Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Stoffer en Diederik van Dijk over het bericht dat Qatar de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) zou hebben omgekocht
Vragen van de leden Stoffer en Diederik van Dijk (beiden SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat Qatar de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) zou hebben omgekocht (ingezonden 30 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Justitie en Veiligheid (ontvangen 29 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel uit de Wall Street Journal waarin ernstige beschuldigingen
tegen Karim Khan, de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (International
Criminal Court, ICC), als ook de regering van Qatar besproken worden?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de berichtgeving over een getuigenverklaring en audio-opnames waarin
wordt gesuggereerd dat Qatar steun en bescherming zou hebben aangeboden aan Khan,
in relatie tot de uitgevaardigde arrestatiebevelen tegen Benjamin Netanyahu en Yoav
Gallant?
Antwoord 2
Zoals het betreffende artikel van de Wall Street Journal ook stelt, kunnen de gemaakte
beschuldigingen tegen Qatar en aanklager Khan niet zonder nader onderzoek bevestigd
worden. Voor wat betreft de relatie met de arrestatiebevelen wijst het kabinet erop
dat de arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof (ISH) niet worden uitgevaardigd
door de aanklager, maar door de Kamer van Vooronderzoek (Pre-Trial Chamber) die bestaat uit drie onafhankelijke rechters. De aanklager kan slechts een verzoek
om een arrestatiebevel bij de Kamer van Vooronderzoek indienen en het is vervolgens
aan de rechters om te beoordelen of er voldoende bewijs is voor het uitvaardigen van
een arrestatiebevel.
Vraag 3
Beschikt het kabinet over eigen informatie die deze berichtgeving bevestigt of ontkracht?
Zo nee, ziet u aanleiding om deze signalen via diplomatieke of internationale kanalen
te (laten) verifiëren?
Antwoord 3
Het kabinet beschikt niet over eigen informatie die de in de berichtgeving genoemde
beschuldigingen bevestigt of ontkracht. Het kabinet neemt kennis van het door Qatar
afgegeven statement2, waarin de beschuldigingen categorisch worden ontkend en als ongegrond worden bestempeld.
Gelet op de ernst van de aantijgingen en het belang van de onafhankelijkheid en integriteit
van het Internationaal Strafhof, blijft het kabinet de berichtgeving nauwlettend volgen.
Zie ook het antwoord op vraag 4.
Vraag 4
Welke gevolgen kan de recente berichtgeving, in samenhang met eerdere onthullingen
door The Guardian3, hebben voor de geloofwaardigheid en het functioneren van het ICC in het algemeen
en voor de positie van de hoofdaanklager in het bijzonder? Welke rol ziet u in dit
verband weggelegd voor Nederland als gastland van internationale rechtsinstellingen?
Antwoord 4
De ambtsdragers van het Hof dienen te worden gehouden aan de hoogste standaarden.
Het systeem van het Hof is zo ingesteld dat de verschillende organen van het Hof onafhankelijk
van elkaar opereren, waarbij het aan de rechters is om arrestatiebevelen en vonnissen
uit te vaardigen volgens de standaarden die zijn vastgelegd in het Statuut van Rome.
Het kabinet stelt voorop dat de ambtsdragers van internationale hoven en tribunalen
hun mandaat ongehinderd moeten kunnen uitvoeren, zonder enige vorm van bedreiging,
intimidatie of beïnvloeding. Het is van belang dat alle 125 verdragspartijen bij het
Statuut van Rome de ambtsdragers van het Hof ten volle beschermen en het werk van
het ISH in de strijd tegen straffeloosheid voor internationale misdrijven faciliteren.
Als gastland heeft Nederland daarbij specifieke verplichtingen onder het Zetelverdrag,
onder andere voor wat betreft de fysieke veiligheid. Daarnaast dienen alle staten
de onafhankelijkheid van de organen van het ISH te respecteren en zich te onthouden
van inmenging in de strafvorderlijke beslissingen van het Hof.
Vraag 5
Hoe wordt binnen het ICC gewaarborgd dat de plaatsvervangende aanklagers onafhankelijk
opereren en niet vatbaar zijn voor externe beïnvloeding vanuit Qatar en elders? Welke
rol ziet u in dit verband weggelegd voor Nederland als gastland van internationale
rechtsinstellingen?
Antwoord 5
Het toepasselijke juridische kader – dat onder andere bestaat uit het Statuut van
Rome, de Rules of Procedure and Evidence, relevante administratieve besluiten van het Hof en resoluties van de Vergadering
van verdragspartijen – voorziet in gedragscodes voor gekozen ambtsdragers en in de
mogelijkheid van disciplinaire en strafrechtelijke procedures. In dit kader kan het
interne toezichthoudende orgaan – het Independent Oversight Mechanism (IOM) – onderzoek doen naar vermeend wangedrag van gekozen ambtsdragers en werknemers
van het ISH. Dit kan leiden tot disciplinaire maatregelen, en in het geval van ernstig
wangedrag en/of ernstig plichtsverzuim, tot ontzetting uit het ambt.
Daarnaast heeft het ISH rechtsmacht over enkele misdrijven gericht tegen de rechtspleging,
waaronder «het hinderen, intimideren of door middel van omkoping beïnvloeden van een
beambte van het Hof teneinde deze te dwingen of over te halen zijn bediening niet
of onjuist te vervullen» en het «als beambte van het Hof in samenhang met zijn bediening
vragen om steekpenningen of het aannemen daarvan» (zie artikel 70 van het Statuut
van Rome). Het toepasselijke juridische kader voorziet ten aanzien van deze procedures
niet in een bijzondere rol voor het gastland van het Hof. Het Strafhof kan alle verdragspartijen,
waaronder ook Nederland, verzoeken om ondersteuning bij onderzoeken in geval van eventuele
misdrijven tegen de rechtspleging.
Nederland heeft als gastland een bijzondere verantwoordelijkheid op basis van het
Zetelverdrag om de organen van het Hof te faciliteren bij het onafhankelijk uitvoeren
van hun mandaat. Nederland heeft doorlopend contact met het ISH, waarbij ook verschillende
veiligheidszorgen aan de orde komen. Indien nodig op grond van actuele dreigingsinformatie,
treft Nederland de nodige veiligheidsmaatregelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.