vanaf 1 januari 2026 worden dienjaarmilitairen aangesteld als beroepsmilitair en tellen
zij mee in de personeelssterkte van de beroepsmilitairen. De groei van het aantal
beroepsmilitairen in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2026 is als
volgt:
Situatie
Groei (%)
Groei (aantal)
Inclusief dienjaarmilitairen
10,7%
4.435
Exclusief dienjaarmilitairen
10,1%
4.157
30
Hoeveel personen waren er per 31 maart 2026 werkzaam bij Defensie als burgerpersoneel,
uitgedrukt in hoofden en niet in voltijdsequivalenten?
Per 1 april 2026 waren 28.037 burgers werkzaam bij Defensie, uitgedrukt in aantallen
personen.
31
Hoe reflecteert u op de bevinding van de Algemene Rekenkamer dat het fraude- en corruptiebeleid
onvoldoende geborgd is, terwijl u in antwoorden op eerdere schriftelijke vragen heeft
aangegeven dat dit wel op orde is?
In onder meer het beleid voor inkoop en aanbesteden zijn reeds waarborgen opgenomen
om fraude en corruptie tegen te gaan. Dit is benoemd in de eerdere beantwoording van
vragen van de leden Belhirch en Jagtenberg (beiden D66) over dit beleid in relatie
tot de aanschaf van wapens en munitie (15 april 2026). De Rekenkamer stelt dat het
ontbreekt aan expliciet beleid voor fraude en corruptie en dat risico’s hiervan onvoldoende
duidelijk zijn en beheerst worden. Dit neem ik ter harte. Hiervoor zijn reeds specifieke
beleidsdoelen opgenomen in het recent vastgestelde beleidskader integriteit. Daarnaast
werken wij hard aan het oplossen van de door de Rekenkamer gestelde onvolkomenheid.
Het verbeterplan hiervoor is in de tweede helft van 2026 gereed.
32
Van de tien projecten die in 2025 conform het eigen verbeterplan afgerond hadden moeten
zijn, zijn er slechts drie gerealiseerd: wat is de verklaring voor het uitblijven
van resultaten bij de overige zeven projecten?
Het verbeterplan wordt door een programmaorganisatie in samenwerking met de defensieonderdelen
gerealiseerd. De zeven nog niet afgeronde projecten hebben vertraging opgelopen door
de complexiteit en samenhang van de oorzaken. Een bijvoorbeeld hiervan is de onderlinge
afhankelijkheid tussen vastgoed- en beveiligingsprocessen. Daarnaast was herprioritering
binnen de beschikbare programmacapaciteit noodzakelijk, waardoor de oorspronkelijke
planning niet haalbaar bleek. Het tijdpad van de projecten is inmiddels geactualiseerd,
alle projecten zijn gestart en de programmaorganisatie monitort en stuurt de voortgang.
Het actualiseren van het tijdpad van de projecten heeft geen impact op de doorlooptijd
van het totale verbeterprogramma.
33
Wat is de gemiddelde aankoopprijs van een verkenningsdrone die Defensie heeft verworven
of voornemens is te verwerven?
Defensie verwerft verschillende typen verkenningsdrones, zoals bijvoorbeeld de PUMA-verkenningsdrone.
De kosten van deze systemen verschillen sterk per capaciteit en configuratie, waarbij
de meer complexe systemen zoals de MQ9 doorgaans duurder zijn dan kleine verkenningssystemen.
De gemiddelde prijs laat zich daarom niet eenduidig bepalen en geeft geen representatief
beeld. In het algemeen: MQ-9 kost miljoenen, gecertificeerde verkenningssystemen kosten
tonnen en de kleine verkenningsdrones zitten in de duizenden.
34
Hoeveel middelen worden er de komende vijf jaar uitgetrokken voor de aanschaf van
drones, uitgesplitst per jaar voor de jaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030?
Defensie investeert de komende jaren substantieel in de versterking van onbemenste
capaciteiten, waaronder verschillende typen drones. De voor de aanschaf van drones
beschikbare financiële middelen worden uitgesplitst over verschillende capaciteiten
en projecten, zowel in het land-, lucht- als in het maritieme domein. Er is daarom
geen integraal budget beschikbaar met betrekking tot wat Defensie investeert in de
aanschaf van drones. Met de aanstaande Defensienota 2026 kondigt Defensie additionele
investeringen aan in onbemenste systemen, waaronder drones.
35
Waarom is Defensie er niet in geslaagd een sluitende motivatie te leveren voor de
toepassing van uitzonderingsbepalingen in het kader van de aanbestedingsregels?
Het beroep op een uitzonderingsbepaling op de Europese aanbestedingsregelgeving is
aan strenge criteria gebonden die in de desbetreffende wettelijke bepaling staan beschreven
en/of volgen uit de jurisprudentie. Als Defensie gebruik maakt van een uitzonderingsmogelijkheid
moet dat op een zorgvuldige wijze gebeuren. Dit doet Defensie door in het inkoopdossier
als onderdeel van de verwervingsstrategie een onderbouwing te geven dat aan de toepassingscriteria
van de uitzonderingsbepaling is voldaan. Deze onderbouwing wordt juridisch beoordeeld
en de verwervingsstrategie wordt goedgekeurd in de inkooplijn. De Algemene Rekenkamer
stelt in het VO 2025 dat de schriftelijke onderbouwing van inkoopdossiers waarbij
een uitzonderingsbepaling van de Europese aanbestedingsregelgeving geldt, onvoldoende
is. Defensie gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek met de Algemene Rekenkamer en
de Auditdienst Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden
te voorkomen. Defensie zoekt daarbij naar een balans tussen verantwoording enerzijds
en het beperken van administratieve lasten en regeldruk anderzijds.
36
Lopen er op dit moment juridische procedures tegen het Ministerie van Defensie wegens
het niet of onjuist toepassen van de geldende aanbestedingsregels? Zo ja, om hoeveel
procedures gaat het en wat is de huidige stand van zaken?
Er lopen per 1 juni 2026 vier juridische procedures tegen de Staat (Ministerie van
Defensie) die middels een dagvaarding aanhangig zijn gemaakt wegens het verondersteld
niet of onjuist toepassen van aanbestedingsregels. Dit betreft drie procedures in
kort geding bij de Rechtbank en één bodemprocedure in hoger beroep bij het Gerechtshof.
Geen van deze vier procedures heeft overigens betrekking op de uitzonderingsbepalingen
in het kader van de aanbestedingsregels.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier