Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heutink over het bericht ‘Privacy-adviseur Binnenlandse Zaken: overname van DigiD bedreigt veiligheid van Nederland’
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Privacy-adviseur Binnenlandse Zaken: overname van DigiD bedreigt veiligheid van Nederland» (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 1 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1953.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het artikel?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u zich herinneren dat in het plenaire debat van 11 februari 2026, in reactie
op vragen van het lid Heutink over het driesporenbeleid, u heeft geantwoord dat er,
totdat de processen van die drie sporen zijn doorlopen, er niets zou gebeuren? Zo
nee, wat heeft u dan wel gezegd?
Antwoord 2
In het plenaire debat van 11 februari 2026 is door de toenmalige Minister van Economische
Zaken aangegeven dat het kabinet, zoals de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie
(WOZT, hoofdstuk 14a, Telecommunicatiewet) voorschrijft, de beoordeling van het BTI,
en daarnaast het oordeel van de ACM, afwacht. Aanvullend is door mijn voorganger aangegeven
dat er tot die tijd geen onomkeerbare stappen gezet kunnen worden en een overname
pas doorgang kan vinden als er groen licht wordt gegeven.
Op 11 februari 2026 was de geschetste situatie de realiteit. De concentratietoets
door de ACM op grond van de Mededingingswet is afgerond zonder bezwaar, op 26 februari
2026. Met het afronden van de concentratietoets, ontstond een situatie waarin de transactie
wel doorgang kon vinden, maar er een verbod of verbod onder opschortende voorwaarden
opgelegd zou kunnen worden conform de WOZT.
De WOZT kent, in tegenstelling tot andere wettelijke investeringstoetsen en de ACM-toets
die toen nog niet was afgerond, geen expliciete standstill-verplichting die een overname
tussen partijen verbiedt zolang de toetsing loopt. De WOZT biedt wel de mogelijkheid
om bestaande of aanstaande overwegende zeggenschap te verbieden, of een verbod op
te leggen onder opschortende voorwaarden, als de overwegende zeggenschap kan leiden
tot een bedreiging van het publiek belang.
De uitspraak dat er geen onomkeerbare stappen gezet konden worden betekent dat de
kopende partij middels de WOZT verplicht kan worden om de zeggenschap terug te brengen
zodat niet langer sprake is van overwegende zeggenschap.
Op 25 mei 2026 heb ik, gezien het risico voor het publiek belang, de overname op advies
van het BTI volledig verboden. Dit verbod is opgelegd, voordat de transactie daadwerkelijk
geïmplementeerd werd.
Vraag 3
Klopt het dat er na afronding van spoor twee al een handtekening door de koper en
verkoper gezet zou kunnen worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Spoor 2 had geen invloed op het zetten van een handtekening. Door koper en verkoper
was reeds een koopcontract ondertekend waarin rekening was gehouden met een mogelijke
ACM-toets en een mogelijke toetsing onder de WOZT.
Vraag 4
Als blijkt dat er na afronding van spoor twee al een handtekening gezet zou kunnen
worden, hoe kunt u dan zeggen dat er totdat de drie sporen zijn doorlopen er niets
zou gebeuren?
Antwoord 4
Ik verwijs u naar de beantwoording van vraag 2 en vraag 3.
Vraag 5
Bestaat er een mogelijkheid dat u in uw reactie geantwoord heeft vanuit de context?
Zo ja, kunt u dit uitgebreid toelichten en de context delen met de Kamer? Zo nee,
waar komt dit antwoord dan vandaan?
Antwoord 5
Het kabinet is van oordeel dat de informatievoorziening inhoudelijk juist en volledig
is geweest. De uitspraken in het debat van 11 februari 2026 waren gedaan in de feitelijke
en juridische context op dat moment. Het antwoord op die vraag is en blijft ontkennend.
Vraag 6
Deelt u de mening dat u de Kamer destijds gerust heeft gesteld door te stellen dat
er niets zou gebeuren, en er dus ook geen handtekening zou worden gezet, totdat de
drie sporen zijn afgerond? Deelt u deze mening, nu u dit artikel leest, nog steeds?
Zo ja, waarom? Zo nee, wat was dan de mening van het kabinet ten tijde van het debat
geweest?
Antwoord 6
Het kabinet deelt deze lezing niet. De uitspraken in het debat zagen op het voorkomen
van onomkeerbare stappen door de koper en verkoper. Dat standpunt is onveranderd.
Het aangehaalde artikel in de Volkskrant betreft de publieke uitingen van een functionaris
van Logius over door hem ervaren risico’s. Deze uitingen zijn en worden op persoonlijke
titel gedaan, dus niet namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit of Logius.
De toetsing is inmiddels afgerond en heeft geleid tot een volledig verbod op de overname
op 25 mei 2026. Dit doet geen afbreuk aan de juistheid van de ingenomen positie in
het debat.
Vraag 7
Uit welke wet blijkt dat het treffen van mitigerende maatregelen randvoorwaardelijk
is om tot koop en verkoop door partijen over te gaan? Graag een uitgebreide toelichting.
Antwoord 7
Zoals in de eerdere antwoorden hierboven is aangegeven en in het debat van
11 februari 2026 is overgebracht, was een beoordeling door de ACM op grond van de
Mededingingswet en een toetsing op grond van de WOZT voor de transactie vereist. Daarom
geldt er op grond van beide wetten een meldingsplicht aan de hand waarvan vervolgens
een beoordeling of toetsing plaatsvindt. Of er mitigerende maatregelen opgelegd zouden
worden op grond van de resultaten van deze beoordeling door de ACM of op grond van
de toetsing op grond van de WOZT, hing af van de specifieke weging van de feiten en
de gevolgen voor respectievelijk de mededinging op de Nederlandse markt en de bedreiging
van het publiek belang als bedoeld in de WOZT. Als op grond van één van beide wetten
mitigerende voorschriften zouden worden opgelegd, dan volgt daaruit dat de transactie
niet kan worden gerealiseerd of de transactie moet worden teruggedraaid als niet aan
de voorwaarden wordt voldaan (zie artikel 41, vierde lid, Mededingingswet of artikel 14a.4,
eerste lid, en 14a.7, eerste lid, Telecommunicatiewet). In het geval van deze casus
is niet aan mitigerende voorschriften toegekomen, omdat de ACM geen vergunning noodzakelijk
achtte en krachtens de WOZT een verbod is opgelegd.
Vraag 8
Bent u bereid om geen onomkeerbare stappen te zetten en dus geen goedkeuring te verlenen
inzake de overname van Solvinity door Kyndril voordat alle feiten op tafel liggen
en voordat de Kamer hier een uitspraak over heeft gedaan?
Antwoord 8
Het kabinet merkt op dat er geen onomkeerbare stap, in de zin van de daadwerkelijke
eigendomsoverdracht, is gezet. Op 25 mei 2026 heb ik de overname op advies van het
BTI volledig verboden. Er heeft geen eigendomsoverdracht plaatsgevonden voor 25 mei
2026.
In algemene zin heeft de Kamer in de systematiek van de WOZT geen formele rol in het
toetsingsbesluit. De beslissingsbevoegdheid berust bij de Staatsecretaris van Economische
Zaken en Klimaat, op basis van onafhankelijk advies van het BTI. Dit is een bestuursrechtelijke
procedure; het besluit is vatbaar voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Parlementaire
goedkeuring vooraf maakt geen deel uit van dit wettelijk kader. Wel heb ik conform
de aangenomen motie (Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1474) de Kamer een vertrouwelijke technische briefing aangeboden.
Vraag 9
Kunt u garanderen dat deze klokkenluider beschermd wordt en op geen enkele wijze benadeeld
wordt en nu en in de toekomst op een veilige plek zijn werk kan verrichten?
Antwoord 9
Vanuit goed werkgeverschap en ter bescherming van de privacy van betrokkene(n) worden
geen uitspraken gedaan over (de behandeling van) individuele casuïstiek. In zijn algemeenheid
geldt dat zowel interne als externe meldingen van integriteitsschendingen of vermoedens
van misstanden vertrouwelijk worden behandeld conform de daarvoor geldende wettelijke
en/of departementale kaders. Hierbij hoort ook dat melders geen benadeling mogen ondervinden
vanwege het doen van een melding.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.