Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over het bericht dat het toeslagenstelsel duur, inefficiënt en schuldenveroorzakend is
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Staatssecretarissen van Financiën over het bericht dat het toeslagenstelsel duur, inefficiënt en schuldenveroorzakend is (ingezonden 18 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 5 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat het aantal huishoudens met langdurige toeslagenschulden
sinds corona sterk is toegenomen en dat in 2023 circa 658.000 keer toeslagen moesten
worden teruggevorderd?1
Antwoord 1
Ja dat ben ik. Dit aantal betreft het aantal hoge terugvorderingen in 2023. Voor het
jaar 2024 is dat gedaald naar 576.000.
Vraag 2
Hoeveel huishoudens kampen momenteel met problematische schulden als gevolg van terugvorderingen
van toeslagen en hoeveel mensen vragen toeslagen waar zij recht op hebben bewust niet
aan uit angst voor terugbetalingen?
Antwoord 2
Het CBS brengt in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
periodiek kwantitatieve informatie over schuldenproblematiek in Nederland in beeld.2 Daarbij wordt ook naar problematische schulden gekeken. Eén van de definities hierbij
is: «Heeft langer dan 27 maanden een toeslagschuld van totaal minimaal 50 euro openstaan». Begin 2025 ging dat om 177.000 huishoudens.
Dienst Toeslagen rapporteert daarnaast periodiek over het niet-gebruik van toeslagen
via de Monitor niet-gebruik toeslagen.3 Deze monitor geeft inzicht in de omvang van het geschatte niet-gebruik per toeslag
en de kenmerken van huishoudens die mogelijk recht hebben op een toeslag, maar deze
niet aanvragen. Het geschat niet-gebruik in huishoudens bedraagt volgens de monitor
12% voor de zorgtoeslag, 11% voor de huurtoeslag, 8% voor het kindgebonden budget
en 3% voor de kinderopvangtoeslag.4 Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar factoren die kunnen bijdragen aan niet-gebruik
van toeslagen. Uit onderzoek blijkt dat verschillende factoren een rol kunnen spelen
bij het niet aanvragen van toeslagen, waaronder onzekerheid over het recht op een
toeslag, de complexiteit van het toeslagenstelsel en zorgen over mogelijke terugbetalingen.
De bestaande monitor en onderzoeken brengen echter niet specifiek in beeld in hoeverre
angst voor terugvorderingen een doorslaggevende reden is om af te zien van een aanvraag.
Het is niet bekend hoeveel mensen toeslagen waarop zij recht hebben bewust niet aanvragen
vanwege het risico op terugbetalingen.
Vraag 3
Erkent u dat het huidige toeslagenstelsel voor veel Nederlanders te ingewikkeld, onzeker
en stressverhogend is en bovendien een armoedeval kan creëren doordat mensen toeslagen
verliezen zodra zij meer gaan werken of verdienen?
Antwoord 3
Ik ben het met lid Moinat eens dat het toeslagenstelsel complex is. Door de inkomensafhankelijkheid
van belastingen en toeslagen kunnen onverwachtse veranderingen in het inkomen gedurende
het jaar leiden tot meer of minder recht op bijvoorbeeld toeslagen. Door de vermogensgrens
kan iemand door een paar euro teveel spaargeld het recht op toeslagen zelfs helemaal
verliezen. Dit draagt niet bij aan de voorspelbaarheid van onder meer toeslagen waardoor
er onwenselijke situaties kunnen ontstaan en mensen er ook voor kiezen om geen toeslag
meer aan te vragen. Mensen weten niet goed waar ze aan toe zijn waardoor zij bijvoorbeeld
minder gaan werken. Datzelfde geldt voor een onoverzichtelijk belastingstelsel. Door
de complexiteit van het stelsel weten belastingplichtigen niet goed wat hun marginale
druk is en daardoor wat het oplevert om meer te gaan werken. Het is mijn ambitie om
het systeem eenvoudiger, duidelijker en rechtvaardiger te maken. Hierbij streef ik
ernaar het niet gebruik van toeslagen terug te dringen en het terugvorderen van toeslagen
zoveel mogelijk te voorkomen
Vraag 4
Hoeveel geld wordt jaarlijks uitgegeven aan de uitvoering, controle, handhaving en
administratieve verwerking van toeslagen en hoeveel geld gaat verloren door fraude,
fouten en uitvoeringskosten?
Antwoord 4
Op de begroting van het Ministerie van Financiën staat aan uitvoeringskosten voor
Dienst Toeslagen een bedrag van € 178 mln. begroot voor 2026. De uitvoeringskosten
die betrekking hebben op de hersteloperatie zijn hierin niet meegenomen. Er is geen
aparte onderverdeling naar controle, handhaving en administratieve verwerking. De
kosten die de Belastingdienst maakt voor de uitvoering van toeslagen zijn geraamd
op € 211 mln. voor 2026. Totaal gaat het derhalve om € 389 mln. in 2026. Omdat fraude
verborgen blijft zijn er geen cijfers beschikbaar over de vraag hoeveel geld verloren
gaat door fraude en fouten. Zoals ook gemeld in de stand van zakenbrief van 18 december
2025 is het intensief toezicht bij Dienst Toeslagen in 2020 stilgelegd naar aanleiding
van de toeslagenaffaire.5 Zoals daar ook beschreven is het intensief toezicht in fasen vanaf 2025 weer opgestart.
Dat deze opstart recent heeft plaatsgevonden is een aanvullende reden dat geen actueel
beeld te vormen is over de omvang van fraude bij toeslagen.
Vraag 5
Klopt het dat in 2024 ongeveer 21 miljard euro aan toeslagen werd uitgekeerd en dat
dit bedrag in tien jaar tijd bijna is verdubbeld? Hoe verklaart u deze stijging?
Antwoord 5
In 2024 is circa 20,7 miljard euro aan toeslagen verstrekt. Vergeleken met de 11,6 miljard
euro in 2014 is dit inderdaad bijna een verdubbeling. Een deel van deze groei komt
door de reguliere stijging van de huren, de zorgverzekering en de kosten van kinderopvang,
waardoor de toeslagen voor deze uitgaven meegroeien. Het kindgebonden budget stijgt
uiteraard ook mee met de inflatie. Die bedroeg volgens het CBS circa 32% van 2014
tot en met 2024. Daarnaast is de bevolking met circa 7% gegroeid, hebben in sommige
gevallen meer mensen recht gekregen op een toeslag. Daarnaast zijn de toeslagen verhoogd
om de koopkrachtontwikkeling van groepen bij te sturen of om (kinder)armoede te verminderen.
Voor de begroting van 2023, 2024 en 2025 is bijvoorbeeld besloten tot een verhoging
van zowel het kindgebonden budget als de huurtoeslag. Dit heeft bijgedragen aan een
stevige reductie van armoede onder personen (van 7,1% in 2018 naar 2,5% in 2026) en
kinderarmoede (van 8,6% in 2018 naar 2,3% in 2026).
Vraag 6
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat mensen door kleine
inkomenswijzigingen plotseling grote bedragen moeten terugbetalen?
Antwoord 6
Verschillende maatregelen worden uitgevoerd gedurende het toeslagjaar om hoge terugvorderingen
achteraf vanwege inkomenswijzigingen te voorkomen voor mensen. Zo vinden attenderings-
en muteeracties plaatst waarbij mensen wordt gevraagd om zelf hun inkomen te checken
of waarbij mensen worden geïnformeerd dat Dienst Toeslagen de toeslag aan gaat passen
tenzij burgers aangegeven dat de aanpassing niet klopt. Deze acties vinden plaats
op basis beschikbare maandelijkse inkomensgegevens die aanleiding geven om te veronderstellen
dat een toeslag op een te hoog inkomen wordt gebaseerd, en dus dat een mogelijke terugvordering
aan het ontstaan is. Daarnaast wordt via publiekscampagnes zoals «check, pas aan en
door» ook onder de aandacht gebracht dat mensen veranderingen in hun situatie doorgeven
aan Dienst Toeslagen om terugvorderingen te voorkomen. Verder werken alle toeslagen
met een afbouwpad waardoor kleine veranderingen in inkomen ook leiden tot een geleidelijke
afbouw van de hoogte van de toeslag, en dus niet zouden moeten leiden tot een plotselinge
hoge terugvordering.
Vraag 7
Hoeveel ambtenaren, uitvoeringsinstanties en externe organisaties zijn direct of indirect
betrokken bij de uitvoering van het toeslagenstelsel?
Antwoord 7
Bij Dienst Toeslagen werken stand 1 januari 2026 1.981 medewerkers (1.840 fte) aan
de uitvoering van het toeslagenstelsel. Dit is exclusief de collega’s die binnen UHT
werkzaam zijn voor de hersteloperatie. Het exacte aantal medewerkers bij de Belastingdienst
dat zich met toeslagen bezighouden, zoals bijvoorbeeld in de IV-voorziening en de
verwerking van de massale beschikkingen wordt niet apart bijgehouden. Het aantal medewerkers
dat werkzaam is bij externe organisatie mede ten behoeve van toeslagen is ook niet
aan te geven. Wel kan genoemd worden dat bij de uitvoering van toeslagen een veelheid
aan organisaties betrokken zijn. Niet uitputtend kunnen daarbij, naast de Belastingdienst,
genoemd worden: de SVB, UWV, COA, IND, CAK, CJIB, BIDN, DUO en uiteraard de vele woningbouwcorporaties,
zorgverzekeraars en kinderopvangorganisaties. Deze organisaties zijn veelal betrokken
omdat Dienst Toeslagen afhankelijk is van de bij hen aanwezige gegevens die nodig
zijn voor het vaststellen van het recht op en de hoogte van toeslagen.6 Daarnaast zijn er de toeslagservicepunten die door vele organisaties met veelal vrijwilligers
de inwoners helpen met vragen over de toeslagen.7
Vraag 8
Welke lessen trekt het kabinet uit de toeslagenaffaire bij de verdere hervorming van
het toeslagenstelsel?
Antwoord 8
Voorop staat dat de gedupeerde ouders en kinderen ongekend onrecht is aangedaan. De
gevolgen daarvan zijn voor velen ingrijpend geweest en kunnen nooit volledig worden
hersteld. Daarom zet het kabinet zich in om recht te doen aan de getroffen gezinnen.
In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht» van de Parlementaire ondervragingscommissie
Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet zich voorgenomen om te stoppen met toeslagen
zoals ze ten tijde van de kinderopvangtoeslagaffaire waren.8 Het kabinet constateerde dat de toeslagen minder ingewikkeld moeten, de toeslag makkelijk
moet kunnen worden aangevraagd, zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat toeslagen
moeten worden terugbetaald, minder risico bij de burger moet liggen en dat de overheid
de fraudebestrijding anders aan moet pakken. Daar is de afgelopen jaren al hard aan
gewerkt, onder meer via verschillende verbeteringen in de uitvoering en de dienstverlening
en met nieuwe wet- en regelgeving.
Dit kabinet zet in op een hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel door middel
van een stapsgewijze aanpak. Concrete voorbeelden hiervan zijn het afschaffen van
de kinderopvangtoeslag door deze te vervangen door directe financiering van kinderopvangorganisaties
en het onderzoeken van de mogelijkheid om toeslagen in de toekomst direct definitief
toe te kennen.
Vraag 9
Is het kabinet bereid fundamentele alternatieven voor het huidige toeslagenstelsel
te onderzoeken, waaronder een eenvoudiger systeem van inkomensondersteuning met minder
voorwaarden, minder bureaucratie en minder risico op schulden?
Antwoord 9
De wens om het belasting- en toeslagenstelselstelsel te hervormen en vereenvoudigen
wordt breed gedeeld in de samenleving. Inmiddels zijn er verschillende rapporten en
analyses opgeleverd, door de betrokken ministeries9 en door externe partijen.10 Ik gebruik al het werk dat al is gedaan voor de hervormingsagenda die u voor het
eind van 2026 ontvangt.
Vraag 10
Zijn er binnen het ministerie scenario’s of doorrekeningen gemaakt van systemen waarbij
toeslagen en delen van het uitkeringsstelsel worden vervangen door een vast maandelijks
bedrag of andere vormen van vereenvoudigde inkomensondersteuning? Zo ja, kan de Kamer
deze ontvangen?
Antwoord 10
Er wordt al geruime tijd gesproken over het hervormen van het toeslagenstelsel. In
dat kader zijn in het verleden inderdaad verschillende scenario’s incl. doorrekeningen
gemaakt voor alternatieven.11 Uw Kamer heeft deze scenario’s uiteraard ontvangen. In het bijzonder verwijs ik u
naar het meest recente rapport «Eindrapport toekomst toeslagenstelsel», waar in bijlage
2 18 beleidsopties zijn uitgewerkt en doorgerekend.12 Op basis van dergelijke rapporten kan de politiek onderbouwde en zorgvuldige keuzes
maken.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.