Verslag van een rapporteur : Tussentijds verslag van de rapporteurs over de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)/Omnibus I
36 712 EU-voorstellen: Omnibus I (CSRD & CSDDD) COM (2025) 80 en COM (2025) 81
Nr. 11
TUSSENTIJDS VERSLAG VAN DE RAPPORTEURS
Vastgesteld op 8 juni 2026
Introductie
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHO) heeft
ons aangesteld als rapporteurs voor de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)/Omnibus I.
De CSDDD is een Europese richtlijn die ervoor moet zorgen dat grote ondernemingen
die actief zijn op de Europese interne markt nadelige gevolgen op de mensenrechten
en het milieu in hun waardeketens zoveel mogelijk voorkomen. De CSDDD is op 16 december
2025 aangenomen door het Europees Parlement en moet voor 1 juli 2028 worden geïmplementeerd
in nationale wetgeving.
Wij hebben eerder in het kader van dit rapporteurschap een werkbezoek afgelegd aan
Brussel.1 Vervolgens hebben wij op maandag 9 maart 2026 in de Kamer besloten gesprekken gevoerd
over de CSDDD met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het MVO-steunpunt, de Autoriteit
Consumenten en Markt (ACM), VNO-NCW MKB-NL, MVO Platform, FNV, CNV Internationaal
en Oxfam Novib. Wij brengen hierbij verslag uit van deze gesprekken.
Doel van het rapporteurschap
Het doel van het rapporteurschap is het versterken van de informatiepositie van de
Kamer over de laatste stand van zaken van de inhoud van het CSDDD-deel van het Omnibus
I pakket, de impact ervan op Nederland en de implementatie van de richtlijn in nationale
wetgeving.
1. Gesprek Ministerie van Buitenlandse Zaken, MVO-steunpunt en de ACM
Inleiding
Het eerste gesprek is gevoerd met vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken, het MVO-steunpunt en de ACM. Het ministerie is verantwoordelijk voor de implementatie
van de CSDDD. Het MVO-steunpunt ondersteunt ondernemers met praktische informatie over maatschappelijk verantwoord
ondernemen en due diligence. De ACM wordt bij de implementatie aangewezen als toezichthouder.
Implementatieproces
De implementatie van de CSDDD verloopt langs twee sporen: wetgeving en flankerend
beleid. Het wetgevende spoor betreft implementatiewetgeving, en de aanwijzing van
een toezichthouder. Hiervoor is in 2024 door het Kabinet-Schoof het wetsvoorstel Wet
internationaal verantwoord ondernemen (Wivo) voorbereid. De behandeling hiervan is
gepauzeerd na aanneming van het Omnibus I-voorstel. Het ministerie beziet momenteel
welke toetsen opnieuw nodig zijn. De implementatie van de richtlijn moet uiterlijk
op 1 juli 2028 zijn afgerond. De regering zal de CSDDD «zuiver en lastenluw» implementeren.
Rol MVO-steunpunt
Het MVO-steunpunt heeft een voorlichtende rol bij de CSDDD. Het biedt geen juridisch
bindend advies. Het ondersteunt ondernemingen bij de toepassing («hoe») en licht voor
over de inhoud («wat»). Ook verwijst het door, bijvoorbeeld bij financieringsvragen,
en vertaalt het wetgeving naar begrijpelijke informatie. Momenteel gaan veel vragen
over de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD verplicht ondernemingen om duidelijk te laten zien wat de impact
is van hun bedrijfsactiviteiten. Het gaat daarbij om de effecten op mens, milieu en
klimaat. De CSRD was eveneens onderdeel van het Omnibus-I pakket. Voor de CSDDD en
de anti-dwangarbeid verordening wordt nog afgewacht wat hiervan de concrete gevolgen
zijn voor ondernemingen maar het steunpunt verwacht een toename van vragen. Het steunpunt
wijst daarnaast op regeldruk door verschillen in terminologie tussen wetgeving op
het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen en pleit voor betere samenwerking
tussen toezichthouders.
Rol ACM
De ACM wordt aangewezen als toezichthouder op de uitvoering van de CSDDD. De richtlijn
bevat veel open normen. Volgens de ACM sluit dit aan bij haar bestaande toezichtpraktijk,
maar nadere richtsnoeren van de Europese Commissie zijn wel nodig. De ACM bouwt momenteel
kennis op, onder meer via gesprekken met organisaties zoals ngo’s en het Nationaal
Contactpunt OESO-richtlijnen. Ook benadrukt de ACM het belang van samenwerking tussen
toezichthouders binnen de EU voor een gelijk speelveld. Ook coherentie in het toezicht
met aanpalende due diligence wetten is van belang. Hierover is de ACM met desbetreffende toezichthouders reeds
in gesprek.
De samenwerking met nationale toezichthouders bevindt zich volgens de ACM nog in de
verkenningsfase. Daarbij speelt dat de CSDDD een prioriteringsclausule bevat. Dit
kan in de praktijk tot onduidelijkheid leiden. Krijgen mensenrechten bijvoorbeeld
straks voorrang op milieurechten? De ACM verwacht het toezicht in eerste instantie
vooral lerend vorm te geven, bijvoorbeeld via normerende gesprekken. Daarnaast krijgt
zij nieuwe instrumenten, zoals de corrigerende maatregel onder termijnstelling en
de voorlopige maatregel bij dreigend risico op ernstige en onherstelbare schade inbreuken
op mensenrechten of schade aan het milieu. De benodigde capaciteit wordt nog onderzocht
en daarover zal een inschatting worden gegeven in de nog uit te voeren uitvoeringstoets.
2. Gesprek VNO-NCW/MKB NL
Inleiding
Het tweede gesprek is gevoerd met de vertegenwoordiger van VNO-NCW/MKB Nederland (hierna:
VNO-NCW). VNO-NCW zet zich in voor de belangen van ondernemingen ten aanzien van internationaal
maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Europese harmonisatie en nationale koppen
VNO-NCW heeft zich altijd uitgesproken als voorstander van de CSDDD. VNO-NCW heeft
een duidelijke voorkeur voor bindende IMVO-regels op Europees niveau boven «een lappendeken»
van nationale wetgeving en is daarom kritisch op nationale koppen.
Beoordeling CSDDD en inwerkingtreding
Volgens VNO-NCW zijn in de huidige CSDDD goede stappen gezet ten aanzien van de harmonisatie
van regelgeving, al zijn in de definitieve versie nog wijzigingen doorgevoerd. Deze
hebben volgens VNO-NCW slechts beperkte gevolgen voor het mkb. VNO-NCW is positief
over de verankering van de risico gebaseerde aanpak. Tegelijkertijd zijn bedrijven
verdeeld over het uitstel van de inwerkingtreding: voor sommige bedrijven biedt dit
ruimte, terwijl het voor andere nadelig is vanwege reeds gedane investeringen.
Sectorale aanpak en samenwerking in ketens
VNO-NCW zet daarnaast in op een sectorale aanpak via de SER, waarbij bedrijven, vakbonden,
overheden en ngo’s via sectorovereenkomsten samenwerken om misstanden in ketens aan
te pakken. De CSDDD biedt hiervoor volgens VNO-NCW voldoende aanknopingspunten.
Samenhang met andere Europese regelgeving
Ten aanzien van de samenhang met andere regelgeving merkt VNO-NCW op dat de anti-dwangarbeid
verordening verder gaat dan de CSDDD. [Schrappen: onder meer door de omgekeerde bewijslast].
Ondernemingen moeten zelf aantonen na gegronde verdenking dat er geen sprake is van
dwang of kinderarbeid in de keten. Over de ontbossingsverordening stelt VNO-NCW dat
de richtsnoeren van de Europese Commissie niet altijd toereikend zijn.
Gevolgen voor het mkb en regeldruk
Hoewel het zogenoemde «trickle down»-effect door de aangepaste reikwijdte van de CSDDD
is verminderd, blijft er sprake van aanzienlijke informatie-uitvraag van grote bedrijven
richting het mkb. VNO-NCW benadrukt daarom het belang van sectorale afstemming en
standaardisatie van uitvragen om de regeldruk voor het mkb te beperken.
Belang Europese richtsnoeren
Tot slot onderstreept VNO-NCW het belang van duidelijke en uniforme richtsnoeren van
de Europese Commissie. Dit draagt bij aan rechtszekerheid en een consistente handhaving
door nationale toezichthouders binnen de EU.
3. Gesprek MVO Platform, FNV, CNV Internationaal en Oxfam Novib
Inleiding
Het derde gesprek is gevoerd met vertegenwoordigers van het MVO Platform, de FNV,
CNV Internationaal en Oxfam Novib. Deze organisaties zetten zich in voor internationaal
maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Algemene aandachtspunten
De vertegenwoordigers benadrukten dat er bij de implementatie van de CSDDD nationale
beleidsruimte bestaat om ondernemingen buiten de huidige reikwijdte te betrekken.
Daarnaast werd een gebrek aan beleidscoherentie binnen het Ministerie van Buitenlandse
Zaken gesignaleerd. De FNV onderstreepte het belang van betrokkenheid van stakeholders,
onder meer via een openbare internetconsultatie. Oxfam Novib adviseerde te kijken
naar ervaringen in andere landen, zowel binnen als buiten Europa. Indonesië, Zuid-Korea
en Thailand hebben ook wetgeving in ontwikkeling.
Productielanden
Ook werd gewezen op het belang van het betrekken en informeren van bedrijven, vakbonden
en maatschappelijke organisaties in productielanden. De wetgeving heeft volgens de
vertegenwoordigers pas impact als lokale organisaties betekenisvol geconsulteerd worden.
Daarvoor is capaciteitsopbouw, zoals training over wat de CSDDD inhoudt aan vakbonden,
maatschappelijke organisaties of leveranciers in productielanden nodig.
Beleidsruimte en nationale invulling
Volgens de vertegenwoordigers bestaat er ruimte voor nationale keuzes, onder meer
bij de reikwijdte, definities, civiele aansprakelijkheid, drempelwaarden en klimaat.
Ook op het gebied van toezicht en sancties is er beleidsruimte. Zij benadrukten dat
deze ruimte benut kan worden om regelgeving te verbeteren. Tegelijkertijd werd gewezen
op het risico van uiteenlopende nationale invullingen en het belang van afstemming
met bestaande kaders, zoals de OESO-richtlijnen.
Rol NCP en toezicht
De rol van het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP) werd als belangrijk aangemerkt.
Het NCP toetst op de naleving van de OESO-richtlijnen en kan via bemiddeling bijdragen aan oplossingen. De uitkomsten van deze
procedures kunnen relevant zijn voor het toezicht door de ACM. De vertegenwoordigers
wezen op verschillen tussen het NCP en de ACM, met name in aanpak en doelstelling,
bijvoorbeeld ten aanzien van het bemiddelingstraject. Zij benadrukten dat hier bij
de inrichting van het toezicht rekening mee moet worden gehouden.
Samenhang anti-dwangarbeidverordening
De verhouding tussen de CSDDD en de anti-dwangarbeidverordening kwam eveneens aan
bod. De verordening richt zich primair op het weren van producten van de Europese
markt, terwijl de CSDDD ziet op het aanpakken van misstanden in ketens. Ook werd gewezen
op verschillen in reikwijdte, zo geldt de anti-dwangarbeid verordening voor alle bedrijven,
maar niet voor niet diensten of seksuele uitbuiting.
Vergelijking buitenland
Vervolgens kwam de vraag aan bod hoe het contact verloopt van de vertegenwoordigers
met organisaties in het buitenland en wat de Kamer kan leren van andere landen. Oxfam
Novib gaf aan dat Nederland eerder als eerste lidstaat een openbare concept-implementatiewet
publiceerde, waardoor vergelijking met andere landen nog beperkt mogelijk is. Wel
wees Oxfam Novib erop dat verschillen tussen lidstaten zullen ontstaan, omdat bestaande
nationale wetgeving invloed heeft op de implementatie. Daarbij geldt het non-regressiebeginsel
waarbij lidstaten hun beschermingsniveau niet mogen verlagen. CNV Internationaal gaf
aan dat Indonesië eigen wetgeving op dit terrein heeft ontwikkeld, met een lagere
drempel: de regels gelden in dat land voor ondernemingen met meer dan 2.000 werknemers.
Klimaattransitieplannen
Vervolgens kwam het schrappen van de verplichting tot het opstellen van klimaattransitieplannen
in de CSDDD aan bod. Oxfam Novib gaf aan dat het milieu wel onderdeel blijft van de
due diligence-verplichtingen. Daarnaast kunnen sommige klimaatschendingen onder omstandigheden
ook als mensenrechtenschendingen worden aangemerkt, al gaat het daarbij om indirecte
schendingen. Voor Oxfam Novib is het schrappen van de verplichting aanleiding om sterker
in te zetten op flankerend beleid op dit terrein.
Civiele aansprakelijkheid
Tot slot kwam het vervallen van de civiele aansprakelijkheid en de ruimte voor collectieve
claims in de Omnibus-I aan bod. Maatschappelijke organisaties zijn als vertegenwoordigende
partijen uit de CSDDD geschrapt, vakbonden zijn wel in de CSDDD opgenomen. Volgens
de vertegenwoordigers vergt de rol van ngo’s daarom nationale implementatie. De vertegenwoordigers
gaven aan dat het ontstane angstbeeld in het publieke debat rond civiele aansprakelijkheid
niet terecht is. Het starten van een procedure is kostbaar, complex en vaak een laatste
escalatie waardoor slachtoffers voor een dergelijke interventie veelal bijstand van
vakbonden en ngo’s nodig hebben. De vertegenwoordigers gaven aan dat steun aan vakbonden
en ngo’s daarom essentieel is.
Vervolg van het rapporteurschap
Wij zullen voor de zomer een gesprek voeren met het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen
om onze informatiepositie verder te versterken. Hier zal de commissie eveneens een
verslag van ontvangen. Daarnaast ontvangt de commissie op korte termijn een (actualisatie
van de) juridische analyse van de staf van de Wet zorgplicht kinderarbeid, de CSDDD
en de anti-dwangarbeidverordening.
Kröger Van Ark Ceder
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Suzanne Kröger, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Don Ceder, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Elles van Ark, Tweede Kamerlid