Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht ‘Mishandeling van ouderen onbelicht’
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Mishandeling van ouderen onbelicht» (ingezonden 1 mei 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 3 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2031.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Veilig Thuis is blij met meer meldingen, maar maakt
zich om één groep zorgen: «Er gebeurt veel meer dan we nu zien»»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Deelt u de zorgen dat ouderenmishandeling vermoedelijk veel vaker voorkomt dan uit
de officiële meldcijfers blijkt?
Antwoord 2
Voor een verbeterd inzicht is representatief onderzoek naar de daadwerkelijke omvang
van ouderenmishandeling noodzakelijk. Op dit moment voert de Universiteit Maastricht
grootschalig onderzoek uit naar de omvang van ouderenmishandeling. De resultaten worden
in de tweede helft van 2026 verwacht en zullen leiden tot een betrouwbare schatting
van de omvang van ouderenmishandeling in Nederland.
Het vermoeden van een discrepantie tussen de meldcijfers van Veilig Thuis en de werkelijke
omvang is gebaseerd op een onderzoek van Regioplan (2018). Slechts een beperkt deel
van de meldingen bij Veilig Thuis betreft ouderenmishandeling. Afgezet tegen de uitkomsten
van Regioplan is het aantal meldingen van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis laag.
Er zijn tegelijkertijd geen actuelere onderzoeken bekend die wijzen op aanzienlijk
hogere schattingen. Om die reden kan op dit moment niet met zekerheid worden vastgesteld
hoe groot het verschil is tussen de officiële meldcijfers en de daadwerkelijke omvang
van ouderenmishandeling.
Ik herken echter het vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van onderrapportage.
Dat ouderenmishandeling moeilijk zichtbaar wordt hangt samen met verschillende factoren.
Zo is er vaak sprake van schaamte en taboe, afhankelijkheid van de pleger, sociaal
isolement en handelingsverlegenheid bij omstanders en professionals. Daarnaast zijn
signalen van ouderenmishandeling in de praktijk vaak minder zichtbaar en minder eenduidig
dan bij andere vormen van huiselijk geweld, waardoor herkenning lastiger kan zijn.
Veranderingen in gedrag, gezondheid of zelfredzaamheid kunnen bijvoorbeeld ook het
gevolg zijn van ouderdom, ziekte, dementie, eenzaamheid of medicatiegebruik. Hierdoor
kan het lastiger zijn onderscheid te maken tussen kwetsbaarheid door veroudering en
signalen van mishandeling.
Vraag 3
Klopt het dat in 2025 bij Veilig Thuis slechts 4.800 meldingen van ouderenmishandeling
zijn gedaan, terwijl wordt geschat dat jaarlijks meer dan 210.000 thuiswonende ouderen
slachtoffer zijn van ouderenmishandeling?
Antwoord 3
Het meest recente grootschalige onderzoek van Regioplan (2018) geeft percentages van
ouderenmishandeling. Op basis daarvan circuleren verschillende cijfers en schattingen
over de omvang van het probleem. Het onderzoek van de Universiteit Maastricht zal
bijdragen aan een actuelere schatting van de omvang van ouderenmishandeling in Nederland.
Vraag 4
Hoe verklaart u dit grote verschil tussen het aantal vermoedelijke slachtoffers en
het aantal meldingen?
Antwoord 4
Dit verschil hangt samen met het feit dat adviezen en meldingen bij Veilig Thuis laten
zien wat daadwerkelijk in beeld komt, terwijl de verwachting is dat ouderenmishandeling
in de praktijk vaker verborgen blijft en niet altijd wordt herkend of gemeld.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is als ouderen die afhankelijk zijn van
familie, mantelzorgers of andere naasten niet veilig zijn in hun eigen huis?
Antwoord 5
Ja, daar ben ik het mee eens. Kwetsbare ouderen moeten veilig kunnen zijn in hun eigen
huis, ook wanneer zij afhankelijk zijn van familie, mantelzorgers of andere naasten.
Vraag 6
Welke concrete maatregelen neemt u om ouderenmishandeling eerder te signaleren, met
name bij thuiswonende 65-plussers die afhankelijk zijn van zorg, mantelzorg of financiële
hulp?
Antwoord 6
Voor vroegsignalering is het belangrijk dat professionals toegerust zijn, signalen
eerder herkennen, laagdrempelig advies inwinnen bij Veilig Thuis en er een goede samenwerking
is tussen zorg, sociaal domein en veiligheidsketen.
Veilig Thuis biedt advies en ondersteuning aan zowel professionals als burgers, ook
wanneer nog geen sprake is van acute onveiligheid of een formele melding. Steeds vaker
weten professionals en burgers Veilig Thuis in een vroeg stadium te vinden voor advies,
wat kan bijdragen aan het voorkomen van escalatie van situaties.
Daarnaast biedt Veilig Thuis informatie over ouderenmishandeling, de bijbehorende
signalen en handelingsperspectief voor professionals en betrokkenen. Er zijn regionale
voorbeelden waarbij men aansluit bij casuïstiekoverleggen over huiselijk geweld en
ouderenmishandeling, waarin professionals uit zorg, sociaal domein en veiligheidsketen
samenwerken. In dit soort samenwerkingen zetten professionals steeds vaker signaleringsinstrumenten
in die helpen om ouderenmishandeling eerder te herkennen en bespreekbaar te maken.
Daarnaast organiseren regionale netwerken en samenwerkingsverbanden activiteiten waarin
kennisdeling en bewustwording centraal staan. Veilig Thuis Gelderland-Zuid neemt bijvoorbeeld
deel aan casuïstiekoverleggen over huiselijk geweld en ouderenmishandeling binnen
regionale ziekenhuizen. Ook organiseren Veilig Thuis-organisaties bijeenkomsten, scholingen
en andere activiteiten om het handelingsperspectief van professionals te versterken
en de vroegsignalering van ouderenmishandeling te verbeteren. Daarnaast geven zij
in onderwijs- en praktijkcontexten voorlichting en gastlessen om de kennis van (toekomstige)
professionals over ouderenmishandeling te vergroten, zodat zij signalen herkennen
en eerder kunnen ingrijpen.
Verder biedt Veilig Thuis telefonisch advies, gericht op het doorbreken van taboes
en het bespreekbaar maken van ouderenmishandeling. Om drempels te verlagen is Veilig
Thuis ook via de chat bereikbaar voor advies en ondersteuning. De chatfunctie wordt
op dit moment verder doorontwikkeld met als doel deze 24/7 beschikbaar te maken, naar
verwachting binnenkort.
Aanvullend is door het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) een signalenpagina over
ouderenmishandeling gelanceerd. Deze pagina biedt informatie over het herkennen van
signalen, mogelijke handelingsperspectieven en beschikbare ondersteuning en advisering.
Tot slot is er ook het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (LPBO),
bestaande uit medewerkers van Veilig Thuis-organisaties. Dit platform richt zich op
kennisontwikkeling, deskundigheidsbevordering en het versterken van de aanpak van
ouderenmishandeling.
Vraag 7
In hoeverre worden huisartsen, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers, apothekers
en andere eerstelijnszorgverleners voldoende toegerust om signalen van ouderenmishandeling
te herkennen en te melden?
Antwoord 7
Huisartsen, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers, apothekers en andere eerstelijnszorgverleners
vallen onder de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De
wet verplicht deze beroepsgroepen om te werken met een vast stappenplan bij signalen
van ouderenmishandeling.
Binnen dit kader worden professionals in de zorg toegerust om signalen te herkennen
en te handelen. De meldcode bevat onder meer de stappen van signaleren, overleg met
collega’s, en het inwinnen van advies. In het stappenplan is expliciet opgenomen dat
professionals advies kunnen vragen bij of melding kunnen doen bij Veilig Thuis. Voor
de wijkverpleging is de richtlijn «Vermoeden van ouderenmishandeling» beschikbaar.
Deze richtlijn helpt zorgverleners om alert te zijn, tijdig misstanden te signaleren
en adequate maatregelen te nemen. In deze richtlijn wordt ook verwezen naar de meldcode.
Aanvullend zijn er ook sectorgerichte trainingen waarin ouderenmishandeling als onderdeel
van de bredere meldcode-aanpak wordt behandeld. Door deze combinatie van wettelijke
verplichting en de beschikbaarheid van advies- en meldstructuren zoals Veilig Thuis,
zijn eerstelijnszorgverleners in beginsel voldoende toegerust om signalen van ouderenmishandeling
te herkennen en op te volgen.
Tot slot speelt de huisarts een grote rol in de signalering van ouderenmishandeling,
omdat huisartsen regelmatig contact hebben met ouderen. Huisartsen zijn net zoals
andere eerstelijnszorgverleners verplicht te werken volgens de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling,
waarin ouderenmishandeling nadrukkelijk wordt genoemd als een van de vormen van huiselijk
geweld. Dat betekent dat zij de meldcode moeten kennen en handelen volgens de vijf
stappen. Ook heeft de KNMG een podcast beschikbaar gesteld die specifiek ingaat op
het herkennen en aanpakken van ouderenmishandeling. Verder is op de website van de
Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een themapagina ingericht waar informatie over
ouderenmishandeling overzichtelijk is gebundeld. Ook heeft de LHV meegeschreven aan
de vernieuwde Handreiking Kwetsbare Ouderen (februari 2025) waarin ouderenmishandeling
eveneens aan bod komt.
Vraag 8
Herkent u het beeld dat Veilig Thuis signalen van ouderenmishandeling vaak pas ontvangt
nadat de politie al betrokken is geweest?
Antwoord 8
Veilig Thuis signaleert dat situaties van ouderenmishandeling regelmatig in beeld
komen wanneer de problematiek al is geëscaleerd. In sommige gevallen is daarbij al
sprake geweest van acute onveiligheid waarbij inzet van politie noodzakelijk was.
Tegelijkertijd is een ontwikkeling zichtbaar waarbij professionals steeds vaker in
een eerder stadium advies vragen om signalen te bespreken, wat kan bijdragen aan vroegtijdiger
ingrijpen en het voorkomen van verdere escalatie.
Vraag 9
Wat zegt dit volgens u over de vroegsignalering door zorgverleners, gemeenten en andere
betrokken instanties?
Antwoord 9
Het herkennen van ouderenmishandeling is complex, mede doordat de problematiek vaak
geleidelijk ontstaat, afhankelijkheidsrelaties ingewikkeld zijn, mantelzorgers soms
overbelast raken en ouderen terughoudend kunnen zijn om hulp of ondersteuning te vragen.
Dat maakt dat er blijvende inzet nodig is op deskundigheidsbevordering, het gebruik
van de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, bewustzijn rondom de adviesfunctie
van Veilig Thuis en het bevorderen van korte lijnen tussen zorg, sociaal domein en
veiligheidspartners.
Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen zichtbaar. Professionals en burgers
weten Veilig Thuis steeds beter te vinden voor advies, er is meer aandacht voor de
veiligheid van ouderen en de samenwerking tussen betrokken organisaties neemt toe.
Dat draagt bij aan het eerder bespreekbaar maken van signalen.
Vraag 10
Welke stappen gaat u zetten om te voorkomen dat ouderenmishandeling pas zichtbaar
wordt wanneer de situatie al is geëscaleerd?
Antwoord 10
Ik deel het belang dat ouderenmishandeling zo vroeg mogelijk moet worden herkend,
zodat kan worden voorkomen dat situaties pas in beeld komen wanneer ze al zijn geëscaleerd.
Daarom blijft de inzet gericht op het versterken van vroegsignalering zoals omschreven
bij vraag 6.
Vraag 11
Herkent u de signalen dat financiële uitbuiting van ouderen voorkomt, bijvoorbeeld
doordat kinderen de pinpas van hun ouders afpakken of druk uitoefenen rond testamenten?
Antwoord 11
Ja, deze meldingen komen voor.
Vraag 12
Welke mogelijkheden zijn er op dit moment om financiële uitbuiting van ouderen eerder
te herkennen en aan te pakken?
Antwoord 12
De huidige aanpak richt zich specifiek op bewustwording rondom financieel misbruik.
Een goed voorbeeld hiervan is de «Lokale Allianties Veilig Financieel Ouder Worden»,
een samenwerking van notarissen, banken, ouderenmaatschappelijk werk en Veilig Thuis,
gekenmerkt door korte lijnen en expertise. Vanuit VWS wordt samen met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestimuleerd dat lokale allianties worden opgezet
en versterkt. VWS neemt ook deel aan de Brede Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden,
waarin onder andere Veilig Thuis, ouderenbonden, diverse grootbanken, de VNG en het
Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) samenwerken aan preventie en aanpak van
financieel misbruik.
Daarnaast is er een samenwerking tussen de grootbanken en Veilig Thuis om anoniem
te overleggen en vinden binnen de banken trainingen plaats om op dit thema vroegtijdig
te signaleren. De banken en Veilig Thuis hebben korte lijnen en melden ook bij Veilig
Thuis als zij misstanden tegenkomen en vermoedens hebben van financiële uitbuiting.
Veilig Thuis geeft eveneens breder voorlichting aan medewerkers van gemeenten over
veilig financieel ouder worden.
Verder is in opdracht van VWS en de VNG een onderzoek uitgevoerd naar de succesfactoren
van Lokale Allianties. Dit heeft geleid tot een toolbox met verschillende praktische
instrumenten die gratis beschikbaar zijn op de website van huiselijkgeweld.nl. De
toolbox stelt gemeenten en lokale partners in staat hun eigen aanpak van financieel
misbruik te versterken door lokale allianties op te zetten. Op grond van de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van
een samenhangende aanpak van huiselijk geweld in hun lokale beleid, daar valt ook
het vormgeven van een aanpak gericht op ouderenmishandeling onder.
Aanvullend stelt VWS de fysieke informatiebox «Financieel veilig ouder worden» beschikbaar,
die kosteloos online kan worden aangevraagd en steeds beter vindbaar is. Het doel
van de box is ouderen informeren en tijdig laten nadenken over de financiële kant
van ouder worden, met vragen zoals: hoe regel ik mijn bankzaken goed en veilig? Wie
geef ik inzage in mijn administratie als ik het zelf niet meer kan? Waar kan ik terecht
als ik iets wil weten over financieel misbruik? De informatieboxen worden veel besteld
door gemeenten die de boxen inzetten ter vergroting van het bewustzijn en eventuele
vervolgstappen voor ouderen zelf.
Vraag 13
Bent u bereid om samen met banken, notarissen, gemeenten, wijkteams en Veilig Thuis
te bezien hoe financiële uitbuiting van ouderen sneller kan worden opgespoord?
Antwoord 13
Ja, wij werken hier al actief aan samen, onder meer binnen de Brede Alliantie Veilig
Financieel Ouder Worden, waarin verschillende partijen kennis en signalen bundelen
om financiële uitbuiting van ouderen eerder te herkennen en tegen te gaan. Vanuit
die bestaande samenwerking zijn wij bereid om met de Brede Alliantie verder te bezien
hoe signalering, bewustwording en opvolging nog effectiever kan worden ingericht.
Zo zijn er recente ontwikkelingen bij banken, waarbij het onderwerp onder de aandacht
wordt gebracht bij medewerkers om het bewustzijn rondom financieel misbruik te vergroten.
Ook werken we binnen de alliantie aan de versterking van de onderlinge samenwerking
tussen partijen. Een voorbeeld hiervan is een betere bereikbaarheid en samenwerking
tussen de banken en Veilig Thuis, zodat ze elkaar sneller weten te vinden bij zorgen
over de veiligheid of financiële situatie van een oudere.
Vraag 14
Hoe beoordeelt u het gegeven dat het aantal potentiële mantelzorgers niet meegroeit,
terwijl de druk op mantelzorgers toeneemt?
Antwoord 14
Als gevolg van de vergrijzing stijgt het aantal ouderen met een zorgvraag. Het aantal
(potentiële) zorgverleners, evenals het aantal (potentiële) mantelzorgers groeit niet
mee. Dit kan leiden tot een toenemende druk op mantelzorgers, wat ook betekent dat
het risico op overbelasting toeneemt. Ik vind het belangrijk dat mantelzorgers ondersteund
worden om zo het risico op overbelasting te verkleinen. In de uitvoering van de Mantelzorgagenda
2023–2026 en, in aanvulling daarop, in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg heb ik dan
ook specifieke aandacht voor het versterken van het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers.
Vraag 15
Deelt u de zorg dat overbelasting van mantelzorgers kan bijdragen aan ontspoorde mantelzorg
en daarmee aan ouderenmishandeling?
Antwoord 15
Overbelasting en onmacht bij mantelzorgers kan leiden tot het overschrijden van grenzen.
Zonder dat dit opzettelijk is kunnen er dan situaties ontstaan waarin sprake is van
«ontspoorde» mantelzorg. Om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken vind ik
het belangrijk dat er passende ondersteuning is voor mantelzorgers.
Vraag 16
Welke concrete ondersteuning krijgen mantelzorgers om te voorkomen dat overbelasting
leidt tot onveilige situaties voor kwetsbare ouderen?
Antwoord 16
Een belangrijk doel van mantelzorgondersteuning is het voorkomen van overbelasting
van de mantelzorger. Daarmee heeft dit ook een preventieve werking op het voorkomen
van «ontspoorde» mantelzorg. Gemeenten hebben vanuit de Wmo 2015 de taak om mantelzorgers
te ondersteunen. Zij bieden verschillende vormen van mantelzorgondersteuning aan,
omdat de ondersteuningsbehoefte van mantelzorgers verschilt per (mantelzorg)situatie.
In de uitvoering van de Mantelzorgagenda 2023–2026 en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
is deze diversiteit in het ondersteuningsaanbod, volgens de acht vraaggebieden van
mantelzorgers, daarom ook het uitgangspunt.
Vraag 17
Bent u van mening dat gemeenten voldoende zicht hebben op overbelaste mantelzorgers
en kwetsbare ouderen die thuis wonen?
Antwoord 17
Gemeenten hebben vanuit de Wmo 2015 een wettelijke taak in de ondersteuning van mantelzorgers
en het bieden van maatschappelijke ondersteuning aan kwetsbare inwoners, waaronder
ouderen die thuis wonen. In de praktijk verschilt de mate waarin gemeenten hier zicht
op hebben en de wijze waarop zij dit organiseren, bijvoorbeeld afhankelijk van lokale
samenwerkingsstructuren en netwerken.
Vraag 18
Kunt u de Kamer voor het commissiedebat Ouderenzorg informeren over de ontwikkeling
van het aantal meldingen van ouderenmishandeling in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst
naar aard van de mishandeling, zoals fysieke mishandeling, psychische mishandeling,
verwaarlozing en financiële uitbuiting? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 18
Op basis van de CBS-cijfers zijn in 2025 circa 2.600 meldingen van ouderenmishandeling
(65+) bij Veilig Thuis geregistreerd. Het CBS maakt daarbij onderscheid tussen meldingen
enerzijds en een bredere categorie registraties en contactmomenten anderzijds, waarin
ook adviesvragen en andere vormen van contact rondom (vermoedens van) ouderenmishandeling
zijn opgenomen.
Binnen deze meldingen is de volgende uitsplitsing naar aard van het geweld zichtbaar:
1.645 meldingen van psychische of emotionele mishandeling, 1.090 meldingen van fysieke
mishandeling, 710 meldingen van financiële uitbuiting, 520 meldingen van verwaarlozing
en 75 meldingen van seksueel misbruik.
Het hogere cijfer van circa 4.800 heeft betrekking op de bredere categorie registraties
en contactmomenten rondom (vermoedens van) ouderenmishandeling, waaronder ook adviesvragen.
Daarbij kan één casus meerdere contactmomenten of registraties omvatten, bijvoorbeeld
een adviesvraag gevolgd door een melding of meerdere signalen binnen één situatie.
Op basis van de CBS-cijfers vanaf 2019 is zichtbaar dat het aantal geregistreerde
meldingen van ouderenmishandeling in de meest recente jaren (2024–2025) iets hoger
ligt dan aan het begin van de periode. Het CBS spreekt daarbij niet van een sterke
stijging, maar van een lichte toename in geregistreerde meldingen over de tijd.
Vraag 19
Bent u bereid om op korte termijn in overleg te treden met ouderenorganisaties en
met een concreet actieplan te komen om ouderenmishandeling beter zichtbaar te maken,
sneller te signaleren en harder aan te pakken, en de Kamer vóór het commissiedebat
Ouderenzorg te informeren over de eerste stappen die hierin worden gezet?
Antwoord 19
De aanpak van ouderenmishandeling maakt onderdeel uit van de bredere inzet op huiselijk
geweld. Binnen die inzet wordt al actief samengewerkt met ouderenorganisaties, onder
andere via de Brede Alliantie. Het contact met deze organisaties is structureel en
gericht op het ophalen van signalen uit de praktijk en het tegengaan van ouderenmishandeling.
Daarnaast neemt VWS deel aan het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling
(LPBO), waar signalen en ervaringen uit de praktijk worden gedeeld.
Deze bestaande samenwerking en activiteiten worden onverminderd voortgezet, met blijvende
aandacht voor het beter zichtbaar maken en eerder signaleren van ouderenmishandeling
binnen de huidige structuren.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.