Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wiersma over het artikel ‘Ziekenhuis Bernhoven onder hoogspanning: ‘Verzekeraars hebben te veel macht’
Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel «Ziekenhuis Bernhoven onder hoogspanning: «Verzekeraars hebben te veel macht»» (ingezonden 23 april 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 2 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1905.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Ziekenhuis Bernhoven onder hoogspanning: «Verzekeraars
hebben te veel macht»»?1
Antwoord 1
Ja, hier ben ik mee bekend.
Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat het zorgverzekeringsstelsel de manier waarop Bernhoven
passende zorg levert juist zou moeten stimuleren? Zo ja, waarom lukt dit nu niet?
Antwoord 2
Iedereen moet kunnen rekenen op zorg die hij of zij nodig heeft, nu en in de toekomst.
Dit kabinet wil dat bereiken door passende zorg altijd en overal de norm te maken.
De keuze van Bernhoven om de organisatiefocus volledig te richten op het implementeren
van passende zorg is de weg die dit kabinet wil inslaan. We moeten leren van de lessen
die zijn geleerd bij Bernhoven en veldpartijen aanmoedigen deze lessen te benutten.
Dit kabinet gaat voorlopers op passende zorg verder ondersteunen in hun aanpak en
bijsturen waar men nog niet zover is. Voor partijen moet de samenwerking aan passende
zorg lonend zijn. Daarom kijken we tegelijkertijd of de bekostiging en andere randvoorwaarden
voldoende aansluiten bij wat we van partijen vragen. Waar nodig passen we deze aan.
Ik heb uw Kamer onlangs geïnformeerd over een samenhangend pakket aan maatregelen,
waarin staat beschreven hoe dit kabinet het doel dat passende zorg de norm wordt wil
bereiken.2 Dit pakket aan maatregelen gaat over zowel de zorginhoud, het zorglandschap, de rol
van zorgverzekeraars als ook over solidariteit in de zin van hoeveel we (mee)betalen
aan de zorgkosten.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat het Bernhoven door deze financiële crisis nu financieel afhankelijk
wordt van onder andere meer patiënten en goed moet kijken naar welke behandelingen
of afdelingen meer geld opleveren? En wat zegt dit over ons zorgverzekeringsstelsel?
Antwoord 3
Het streven is dat de inzet op passende zorg lonend moet zijn. We zien dat in de situatie
van Bernhoven er lessen te leren zijn, waar aanbieders en verzekeraars nu al mee aan
de slag kunnen en waar het kabinet bij het verbeteren van de randvoorwaarden ook goed
rekening mee zal houden.
In algemene zin geldt dat het financiële resultaat van een zorginstelling met diverse
factoren kan samenhangen, zoals de individuele bedrijfsvoering en kosten die de zorginstelling
maakt. Specifiek in relatie tot de financiering door zorgverzekeraars in het zorgverzekeringsstelsel,
gelden in de medisch-specialistische zorg voor het grootste gedeelte vrije tarieven.
Dat betekent dat de tarieven in dit specifieke geval worden vastgesteld in contractbesprekingen
tussen het ziekenhuis Bernhoven en zorgverzekeraars. Daarbij is veel ruimte voor partijen
om verschillende soorten afspraken te maken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van
aanneemsommen en kritieke prestatie indicatoren (kpi’s), die bijvoorbeeld gericht
zijn op afspraken over passende zorg.
Daarnaast kijkt dit kabinet of de bekostiging en andere randvoorwaarden voldoende
aansluiten bij wat we van partijen vragen. Waar nodig passen we deze aan. Zo heeft
ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) eerder geconcludeerd dat de huidige bekostiging
van de medisch-specialistische zorg de beweging naar passende zorg onvoldoende ondersteunt.3 Daarom onderzoekt de NZa samen met veldpartijen welke verbeteringen nodig zijn. Dit
doet de NZa aan de hand van een aantal thema’s die aansluiten bij de afspraken in
het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Vraag 4
Op welke manieren kan passende zorg worden gerealiseerd, zonder dat het systeem van
betaling per patiënt op de schop gaat?
Antwoord 4
Het kabinet zet in op de gezondste generatie ooit, met passende zorg nu en in de toekomst.
Zoals beschreven in voorgaande vragen kan in sommige gevallen de bekostiging knellen
bij het leveren van passende zorg. De NZa onderzoekt daarom samen met veldpartijen
welke verbeteringen er nodig zijn. Ook kijken de partijen hoe de huidige bekostiging
van de medische-specialistische zorg de beweging naar passende zorg beter kan ondersteunen.
Tegelijkertijd biedt de contractering veel ruimte om afspraken te maken over passende
zorg, door bijvoorbeeld in te zetten op meerjarenafspraken, waarbij er uitgebreidere
en meer inhoudelijke afspraken worden gemaakt dan alleen afspraken over de productie.
Deze afspraken in de inkoop van zorg kunnen nu al met de huidige manier van bekostigen
worden gemaakt en toegepast.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat ziekenhuizen te afhankelijk zijn van zorgverzekeraars voor
het maken van langetermijnafspraken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ziekenhuizen zijn voor hun inkomsten afhankelijk van zorgverzekeraars. Tegelijk hebben
ze ook eigen beleidsruimte en andere vormen van financiering.
Het kabinet vindt het wenselijk dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren
dat inwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen en wanneer dat nodig is.
Daarom gaat het kabinet actiever sturen op de organisatie van zorg in de regio. De
regionale plannen over het zorglandschap moeten daadwerkelijk richting geven aan alle
zorgaanbieders in de regio en moeten worden door vertaald in het inkoopbeleid. Van
zorgverzekeraars verwacht het kabinet dat ze sterker gaan sturen op de beschikbaarheid
van passende zorg. Daarvoor gaan we de zorgplicht van zorgverzekeraars (inclusief
hun rol bij transformaties in de regio) verduidelijken, zodat duidelijk is dat die
niet alleen ziet op vandaag maar ook gaat over de toekomst.
Vraag 6
Wat kunt u doen om lange-termijnafspraken met ziekenhuizen te bevorderen?
Antwoord 6
Om lange-termijn afspraken te bevorderen zet het kabinet enerzijds in op een passend
zorglandschap, waarbij het kabinet actiever gaat sturen op de organisatie van zorg
in de regio. Anderzijds zet het kabinet in op de versterking van de rol van de zorgverzekeraars.
Van zorgverzekeraars verwacht het kabinet dat zij sterker gaan sturen op de beschikbaarheid
van passende zorg.
Wanneer er een gezamenlijke visie is over de toekomstige inrichting van het regionale
zorglandschap en welke aanpak nodig is om dit toekomstbeeld te bereiken, dan is het
uitgangspunt dat hier regionale afspraken over worden gemaakt vanuit een meerjarig
perspectief.
De doorvertaling van deze regionale afspraken naar de zorginkoop is hierbij van groot
belang en is een van de afspraken waar zorgverzekeraars en gemeenten zich in het IZA
al aan hebben gecommitteerd.
Vraag 7
Wat betekent het dat de financiële positie van het ziekenhuis Bernhoven van BDO een
2 uit 10 krijgt, voor het rekruteren, aannemen, opleiden en omscholen van personeel?
Antwoord 7
De financiering van de werving en selectie als ook het opleiden en scholen van personeel
is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering in ziekenhuizen. Daar waar er sprake
is van marktfalen bij opleiden, pakt het kabinet zijn rol op. Via het instrument van
de beschikbaarheidsbijdrage stelt het kabinet opleidingsplaatsen beschikbaar voor
een groot aantal (medische) vervolgopleidingen voor artsen, gespecialiseerd verpleegkundige
en medisch ondersteunend personeel in het ziekenhuis (CZO opleidingen). Daarnaast
stelt het kabinet via subsidieregelingen middelen beschikbaar voor het opleiden en
ontwikkelen van zorgpersoneel in ziekenhuizen. Het betreft de middelen van de Subsidieregeling
Strategisch Opleiden MSZ, en het Stagefonds tot en met schooljaar 2026/2027.
In reactie op deze vraag heeft Bernhoven bij het Ministerie van VWS aangegeven dat
zij op dit moment geen knelpunten ervaren als het gaat om rekruteren, aannemen, opleiden
en omscholen van personeel. Zij kunnen vacatures bovengemiddeld goed invullen, er
zijn weinig moeilijk invulbare vacatures en de uitstroom ligt op jaarbasis lager dan
het gemiddelde op regionaal en landelijk niveau. Waar het gaat om opleiden en scholen
van personeel geeft het ziekenhuis aan binnen de FZO-regio conform de regionale ramingen
op te leiden en recent een jarenlange verlenging te hebben gekregen van de accreditatie
van de CZO-opleidingen. Het ziekenhuis laat tot slot weten dat veel van de medewerkers
aangeven dat zij heel bewust voor Bernhoven hebben gekozen vanwege de sterke focus
op passende zorg, waarbij de patiënt en de mens achter de patiënt centraal staan.
Vraag 8
Bent u het eens met de quote van de bestuursvoorzitter van Bernhoven: «De zorg wordt
ook niet goedkoper van een fusie?»? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
In algemene zin geldt dat fusies zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben
op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Zo kunnen fusies schaalvoordelen
met zich meebrengen en daarmee de doelmatigheid van zorg vergroten. Soms is een fusie
ook noodzakelijk om de continuïteit van zorg te borgen, waardoor de toegankelijkheid
van zorg beter geborgd, terwijl hier mogelijk hogere kosten mee gemoeid zijn. Tegelijkertijd
kunnen fusies ook risico’s met zich meebrengen. Zo kunnen er door een fusie onvoldoende
keuzemogelijkheden overblijven voor de patiënt of kan een ziekenhuis een te sterke
economische machtpositie verkrijgen.
Het is niet aan het kabinet om fusies te beoordelen, maar aan de NZa en de Autoriteit
Consument en Markt (ACM) als onafhankelijk toezichthouders. De NZa beoordeelt fusies
op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) via de zorgspecifieke fusietoets
(zft). Daarbij toetst de NZa een voorgenomen fusie op de continuïteit van cruciale
zorg en de zorgvuldige betrokkenheid van cliënten, medewerkers en andere stakeholders.
De ACM beoordeelt een voorgenomen fusie op grond van de Mededingingswet (Mw). Daarbij
toetst de ACM op mogelijk concurrentiebeperkende effecten, zoals een vermindering
van de keuzemogelijkheden en potentiële prijsstijgingen.
Het kabinet verwacht dat fuserende partijen – gegeven de beoordeling door beide toezichthouders
– eerst zorgvuldig afwegen wat de gevolgen van een fusie zijn voor de kwaliteit, continuïteit
en betaalbaarheid van zorg. Zoals toegelicht in de Kamerbrief van 22 april jl.4 is het kabinet daarnaast voornemens het fusietoezicht in de zorg en economie-breed
aan te passen. Daarmee worden de toezichthouders beter in staat gesteld evident onwenselijke
concentraties in de zorg tegen te houden (NZa) en eerlijke concurrentie economie-breed
te bevorderen (ACM).
Vraag 9
Bent u bereid de relevante scenario’s rondom fusie, sluiting en schaalvergroting bij
de lijst met ombuigingen 2026 (begroting 2027) aan te passen aan de huidige stand
van onderzoek of hier het gesprek over aan te gaan met Minister van Financiën? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 9
De lijst met ombuigingen is een ambtelijk product van het Ministerie van Financiën
dat jaarlijks wordt geactualiseerd en een overzicht biedt van technische mogelijkheden
om de overheidsuitgaven te verlagen (bezuinigingsmaatregelen). De ombuigingslijst
is bedoeld ter ondersteuning van goed geïnformeerde besluitvorming en bevat geen oordeel
over de politieke (on)wenselijkheid. De ombuigingslijst van 2026 is nog niet gepubliceerd,
en ombuigingslijsten uit eerdere jaren bevatten geen algemene scenario’s rondom fusie,
sluiting en schaalvergroting. Wel zijn in ombuigingslijsten in eerdere jaren potentiële
maatregelen opgenomen over concentratie en sluiting van SEH’s. Deze maatregelen worden
beschreven op een hoog abstractieniveau. Wanneer daartoe aanleiding is, worden ombuigingsmaatregelen
uit eerdere jaren als vanzelfsprekend geactualiseerd op basis van de meest recente
inzichten.
Vraag 10 en 11
Kunt u voorafgaand aan het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel aangeven op welke
manieren het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel impliciet en expliciet stuurt op
volume, concentratie en schaalvergroting van basis of reguliere zorg, onder andere
aan de poort of via normen bij de ambulance?
Hoe wordt «overheidsregie op spreiding», afkomstig uit het regeerakkoord, vormgegeven,
zowel voor de acute of de planbare zorg? Welke nieuwe instrumenten worden hiervoor
ingezet en hoe dragen die bij aan spreiding van reguliere zorg?
Antwoord 10 en 11
Binnen het Nederlandse zorgstelsel wordt op verschillende manieren, zowel impliciet
als expliciet, en door verschillende partijen (ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid),
gestuurd om te komen tot een inrichting van een zorglandschap waarin de toegankelijkheid,
kwaliteit en betaalbaarheid van zorg worden geborgd. Voor dit kabinet is passende
zorg daarbij nadrukkelijk het uitgangspunt en de norm. Een belangrijke rol bij de
inrichting van het zorglandschap en de beweging naar passende zorg is weggelegd voor
zorgverzekeraars, bij wie de zorgplicht is belegd. Via de contractering sturen zij
op doelmatigheid, kwaliteit en beschikbaarheid van zorg. Het kabinet wil deze rol
versterken door zorgverzekeraars meer mogelijkheden te geven om niet-passende zorg
niet langer te contracteren of te vergoeden, zodat zij gerichter kunnen sturen op
passende zorg en toekomstbestendige toegankelijkheid. Het kabinet gaat de zorgplicht
van zorgverzekeraars (inclusief hun rol bij transformaties in de regio) verduidelijken,
zodat duidelijk is dat die niet alleen ziet op vandaag maar ook gaat over de toekomst.
Naast zorgverzekeraars hebben ook de medische beroepsgroepen een belangrijke verantwoordelijkheid.
Zij bepalen via richtlijnen en kwaliteitsnormen wat goede en passende zorg is. Dit
resulteert vervolgens in regionale werkafspraken (onder andere op ROAZ-niveau), waardoor
bijvoorbeeld een ambulance weet bij welke poort zij een patiënt met een specifieke
ingangsklacht het beste kunnen presenteren, zodat betreffende patiënt meteen de juiste
zorg ontvangt. Het kabinet stelt daarbij scherpere eisen aan de totstandkoming en
actualisatie van deze normen, zodat duidelijker wordt welke zorg wel en niet passend
is.
De beweging naar passende zorg vertaalt zich verder in de inrichting van het medisch
zorglandschap, waarbij het kabinet actiever gaat sturen op de organisatie van zorg
in de regio:
– Verscherpen en verduidelijken van de landelijke kaders en minimale eisen voor zorgaanbieders.
Deze eisen zijn helder, toetsbaar en gelden voor alle zorgaanbieders, ongeacht de
regionale context. Denk hierbij aan deelname aan samenwerkingsverbanden en aan cruciale
functies zoals de avond-, nacht- en weekend-zorg.
– Wettelijk vastleggen dat zorgaanbieders in samenspraak met zorg-inkopers verplicht
zijn om constructief en gedegen deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale
plannen voor een passend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegen deelname
wordt verstaan, wordt uitgewerkt in procesvoorwaarden.
– Er worgt gezorgd dat regionale plannen over het zorglandschap daadwerkelijk richting
geven aan alle zorgaanbieders in de regio. En er wordt geborgd dat die richting niet
vrijblijvend is.
Voor partijen moet de samenwerking aan passende zorg lonend zijn. Daarom kijken we
tegelijkertijd of de bekostiging en andere randvoorwaarden voldoende aansluiten bij
wat we van partijen vragen.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.