Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 931 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 5 juni 2026
De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand
wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig en genoegzaam zal
hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Jansen
De adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
INLEIDING
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
inzake de implementatie van het Europees centraal toegangspunt (ESAP). Deze leden
onderschrijven het belang van betrouwbare en toegankelijke informatie om bij te dragen
aan het versterken van de Europese kapitaalmarkt. Deze leden hebben nog enkele verduidelijkende
vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wet implementatie
Europees centraal toegangspunt en onderschrijft het belang van goed functionerende
kapitaalmarkten en transparantie voor investeerders. Tegelijkertijd hechten de leden
groot belang aan proportionaliteit, uitvoerbaarheid en het voorkomen van onnodige
regeldruk voor ondernemingen. De leden hebben daarom enkele vragen over de praktische
werking, lasten en borging van het uitgangspunt dat geen dubbele verplichtingen ontstaan.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Implementatiewet Europees
centraal toegangspunt. Deze leden onderschrijven het doel van het wetsvoorstel om
te komen tot een Europees centraal toegangspunt waarmee de toegankelijkheid, vergelijkbaarheid
en vindbaarheid van financiële- en duurzaamheidsinformatie over ondernemingen en beleggingsproducten
wordt verbeterd. Wel hebben zij nog een aantal uitvoeringstechnische vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel
van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten
in verband met de implementatie van het Europees centraal toegangspunt. Ze steunen
het streven naar een transparantere en beter geïntegreerde Europese kapitaalmarkt.
Tegelijkertijd hechten ze grote waarde aan het minimaliseren van regeldruk en administratieve
lasten voor het Nederlandse bedrijfsleven en hebben hierover nog enkele vragen.
ALGEMEEN
§ 1. Inleiding
De leden van de CDA-fractie lezen dat de implementatietermijn van 10 juli 2025 en
de uiterste omzettingstermijn in nationale regelgeving van 10 januari 2026 inmiddels
zijn verstreken. Ze vragen de regering uiteen te zetten waarom implementatie niet
tijdig heeft plaatsgevonden.
Deze leden vragen of de regering tevens kan aangeven of de Europese Commissie inmiddels
opmerkingen heeft gemaakt over de overschrijding van de implementatietermijn, dan
wel of sprake is van een risico op een ingebrekestellingsprocedure?
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie welke gevolgen de verlate implementatie
heeft voor ondernemingen die informatie moeten aanleveren aan de betrokken verzamelende
instanties, zoals de AFM, DNB en de Kamer van Koophandel.
De leden van de ChristenUnie-fractie onderschrijven het doel van het wetsvoorstel
om transparantie te vergroten en de toegang tot financiering te verbeteren. Zij vragen
echter in hoeverre deze doelstellingen ook daadwerkelijk bereikt worden voor het midden-
en kleinbedrijf, en niet voornamelijk ten goede komen aan grote, internationaal opererende
ondernemingen.
Voorts vragen deze leden hoe de regering de bredere maatschappelijke meerwaarde van
het ESAP beoordeelt. In hoeverre draagt deze maatregel bij aan een eerlijkere en beter
functionerende economie en hoe wordt voorkomen dat verdere datacentralisatie vooral
de positie van grote marktpartijen versterkt?
§ 2. Inhoud richtlijn ESAP, verordening oprichting ESAP en verordening ESAP
§ 2.1. Doel ESAP
De leden van de D66-fractie lezen dat een van de doelen van het ESAP is om financiële
en duurzaamheidsinformatie van ondernemingen beter toegankelijk te maken voor beleggers
en andere belanghebbenden. Welke signalen zijn er dat de huidige beschikbaarheid van
informatie een belemmering vormt voor investeringen en de werking van de Europese
kapitaalmarkt?
Deze leden lezen dat ESAP onderdeel vormt van de versterking van de kapitaalmarktunie.
Kan de regering toelichten welke voordelen voor de kapitaalmarktunie naar verwachting
specifiek komen vanuit ESAP? Welke andere maatregelen zijn nodig of dragen bij aan
versterking van de kapitaalmarktunie?
De leden van de D66-fractie begrijpen dat ESAP bestaande openbare informatie centraliseert.
In hoeverre bestaat er een kans dat ondernemingen toch aanvullende werkzaamheden moeten
verrichten om informatie beschikbaar te maken?
§ 2.2. Oprichting en functioneren ESAP
De leden van de CDA-fractie vragen zich af of de vertraagde implementatie door onder
meer Nederland gevolgen heeft voor de tijdslijn voor de oprichting en ingebruikname
van het ESAP. Kan de regering aangeven in hoeverre vertragingen bij de implementatie
in lidstaten invloed hebben op de geplande inwerkingtreding en werking van het ESAP
op Europees niveau?
§ 3 Inhoud wetsvoorstel
De leden van de D66-fractie constateren dat recent ook de Implementatiewet noteringen
en benchmarks is behandeld, die als doel heeft administratieve lasten voor ondernemingen
te verminderen. Kan de regering toelichten hoe de doelstellingen van dat wetsvoorstel
zich verhouden tot de implementatie van ESAP? In hoeverre blijven de lastenverlichtingen
behouden wanneer ondernemingen moeten voldoen aan de eisen uit ESAP?
§ 3.1. Verzamelende instanties
De leden van de CDA-fractie lezen dat de verzamelende instanties de ontvangen informatie
in beginsel binnen 60 minuten dienen door te geleiden naar het ESAP. Zij vragen de
regering hoe wordt gewaarborgd dat deze termijn in de praktijk daadwerkelijk wordt
gehaald.
Deze leden vragen daarnaast of de regering kan toelichten welke gevolgen het heeft
indien de AFM, DNB of de KvK deze termijn onverhoopt niet halen. Komt een dergelijke
vertraging voor rekening en risico van de verzamelende instantie, of kan dit ook negatieve
gevolgen hebben voor de achterliggende onderneming of beheerder van een beleggingsinstelling
die de informatie tijdig heeft aangeleverd?
§ 3.2. Informatieverstrekking
De leden van de JA21-fractie lezen dat wordt gesteld dat het ESAP geen nieuwe materiële
rapportageverplichtingen met zich meebrengt, deze leden vinden het van belang dat
de technische inrichting en de feitelijke uitvoering in de praktijk niet alsnog leiden
tot extra administratieve lasten.
Kan de regering nader toelichten hoe in de praktijk strikt wordt vastgehouden aan
het principe van eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik? Hoe wordt concreet gewaarborgd
dat ondernemingen gegevens niet dubbel hoeven aan te leveren, handmatig hoeven te
dupliceren of in afwijkende formaten in verschillende systemen moeten invoeren? Deze
leden vragen om toe te lichten of de bestaande nationale deponerings- en rapportagestromen
(zoals via de KvK, de AFM of DNB) volledig geautomatiseerd achter de schermen naar
het ESAP kunnen worden doorgeleid, zodat extra administratieve handelingen en operationele
kosten voor het bedrijfsleven worden voorkomen.
§ 3.3. Vrijwillig ingediende informatie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het vanaf 2030 mogelijk wordt voor ondernemingen
om vrijwillig informatie via ESAP openbaar te maken, mits deze voldoet aan dezelfde
kwaliteits- en formatvereisten als verplichte informatie. De verantwoordelijkheid
voor volledigheid en betrouwbaarheid ligt bij de onderneming. Hoe voorkomt de regering
dat vrijwillige deponering via ESAP leidt tot informatievervuiling of strategische
marketing en welke rol hebben verzamelende instanties bij het bewaken van de kwaliteit
zonder inhoudelijke toetsing?
§ 3.4. Enige lidstaatoptie: gekwalificeerd elektronisch zegel
De leden van de CDA-fractie lezen dat geen gebruik wordt gemaakt van de lidstaatoptie
om een gekwalificeerd elektronisch zegel voor te schrijven. Deze leden begrijpen de
wens om extra regeldruk voor ondernemingen te voorkomen, maar vragen de regering in
hoeverre ondernemingen momenteel reeds vrijwillig gebruikmaken van dergelijke elektronische
zegels om de betrouwbaarheid en herkomst van gegevens verder te waarborgen.
Daarnaast vragen deze leden of inzichtelijk is welke andere lidstaten wel gebruikmaken
van deze lidstaatoptie. Kan de regering aangeven of het risico bestaat dat Nederlandse
ondernemingen hierdoor binnen de Europese context een uitzonderingspositie krijgen,
bijvoorbeeld ten aanzien van de betrouwbaarheid of verificatie van aangeleverde gegevens?
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat ervoor is gekozen om geen gebruik
te maken van de mogelijkheid tot een gekwalificeerd elektronisch zegel. Kan de regering
nader toelichten of daarmee risico’s ontstaan voor de betrouwbaarheid of herkomst
van gegevens en hoe deze op andere wijze worden geadresseerd?
§ 4. Gevolgen voor het bedrijfsleven
§ 4.1. Regeldrukgevolgen
De leden van de D66-fractie lezen dat de beschikbaarheid van duurzaamheidsinformatie
is gekoppeld aan de CSRD, die recent is beperkt. Kan de regering toelichten welke
gevolgen deze beperking heeft voor de hoeveelheid en vergelijkbaarheid van duurzaamheidsinformatie
die via ESAP beschikbaar zal komen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering stelt dat dit wetsvoorstel bijdraagt
aan een betere werking van de kapitaalmarkten en betere toegang tot financiering voor
ondernemingen. Tegelijkertijd betreft het grotendeels informatie die al openbaar moet
worden gemaakt. Kan de regering nader onderbouwen welke concrete toegevoegde waarde
ESAP biedt bovenop bestaande nationale en Europese publicatieverplichtingen en hoe
wordt voorkomen dat ESAP in de praktijk vooral leidt tot extra administratieve handelingen
zonder aantoonbaar effect op investeringsbeslissingen?
Deze leden lezen ook dat de regeldruk beperkt blijft, omdat het uitsluitend gaat om
informatie die ondernemingen al openbaar moeten maken. Tegelijkertijd wordt erkend
dat extra lasten ontstaan door het gebruik van gestandaardiseerde en voor dataextractie
geschikte formats. De exacte kosten hiervan zijn nog moeilijk in te schatten. Hoe
realistisch acht de regering de raming van € 260 structurele regeldrukkosten per onderneming
per jaar, gelet op de benodigde IT-aanpassingen, kennisopbouw en formatconversies.
Op welke wijze wordt gemonitord of deze kosten in de praktijk niet hoger uitvallen?
De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat voor ondernemingen tijdig duidelijkheid
bestaat over de wijze waarop informatie moet worden aangeleverd aan de verzamelende
instanties. Deze leden vragen de regering wanneer nader inzicht wordt gegeven in de
precieze eisen waaraan het voor dataextractie geschikte format moet voldoen.
Daarnaast vragen deze leden wanneer de regering verwacht meer inzicht te hebben in
de exacte kosten die gepaard gaan met het aanleveren van informatie in de vereiste
formats en met de bijbehorende metadataverplichtingen.
§ 4.2. Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)
De leden van de CDA-fractie zijn positief over het advies van de ATR om ondernemingen
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verplichtingen actief te informeren over
de wijze waarop zij ondersteuning en bijstand kunnen verkrijgen bij het aanleveren
van informatie aan DNB, de AFM en de KvK, en om deze ondersteuning zo laagdrempelig
mogelijk vorm te geven.
Deze leden lezen in de memorie van toelichting dat hierover nog overleg wordt gevoerd
met de betrokken instanties. Zij vragen de regering of inmiddels kan worden toegezegd
dat ondernemingen tijdig duidelijke informatie, ondersteuning en praktische handreikingen
zullen ontvangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de verplichtingen.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe uitvoering wordt gegeven aan de aanbeveling
van het ATR om laagdrempelige ondersteuning voor ondernemingen beschikbaar te stellen.
Wanneer en op welke wijze zal deze ondersteuning concreet worden ingericht?
§ 4.3. Uitvoeringstoetsen DNB, AFM en KvK
De leden van de VVD-fractie lezen dat de AFM, DNB en de KvK worden aangewezen als
verzamelende instanties informatie binnen maximaal 60 minuten moeten doorgeleiden
naar ESAP. Uit de uitvoeringstoetsen blijkt dat de uitvoerbaarheid mede afhankelijk
is van voldoende middelen en tijdige IT-inrichting. Kan de regering nader toelichten
hoe wordt geborgd dat de AFM, DNB en met name de KvK tijdig beschikken over voldoende
capaciteit en IT-infrastructuur, en welke risico’s worden gezien als deze randvoorwaarden
niet tijdig zijn ingevuld?
De leden van de VVD-fractie constateren dat uit de uitvoeringstoets van de KvK blijkt
dat een belangrijke voorwaarde voor de uitvoering van het wetsvoorstel de tijdige
inrichting van het portaal door Logius is, waarin ondernemingen de vereiste informatie
kunnen aanleveren ten behoeve van ESAP. De uitvoeringstoets vermeldt tevens dat niet
zeker is dat Logius dit portaal tijdig gereed zal hebben en dat de KvK in dat geval
andere, meer handmatige mogelijkheden onderzoekt om informatie te ontvangen en door
te sturen naar ESAP. Kan de regering een actuele stand van zaken geven over de ontwikkeling
en inrichting van dit portaal door Logius? Acht de regering tijdige oplevering nog
steeds haalbaar? Welke alternatieve oplossingen zijn inmiddels uitgewerkt voor het
geval het portaal niet tijdig gereed is, en in hoeverre zijn deze uitvoerbaar voor
ondernemingen, de KvK en andere betrokken partijen? Wordt, indien blijkt dat het portaal
niet tijdig operationeel kan zijn en alternatieve oplossingen onvoldoende soelaas
bieden, ook overwogen om de inwerkingtreding of implementatie van de betreffende verplichtingen
uit te stellen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het onzeker is of Logius tijdig de benodigde
ICT-systemen voor gegevensuitwisseling via de KvK gereed zal hebben. Indien dit niet
tijdig lukt, wordt in de memorie van toelichting gewezen op mogelijke handmatige alternatieven.
Deze leden vrezen dat een dergelijke werkwijze in de praktijk kan leiden tot vertragingen,
een grotere foutgevoeligheid en hogere uitvoeringskosten. Daarnaast achten zij dit
moeilijk verenigbaar met de verplichting om informatie in beginsel binnen 60 minuten
door te geleiden naar het ESAP. Ook vragen deze leden of dergelijke vertragingen of
fouten negatieve gevolgen kunnen hebben voor de achterliggende ondernemingen die hun
informatie tijdig hebben aangeleverd.
De leden van de CDA-fractie vragen de regering daarom hoe wordt voorkomen dat een
dergelijke situatie ontstaat. Is inmiddels meer duidelijkheid ontstaan over de tijdige
beschikbaarheid van een goed functionerend ICT-systeem voor de gegevensuitwisseling
via de Kamer van Koophandel?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke waarborgen er zijn dat de benodigde
IT-systemen tijdig gereed zijn, mede gelet op de afhankelijkheid van Logius. Welke
risico’s bestaan bij vertraging en welke maatregelen worden genomen om te voorkomen
dat ondernemingen hiermee worden geconfronteerd? Daarnaast vragen zij hoe wordt geborgd
dat de uitvoerende instanties beschikken over voldoende middelen om hun nieuwe taken
adequaat uit te voeren.
§ 4.4. Andere gevolgen
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat het wetsvoorstel zich richt op grote ondernemingen,
banken en beursvennootschappen, en dat microbedrijven en een groot deel van het MKB
buiten het toepassingsbereik vallen. Tegelijkertijd kunnen ook andere ondernemingen
indirect met ESAP-verplichtingen te maken krijgen, bijvoorbeeld via groepsstructuren
of vrijwillige deponering. Hoe waarborgt de regering dat middelgrote ondernemingen
niet alsnog onevenredig worden geraakt door indirecte ESAP-verplichtingen, bijvoorbeeld
via groepsrapportages of verwachtingen vanuit de markt?
§ 5. Marktconsultaties
§ 5.1. Algemeen
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat vanwege tijdsdruk geen publieke
internetconsultatie heeft plaatsgevonden. Zij vragen hoe de regering waarborgt dat
de belangen van kleinere ondernemingen en andere relevante stakeholders in voldoende
mate zijn meegenomen.
Daarnaast vragen zij of de regering nader kan reflecteren op de ontvangen reacties
van stakeholders en in hoeverre deze aanleiding hebben gegeven tot aanpassingen in
het wetsvoorstel.
ARTIKELSGEWIJS
ARTIKEL VIII (Inwerkingtreding)
De leden van de VVD-fractie lezen dat de ESAP-verplichtingen gefaseerd in werking
treden tussen 2026 en 2030, afhankelijk van het type onderneming en informatie. Dit
vraagt om langdurige voorbereiding bij zowel overheid als bedrijfsleven. Hoe wordt
gedurende deze gefaseerde invoering gezorgd voor duidelijke en tijdige communicatie
richting ondernemingen, zodat zij weten wanneer welke verplichtingen voor hen gelden?
OVERIG
De leden van de VVD-fractie lezen dat het een grotendeels dwingende implementatie
van Europese regelgeving betreft, met beperkte nationale beleidsruimte. Tegelijkertijd
zijn effecten op regeldruk en uitvoerbaarheid op onderdelen nog onzeker. Is de regering
bereid om na inwerkingtreding een evaluatiemoment te voorzien waarin expliciet wordt
gekeken naar regeldruk, uitvoerbaarheid en proportionaliteit, en zo ja binnen welk
tijdsbestek?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.