Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Sneller en Synhaeve over het bericht 'De Raad van State spreekt van een ‘Tirannie van het hedendaagse’
Vragen van de leden Sneller en Synhaeve (beiden D66) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «De Raad van State spreekt van een «Tirannie van het hedendaagse» en benadrukt noodzaak van langetermijnbeleid» (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 8 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1849.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «De Raad van State spreekt van een «Tirannie
van het hedendaagse» en benadrukt noodzaak van langetermijnbeleid»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de belangen van toekomstige generaties vaak onvoldoende zijn
gewaarborgd bij de totstandkoming van beleid?
Antwoord 2
Binnen elke politieke besluitvorming is er sprake van een belangenafweging, ook de
belangen van toekomstige generaties worden hierin meegenomen.
De afgelopen periode is er een aantal verschillende acties ondernomen om ervoor te
zorgen dat het belang van toekomstige generaties in de totstandkoming van beleid nog
beter wordt meegenomen. Ik licht die acties hieronder toe.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten hoe de belangen van toekomstige generaties momenteel worden meegewogen
bij de totstandkoming van nationaal beleid?
Antwoord 3
Binnen de rijksdienst is er aandacht voor het belang van een stevige lange termijn
oriëntatie in beleid en besluitvorming. De maatschappelijke opgaven waar Nederland
voor staat, vragen om beleid dat niet alleen inspeelt op actuele vraagstukken, maar
ook rekening houdt met ontwikkelingen die zich over langere tijd voltrekken en met
de gevolgen van keuzes voor toekomstige generaties. De afgelopen jaren is deze ambitie
verder geconcretiseerd in verschillende instrumenten, trajecten en werkwijzen.
Een belangrijke basis daarvoor is het Beleidskompas, de verplichte werkwijze voor
beleidsontwikkeling binnen de Rijksoverheid. Het Beleidskompas ondersteunt beleidsmakers
bij het zorgvuldig doorlopen van de stappen van beleidsvorming, waaronder het in beeld
brengen van gevolgen, alternatieven en betrokken belangen. Eind 2025 is het Beleidskompas
uitgebreid met een verwijzing naar de nieuw ontwikkelde «Leidraad Toekomstgericht
Beleid: Een praktische gids voor de Rijksoverheid». Deze leidraad helpt beleidsmakers
om langetermijneffecten en intergenerationele impact explicieter mee te wegen in de
ontwikkeling van beleid. Ter ondersteuning daarvan biedt de Toolbox Toekomstgericht
Beleid2 een praktische verzameling methoden, trainingen en voorbeelden. Ik licht dit nader
toe bij het antwoord op vraag 5.
Daarnaast faciliteert de WRR via het project De toekomst in beleid dat beleidsmakers meer grip kunnen krijgen op de keuzes van nu door zekerheden voor
2050 te onderzoeken. Het gaat dan over gegevenheden of ontwikkelingen waarmee ons
land onherroepelijk wordt geconfronteerd. Het meest bekende voorbeeld hiervan is vergrijzing.
Voor tal van beleidsterreinen heeft dit gevolgen.
Ook het SGO (Overleg van Secretarissen-Generaal) heeft deze ambitie nadrukkelijk opgepakt.
In zijn laatste brief3 aan de informateur stelt het SGO dat het de komende jaren actief wil investeren in
tijd en ruimte om lange termijn ontwikkelingen structureel te agenderen en te betrekken
bij beleidsvorming. Het doel is dat lange termijn perspectieven niet incidenteel,
maar vanzelfsprekend onderdeel zijn van beleidsontwikkeling, prioritering en besluitvorming.
Mede om die reden is ABDTOPConsult gevraagd om een advies dat, in samenhang met het
WRR-project, op een praktische en uitvoerbare manier helpt om deze beweging te versnellen
en duurzaam te verankeren.
Daarnaast dragen Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO) bij aan het langetermijndenken
binnen de rijksdienst. IBO’s ontwikkelen beleidsopties voor belangrijke beleidsterreinen
en bieden onafhankelijke ambtelijke analyses van complexe maatschappelijke vraagstukken
die vaak meerdere kabinetsperiodes overstijgen. Zo onderzoeken het IBO Vereenvoudiging
sociale zekerheid en het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur hoe beleid toekomstbestendig
kan worden ingericht. Een ander voorbeeld is het IBO Ouderenzorg «niets doen is geen
optie». Hierin is beschreven dat het huidige beleid leidt tot onhoudbare situaties
in de toekomst. Naast het signaleren van het probleem worden ook beleidsopties beschreven
om de ouderenzorg op lange termijn houdbaar te houden.
Met deze instrumenten, analyses en opdrachten wordt beoogd het lange termijn denken
steviger en structureler te verankeren in de strategische beleidsontwikkeling. Daarmee
wordt ook beter geborgd dat de belangen van toekomstige generaties zichtbaar worden
meegewogen bij de totstandkoming van beleid.
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten welke onafhankelijke instanties de Rijksoverheid momenteel adviseren
over de gevolgen van beleid voor toekomstige generaties?
Antwoord 4
Nederland beschikt over onafhankelijke adviesraden die bij wet zijn ingesteld om regering
en parlement gevraagd en ongevraagd te adviseren. De Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR) heeft de wettelijke taak om de onafhankelijk, op wetenschap
gebaseerd advies te geven over ontwikkelingen die de samenleving op de lange termijn
kunnen beïnvloeden. Onder de Kaderwet adviescolleges vallen daarnaast diverse strategische
adviesraden die onafhankelijk maar betrokken adviseren op de hoofdlijnen van beleid
in het domein dat zij bestrijken, met een oriëntatie op de (middel)lange termijn.4 Dit biedt ruimte om, ongevraagd of op verzoek van regering of parlement, aandacht
te besteden aan de lange termijn en de gevolgen van beleid voor toekomstige generaties.
Van deze mogelijkheid wordt ook gebruik gemaakt.5
Net als de Raad van State vind ik daarnaast dat ook kennisinstellingen, de planbureaus
en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) belangrijk zijn voor het
ontwikkelen van toekomstgericht beleid, omdat zij (onder meer) onderzoek doen naar
langetermijnopgaven Ook benoemt de Raad van State dat de diverse Hoge Colleges van
Staat, waaronder de Raad zelf, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman met
rapportages en bevindingen een bijdrage leveren aan het langetermijndenken.
Vraag 5
In hoeverre is de generatietoets zoals voorgesteld in de motie-Segers/Jetten (Kamerstuk
35 300, nr. 24) inmiddels structureel onderdeel van het beleidsproces van de Rijksoverheid?
Antwoord 5
Sinds eind 2025 verwijst het Beleidskompas, zijnde de verplichte werkwijze voor beleidsontwikkeling
binnen de Rijksoverheid, naar de «Leidraad Toekomstgericht Beleid: Een praktische
gids voor de Rijksoverheid». De leidraad bevat drie methoden om langetermijneffecten
en intergenerationele impact mee te wegen bij beleidsontwikkeling: de Generatiescan,
de «Toekomst aan Tafel» en de Generatietoets. De Generatiescan is een snelle check
op mogelijke effecten voor toekomstige generaties. «De Toekomst aan Tafel» is een
participatieve methodiek om de stem van toekomstige generatief actief te betrekken.
De Generatietoets is een verdiepende analyse voor beleidsvoorstellen waarbij significante
intergenerationele effecten te verwachten zijn, zoals grote infrastructuurprojecten,
hervormingen van het pensioenstelsel of beleid met substantiële gevolgen voor de staatsschuld.
Vraag 6
Bent u bereid het aanstellen van een Nationale ombudsman voor toekomstige generaties
te verkennen?
Antwoord 6
Het uitgangspunt dat er oog moet zijn voor de lange termijn en belangen van toekomstige
generaties onderschrijf ik. In juli 2025 hebben de leden Sneller (D66) en Chakor (GL-PVDA)
een motie ingediend die eveneens zag op het verkennen van de mogelijkheden voor het
aanstellen van een Nationale ombudsman voor toekomstige generaties. In reactie op
die motie heeft het kabinet toen onder meer aangegeven dat gewerkt wordt aan een instrumentarium
dat ook het belang van toekomstige generaties zou moeten borgen. Inmiddels is de «Leidraad
Toekomstgericht beleid» onderdeel van het Beleidskompas geworden en daarmee in werking
getreden. Ook wijs ik op de overige activiteiten die in het antwoord op vraag 3 zijn
beschreven.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de plannen van de Europese Commissie voor een Strategy of Intergenerational Fairness?6
Antwoord 7
Het kabinet verwelkomt de Europese inzet op intergenerationele rechtvaardigheid. De
strategie is in maart 2026 officieel gepresenteerd door de Europese Commissie en heeft
als doel om langetermijn denken te incorporeren in het maken van beleid in de gehele
Europese Unie. De strategie is niet-bindend en legt daarmee geen wettelijke verplichting
op aan de EU-lidstaten. De strategie is voorgelegd in de Raad Buitenlandse Zaken,
waarin Onze Minister van Buitenlandse Zaken bijeenkomt met alle Ministers van Buitenlandse
Zaken van alle EU-lidstaten.
Vraag 8
Bent u bereid om naar aanleiding van het plan van de Commissie ook een Nederlandse
intergenerationele rechtvaardigheidsstrategie te ontwikkelen?
Antwoord 8
Intergenerationele afwegingen maken al onderdeel uit van bestaande beleids- en besluitvormingsprocessen.
Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang met lopende trajecten op het gebied van
demografie, overheidsfinanciën, brede welvaart en lange termijn beleid.
Het kabinet verwelkomt de Europese strategie en ziet deze als bevestiging van de ingeslagen
weg. De kern van een intergenerationele rechtvaardigheidsstrategie is voor Nederland
al geborgd via de «Leidraad Toekomstgericht Beleid», verankerd in het Beleidskompas.
Daarnaast wijs ik op de overige activiteiten die in het antwoord op vraag 3 zijn beschreven.
Voorts zijn langjarige beleidsprogramma’s ook voorbeelden van nationale activiteiten
die het belang van toekomstige generaties meewegen. Het Nationaal Deltaprogramma bijvoorbeeld
legt vast hoe de overheid Nederland nu en in de toekomst beschermt tegen overstromingen,
zorgt voor voldoende zoet water en werkt aan een klimaatbestendige inrichting van
het land. Het Programma Energiehoofdstructuur brengt in kaart welke nationale energie-infrastructuur
richting 2050 nodig is en waar die kan worden gerealiseerd.
Op het gebied van langdurige zorg komt het toekomstgerichte perspectief ook terug.
Eerder is met veel partijen binnen het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor
Ouderen (WOZO) gewerkt aan de langjarige houdbaarheid en kwaliteit van wonen, ondersteuning
en zorg die aansluit bij de voorkeuren van ouderen zelf. Dit programma is opgevolgd
door het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Het Beleidskompas was de centrale werkwijze
van dit akkoord waardoor ook ouderen en hun netwerk zijn betrokken. Hieruit zijn voor
de lange termijn rode draden geformuleerd die leidend zijn voor de toekomst van de
ouderenzorg. Daarnaast laat het kabinet het RIVM onderzoek doen naar de lange termijn
vraagontwikkeling in de ouderenzorg.7
De voorstellen van de Commissie kunnen bijdragen aan verdere reflectie op de wijze
waarop toekomstige generaties structureel worden meegenomen in beleid. Het kabinet
zal bezien welke lessen en aanknopingspunten uit het Europese traject relevant zijn
voor de Nederlandse context en hoe deze kunnen aansluiten bij bestaande nationale
instrumenten en beleidsprocessen.
Vraag 9
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.