Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de conferentie in Santa Marta en het Fossil Fuel Treaty Initiative
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de conferentie in Santa Marta en het Fossil Fuel Treaty Initiative (ingezonden 16 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
1 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1865.
Vraag 1
Kunt u schetsen hoe de inbreng voor de routekaart eruit zal zien, aangezien u in de
brief aan de Kamer (Kamerstuk 31 793, nr. 299) stelt dat Colombia en Nederland een constructieve impuls willen geven aan de ontwikkeling
van een routekaart voor de transitie weg van fossiele brandstoffen, zoals aangekondigd
door het Braziliaanse voorzitterschap van COP30?
Antwoord 1
De Nederlandse inbreng voor de Routekaart van het Braziliaanse COP30 voorzitterschap
is onderdeel van de EU-inbreng.1 Daarnaast was het COP30-voorzitterschap aanwezig bij de conferentie in Colombia,
om enerzijds de Braziliaanse plannen voor de Routekaart toe te lichten, en anderzijds
uit de discussies mee te nemen wat voor het verdere proces van de Routekaart nuttig
kan zijn. Colombia en Nederland zijn gevraagd om het eindrapport met de samenvatting
van alle discussies formeel aan hen te overhandigen. Dit zal plaatsvinden tijdens
de London Climate Action Week eind juni. Verder zullen Nederland en Colombia de resultaten van de conferentie ook
overhandigen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Vraag 2
Verwacht u concrete tijdslijnen voor uitfasering van de verschillende fossiele brandstoffen
in te brengen, waar de koploperlanden zich aan moeten committeren?
Antwoord 2
Nee. Zoals met uw Kamer gewisseld in aanloop naar de conferentie, is er in Santa Marta
niet onderhandeld over nieuwe afspraken, maar is de focus bewust gelegd op uitvoering
van bestaande afspraken.
Vraag 3
Wat bedoelt u met bredere terugkoppeling van de conferentie aan het COP-voorzitterschap?
Welke andere terugkoppelingen gaat u doen naast de inbreng voor de roadmap, en met
welke intentie?
Antwoord 3
Er namen 57 landen deel aan de conferentie. Deze groep vertegenwoordigt een derde
van het mondiale fossiele energieverbruik en een vijfde van de mondiale productie
van fossiele brandstoffen. Nederland en Colombia zullen nu de uitkomsten van de conferentie
met zoveel mogelijk landen en betrokkenen delen. De inzet is daarbij om te laten zien
wat landen op nationaal niveau en gezamenlijk al kunnen doen om de transitie weg van
fossiele brandstoffen te realiseren en te versnellen. In dit kader zullen de uitkomsten
onder meer worden aangeboden aan het COP30-voorzitterschap en aan de Secretaris-Generaal
van de Verenigde Naties, António Guterres. Vanzelfsprekend ben ik ook in gesprek met
het COP31-voorzitterschap om te bespreken hoe we de uitkomsten van de conferentie
tijdens COP31 het best onder de aandacht kunnen brengen. Hierover heb ik tijdens de
Copenhagen Climate Ministerial constructieve gesprekken gevoerd met de verantwoordelijk Ministers van beide inkomende
voorzitters, Turkije en Australië.
Vraag 4
Worden de uitkomsten van de Santa Marta conferentie door Nederland meegenomen in het
Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) dat uiterlijk rond Prinsjesdag 2026 naar de Kamer
komt?
Antwoord 4
Ja, de uitkomsten van de Santa Marta conferentie worden in de actualisatie van het
Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) meegenomen.
Vraag 5
Erkent u dat voor een geloofwaardige inzet op de conferentie in Santa Marta, een stevige
nationale inzet vereist is, aangezien in de brief wordt verwezen naar het Uitfaseerplan
fossiele brandstofsubsidies; in dit uitfaseerplan staat: «Vanwege de demissionaire
status van dit kabinet is een verdere afbouw van fossiele brandstofsubsidies dan reeds
aangekondigd aan een volgend kabinet.»?
Antwoord 5
De conferentie kende geen inhoudelijke onderhandelingen omtrent nationale inzet. Bovendien
had Nederland als covoorzitter de verantwoordelijkheid voor het geheel van de conferentie,
niet alleen de eigen inbreng. Maar uiteraard is ook gedurende de conferentie de Nederlandse
inzet op de uitfasering van fossiele brandstofsubsidies stevig neergezet. Daarbij
heeft Nederland aangegeven hoe het kabinet jaarlijks via de Miljoenennota transparantie
over eigen fossiele subsidies geeft. Ook is gerefereerd naar de keuze voor structurele
maatregelen in tijden van energiecrisis om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen
verder af te bouwen. Ten slotte onderstreept het Nederlands voorzitterschap van de
Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives
Including Subsidies (COFFIS) de Nederlandse internationale inzet op uitfasering van en transparantie
over fossiele brandstofsubsidies. Het kabinet heeft zich op de conferentie in Santa
Marta wederom hard gemaakt voor deelname aan deze coalitie en het committeren aan
de doelen die COFFIS nastreeft.
Vraag 6
Wanneer komt u met plannen voor verdere afbouw van fossiele subsidies in Nederland?
Antwoord 6
Nederland werkt aan een routekaart voor de verantwoorde afbouw van fossiel, in de
vorm van de Actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem. Deze Actualisatie
wordt dit jaar nog gepubliceerd met een onderdeel over de verantwoorde afbouw van
fossiel. De afbouw van fossiele brandstoffen moet hand in hand gaan met de afbouw
van fossiele brandstofsubsidies. Het kabinet zet voornamelijk in op uitfasering van
deze subsidies in EU-verband. Het belangrijkste onderdeel hiervan is de inzet op een
sterk EU-ETS. De herziening van het EU-ETS die dit jaar loopt is hierbij cruciaal.2
Nederland pleit onder andere voor uitbreiding van het EU-ETS naar andere sectoren,
waaronder afvalverbrandingsinstallaties en kleine zeeschepen. Ook blijft het kabinet
zich inzetten voor verbeterde transparantie over fossiele subsidies op EU-niveau,
onder meer door hier nadrukkelijk aandacht voor te vragen bij de herziening van de
Europese governance-verordening.3 Nederland heeft daartoe een consultatiereactie ingediend met aanbevelingen om de
methode voor de monitoring en rapportage van fossiele regelingen te verbeteren.4 Hierbij is het voor Nederland belangrijk dat het totaal van heffingen en subsidies
in kaart wordt gebracht, net zoals Nederland in de Miljoenennota doet; daarnaast wordt
– in aansluiting op de Nederlandse inzet en die van de EU-werkgroep onder COFFIS –
gepleit voor een Europese aanpak omtrent uitfasering. Juist tijdens de energiecrisis
is een gecoördineerde aanpak nog belangrijker vanwege het zoveel mogelijk behouden
en creëren van een gelijk speelveld. Voor Nederland is het daarbij belangrijk dat
maatregelen die kunnen leiden tot fossiele brandstofsubsidies van tijdelijke aard
zijn en de transitie naar een klimaatneutrale economie niet ondermijnen.
Vraag 7
Wat is uw inzet op het agendapunt ISDS tijdens de conferentie in Santa Marta, gezien
de internationaal steeds sterker wordende roep om het huidige ISDS-systeem te hervormen?
Antwoord 7
Het investeerder-staatgeschillenbeslechtingsmechanisme (Investor-State Dispute Settlement, ISDS)5 was één van de onderwerpen die landen gedurende de conferentie ter tafel brachten.
Nederland is al langere tijd voorstander is van een hervorming van het ISDS-mechanisme
en zet in op een modernisering van het systeem op zowel nationaal-, Europees- als
multilateraal niveau. Zo vormt de Nederlandse Modeltekst Investeringsbeschermingsovereenkomsten6, die een gemoderniseerde vorm van ISDS bevat, de onderhandelingsinzet van Nederland
bij bilaterale onderhandelingen hierover. In deze Modeltekst zijn bijvoorbeeld verschillende
bepalingen over duurzame ontwikkeling opgenomen, waaronder een bepaling die voorziet
in een herbevestiging van de plichten voorvloeiend uit multilaterale overeenkomsten
op het gebied van milieubescherming, zoals de Overeenkomst van Parijs.
Vraag 8
Bent u bereid om, samen met Colombia en andere gelijkgezinde staten, te verkennen
of een internationale coalitie kan worden gevormd gericht op de gezamenlijke afbouw
van ISDS?
Antwoord 8
Nederland is voorstander van de hervorming van het ISDS-systeem, in plaats van afbouw.
Dat doen we, naast modernisering op nationaal niveau, ook in internationaal verband,
zowel op Europees als op multilateraal niveau (VN en OESO), in nauwe samenwerking
met gelijkgestemde landen.
Vraag 9
Kunt u daarnaast toezeggen om op korte termijn – mede vanwege de energiecrisis – de
prikkels in kaart te brengen die op dit moment het gebruik van fossiele brandstoffen
stimuleren; en daarbij naast prijsprikkels (fossiele subsidies en productkortingen)
ook reclame, sponsoring en influencers mee te nemen?
Antwoord 9
Dit doet het kabinet reeds jaarlijks in de Miljoenennota; ook zijn ze weergegeven
in het Uitfaseerplan fossiele brandstofsubsidies. Ten aanzien van reclame en sponsoring
verwijs ik naar een eerdere beantwoording van Kamervragen door mijn voorganger van
24 april 2025.7 In algemene zin geldt dat reclame, waaronder sponsoring en influencers, onder toezicht
staat van de Reclame Code Commissie en/of het Commissariaat voor de Media. Er bestaat
momenteel geen eensluidende, breed gedeelde en ook juridisch geaccepteerde definitie
van fossiele reclame. Dit geldt eveneens voor overige prikkels in de vraag. Een separate
inventarisatie is tot slot inhoudelijk complex door de kort-cyclische aard van reclameboodschappen.
Vraag 10
Wat is uw standpunt ten aanzien van verantwoord desinvesteren uit fossiele brandstofactiva?
Antwoord 10
De huidige geopolitieke ontwikkelingen maken duidelijk dat disrupties van internationale
waardeketens voor fossiele brandstoffen en olieproducten nog altijd veel invloed hebben
op energie- en mobiliteitsprijzen, die doorwerken in onze economie. Daarom zet dit
kabinet zich in voor een divers aanbod van energie en grondstoffen en een afbouw van
de vraag naar fossiele brandstoffen, door over te stappen op schone energie. Alleen
als de vraag substantieel daalt, zal de prikkel tot productie van fossiele brandstoffen
en bijbehorende investeringen afnemen. In lijn met de daarover gesloten sectorakkoorden
zal het kabinet op gecontroleerde wijze en in lijn met het afnemen van de vraag afbouwen,
zonder echter in de tussentijd de importafhankelijkheid te laten oplopen.
Vraag 11
Bent u bekend met het Fossil Fuel Treaty Initiative8?
Antwoord 11
Ik ben hier mee bekend.
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat het niet ondertekenen van de Treaty de geloofwaardigheid
van Nederland als organisator van de conferentie ondermijnt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Nee, die opvatting deel ik niet. Voor de conferentie zijn landen uitgenodigd die actief
werken aan hun transitie weg van fossiele brandstoffen. Dat waren landen die de Treaty
steunen, maar ook landen die lid zijn van andere internationale coalities en initiatieven,
zoals de Beyond Oil and Gas Alliance (BOGA), het Clean Energy Transition Partnership (CETP) en onze eigen coalitie gericht op het uitfaseren van fossiele subsidies, COFFIS.
Verschillende landen zijn lid van een of meerdere coalities, maar niet van allemaal
en dat is voor de geloofwaardigheid van de conferentie ook niet nodig gebleken. De
deelnemende landen zijn uitgenodigd op basis van onder meer hun bereidheid om op constructieve
wijze te praten over de transitie weg van fossiele brandstoffen.
Vraag 13
Bent u bereid dit initiatief te ondertekenen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke
termijn kunt u tot ondertekening overgaan?
Antwoord 13
Nederland deelt hetzelfde doel als dit initiatief – een wereld zonder fossiele brandstoffen
– maar ziet een verschillend pad daar naartoe. De bestaande afspraken in het VN-klimaatverdrag
en de Overeenkomst van Parijs bieden samen met verschillende (multilaterale) fora
en overlegorganen voor Nederland op dit moment voldoende houvast om toe te werken
naar een klimaatneutrale toekomst waarin we de langetermijn opwarming van de aarde
beperken tot 1.5°C – inclusief het uitfaseren van fossiele brandstoffen.
Vraag 14
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan de conferentie in Santa Marta op 24 april?
Antwoord 14
Vanwege de voorbereidingen van de conferentie is het niet mogelijk gebleken de vragen
voor 24 april te beantwoorden.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.