Schriftelijke vragen : Het bericht dat de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg veel minder effectief is dan jarenlang werd aangenomen.
Vragen van het lid Ten Hove (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg veel minder effectief is dan jarenlang werd aangenomen (ingezonden 5 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «De ggz-specialist in de huisartsenpraktijk is veel minder nuttig dan gedacht, ziet
deze onderzoeker» en van het daarin besproken onderzoek1?
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de conclusie dat de inzet van de POH-GGZ niet aantoonbaar leidt tot
betere mentale gezondheidsuitkomsten op de middellange termijn en evenmin zorgt voor
een afname van het gebruik van specialistische ggz-zorg? Deelt u de opvatting dat
hiermee een belangrijke beleidsmatige rechtvaardiging voor de grootschalige inzet
van POH-GGZ onder druk komt te staan?
Vraag 3
Klopt het dat het aantal gebruikers van de POH-GGZ is gestegen van circa 100.000 naar
circa 600.000 personen per jaar, terwijl het aantal patiënten in de basis- en specialistische
ggz in dezelfde periode ongeveer gelijk is gebleven? Hoe beoordeelt u de conclusie
dat de POH-GGZ hierdoor vooral een nieuwe groep zorggebruikers heeft gecreëerd in
plaats van de druk op de gespecialiseerde ggz te verlichten?
Vraag 4
Hoeveel publieke middelen zijn sinds de invoering van de POH-GGZ besteed aan deze
voorziening en hoeveel bedraagt de jaarlijkse uitgave momenteel? Acht u het verantwoord
dat jaarlijks honderden miljoenen euro’s worden besteed aan een interventie waarvan
de gezondheidswinst volgens dit onderzoek beperkt of afwezig is?
Vraag 5
Op basis van welke wetenschappelijke evaluaties heeft het kabinet de afgelopen jaren
het beleid rondom de POH-GGZ verder uitgebreid? Kunt u een overzicht geven van onderzoeken
waarin daadwerkelijk is aangetoond dat de inzet van POH-GGZ leidt tot kortere wachtlijsten,
lagere zorgkosten of betere gezondheidsuitkomsten?
Vraag 6
Hoe verklaart u dat de wachttijden in de gespecialiseerde ggz nog altijd ruim boven
de Treeknorm liggen, terwijl de POH-GGZ juist werd gepresenteerd als instrument om
de druk op de geestelijke gezondheidszorg te verminderen?
Vraag 7
Bent u bereid een onafhankelijke evaluatie uit te laten voeren naar de doelmatigheid,
effectiviteit en kosten-batenverhouding van de POH-GGZ, inclusief de vraag of middelen
effectiever kunnen worden ingezet voor uitbreiding van behandelcapaciteit in de gespecialiseerde
ggz? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Welke lessen trekt u uit de mogelijkheid dat jarenlang is geïnvesteerd in een voorziening
die volgens recent onderzoek vooral heeft geleid tot extra zorgconsumptie, zonder
aantoonbare verbetering van gezondheidsuitkomsten of vermindering van de druk op de
gespecialiseerde ggz? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Tamara ten Hove, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.