Schriftelijke vragen : De rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Asiel en Migratie over de rechterlijke uitspraak dat Nederland niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ingezonden 8 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag waarbij door de
rechtbank is bevestigd dat u niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht
van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese
Unie?1
Vraag 2
Hoe rijmt u de conclusie dat bepaalde provincies in Jemen (zoals Al Mahra en Hadramaut)
«veilig» zijn met de informatie van hulporganisaties, United Nations en VluchtelingenWerk
dat het geweld en de instabiliteit zich over het hele land verspreiden en dat de situatie
onvoorspelbaar blijft?
Vraag 3
Kunt u specifiek aangeven welke bronnen, naast het ambtsbericht, zijn gebruikt om
de afwezigheid van willekeurig geweld in deze gebieden aan te tonen?
Vraag 4
Waarom blijft u vasthouden aan het beleid waarbij humanitaire factoren slechts globaal
worden meegenomen, terwijl de rechter en de Raad van State oordelen dat onvoldoende
in kaart is gebracht hoe humanitaire omstandigheden (zoals hongersnood en gebrek aan
water) het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen van strijdende partijen
en het Europese Hof (arrest CF en DN) een «allesomvattende beoordeling» eist?
Vraag 5
Bent u bereid om, naar aanleiding van de recente rechterlijke uitspraak dat het beleid
niet voldoet aan de eisen van de Raad van State en het Europese Hof, de uitvoering
van het nieuwe beleid (en daarmee de afwijzingen van asielaanvragen) per direct op
te schorten totdat er een deugdelijke, allesomvattende analyse van de humanitaire
situatie ligt?
Vraag 6
Komt er een nieuwe wijziging in het landenbeleid voor Jemen naar aanleiding van bovengenoemde
uitspraken? Zo ja, hoe wordt daarin recht gedaan aan de uitspraken? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 7
Op welke feitelijke informatie baseert u de aanname dat vluchtelingen uit onveilige
gebieden zich duurzaam en veilig kunnen vestigen in de zogenaamd veilige provincies,
gezien de enorme druk op de lokale infrastructuur door de miljoenen interne ontheemden
in Jemen?
Vraag 8
Hoe wordt gegarandeerd dat deze mensen daar niet alsnog in een levensbedreigende humanitaire
situatie terechtkomen?
Vraag 9
Erkent u dat het huidige beleid, waarbij zaken worden aangehouden of afgewezen op
basis van een juridisch wankel fundament, ertoe leidt dat een grote groep Jemenieten
in Nederland in onzekerheid leeft en hun integratie en persoonlijke ontwikkeling ernstig
worden belemmerd?
Vraag 10
Hoe kunt u de Jemenieten in Nederland ondersteunen en faciliteren in hun ontwikkeling
en integratie gedurende deze onzekere tijden?
Vraag 11
Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.