Schriftelijke vragen : Digitale soevereiniteit, kritieke digitale overheidsinfrastructuur en de afhankelijkheden rond DigiD, Solvinity en Kyndryl.
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken en Klimaat en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid over digitale soevereiniteit, kritieke digitale overheidsinfrastructuur en de afhankelijkheden rond DigiD, Solvinity en Kyndryl (ingezonden 4 juni 2026).
Vraag 1
Kunt u toelichten waarom de voor DigiD benodigde digitale infrastructuur en diensten
niet rijksbreed zijn georganiseerd, maar via afzonderlijke aanbestedingen en contracten
worden ingekocht? Welke afwegingen liggen hieraan ten grondslag?
Vraag 2
Wanneer gaat het kabinet kritieke digitale overheidsvoorzieningen, zoals DigiD, MijnOverheid,
Digipoort en vergelijkbare voorzieningen, wél rijksbreed organiseren of ten minste
rijksbreed normeren?
Vraag 3
Hoe en wanneer geeft het kabinet uitvoering aan de aangenomen motie-Van den Berg c.s.
over een rijksbreed dataclassificatie- en datalocatiebeleid (Kamerstuk 26 643, nr. 1482)?
Vraag 4
Welke concrete stappen zijn sinds aanneming van deze motie gezet, welke bewindspersoon
is eerstverantwoordelijk en wanneer ontvangt de Kamer een voortgangsrapportage?
Vraag 5
Welke voorzieningen kwalificeert het kabinet, naast DigiD, als kritieke digitale overheidsinfrastructuur?
Vraag 6
Bestaat er inmiddels een rijksbreed overzicht van kritieke digitale overheidsvoorzieningen
en de daarbij betrokken niet-Nederlandse of niet-Europese leveranciers? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 7
Wanneer komt er een dergelijk overzicht, inclusief inzicht in cloud, hosting, beheer,
datatoegang, encryptiesleutels, operationele zeggenschap, onderaannemers, ketenafhankelijkheden
en exittermijnen?
Vraag 8
Wat is het doel van het kabinet ten aanzien van de toekomstige inrichting van DigiD?
Is het streven gericht op andere technologie, een andere leverancier, Europese of
Nederlandse zeggenschap, publiek beheer of een combinatie daarvan?
Vraag 9
Welke rol speelt digitale soevereiniteit precies bij de toekomstige inrichting van
DigiD? Welke concrete risico’s worden hiermee beoogd te verminderen?
Vraag 10
Hoe verhoudt het Nederlandse beleid zich tot landen die eveneens streven naar digitale
autonomie, maar daarbij gebruikmaken van technologie van niet-Europese aanbieders?
Vraag 11
In de kabinetsreactie van 23 mei 2025 op de motie-Koekkoek (Kamerstuk 26 643, nr. 1338) werd gesteld dat er kwalitatief hoogwaardige Europese clouddiensten beschikbaar
zijn. Op welke concrete marktverkenning, technische toets of aanbestedingservaring
was die conclusie gebaseerd? Zag die conclusie bovendien op generieke clouddiensten,
of ook op kritieke digitale identiteitsinfrastructuur zoals DigiD, MijnOverheid en
Digipoort?
Vraag 12
Welke concrete stappen zijn tussen 23 mei 2025 en 2 juni 2026 gezet om Nederlandse
of Europese alternatieven daadwerkelijk geschikt te maken voor het beheer van DigiD
of vergelijkbare kritieke voorzieningen?
Vraag 13
In eerdere beantwoording heeft u gesteld dat sprake is van gelijkwaardige technologieën
van Europese en Nederlandse aanbieders. Wat verstaat het kabinet precies onder een
«gelijkwaardig alternatief» voor de huidige DigiD-dienstverlening?
Vraag 14
Welke criteria worden gehanteerd om vast te stellen of een alternatief gelijkwaardig
is? Wordt daarbij gekeken naar functionaliteit, schaalbaarheid, beveiliging, beschikbaarheid,
betrouwbaarheid, certificeringen, prestaties, migratierisico’s, operationele ervaring,
continuïteit en bewezen beheer van kritieke digitale infrastructuur op nationale schaal?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat DigiD vanwege zijn unieke en kritieke rol moeilijk één-op-één
vergelijkbaar is met generieke cloud-, hosting- of authenticatiediensten? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, kunt u toelichten hoe deze unieke rol van DigiD zich verhoudt
tot de conclusie van de ACM dat er voldoende concurrentie overblijft omdat er andere
IT-dienstverleners zijn die soortgelijke diensten leveren?
Vraag 16
Wat verstaat het kabinet in dit verband onder «soortgelijke diensten»? Gaat het daarbij
om algemene IT-dienstverlening, of specifiek om bewezen beheer van kritieke digitale
identiteitsinfrastructuur op nationale schaal?
Vraag 17
Welke minimale eisen gelden voor cloud, hosting, beheer, encryptiesleutels, toegangsbeheer,
logging, monitoring, incidentrespons, onderaannemers en operationele zeggenschap bij
DigiD?
Vraag 18
Hoe wordt geborgd dat encryptiesleutels, beheerrechten en operationele toegang tot
DigiD niet onder zeggenschap vallen van niet-Europese moederbedrijven of buitenlandse
wettelijke bevoegdheden?
Vraag 19
Heeft iedere kritieke digitale overheidsvoorziening een actueel exitplan? Zo ja, hoe
vaak worden deze exitplannen getest?
Vraag 20
Welke kritieke digitale voorzieningen hebben een verwachte migratietermijn van meer
dan zes maanden, en welke continuïteitsrisico’s levert dat op?
Vraag 21
Welke onderdelen van de TFEV- of BTI-analyse rond Solvinity/Kyndryl kunnen openbaar
met de Kamer worden gedeeld, en welke onderdelen kunnen vertrouwelijk worden verstrekt?
Vraag 22
Kunt u de vragen afzonderlijk en voor het commissiedebat inzake Bescherming persoonsgegevens
en grote datalekken van 25 juni aanstaande beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Daniël van den Berg, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.