Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht ‘Tienduizenden mensen met beperking kunnen gewoon aan de slag: ’Er is niets dat ik niet wil doen’'
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Tienduizenden mensen met beperking kunnen gewoon aan de slag: «Er is niets dat ik niet wil doen»» (ingezonden 2 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) en van Minister Aartsen
(Werk en Participatie) (ontvangen 29 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1727.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tienduizenden mensen met beperking kunnen gewoon aan
de slag: «Er is niets dat ik niet wil doen»»?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Vindt u het ook onbegrijpelijk dat de personeelstekorten in de zorg fors oplopen,
terwijl ondertussen nog altijd 22.000 mensen met een beperking langs de zijlijn staan?
Antwoord 2
Wij zouden dat graag anders zien. Het terugdringen van de personeelstekorten is een
brede uitdaging waar we alle partijen voor nodig hebben. Volgens onderzoek van kenniscentrum
Movisie en VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) zouden ongeveer 22.000 mensen
die nu in de dagbesteding zitten, de stap kunnen maken naar een vorm van betaald werk.
De Minister van Werk en Participatie zet zich in voor het bevorderen van participatie
op de arbeidsmarkt. Dat gebeurt op allerlei manieren, zie hiervoor het antwoord op
vraag 4. Het Programma Simpel Switchen in de Participatieketen omvat onder andere
de overstap van dagbesteding naar betaald werk. Binnen dit gezamenlijke programma
van de Ministeries van SZW en VWS met landelijke partners als Divosa, de VGN, Cedris
en Movisie, lopen verschillende activiteiten gericht op het vergemakkelijken van deze
overstap.
Vraag 3
Deelt u de mening dat juist mensen met een beperking zorgorganisaties veel te bieden
hebben en dat het beter voor henzelf en de samenleving zou zijn indien zij de stap
zouden maken van dagbesteding naar betaald werk? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het is zeker belangrijk dat ook mensen met een beperking zo veel mogelijk betaald
werk verrichten. Betaald werk draagt bij aan zelfstandigheid, aan meedoen in de samenleving
en het is van belang voor de economie. Het bevorderen van betaald werk is één van
de prioriteiten van de Minister van Werk en Participatie. Zoals aangegeven in het
antwoord op vraag 2 ziet het gezamenlijke Programma Simpel Switchen in de Participatieketen
onder meer op de stap van arbeidsmatige dagbesteding naar een vorm van betaald werk.
Vraag 4
Constateert u ook dat er landelijk maar een handjevol zorgorganisaties zijn die werken
met mensen met een beperking en de meeste werkgevers vooral de problemen en niet de
kansen zien?
Antwoord 4
Nog steeds hebben te weinig werkgevers mensen met een beperking in dienst. Helaas
gaat het nog maar om minder dan een op de vijf werkgevers.2 Dat probleem speelt niet alleen in de zorgsector. Er zijn wel goede voorbeelden van
zorgorganisaties die mensen met een beperking in dienst hebben. Maar het is zaak dat
meer werkgevers, ook in de zorg, het goede voorbeeld volgen. Het is onacceptabel dat
de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking achterblijft. Het is niet goed
voor de mensen zelf en ook de samenleving als geheel is daarmee slechter af. Zeker
nu bedrijven in het land nog steeds om personeel verlegen zitten. In een krappe arbeidsmarkt
kunnen we de talenten en inzet van mensen simpelweg niet missen. Door zoveel talent
onbenut te laten, schieten we onszelf als samenleving in de voet.
Er zijn de afgelopen tijd al veel maatregelen getroffen om dit probleem aan te pakken.3 Zo zijn er verbeteringen van de Banenafspraak tot stand gekomen. Er is een Sociaal
Innovatiefonds om inclusief werkgeverschap aan te moedigen, er is budget voor het
structureel maken van het instrument Individuele Plaatsing en Steun, er zijn middelen
voor investeringen voor een toekomstbestendige infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven
en beschut werk (structureel gaat het om € 190 miljoen extra per jaar), er is een
subsidieregeling inclusieve technologie. Ook komen sectorale Ontwikkelpaden tot stand,
onder meer in de zorg, de wet van school naar duurzaam werk is begin 2026 in werking
getreden en er zijn maatregelen genomen in de Participatiewet in balans ter bevordering
van uitstroom naar werk. Met de komst van Werkcentra is er één loket in arbeidsmarktregio’s
waar werknemers, werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen met vragen over betaald
werk.
De komende tijd worden onverminderd maatregelen getroffen ter bevordering van de arbeidsparticipatie.
Zo wordt er ingezet op het harmoniseren van het re-integratiebeleid, waaronder de
inzet van werkvoorzieningen, zodat werkzoekenden en werkgevers sneller krijgen wat
nodig is. Er wordt meer ingezet op praktijkgerichte scholing, zodat mensen sneller
kunnen instromen in banen in sectoren als de zorg. Ook wordt er gewerkt aan een agenda
over inclusief werkgeverschap, waarin wordt ingegaan op hoe de informatievoorziening
verder kan worden vergroot. Daarnaast vindt er een hervorming van de Participatiewet
plaats en er wordt gewerkt aan een fundamentele herziening van de Banenafspraak.
Vraag 5
Bent u bereid werkgevers beter voor te lichten over de mogelijkheden die er zijn?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Met de komst van Werkcentra is er een loket in arbeidsmarktregio’s waar werknemers,
werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen met vragen over betaald werk. Daarnaast
werkt de Minister van Werk en Participatie aan een agenda over inclusief werkgeverschap,
waarin hij verder in zal gaan op hoe de bekendheid van regelingen en mogelijkheden
verder kan worden versterkt.
Streven is de agenda rond de zomer met uw Kamer te delen.
Vraag 6
Bent u bereid te onderzoeken hoe bestaande regelingen versimpeld kunnen worden zodat
deze minder ingewikkeld zijn voor werkgevers en de bevindingen met de Kamer te delen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Zoals uit het antwoord op vraag 4 blijkt, wordt er volop ingezet op het verbeteren
van bestaande regelingen. Daarbij gaat het ook om de informatievoorziening over die
regelingen en de uitvoering ervan. Dat gebeurt met nauwe betrokkenheid van werkgevers,
werknemers, ervaringsdeskundigen, uitvoerders en andere belanghebbende partijen. De
Kamer wordt regelmatig geïnformeerd over de ontwikkelingen in de verschillende dossiers.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede ondertekenaar
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.