Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de weigering van een gerichte aanpak van sektes
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de weigering van een gerichte aanpak van sektes (ingezonden 29 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 8 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1966.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat Twentse burgemeesters zich teleurgesteld
voelen over het uitblijven van een gerichte aanpak van sektes?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke concrete vragen, signalen en hulpvragen hebben deze burgemeesters bij u neergelegd
en waarom hebben deze niet geleid tot aanvullende maatregelen?
Antwoord 2
Deze burgemeesters hebben een oproep gedaan om specifieke wetgeving tegen sektarisch
misbruik te ontwikkelen en een landelijk meldpunt in te stellen met mandaat voor opvolging
en procesregie. In mijn reactie aan de burgemeesters heb ik toegelicht wat er in juridische
zin mogelijk is, zie het antwoord op vraag 6, en welke maatregelen er worden en zijn
genomen, zoals de strafbaarstelling van psychisch geweld. Ook heb ik toegelicht dat
er beter ingespeeld kan worden op de behoeften van slachtoffers en hun naasten die
te maken hebben met misstanden in gesloten groepen. Om die reden is in juli 2025 in
het kader van een pilot met financiering van het Ministerie van Justitie en Veiligheid
het Hulppunt Onder Controle (HOC) geopend door expertise- en behandelcentrum Fier.
Hiermee is er één herkenbaar punt voor hulp en doorverwijzing aan slachtoffers van
onveiligheid en dwingende controle in (gesloten) groeperingen.
Vraag 3
Hoeveel meldingen en signalen van mogelijke sektarische misstanden zijn de afgelopen
vijf jaar landelijk geregistreerd? Is er sprake van een stijgende trend?
Antwoord 3
Het begrip «sektes» kent geen duidelijke, breed gedragen, definitie. Mede als gevolg
hiervan kunnen er geen eenduidige cijfers uit de politiesystemen worden gehaald. De
cijfers van het aantal hulpvragen bij het Hulppunt Onder Controle (HOC) van Fier bieden
enigszins inzicht in de omvang van sektarische misstanden. HOC biedt sinds juli 2025
online hulpverlening voor slachtoffers die in een dwingende groep zitten of hebben
gezeten, en voor hun naasten die zich zorgen maken. In de eerste drie kwartalen na
livegang (t/m maart 2026) heeft het hulppunt zo’n 480 gesprekken gevoerd met ruim
200 unieke chatters. Daarbij hebben ruim 50 van deze chatters meer dan één gesprek
gevoerd. In de 480 gesprekken zijn door chatters meer dan 60 verschillende (unieke)
groeperingen genoemd. Dit aantal zal daadwerkelijk hoger liggen, omdat niet alle slachtoffers
bij het HOC terechtkomen en de meeste chatters niet aangeven met welke groepering
zij te maken hebben of hebben gehad.
Vraag 4
Deelt u de zorgen van deze burgemeesters dat gemeenten onvoldoende handelingsperspectief
hebben bij vermoedens van psychische dwang, manipulatie en uitbuiting binnen sektes?
Antwoord 4
Nee, die zorgen deel ik niet. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
(CCV), dat mede door het Ministerie van Justitie en Veiligheid gefinancierd wordt,
heeft veel kennis en ervaring om (problematiek binnen) gesloten netwerken in kaart
te brengen en ondersteunt ook burgemeesters, gemeenten en ketenpartners bij het vormgeven
van de regierol. Daarbij kan tevens worden aangesloten op bestaande (regionale) structuren,
waaronder zorg- en veiligheidshuizen en Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s)
waar de problematiek binnen gesloten netwerken de integrale aanpak van ondermijnende
criminaliteit raakt. Deze overlegstructuren hebben met de inwerkingtreding van de
Wet gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (Wgs) op 1 januari 2025 de mogelijkheid
om informatie uit te wisselen tussen de deelnemende partners en tussen regio’s. Gemeenten
beschikken daarnaast over een aantal algemene instrumenten waarmee tegen bepaalde
overtredingen kan worden opgetreden, zoals bijvoorbeeld het opleggen van een last
onder dwangsom bij het overtredingen van bijvoorbeeld de APV of bouwvoorschriften.
Vraag 5
Bent u zich ervan bewust dat er bredere maatschappelijke onrust bestaat over dit fenomeen
en het ervaren gebrek aan beleid en aanpak? Hoe weegt u deze signalen?
Antwoord 5
Ik ben me goed bewust van de onrust die sekten teweeg kunnen brengen en het hierover
afgegeven signaal door de Twentse burgemeesters. Hoewel het een complex onderwerp
is, is de verwachting dat de strafbaarstelling van psychisch geweld en het hulppunt
een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van de problematiek.
Vraag 6
In hoeverre biedt het huidige juridische kader voldoende mogelijkheden om tegen dit
soort praktijken op te treden? Hoe vaak is daar succesvol gebruik van gemaakt?
Antwoord 6
De overheid kan optreden wanneer (personen binnen) gesloten groeperingen de grenzen
van de wet overschrijden, bijvoorbeeld door zich schuldig te maken aan strafbare feiten
zoals dwang, misleiding, lichamelijk, psychisch en/of seksueel geweld of financieel
misbruik. In dergelijke gevallen biedt het strafrecht de mogelijkheid om op te treden
en slachtoffers te beschermen. De beoogde afzonderlijke strafbaarstelling van psychisch
geweld kan hieraan bijdragen, zoals in het antwoord op vraag 7 is toegelicht.
Naast strafrechtelijke mogelijkheden beschikt Nederland over een aanvullend wettelijk
instrumentarium om verenigingen te verbieden en te ontbinden. Dit is geregeld in artikel 2:20
van het Burgerlijk Wetboek. In de voortgangsbrief Slachtofferbeleid die voor de zomer
naar de Kamer wordt gestuurd, wordt nogmaals bezien wat er wel en niet mogelijk is
met betrekking tot de motie van de leden Van Nispen (SP) en Michon-Derkzen (VVD) om
te onderzoeken hoe mensen beter beschermd kunnen worden tegen sektes.2
Voor het begrip «sekte» bestaat echter geen eenduidige en objectieve definitie. Er
worden in de strafrechtketen geen cijfers over bijgehouden.
Vraag 7
In hoeverre is het wetsvoorstel inzake strafbaarstelling van psychisch geweld mede
bedoeld om misstanden binnen sektes aan te pakken?
Antwoord 7
Op 10 juli 2025 is, samen met de brief over de voortgang van de prioriteiten uit het
plan van aanpak «Stop femicide!», een beschrijving van de contouren van de strafbaarstelling
van psychisch geweld naar de Tweede Kamer gestuurd.3 Hierin is het voornemen aangekondigd om een zelfstandige strafbaarstelling van dwingende
controle te introduceren. Deze strafbaarstelling is niet beperkt tot gevallen waarin
een bepaalde relatie bestaat tussen de dader en het slachtoffer (bijvoorbeeld partnerschap).
Dit betekent dat ook als binnen een gesloten groep sprake is van dwingende controle,
dit strafbaar kan zijn op grond van de nieuwe strafbaarstelling.
Vraag 8
Wanneer wordt dit wetsvoorstel aan de Kamer aangeboden?
Antwoord 8
Het streven is om het wetvoorstel voor de zomer van 2026 in consultatie te geven.
Vraag 9
Welke zorg en ondersteuning wordt momenteel aan slachtoffers van sektes geboden? Acht
u deze voldoende, mede gelet op de signalen van gemeenten en ervaringsdeskundigen?
Antwoord 9
Fier is in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op 1 juni 2024 gestart
met een 2,5-jarige pilot om een hulppunt in te richten. Met het Hulppunt Onder Controle
(HOC), waar slachtoffers en hun naasten sinds 1 juli 2025 terechtkunnen voor online
hulpverlening, is er een herkenbare plek waar signalen van onveiligheid en dwingende
controle binnen (gesloten) groeperingen samenkomen en waar kennis en expertise voorhanden
is om informatie te verstrekken en hulpverlening te bieden gerelateerd aan problematiek
binnen dwingende (gesloten) groeperingen. Het hulppunt van Fier investeert in onderzoek
en het ontwikkelen van expertise op het gebied van onveiligheid en dwingende controle
in (gesloten) groeperingen, met als doel een landelijke kennisfunctie te creëren.
Verworven kennis en bestaande kennis uit de praktijk vormt de basis voor het hulppunt
en de gerichte, onderbouwde inzet van hulpprofessionals die betrokken zijn bij de
online hulpverlening.
Het hulppunt is erop gericht dat slachtoffers in verschillende fases bij het hulppunt
terecht kunnen – als zij al recent of langer geleden bij de groepering weg zijn, maar
ook als zij twijfelen over (de veiligheid binnen) hun groepering en nog steeds bij
een groep betrokken zijn. Ook naasten van (potentiële) slachtoffers kunnen met hun
zorgen terecht bij het hulppunt. Op de website van het HOC kunnen gebruikers informatie
vinden over mogelijke kenmerken van dwingende groeperingen, ervaringen van andere
slachtoffers en hoe en waarvoor mensen hulp kunnen krijgen. Via de website kunnen
gebruikers ook veilig, vertrouwelijk en kosteloos chatten met Fier, waar ze van hulpverleners
een luisterend oor, advies en professionele hulp ontvangen. Chatgebruikers kunnen
een account aanmaken, zodat ze op hun eigen gewenste moment meerdere keren terug kunnen
komen voor hulp. De chat staat in verbinding met hulpverleningspartners en (opsporings)instanties,
zodat er mogelijk verbinding kan worden gemaakt met offline ondersteuning indien zij
dat wensen.
Sinds de start van het HOC is er met ruim 200 hulpvragers contact geweest, wat erop
duidt dat er in ieder geval slachtoffers en naasten zijn die het hulppunt weten te
vinden. In juni en september 2026 houdt Fier een online campagne om de naamsbekendheid
van het HOC te vergroten en geïnteresseerden en (potentiële) hulpvragers door te leiden
naar de website waardoor meer mensen geïnformeerd raken over de hulp die het hulppunt
biedt en eventueel een chat kunnen opstarten. In het najaar van 2026 wordt de evaluatie
van de pilot bij Fier opgeleverd. Als de pilot succesvol blijkt te zijn, is het streven
om de hulp- en kennisfunctie van het hulppunt duurzaam in te richten.
Vraag 10
Bent u bereid om, mede naar aanleiding van de oproep van deze burgemeesters en eerdere
verzoeken vanuit de Kamer, aanvullend onderzoek te doen naar de aard en omvang van
sektarische problematiek in Nederland, de effectiviteit van huidige instrumenten en
de vraag welke aanvullende maatregelen nodig zijn?
Antwoord 10
Gelet op de hiervoor toegelichte maatregelen die zijn en worden getroffen zie ik op
dit moment geen noodzaak om nader onderzoek te doen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.