Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over visa voor Russische staatsburgers
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over visa voor Russische staatsburgers (ingezonden 12 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 4 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «IND vernedert Buitenlandse Zaken» in de NRC, d.d. 29 april
2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat Nederland in 2025 aan duizenden Russische zeelieden visa heeft verstrekt?
Hoeveel daarvan zijn werkzaam op de Russische schaduwvloot? Hoeveel daarvan zijn werkzaam
op schepen die Russische ruwe grondstoffen vervoeren, zoals het schip Sergey Bodrov,
dat met de export van nikkel een belangrijke bijdrage levert aan de Russische oorlogskas?
Antwoord 2
Nederland weigert op grond van de Europese sanctiepakketten de toegang tot havens
en sluizen aan Russisch gevlagde schepen, aan EU-gesanctioneerde schepen en aan schepen die gelieerd zijn aan gesanctioneerde personen of entiteiten.
Zeevarenden op deze schepen kunnen daarom niet aan- en afmonsteren in Nederlandse
havens. Er worden dan ook geen visa uitgegeven voor deze doeleinden. Nederland verstrekt
visa conform de geldende Europese regelgeving, waaronder de Europese Visumcode en
de Europese richtsnoeren inzake de afgifte van visa met betrekking tot Russische aanvragers.
Deze richtsnoeren leggen geen extra beperkingen op voor zeevarenden. Russische zeevarenden
kunnen in lijn met EU regelgeving derhalve een Schengenvisum krijgen. Het klopt dat
in 2025 een groot aantal visa is verstrekt aan Russische zeevarenden die in Nederland
moeten aan- of afmonsteren. Op Nederlands gevlagde schepen werken ook Russische zeevarenden.
Het beleid ten aanzien van Russische zeevarenden is op 1 september 2025 echter aangescherpt.
Uitsluitend Russische zeevarenden die varen voor bij de Koninklijke Vereniging voor
Nederlandse Rederijen (KVNR) aangesloten rederijen mogen gebruikmaken van de versnelde
Blue Carpet-procedure. Overige zeevarenden moeten de reguliere procedure doorlopen,
waarvoor een beperkt aantal slots beschikbaar is. In alle gevallen is een officiële
uitnodiging van de rederij vereist. Uitnodigingen van tussenpersonen/uitzendbureaus
worden niet meer geaccepteerd. Sinds 1 september 2025 is de geldigheidsduur beperkt
tot negen maanden (multiple entry) met een maximale verblijfsduur van 15 dagen, sindsdien
is een dalende trend zichtbaar in het aantal afgegeven visa.
Het is niet bekend hoeveel Russische zeevarenden werkzaam zijn op de Russische schaduwvloot
of op schepen die Russische ruwe grondstoffen vervoeren, omdat deze schepen onder
een buitenlandse vlag varen of soms zelfs onder een valse vlag.
Vraag 3
Hoe rechtvaardigt u dat Russische zeelieden dankzij de visumverlening van Nederland
activiteiten kunnen ontplooien die de Russische staatskas spekken, terwijl onafhankelijke
Russische journalisten, fotografen en kunstenaars zonder «vestigingsgevaar» de toegang
tot Nederland wordt geweigerd?
Antwoord 3
Russische zeevarenden en Russische journalisten, fotografen en onafhankelijke kunstenaars
kunnen gebruikmaken van de reguliere aanvraagprocedures.
Binnen de ruimte die de Europese regelgeving biedt, zet Nederland zich in voor een
zorgvuldige en integrale beoordeling van aanvragen van Russische journalisten en mensenrechtenverdedigers
mede gelet op het belang dat het kabinet hecht aan persvrijheid, culturele uitwisseling
en de bescherming van mensenrechten. Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten
maakten op basis van motie Dobbe (kamerstuk: 32 735, nr. 386) eerder aanspraak op multiple entry visa.2
Visumaanvragen worden in alle gevallen conform de Europese Visumcode individueel beoordeeld.
Van de voorwaarde dat het voornemen moet bestaan om het grondgebied van de Lidstaten
tijdig te verlaten, kan niet worden afgeweken.
Op individuele visumaanvragen kan het kabinet niet ingaan.
Vraag 4
Bent u bekend met de motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 32 623-346) over het verschaffen van een veilige multi-entry toegang voor mensenrechtenactivisten
en journalisten voor het geval zij gevaar lopen in Syrië, die destijds van Minister
Veldkamp de appreciatie «oordeel Kamer» kreeg en met een brede meerderheid door de
Tweede Kamer is aangenomen?
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Bent u bereid om, in de geest van deze motie, Russische mensenrechtenactivisten, journalisten
en kunstenaars een multi-entry visum te verschaffen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Als het gaat om Schengenvisa (visa voor kort verblijf) kunnen mensenrechtenverdedigers
en journalisten gebruik maken van de reguliere aanvraagprocedure, hierbij wordt getoetst
op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU Visumcode, o.a. ten aanzien van tijdige
terugkeer.
In Rusland maken familieleden, mensenrechtenverdedigers en journalisten aanspraak
op kort verblijf visa met een langere geldigheidsduur.
Naar de letter van motie Dobbe c.s. (kamerstuk: 32 735, nr. 386) over multiple-entry Schengenvisa aan Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten
kan er voor deze groep ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visum worden afgegeven.
Aan deze motie is het afgelopen jaar in een aantal specifieke gevallen uitvoering
gegeven. In het belang van betrokkenen kan over deze gevallen geen publieke informatie
worden verstrekt.
Vraag 6
Waarom begint de bezwaartermijn bij een visumbesluit al voordat de aanvrager zijn
paspoort heeft opgehaald en te horen heeft gekregen waarom de aanvraag is afgewezen?
Antwoord 6
Als een visumaanvraag door de Minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen kan binnen
vier weken een bezwaarschrift worden ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8 van de Awb aan op de dag nadat besluit
op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Van bekendmaking is sprake indien het
besluit aan de aanvrager of zijn gemachtigde is toegezonden of uitgereikt. De bezwaartermijn
vangt dus pas aan nadat een aanvrager of zijn gemachtigde te horen heeft gekregen
waarom de aanvraag is afgewezen. In algemene zin kan worden gesteld dat als de Immigratie-
en Naturalisatiedienst in een individuele zaak constateert dat de geregistreerde uitreikingsdatum
niet overeenkomt met de daadwerkelijke uitreikingsdatum, aan de hand van de daadwerkelijke
uitreikingsdatum wordt beoordeeld of het bezwaar tijdig is ingediend.
Vraag 7
Vindt u niet dat het rechtvaardig zou zijn om, wanneer het voor de aanvrager praktisch
onmogelijk is om binnen vier weken na het visumbesluit zijn paspoort op te halen,
de bezwaartermijn pas na ophalen van het paspoort te laten aanvangen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 vangt de bezwaartermijn pas aan nadat
het besluit bekend is gemaakt. Als de bezwaartermijn wordt overschreden beoordeelt
de Immigratie- en Naturalisatiedienst bovendien op grond van artikel 6:11 van de Awb
of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Of dat het geval is, hangt af van de
omstandigheden van het individuele geval. De aanvrager kan zich ook laten vertegenwoordigen
door een gemachtigde, die bevoegd is het visum namens hem of haar op te halen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.