Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Jagtenberg en El Boujdaini over het bericht 'Palantir CEO Makes Shocking Confession on Disrupting Democratic Power'
Vragen van de leden Jagtenberg en El Boujdaini (beiden D66) aan de Staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en van Defensie en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Palantir CEO Makes Shocking Confession on Disrupting Democratic Power» (ingezonden 23 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie
en de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 28 mei 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Palantir CEO Makes Shocking Confession on Disrupting
Democratic Power» van The New Republic?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gegeven in het artikel dat het bedrijf Palantir doelbewust inzet
op discriminerende aspecten van hun technologie waarmee democratische verhoudingen
worden verslechterd?
Antwoord 2
Het Kabinet zal zich immer inzetten voor de bescherming van mensenrechten en de democratische
rechtstaat, ook bij de inzet van technologie zoals AI. Daarbij heeft het kabinet ook
aandacht voor de mogelijk discriminerende aspecten van technologie, en het beschermen
van de democratie. Het is niet aan het kabinet om opvattingen van het bestuur van
een bedrijf van een oordeel te voorzien.
Vraag 3
Welke rol spelen bedrijven als Palantir Technologies momenteel in Nederlandse overheidsprocessen,
bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse, veiligheid of publieke dienstverlening?
Antwoord 3
In antwoord op diverse Kamervragen van het lid Van Houwelingen (FvD),2 evenals van de leden Van Vroonhoven en Six Dijkstra (beiden NSC),3 is aangegeven dat op dit moment alleen de politie en Defensie gebruik maken van Palantir.
De politie gebruikt de software van Palantir enkel binnen de zogenaamde «Raffinaderij».
«De Raffinaderij» is een analyseomgeving waar Palantir onderdeel van uitmaakt. Deze
wordt alleen aangewend voor de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit
en het voorkomen van aanslagen.
Binnen de Nederlandse krijgsmacht wordt bij een aantal (operationele) defensieonderdelen
gebruik gemaakt van de Palantir-software. Dit gebeurt onder strikte maatregelen en
in volledige afgesloten omgevingen. Hierbij gaat het in alle gevallen om een «beproeving»
van deze technologie, waardoor het slechts in beperkte mate ondersteunend is aan het
militair optreden. Daarnaast wordt in het kader van interoperabiliteit tussen NAVO-partners
onderzocht in hoeverre deze technologie hieraan kan bijdragen.
Vraag 4
In hoeverre acht het kabinet het wenselijk dat technologiebedrijven die nauw samenwerken
met overheden of veiligheidsdiensten ook uitgesproken politieke visies hebben over
de werking van democratieën?
Antwoord 4
Het kabinet is van mening dat vrijheid van gedachten (cf. art. 7 Gw en art. 9 EVRM)
een recht is wat mensen toekomt, en dat bedrijven niet als zodanig politieke visies
kunnen hebben. Het is niet aan het kabinet om opvattingen van het bestuur van een
bedrijf van een oordeel te voorzien.
Vraag 5
Hoe is er in de aanbesteding van de software van Palantir nagedacht over de impact
van deze samenwerking op de democratie en maatschappij?
Antwoord 5
De Rijksoverheid gebruikt bij aanbestedingen en inkoopopdrachten de Algemene Inkoopvoorwaarden
(ARIV), de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten
van Diensten (ARVODI) en de Algemene Rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten (ARBIT).
Daarnaast nemen overheidsorganisaties verschillende maatregelen om de cyberveiligheid
van de ICT-processen van de overheid, en de bescherming van persoonsgegevens van alle
betrokkenen te waarborgen. De basis ligt hiervoor in wet- en regelgeving. Zo zijn
overheidsorganisaties verplicht om conform de Baseline Informatiebeveiliging Overheid
2 (BIO 2) risicogebaseerd maatregelen te nemen voor hun informatiebeveiliging. Daarnaast
volgt er uit de AVG een verplichting tot het uitvoeren van een risicoanalyse met betrekking
tot de verwerking van persoonsgegevens en het nemen van maatregelen om onderkende
risico’s te mitigeren.
Voorafgaand aan een voorgenomen verwerking van persoonsgegevens, moet een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd worden om de risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen
in kaart te brengen. Beoordeeld wordt welke (aanvullende) operationele, technische,
procedurele, informatiebeveiligings- of bestuurlijke maatregelen getroffen moeten
worden om eventuele risico’s voor de bescherming van persoonsgegevens en de rechten
en vrijheden van betrokkenen te mitigeren. In geval van doorgifte van persoonsgegevens
aan landen buiten de EER wordt een data transfer impact assessment (DTIA) uitgevoerd om te beoordelen of het betreffende land of internationale organisatie
een passend beschermingsniveau waarborgt. Volgens de AI-verordening wordt de Fundamental Rights Impact Assessment (FRIA) verplicht bij hoog-risico AI-systemen. Een mogelijke invulling van zo’n FRIA
is het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA). Wat de verantwoorde en
transparante inzet van algoritmen en AI binnen de overheid betreft, wordt daarnaast
ook ingezet op instrumenten als het Algoritmeregister en het Algoritmekader. In de
Kamerbrief van 20 april heb ik u tevens geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet
voornemens is het toezicht op de naleving van de Europese AI-verordening vorm te geven.4
Vraag 6
In referentie naar de aangenomen motie van het lid Six Dijkstra c.s. over het onafhankelijk
maken van Palantir, wat is de status van de uitvoering van de drie gevraagde actielijnen
uit deze motie5?
Antwoord 6
Ik verwijs u graag naar de Kamerbrief uitvoering aangenomen ontraden moties over ICT-onderwerpen,
ingediend tijdens het Notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie d.d.
29 september 2025 en het Tweeminutendebat Telecomraad (informeel) dd. 9 december 2025,
waar is ingegaan op de uitvoering van deze motie.6
Vraag 7
Kunt u een plan aanleveren om de verschillende functionaliteiten van Palantir waar
de Nederlandse overheid gebruik van maakt om te zetten naar volwaardige alternatieven,
en welke EU-bedrijven dit kunnen leveren? Zo ja, kan er ook een overzicht gemaakt
worden welke EU-bedrijven deze functionaliteiten kunnen leveren, en kunt u de Kamer
dit doen toekomen?
Antwoord 7
Dit is niet mogelijk. Ik verwijs u graag naar de Kamerbrief uitvoering aangenomen
ontraden moties over ICT-onderwerpen, ingediend tijdens het Notaoverleg over de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie d.d. 29 september 2025 en het Tweeminutendebat Telecomraad
(informeel) dd. 9 december 2025, waar is ingegaan op de uitvoering van deze motie.7
Vraag 8
Is het kabinet bereid, als de benodigde capaciteiten nog niet op de Europese markt
beschikbaar zijn, om te verkennen of de talenten binnen JIVC (Joint Informatievoorziening
Commando) benut kunnen worden om de benodigde capaciteiten zelf te ontwikkelen, al
dan niet in samenwerking met het Nederlandse of Europese bedrijfsleven?
Antwoord 8
Specifiek voor Defensie geldt dat er op dit moment een onderzoek naar mogelijke technologische
alternatieven binnen Europa wordt uitgevoerd. Hieruit moet ook het beeld ontstaan
welke specifieke kennis noodzakelijk is en welke positie JIVC hierin kan of moet vervullen.
Vraag 9
Is het kabinet bereid te onderzoeken of aanvullende transparantie- of governance-eisen
nodig zijn voor technologiebedrijven die AI-systemen leveren aan overheden, zeker
wanneer deze bedrijven ook actief zijn in defensie- en veiligheidssectoren?
Antwoord 9
De AI-verordening voorziet al in transparantie- en governance-eisen voor een breed
scala aan hoog-risico AI. Deze zijn onderdeel van het Europese standaardisatieproces
dat momenteel loopt in het kader van deze wet. Ik beoog daar zoveel mogelijk bij aan
te sluiten. Daarnaast werk ik vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan een
AI-inkoopaanpak. Hierin wordt ook aandacht besteed aan transparantie-eisen die bij
het inkoopproces kunnen worden opgelegd aan technologiebedrijven die AI-systemen leveren
aan overheden. Voorbeelden van deze eisen zijn dat zij documentatie kunnen voorleggen
die toelicht hoe de AI-component van het systeem werkt. In het Commissiedebat Digitaliserende
overheid van 29 januari 2026 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties
en Digitalisering toegezegd dat deze AI-inkoopaanpak in 2026 met uw Kamer zal worden
gedeeld. Dat wordt beoogd in uiterlijk Q4 2026.
Binnen Defensie wordt op dit moment een beleidskader ontwikkelt, dat voortborduurt
op het eerder vastgestelde algoritmebeleid en waarin alle noodzakelijke maatregelen
worden uitgewerkt. Deze zal van toepassing zijn op alle nog te verwerven en bestaande
AI-systemen die ondersteunend zijn aan het militair optreden.
Vraag 10
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 10
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.