Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over 'De Blauwe Haven'
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «De Blauwe Haven» (ingezonden 15 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 29 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1825.
Vraag 1
Bent u bekend met recente mediaberichten over grensoverschrijdend gedrag binnen politieonderdeel
De Blauwe Haven, waaruit blijkt dat meerdere medewerkers zich mogelijk schuldig hebben
gemaakt aan ongewenst gedrag richting (vrouwelijke) collega’s?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met eerdere berichtgeving, meest recentelijk in september 2025.
Vraag 2
Klopt het dat er eerder melding is gemaakt van ten minste meerdere slachtoffers binnen
de politieorganisatie? Wat is op dit moment het totaal aantal bekende meldingen en
slachtoffers binnen dit dossier?
Antwoord 2
De Blauwe Haven is ontstaan uit een bundeling van projecten in de Eenheid Rotterdam,
om politiemedewerkers met mentale overbelasting zoals PTSS en burn-out te helpen bij
hun herstel.
De politie heeft mij laten weten dat het eerste signaal de korpsleiding heeft bereikt
in juni 2024. Dit signaal was ernstig maar nog onvoldoende concreet.
In de daaropvolgende periode is om aanvullende informatie verzocht en is het signaal
nader geduid. Daaropvolgend is de korpschef geïnformeerd. De korpschef heeft vervolgens
direct opdracht gegeven tot een intern oriënterend onderzoek, uitgevoerd door het
Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO).
Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie disciplinaire individuele
onderzoeken gestart naar mogelijk plichtverzuim. Het eerste disciplinaire onderzoek
is afgerond en de betrokken medewerker is door de organisatie ontslagen. Verder heeft
de korpsleiding mij laten weten dat de andere twee onderzoeken eveneens zijn afgerond.
Aan de betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen opgelegd (bij voorlopig
besluit). Over het exacte aantal meldingen kan ik, vanwege privacybelangen en het
lopende onderzoek, geen uitspraken doen.
Vraag 3
Herkent u de signalen dat het daadwerkelijke aantal slachtoffers hoger ligt dan tot
nu toe publiekelijk bekend is gemaakt? Zo ja, wat is uw reactie hierop? Zo nee, waarop
baseert u dat?
Antwoord 3
Ik vind het van groot belang dat medewerkers zich gehoord en veilig voelen en dat
de politie zich maximaal blijft inzetten om met mogelijke melders in contact te komen.
De korpsleiding heeft mij laten weten dat het onderzoeksteam van het LTIO in de afgelopen
maanden heeft gesproken met tientallen mensen, zowel melders als getuigen. Tijdens
het onderzoek bereikten het team signalen dat sommige mensen mogelijk terughoudend
waren om een officiële verklaring af te leggen. Om een completer beeld te krijgen
van wat zich bij de Blauwe Haven heeft afgespeeld is door de korpsleiding gezocht
naar extra mogelijkheden om mensen te laten verklaren op een door hen comfortabele
manier. Hierbij is ook anoniem melden mogelijk gemaakt, via een zogenoemde geheimhouder.
Deze geheimhouder bekijkt samen met de melder of onder bepaalde voorwaarden een formele
verklaring (op naam) kan worden afgelegd. Dat laatste is nodig om de verklaring in
het onderzoek te kunnen opnemen. De korpsleiding heeft mij laten weten dat zich enkele
personen bij de geheimhouder hebben gemeld, waarop met hen een gesprek is gevoerd.
Vraag 4
Kunt u aangeven op welke wijze slachtoffers binnen de politieorganisatie momenteel
worden ondersteund, en of u van mening bent dat deze ondersteuning toereikend is?
Antwoord 4
De korpsleiding heeft mij laten weten dat direct bij de start van het onderzoek de
onderzochte medewerkers met buitengewoon verlof zijn gestuurd. Daarnaast is er een
extra leidinggevende aan het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen
en rust te herstellen in het team.
De politie werkt hard aan het creëren van een veilige meldomgeving, onder meer via
de direct leidinggevende, vertrouwenspersonen, diverse meldkanalen en extra begeleiding
van betrokkenen. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met signalen van terughoudendheid
en angst. Tot slot biedt de politie aan de getroffen medewerkers extra zorg en ondersteuning
door medewerkers van het team Veilig en Gezond werken (VGW) en specialisten uit de
bedrijfshulpverlening. Dit betreft onder andere geestelijk verzorgers, bedrijfsmaatschappelijk
werkers en een korpspsychologen.
Vraag 5
Klopt het dat het lopende onderzoek zich momenteel richt op slechts een beperkt aantal
(circa twee) medewerkers? Zo ja, waarom is ervoor gekozen om het onderzoek in eerste
instantie tot deze groep te beperken?
Antwoord 5
Het onderzoeksteam heeft in de eerste fase van het oriënterend onderzoek getracht
om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven afspeelde. Zoals
ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 3 zijn (voormalig) medewerkers op diverse
manieren opgeroepen om hun verhaal te doen op een voor hen comfortabele manier. Hierbij
is ook anoniem melden mogelijk gemaakt, via een zogenoemde geheimhouder. Bij de geheimhouder
hebben zich enkele personen gemeld, waarop met hen een gesprek is gevoerd.
De korpsleiding heeft mij laten weten dat op basis van de beschikbare informatie die
voldoende concreet was om nader te onderzoeken, er drie disciplinaire individuele
onderzoeken zijn gestart naar mogelijk plichtsverzuim. Het eerste disciplinaire onderzoek
is afgerond en de betrokken medewerker is door de organisatie ontslagen. De andere
twee onderzoeken zijn eveneens afgerond. Aan de betrokken medewerkers zijn disciplinaire
maatregelen opgelegd (bij voorlopig besluit).
De politie geeft aan dat dit niet betekent dat het onderzoek zich per definitie heeft
beperkt tot deze personen. Ook kan nieuwe informatie aanleiding geven om het onderzoek
uit te breiden.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat, gezien de ernst van de signalen en het mogelijke grotere
aantal betrokkenen, een breder en diepgaander onderzoek noodzakelijk is om alle misstanden
binnen deze eenheid boven tafel te krijgen? Zo ja, hoe gaat u dit vormgeven? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6
Ik ben het met u eens dat signalen van grensoverschrijdend gedrag volledig en zorgvuldig
onderzocht moeten worden.
Het instellen van en de wijze van onderzoek doen dient steeds te worden bezien in
relatie tot aard, omvang en ernst van de signalen. Om de onafhankelijkheid van het
onderzoek naar de Blauwe Haven te waarborgen heeft de politie deze ondergebracht bij
het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO). Het LTIO is een gespecialiseerd team
dat zich richt op eenheidsoverstijgende onderzoeken met betrekking tot integriteitsschendingen.
Het LTIO heeft als doel om de integriteit binnen de politieorganisatie door het onderzoeken
van interne misstanden te waarborgen en het voert gespecialiseerde onderzoeken uit
bij complexe integriteitskwesties. Hierbij staat zij, waar relevant, in nauw contact
met het Openbaar Ministerie.
De korpsleiding heeft mij laten weten dat het onderzoeksteam in de eerste fase van
het oriënterend onderzoek vooral heeft getracht om een completer beeld te krijgen
van wat zich bij de Blauwe Haven afspeelde. Vervolgens hebben de bevindingen geleid
tot drie individuele onderzoeken gericht op medewerkers waarbij het vermoeden was
van plichtsverzuim. Voor het overige verwijs ik u naar mijn antwoorden op vraag 2,
3 en 5.
Vraag 7 en 8
Zijn bij u signalen bekend dat de korpschef, Janny Knol, reeds eerder op de hoogte
was van (een deel van) deze meldingen? Zo ja, sinds wanneer? Welke acties zijn naar
aanleiding daarvan ondernomen? Acht u dit handelen adequaat?
Hoe beoordeelt u de informatiepositie van de korpsleiding in dit dossier? Zijn er
aanwijzingen dat signalen onvoldoende zijn opgepakt of intern zijn gebleven?
Antwoord 7 en 8
De politie heeft mij laten weten dat het eerste signaal de korpsleiding heeft bereikt
in juni 2024. Dit signaal was ernstig maar nog onvoldoende concreet. In de daaropvolgende
periode is om aanvullende informatie verzocht en is het signaal nader geduid. Daaropvolgend
is de korpschef geïnformeerd. De korpschef heeft vervolgens direct opdracht gegeven
tot een intern oriënterend onderzoek, uitgevoerd door het Landelijk Team Interne Onderzoeken
(LTIO).
Ik heb begrepen dat direct bij de start van het onderzoek de onderzochte medewerkers
met buitengewoon verlof zijn gestuurd. Daarnaast is er een extra leidinggevende aan
het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen en rust te herstellen
in het team.
Om een completer beeld te krijgen van wat zich bij de Blauwe Haven heeft afgespeeld,
sprak het LTIO in de afgelopen maanden met tientallen mensen, zowel met melders als
getuigen. Hierbij is door het onderzoeksteam gezocht naar extra mogelijkheden om mensen
te laten verklaren op een door hen als comfortabel ervaren manier. Dit uitgebreid
oriënterend onderzoek heeft vervolgens geleid tot drie disciplinaire onderzoeken.
Het eerste disciplinaire onderzoek is afgerond en de betrokken medewerker is door
de organisatie ontslagen. De andere twee onderzoeken zijn eveneens afgerond. Aan de
betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen opgelegd (bij voorlopig besluit).
Vraag 9 en 10
Kunt u toelichten waarom ervoor is gekozen om het onderzoek niet volledig onafhankelijk
extern te laten uitvoeren, maar (deels) binnen of in opdracht van de politieorganisatie
zelf plaatsvindt?
Deelt u de mening dat, gezien de aard van de beschuldigingen en de mogelijke cultuurproblemen
binnen de organisatie, een volledig onafhankelijk onderzoek noodzakelijk is om vertrouwen
van slachtoffers en de samenleving te waarborgen? Zo ja, bent u bereid alsnog een
onafhankelijk extern onderzoek in te stellen, bijvoorbeeld door de Rijksrecherche?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9 en 10
Volgens de gebruikelijke procedure worden meldingen die duiden op een vermoeden van
plichtsverzuim allereerst intern door de organisatie onderzocht door middel van een
disciplinair onderzoek.1 In geval van het vermoeden van strafbare feiten wordt dit onderzoek geleid door het
Openbaar Ministerie.
De korpsleiding heeft mij laten weten dat de wijze van onderzoek doen altijd wordt
bezien in relatie tot aard, omvang en ernst van de signalen. Gelet op de ernst van
de meldingen bij de Blauwe Haven en de omvang van het oriënterend onderzoek, is door
de korpsleiding besloten om het onderzoek te laten doen door het Landelijk Team Interne
Onderzoeken (LTIO). Het LTIO is een gespecialiseerd team dat zich richt op eenheidsoverschrijdende
onderzoeken, vaak met betrekking tot integriteitsschendingen. Het LTIO heeft als doel
om de integriteit binnen de politieorganisatie door het onderzoeken van interne misstanden
te waarborgen en het voert gespecialiseerde onderzoeken uit bij complexe integriteitskwesties.
Hierbij staat zij, waar relevant in geval van strafbare feiten, in nauw contact met
het Openbaar Ministerie. Ik heb geen redenen om te twijfelen aan de onafhankelijkheid
van het onderzoek, zoals thans wordt uitgevoerd door het LTIO.
Vraag 11 t/m 13
Op welke wijze wordt momenteel geborgd dat slachtoffers en betrokkenen zich veilig
voelen om zich te melden, mede gezien signalen van angst en terughoudendheid?
Wat gaat u concreet doen om ervoor te zorgen dat alle (mogelijke) slachtoffers en
getuigen zich anoniem, veilig en laagdrempelig kunnen melden, bijvoorbeeld via onafhankelijke
meldpunten buiten de politieorganisatie?
Bent u bereid aanvullende maatregelen te treffen om drempels voor melden weg te nemen,
zoals:
– het actief benaderen van (oud-)medewerkers van De Blauwe Haven,
– het inschakelen van een onafhankelijk extern meldpunt,
– het garanderen van anonimiteit en bescherming tegen repercussies, en
– het bieden van onafhankelijke vertrouwenspersonen buiten de politiehiërarchie?
Antwoord 11 t/m 13
De korpsleiding heeft mij verzekerd dat er sinds de start van het onderzoek veel maatregelen
zijn genomen om de veiligheid en rust in het team te herstellen. Zo zijn de onderzochte
medewerkers met buitengewoon verlof gestuurd en is er een extra leidinggevende aan
het team toegevoegd met als belangrijkste taak om het vertrouwen en rust te herstellen
in het team. Ook is door de organisatie meteen gezocht naar extra mogelijkheden om
mensen te laten verklaren op een door hen als comfortabel ervaren manier, zoals door
gebruik te maken van de eerdergenoemde geheimhouder.
De politie werkt hard aan het creëren van een veilige werkomgeving. Hiervoor heeft
het een uitgebreid lokettenlandschap met onder meer, een stelsel van vertrouwenspersonen,
diverse meldpunten en de ombudsfunctionaris politie. Om het landschap te vereenvoudigen
is het Sociaal Loket opgericht in 2023 dat fungeert als centraal aanspreekpunt bij
vragen en meldingen, die vervolgens worden doorgeleid naar het juiste loket in de
organisatie.
Vraag 14
Hoe wordt geborgd dat meldingen die alsnog binnenkomen ook daadwerkelijk worden betrokken
bij het lopende onderzoek en niet buiten beschouwing blijven vanwege de huidige afbakening
van het onderzoek?
Antwoord 14
Het uitgangspunt is en blijft dat elke melding serieus wordt genomen en op elke overschrijding
van de norm een reactie volgt. Ik vind het belangrijk dat drempels voor melden zo
laag mogelijk zijn. De omvang van het onderzoek wordt bepaald op basis van feiten,
meldingen en onderzoeksbevindingen. Als nieuwe signalen daartoe aanleiding geven,
kan het onderzoek worden uitgebreid.
Vraag 15
Welke stappen gaat u zetten om te voorkomen dat dergelijke situaties zich in de toekomst
opnieuw voordoen binnen de politieorganisatie?
Antwoord 15
Grensoverschrijdend gedrag past niet binnen de politieorganisatie en moet daarom consequent
worden aangepakt. Binnen de politieorganisatie, maar ook in de maatschappij, is er
terecht veel aandacht voor het tegengaan van ongewenst gedrag waaronder uitsluiting,
pestgedrag, seksueel overschrijdend gedrag en discriminatie en racisme. Binnen de
politie wordt daarom ingezet op versterking van sociale veiligheid, leiderschapsontwikkeling,
het bevorderen van het melden van misstanden. Daarbij horen onder meer trainingen
en gesprekken, een duidelijke normstelling in geval van ongewenst gedrag, een verbeterde
opvolging van signalen en het versterken van vertrouwensstructuren. Ik spreek regelmatig
met de korpsleiding over dit belangrijke thema en ik zal dit blijven doen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.