Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over de feitelijke veiligheidsrisico’s, juridische reikwijdte en afhankelijkheden rond DigiD, Solvinity en Kyndryl
Vragen van het lid Daniël van den Berg (JA21) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van Economische Zaken en Klimaat, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid over de feitelijke veiligheidsrisico’s, juridische reikwijdte en afhankelijkheden rond DigiD, Solvinity en Kyndryl (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 2 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1970.
Vraag 1
Bent u bekend met de voorgenomen overname van Solvinity Group B.V. door Kyndryl Netherlands
B.V., de rol van Solvinity als leverancier van het platform waarop DigiD draait, en
de eerdere beantwoording van Kamervragen over deze casus?
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Kunnen de Verenigde Staten volgens u gezien worden als een bondgenoot? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
Ja, de Verenigde Staten zijn een belangrijke bondgenoot van Nederland, zoals ik ook
tijdens het vragenuur op dinsdag 26 mei heb benadrukt: «de Verenigde Staten zijn een
belangrijke NAVO-partner, handelspartner en bondgenoot».
Vraag 3
Acht u het waarschijnlijk dat een NAVO-bondgenoot als de Verenigde Staten doelbewust
DigiD of vergelijkbare Nederlandse kritieke digitale overheidsinfrastructuur zou uitschakelen?
Graag een onderbouwing op basis van dreiging, intentie, capaciteit, precedent en diplomatieke
consequenties.
Antwoord 3
Het kabinet hecht grote waarde aan de aanwezigheid van buitenlandse, waaronder nadrukkelijk
ook Amerikaanse, technologiebedrijven. Het kabinet waardeert hun bijdrage aan de Nederlandse
economie en digitale infrastructuur.
Een afhankelijkheid van informatie en diensten uit derde landen, ongeacht welk land
het is en of het een NAVO-bondgenoot is, kan onzekerheden met zich meebrengen. Dit
blijkt ook uit het Cybersecuritybeeld Nederland Nederland 20251. Het is vervolgens aan de overheid om op een objectieve, risicogebaseerde, landenneutrale
en proportionele manier risico’s te wegen. De gevraagde onderbouwing kan niet als
generiek standpunt aangeleverd worden. Daarvoor is dit te situationeel afhankelijk
en kan het alleen op case-by-case basis worden ingeschat.
Ieder departement is zelf verantwoordelijk voor de inrichting van haar digitale overheidsinfrastructuur
en het afwegen van de risico’s van de verschillende schakels binnen die infrastructuur.
Vraag 4
Acht u een dergelijk scenario realistisch, of gaat het primair om een theoretische
mogelijkheid die in de risicoanalyse wel moet worden meegenomen, maar niet gelijkgesteld
mag worden aan een waarschijnlijke dreiging? Graag een expliciet onderscheid tussen
«mogelijk», «aannemelijk», «waarschijnlijk» en «urgent».
Antwoord 4
Zie antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Kunt u per juridisch instrument, CLOUD Act, FISA Section 702, Executive Order 12333
en eventuele andere relevante Amerikaanse bevoegdheden, uiteenzetten wat de wettelijke
grondslag is, welke autoriteit bevoegd is, welk type gegevens kan worden gevorderd
of verzameld, welke rechterlijke toetsing plaatsvindt, of kennisgeving aan de betrokkene,
Logius of de Nederlandse Staat verplicht, verboden of beperkt kan zijn en hoe dit
zich verhoudt tot de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), verwerkersovereenkomsten
en contractuele geheimhoudingsplichten?
Antwoord 5
CLOUD Act
De CLOUD Act is een amendement op de Stored Communications Act (SCA). De CLOUD Act
maakt het mogelijk voor Amerikaanse autoriteiten om ten behoeve van wetshandhavingsdoeleinden
toegang te verkrijgen tot elektronische communicatie en daaraan gerelateerde gegevens.
Bevoegde autoriteiten die een verzoek kunnen indienen zijn bijvoorbeeld de FBI en
het Department of Justice. De CLOUD Act kan worden ingezet voor het opvragen van elektronische
gegevens in het kader van strafrechtelijk onderzoek en vervolging. Het gaat daarbij
in beginsel om de opsporing en vervolging van zware criminaliteit, zoals terrorisme
of drugshandel.
Op grond van de CLOUD Act kunnen ondernemingen die onder de Amerikaanse rechtsmacht
vallen verplicht worden gegevens te verstrekken, ook wanneer deze gegevens zich (op
servers) buiten de Verenigde Staten bevinden. Daarbij is bepalend of de onderneming
«possession, custody or control» heeft over de gegevens. Het gaat hierbij onder meer om aanbieders van elektronische
communicatie- en clouddiensten.
Voor verzoeken die betrekking hebben op de inhoud van elektronische communicatie of
bestanden is in beginsel toestemming van een Amerikaanse rechter vereist. Voor bepaalde
verzoeken tot verstrekking van metadata, zoals gegevens over gebruikers of toegangsgegevens,
kan onder omstandigheden geen voorafgaande rechterlijke toestemming vereist zijn.
Een dienstverlener die een bevel tot gegevensverstrekking ontvangt, hoeft daaraan
niet mee te werken indien de gegevens versleuteld zijn en de dienstverlener niet beschikt
over de encryptiesleutel. De CLOUD Act verplicht ondernemingen namelijk niet om gegevens
te ontsleutelen. Indien een onderneming feitelijk geen toegang heeft tot de gegevens
vanwege encryptie, bestaat in beginsel dus ook geen verplichting om deze gegevens
te verstrekken.
Daarnaast kan een dienstverlener de rechter verzoeken het bevel te vernietigen of
te wijzigen, bijvoorbeeld wanneer de naleving daarvan strijd oplevert met de wetgeving
van het land waar de gegevens zich bevinden of indien de persoon op wie het verzoek
betrekking heeft geen Amerikaans staatsburger is.
FISA Section 702
FISA Section 702 is in 2008 ingevoerd en maakt onderdeel uit van de Foreign Intelligence
Surveillance Act 1978. FISA Section 702 maakt het Amerikaanse inlichtingendiensten,
zoals de NSA, CIA en FBI, mogelijk zonder gerechtelijk bevel informatie te verzamelen
over niet-Amerikaanse staatsburgers waarvan wordt aangenomen dat zij zich buiten de
Verenigde Staten bevinden en die mogelijk betrokken zijn bij terrorisme, spionage,
massavernietigingswapens, beïnvloedingsactiviteiten in opdracht van een vijandige
buitenlandse mogendheid of cybercriminaliteit. Kennisgeving aan de betrokkene is geen
vereiste.
Onder het toepassingsbereik van deze wetgeving vallen alle Amerikaanse entiteiten
die toegang hebben tot apparaten waarop communicatie wordt opgeslagen of via welke
communicatie wordt verzonden, zoals telecommunicatiebedrijven, internet- en e-maildienstverleners,
aanbieders van remote computing services. Zij kunnen worden verplicht toegang te geven
tot gegevens, zoals e-mails, elektronische berichten en bestanden. Het kan zowel om
de inhoud als metadata gaan.
Executive Order 12333
Executive Order 12333 heeft het meest verstrekkende bereik. Deze regelgeving maakt
het mogelijk dat Amerikaanse inlichtingendiensten buitenlandse inlichtingen verzamelen.
Daarvoor is geen toestemming van een rechter vereist, mits het gaat om gegevens van
niet-Amerikaanse personen. De regelgeving is primair gericht op buitenlandse inlichtingenvergaring
ten behoeve van de nationale veiligheid van de Verenigde Staten.
Op grond van Executive Order 12333 kunnen Amerikaanse inlichtingendiensten buitenlandse
inlichtingen verzamelen via uiteenlopende middelen, waaronder interceptie van communicatie,
radiosignalen en andere elektromagnetische communicatie, maar ook via satellieten,
camerasystemen, menselijke bronnen en samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten.
Vereist is echter wel dat de verzamelde informatie uitsluitend voor rechtmatige doeleinden
onder Amerikaanse wetgeving wordt gebruikt.
Kyndryl Inc. valt als Amerikaanse onderneming binnen het bereik van de bovengenoemde
wetten. Kyndryl rapporteert periodiek hoeveel verzoeken om inlichtingen zij heeft
ontvangen.2
Kyndryl’s US zeggenschap over haar buitenlandse dochters, Kyndryl Nederland B.V. en
eventueel overgenomen partijen, heeft tot gevolg dat deze ook binnen het bereik vallen
van de bovengenoemde wetten.
De verstrekking van persoonsgegevens door Nederlandse dochter(s) op basis van een
bevel van een Amerikaanse rechter kan in strijd zijn met de AVG. Daarnaast houdt de
Nederlandse dochter zich in dat geval ook niet aan de overeenkomst, inclusief de verwerkingsovereenkomst,
met de Nederlandse opdrachtgever.
Kyndryl US heeft wel juridische mogelijkheden om zich te verzetten tegen verzoeken
tot verstrekking van persoonsgegevens die worden beheerd door haar Nederlandse dochter(s)
op grond van het feit dat voldoen aan een dergelijk verzoek in strijd is met de AVG
en de gemaakte contractuele afspraken (o.a. in de verwerkersovereenkomst). Daarover
moet de Amerikaanse rechter zich dan uitlaten.
Vraag 6
Kunt u expliciet onderscheid maken tussen toegang tot gegevens enerzijds en operationele
zeggenschap over systemen anderzijds? Klopt het dat wetgeving zoals de CLOUD Act primair
ziet op toegang tot elektronische gegevens en niet zonder meer op het met «één druk
op de knop» uitschakelen van infrastructuur?
Antwoord 6
Ja, dat klopt. De Amerikaanse wetgeving als bedoeld bij vraag 5 heeft betrekking op
het verzamelen van bewijs c.q. inlichtingen. Deze wetgeving maakt het niet mogelijk
om een opdracht te geven tot uitschakeling van infrastructuur.
De Amerikaanse overheid kan sancties tegen personen, organisaties of landen uitvaardigen,
waarna Amerikaanse bedrijven de dienstverlening moeten staken. Dat gebeurt echter
niet op grond van de bovengenoemde wetgeving.
Vraag 7
Hoe verhoudt de stelling dat Solvinity in beginsel geen toegang heeft tot burgerservicenummers,
adres en telefoonnummer van DigiD-gebruikers zich tot de eerdere kabinetsuitspraak
dat Amerikaanse autoriteiten «in theorie» toegang kunnen krijgen tot gegevens die
door Solvinity in opdracht van de Staat worden verwerkt?
Antwoord 7
Medewerkers van Solvinity hebben bij het uitvoeren van reguliere beheerwerkzaamheden
geen toegang tot de database waarin gegevens van burgers en gegevens over waar burgers
inloggen staan opgeslagen. Dit sluit niet uit dat medewerkers toegang kunnen krijgen
tot deze databases. Het zal hierbij dan gaan om (on)geautoriseerde toegang. Mogelijk
is daarmee de medewerker strafbaar.
Vraag 8
Bent u van mening dat er momenteel geen gelijkwaardige technologieën zijn op Nationaal/Europees
gebied? Zo ja, bent u dan van mening dat hierdoor de continuiteit van de dienstverlening
juist onder druk komt te staan?
Antwoord 8
Het kabinet is van mening dat er momenteel wel gelijkwaardige technologieën zijn van
Nederlandse en Europese aanbieders. In een Kamerbrief in reactie op de motie van het
lid Koekkoek (Volt) over «in EU verband pleiten voor versnelde investeringen in Europese
cloudalternatieven en digitale infrastructuur» heeft het kabinet de Kamer vorig jaar
geïnformeerd dat er kwalitatief hoogwaardige Europese clouddiensten op de markt beschikbaar
zijn.
Specifiek ten aanzien van de dienstverlening die door de Rijksoverheid bij Solvinity
wordt afgenomen, concludeerde de ACM in haar concentratiebesluit dat er ook na een
eventuele overname voldoende concurrentie over zou blijven. Uit het onderzoek blijkt
dat afnemers uit de publieke sector op het moment van een (her)aanbesteding voldoende
keuze houden uit andere IT-dienstverleners die soortgelijke diensten leveren, waaronder
zowel Nederlandse als Europese aanbieders.
Wel kan het versneld onderbrengen van de dienstverlening van Solvinity bij een andere
beheerorganisatie leiden tot risico’s. In het geval van Logius geldt een overdrachtsperiode
van 6 tot 12 maanden wanneer de dienstverlening die Solvinity levert, ondergebracht
wordt bij een andere beheerorganisatie. Deze periode is nodig om een andere beheerorganisatie
kennis en ervaring te laten opdoen met het beheer van het platform om zo de continuïteit
en veiligheid van DigiD en andere voorzieningen te garanderen. Deze overdrachtsperiode
kan pas ingaan wanneer een nieuwe contractant is geworven.
Vraag 9
Kunt u reflecteren op de gehele Amerikaanse verwevenheid met technologie, zoals de
hardware waar de applicaties van Solvinity op draait, de datacenters en eveneens de
zeekabels? Zijn deze componenten/diensten ook in handen van Amerikaanse bedrijven?
Bent u het daarom eens met de mening dat het nationaliseren van Solvinity geen enkel
effect heeft op deze risico’s, gezien de verwevenheid in de keten?
Antwoord 9
Het kabinet ziet dat de EU erg afhankelijk is geworden van een klein aantal niet-Europese
tech-aanbieders, waarbij het kabinet de bijdragen van deze aanbieders aan de Europese
en Nederlandse economie waardeert en in algemene zin openstaat voor zakendoen met
buitenlandse partijen. Afhankelijkheden kunnen echter ook risico’s met zich meedragen,
bijvoorbeeld als er geen alternatieven beschikbaar zijn of er risico’s zijn voor ongewenste
toegang tot data. Voor risicovolle strategische afhankelijkheden zet het kabinet in
op mitigatie van de risico’s, bijvoorbeeld door het versterken van de Europese markt.
De gevolgen van voortzetting van het huidige eigenaarschap en andere scenario’s zijn
onderdeel van de analyses die vallen binnen het TFEV-onderzoek van deze casus.
Vraag 10
Welke concrete risico’s bestaan er momenteel volgens u op het gebied van het opvragen
van data, inzage in data en het (eenzijdig) stopzetten van dienstverlening, en van
welke vormen van dienstverlening maakt de overheid op dit moment gebruik bij niet-Nederlandse
of niet-Europese partijen?
Antwoord 10
Er wordt niet centraal bijgehouden welke overheidsorganisaties gebruik maken van diensten
van niet-Nederlandse of niet-Europese leveranciers.
De Nederlandse overheid wil haar digitale autonomie en digitale soevereiniteit versterken
om publieke waarden, veiligheid en continuïteit te waarborgen. Het onderbrengen van
data bij niet-Nederlandse of niet-Europese leveranciers, kan in specifieke gevallen
strategische, juridische en geopolitieke risico’s met zich meebrengen. Daarom kiest
de overheid voor een risicogebaseerde, strategisch gecoördineerde aanpak.3
Vraag 11
Welke aanvullende (theoretische) risico’s zouden volgens u kunnen ontstaan op deze
punten als gevolg van de beoogde overname van Solvinity door Kyndryl?
Antwoord 11
Ik kan in deze openbare beantwoording niet ingaan op risico’s die er mogelijk zouden
kunnen zijn ten aanzien van gegevensvergaring en stopzetting van dienstverlening.
Ik verwijs u door naar de vertrouwelijke technische briefing van BTI. Inmiddels heeft
de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit het besluit genomen om de
overname te verbieden.
Vraag 12
Kunt u allen de voorgaande vragen los van elkaar beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.