Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Clemminck over de verdwenen IMG-notitie in het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en de financiële risico’s voor de Staat in het Groningse gasdossier
Vragen van het lid Clemminck (JA21) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verdwenen IMG-notitie in het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en de financiële risico’s voor de Staat in het Groningse gasdossier (ingezonden 23 april 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
29 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2001.
Vraag 1
Klopt het dat een presentatie of notitie van het Instituut Mijnbouwschade Groningen
(IMG) over de verhaalbaarheid van schadevergoedingen eerder in het openbare deel van
het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (PEAG) raadpleegbaar
was?
Antwoord 1
Dat klopt.
Vraag 2
Klopt het dat dit document thans niet langer in het openbare deel van dat archief
beschikbaar is? Sinds wanneer is dat het geval?
Antwoord 2
Dat klopt, dit document is niet meer beschikbaar in het openbare deel van het archief
sinds 14 oktober 2024.
Vraag 3
Is dit document verplaatst naar een besloten of vertrouwelijk deel van het archief,
of is het geheel uit het archief verwijderd? Kunt u de exacte handelwijze, datum en
grondslag uiteenzetten?
Antwoord 3
In tegenstelling tot de titel van de Kamervragen is het document niet verdwenen. Dit
document is op verzoek van het IMG verplaatst naar het vertrouwelijke deel van het
archief omdat het gaat om een verschoningsgerechtigd stuk, en dus vertrouwelijke informatie,
die niet in het openbare archief opgenomen had moeten worden.
Vraag 4
Op wiens verzoek is de openbaarheidsstatus van dit document gewijzigd? Wie heeft dat
verzoek gedaan, bij wie is het ingediend en wie heeft het besluit genomen?
Antwoord 4
Zie vraag 3. De status is op verzoek van het IMG bij brief van 4 oktober 2024, gericht
aan de griffier van de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen, gewijzigd.
Die commissie heeft vervolgens op dat verzoek besloten en het document op 14 oktober
2024 naar het vertrouwelijke deel van het archief verplaatst.
Vraag 5
Waren uw ministerie, de toenmalig verantwoordelijke bewindspersoon, het IMG of de
landsadvocaat betrokken bij of op de hoogte van dit verzoek? Zo ja, wat was ieders
rol daarbij?
Antwoord 5
Zie vraag 4. Het IMG heeft het verzoek gedaan. Het ministerie en de landsadvocaat
waren daarvan op de hoogte vanwege de lopende arbitrageprocedure tegen NAM, waarin
NAM om de presentatie heeft verzocht, welk verzoek is geweigerd door het scheidsgerecht.
Vraag 6
Welke bepaling van de Wet op de parlementaire enquête 2008, de Regeling parlementair
en extern onderzoek of andere toepasselijke regels biedt volgens u de grondslag om
na afloop van een parlementaire enquête een document alsnog uit het openbare deel
van het archief te halen of onder beperkingen te brengen?
Antwoord 6
Op grond van artikel 40 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 kunnen beperkingen
worden gesteld aan de openbaarheid van documenten die onder de betreffende enquêtecommissie
berusten of hebben berust, zolang de documenten onder de commissie of daarna onder
de Kamer berusten. Waar het hier om gaat is een document dat, omdat het gaat om een
verschoningsgerechtigd stuk, nooit onderdeel van het openbare archief had moeten zijn.
Dat is rechtgezet.
Vraag 7
Is over de wijziging van de status van dit document juridisch advies ingewonnen door
de griffie van de Tweede Kamer of een andere instantie? Zo ja, door wie, wanneer en
bent u bereid dat advies met de Kamer te delen?
Antwoord 7
Daar ben ik niet mee bekend.
Vraag 8
Klopt het dat de PEAG-commissie of haar staf van dit document kennis heeft kunnen
nemen? Zo ja, is dit document betrokken bij de oordeelsvorming, het feitenrelaas of
de rapportage van de commissie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De PEAG commissie en/of haar staf heeft van dit document kennis kunnen nemen omdat
zij zowel openbaar geleverde documenten als vertrouwelijk geleverde documenten heeft
ontvangen van het IMG. Ik kan geen inschatting geven of het betreffende document een
rol heeft gespeeld in het onderzoek van de commissie.
Vraag 9
Heeft het IMG de in de presentatie vervatte inzichten over de verhaalbaarheid van
schade en de duur van de schadeafhandeling vóór of tijdens 2022 gedeeld met het ministerie?
Zo ja, op welke data, in welke vorm en met welke ambtelijke en politieke geadresseerden?
Antwoord 9
Ik ben niet in het bezit van de presentatie en daarom ook niet bekend met de inhoud
van de presentatie.
Vraag 10
Is de toenmalig verantwoordelijke Minister expliciet geïnformeerd over het risico
dat delen van het gehanteerde schadebeleid mogelijk buiten de aansprakelijkheidskaders
van Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) vallen? Zo ja, wanneer en via welke stukken,
nota’s of presentaties?
Antwoord 10
De toenmalige Staatssecretaris was ermee bekend dat NAM zich niet kan verenigen met
de opgelegde heffingen omdat zij meent dat delen van de werkwijze van het IMG haar
aansprakelijkheid te buiten gaan. Voor het overige verwijs ik naar het antwoord op
de Kamervragen van het lid Clemminck (2026Z05645).
Vraag 11
Klopt het dat het IMG in deze presentatie signaleert dat delen van het schadebeleid
niet zonder meer binnen de aansprakelijkheid van NAM vallen? Zo nee, wilt u dan feitelijk
weergeven welke conclusie het IMG op dit punt wel trok?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 12
Klopt het dat het IMG in deze presentatie signaleert dat onder het huidige beleid
geen duidelijke exitstrategie bestaat en dat, zolang nieuwe scheuren worden vastgesteld,
vergoedingen kunnen blijven doorlopen? Zo nee, wat is volgens u een juiste lezing
van die passage?
Antwoord 12
Zie mijn antwoord op vraag 9.
Vraag 13
Kunt u toelichten hoe uw antwoord op vraag 4 uit eerdere schriftelijke vragen (2026Z05645), namelijk dat niet kan worden uitgesloten dat kosten uiteindelijk voor rekening
van de Staat komen, zich verhoudt tot uw antwoord op vraag 15, namelijk dat daarvoor
geen begrotingsvoorziening of reservering nodig wordt geacht?
Antwoord 13
Het is in de systematiek van het kas-verplichtingenstelsel ongebruikelijk voor de
Rijksbegroting om begrotingsvoorzieningen te treffen voor budgettaire risico’s. Door
middel van de Tijdelijke wet Groningen (TwG) zijn er via heffingen en facturen kosten
bij NAM in rekening gebracht. Dit wordt door NAM en de aandeelhouders van NAM bestreden
in verschillende juridische procedures en gezien die procedures bestaan er budgettaire
risico’s ofwel kans op begrotingstegenvallers.
In dit verband is het goed er op te wijzen dat het financiële risico voor de Staat
kleiner is dan de opgelegde heffingen aan NAM. Conform de afspraken die zijn gemaakt
met Shell en ExxonMobil over de afdrachtensystematiek draagt de Staat (bij benadering)
uiteindelijk 73% van de opgelegde heffingen en komt 27% voor rekening van NAM.
Vraag 14
Over welke concrete kostencategorieën bestaat op dit moment een juridisch geschil
tussen de Staat enerzijds en NAM, Shell en ExxonMobil anderzijds? Kunt u dit uitsplitsen
naar fysieke schade, waardedaling, versterken, daadwerkelijk herstel, forfaitaire
of ruimhartige regelingen, verduurzamingsmaatregelen, knelpuntenregelingen en overige
posten?
Antwoord 14
Er lopen op dit moment verschillende juridische procedures. Deze zien op fysieke schade,
waardedaling en de versterkingsoperatie. Daarnaast zijn er ook bezwaren ingediend
tegen heffingsbesluiten voor gemaakte kosten op het gebied van immateriële schade
en de forfaitaire vergoedingen. Ik zal de Kamer periodiek op de hoogte blijven houden
van de voortgang van deze juridische procedures door middel van Kamerbrieven, zoals
mijn ambtsvoorgangers in het verleden ook hebben gedaan1.
Vraag 15
Heeft het ministerie intern scenario’s, bandbreedtes, risicoregisters of andere analyses
opgesteld over de mogelijke financiële risico’s voor de Staat indien kosten niet of
slechts gedeeltelijk op NAM verhaalbaar blijken? Zo ja, wanneer zijn deze opgesteld,
geactualiseerd of besproken?
Antwoord 15
Deze vraag ligt in het verlengde van vraag 12 van de schriftelijke vragen van het
lid Clemminck (2026Z05645). Conform de beantwoording van die vragen ben ik graag bereid in een vertrouwelijke
(technische) briefing de Kamer hierover te informeren, maar gelet op de procespositie
van de Staat vind ik een antwoord op deze vraag hier niet passend.
Vraag 16
Welke concrete vervolgstappen zet het kabinet indien uit rechterlijke uitspraken of
arbitrale vonnissen blijkt dat relevante delen van de schadekosten niet verhaalbaar
zijn op NAM? Is er in dat geval een aanvullend begrotings- of dekkingsplan?
Antwoord 16
Ik kan geen antwoord geven op deze vraag, zoals ook in het antwoord op vraag 13 heb
aangegeven, omdat ik niet vooruit wil lopen op uitspraken of arbitrale vonnissen over
de aanhangige juridische procedures.
Vraag 17
Bent u bereid de Kamer vertrouwelijk te briefen over de inhoud, status en betekenis
van de IMG-presentatie en van eventuele onderliggende of vergelijkbare analyses, nu
u in eerdere beantwoording aangaf bereid te zijn tot een vertrouwelijke technische
briefing?
Antwoord 17
Zoals ik in vraag 3 heb aangegeven is de presentatie van het IMG niet openbaar, omdat
het valt onder het verschoningsrecht, en beschik ik daar niet over. Ook in een vertrouwelijke
briefing kan ik dan ook niet ingaan op de inhoud van deze presentatie.
Vraag 18
Bent u bereid de Algemene Rekenkamer expliciet te verzoeken in haar onderzoek ook
aandacht te besteden aan de vraag in hoeverre het huidige schadebeleid leidt tot niet-verhaalbare
lasten voor de Staat en tot welke budgettaire risico’s dat kan leiden?
Antwoord 18
Uit de TwG volgt welke kosten bij NAM in rekening moeten worden gebracht. Per heffingsbesluit
wordt beoordeeld en toegelicht of de kosten die zijn gemaakt in het kader van de schadeafhandeling
en versterkingsoperatie op basis van de TwG kunnen worden geheven. De heffingsbesluiten
zijn bestuursrechtelijke besluiten. Aangezien het hier gaat over juridische interpretaties
die momenteel voor liggen bij de bestuursrechter vind ik het niet opportuun om de
Algemene Rekenkamer te verzoeken aandacht te schenken aan het onderscheid tussen verhaalbare
en niet-verhaalbare kosten op NAM.
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden uiterlijk vóór 12 juni 2026, zodat de
Kamer vóór de aangekondigde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland daarover kan
beschikken?
Antwoord 19
Ja.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.