Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Vliegenthart en Mohandis over de collectieve erkenning en het cultureel erfgoed van de Molukse gemeenschap
Vragen van de leden Vliegenthart en Mohandis (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de collectieve erkenning en het cultureel erfgoed van de Molukse gemeenschap (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 29 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de evaluatie van het beleid rond collectieve erkenning, waarin wordt
vastgesteld dat het Moluks Historisch Museum geen structurele financiering kent, in
tegenstelling tot andere partners binnen Sophiahof?1
Antwoord 1
Ja, dat ben ik.
Vraag 2 en 3
Hoe verklaart u dit verschil in de toekenning van structurele financiering, ondanks
expliciete constatering in de evaluatie die op uw verzoek is uitgevoerd door Panteai,
tot op heden niet is gecorrigeerd? Kunt u toelichten waarom voor het Moluks Historisch
Museum, in tegenstelling tot andere partners binnen Sophiahof, na 2026 geen structurele
borging van financiering en huisvesting is gerealiseerd?
Vindt u dat hiermee sprake is van systematische ongelijke behandeling binnen het beleid
voor oorlogsgetroffenen en meer specifiek de uitvoering van de regeling collectieve
erkenning van Indisch Moluks Nederland? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen
om dit tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2 en 3
Het beleid van de collectieve erkenning richt zich op alle gemeenschappen in Nederland,
waaronder de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen. Om
een pleisterplaats te bieden aan al deze gemeenschappen is in 2019 Museum Sophiahof
van Indië tot nu (hierna: Sophiahof) opgericht.
Het Moluks Historisch Museum (MHM) te Utrecht moest in 2012 noodgedwongen sluiten
vanwege onvoldoende structurele inkomsten. Vervolgens is MHM een aantal jaar als kenniscentrum
gehuisvest geweest in het Moluks Kerkelijk Centrum te Houten, waar de toekomst van
de organisatie ook onzeker was. Omdat de geschiedenis van de Molukse gemeenschap nadrukkelijk
onderdeel vormt van de collectieve erkenning en om deze geschiedenis toch te borgen,
ontvangt MHM subsidie om deze rol te kunnen vervullen. Deze subsidie ontvangt MHM
niet zozeer als apart museum, maar als onderdeel van de Sophiahof. Daarbij staat VWS
garant voor de huisvestingskosten van de Sophiahof.
In de Sophiahof is, naast MHM, een aantal andere organisaties gehuisvest die verschillende
rollen vervullen.2 Met deze partners ben ik een traject gestart hoe gezamenlijk de samenwerking, visieontwikkeling
en strategische richting van de Sophiahof verder uit te werken, om daarmee de Sophiahof
dé nationale plek te maken voor alle gemeenschappen van de collectieve erkenning.
Ik wil graag dit traject dat naar verwachting tot eind 2027 loopt (met mogelijke uitloop
tot 2028), afwachten. Om ervoor te zorgen dat de Molukse geschiedenis een goede plek
in dit traject krijgt, is aan MHM toegezegd de projectsubsidie voor de komende jaren
voort te zetten.
Vraag 4 t/mt 7
Hoe reflecteert u op het feit dat Sophiahof geen depotruimte heeft waardoor het Moluks
Historisch Museum is aangewezen op tijdelijke opslagruimten, met als gevolg dat de
collectie en het archief van het museum, die grotendeels tot stand zijn gekomen door
schenkingen vanuit de Molukse gemeenschap, geen vaste thuis hebben en dus niet toekomstbestendig
geborgd zijn?
Deelt u de mening dat het behouden en bewaren van erfgoed van Molukse gemeenschappen
uit de koloniale diaspora onderdeel is van onze herinneringscultuur en bijdraagt aan
de erkenning, herstel en zorg waarin het beleid oorlogsgetroffenen ook voorziet? Zo
ja, welke concrete maatregelen wilt u nemen om dit te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Bent u van mening dat het Rijk de verantwoordelijkheid draagt om de collectie van
het Moluks Historisch Museum een vast thuis te geven, met de garantie dat de collectie
in Molukse handen blijft? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om, in overleg met de Molukse gemeenschap, te komen tot een structurele
en toekomstbestendige huisvesting van de collectie op een plek die betekenisvol is
voor de Molukse gemeenschappen?
Antwoord 4 t/mt 7
Het beleid van collectieve erkenning is ontstaan als brede erkenning van de gebeurtenissen
en het leed dat mensen in Nederlands-Indië/Indonesië hebben doorstaan gedurende de
Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en datgene dat zij
na aankomst in Nederland hebben meegemaakt.3 De ambities van dit beleid zijn het zichtbaarder maken van het erfgoed van de gemeenschappen
met binding tot Nederlands-Indië/Indonesië en het vergroten van de kennis van deze
geschiedenis. De aankomende jaren zet VWS daarbij vooral in op het bestendigen van
de belangrijkste resultaten, te weten: pleisterplaats Sophiahof en de digitale ontmoetingsplek
«Ons Land».4
De collectie van het MHM is onderdeel van dit omvangrijke erfgoed. Daarom is door
VWS afgelopen jaren extra geïnvesteerd om deze collectie «uit te pakken» en op te
schonen, zodat deze kan worden tentoongesteld in onder meer de Sophiahof. De borging
van de collectie brengt veel kosten met zich mee, die niet allemaal voorzien waren.
Dit vormt een knelpunt. Voor deze specifieke collectie draagt het Rijk geen bijzondere
verantwoordelijkheid, maar ik vind het wel van belang dat de collectie in het kader
van de collectieve erkenning toegankelijk en zichtbaar blijft, in de eerste plaats
voor de Molukse gemeenschappen, maar ook voor de bredere Nederlandse samenleving.
Daarom denkt mijn ministerie met MHM mee over het vinden van een oplossing voor de
borging van deze collectie.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.