Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boomsma en Ceulemans over het bericht dat er een snelle toename is van het aantal asielzoekers met “nationaliteit onbekend”
Vragen van de leden Boomsma en Ceulemans (beiden JA21) aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht dat er een snelle toename is van het aantal asielzoekers met «nationaliteit onbekend» (ingezonden 15 april 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 28 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1826.
Vraag 1
Klopt het bericht in de Telegraaf «Ter Apel stroomt vol met mensen met «onbekende
nationaliteit»: «Grootste deel is Palestijn»»?1
Antwoord 1
Zie de inhoudelijke beantwoording hieronder.
Vraag 2
Naar welke cijfers van het Ministerie van Justitie en Veiligheid verwijst het artikel?
Waar zijn die gepubliceerd?
Antwoord 2
De cijfers die in het artikel worden aangehaald zien op het aantal eerste asielaanvragen
en de nationaliteiten van de aanvragers. Deze cijfers worden maandelijks door de IND
gepubliceerd in Asylum Trends, te vinden via https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/asieltrends.
Vraag 3 en 4
Kunt u verklaren waarom er sprake is van een snelle toename van het aantal asielzoekers
met nationaliteit onbekend?
Klopt het dat een groot deel van deze groep bestaat uit Palestijnen?
Antwoord 3 en 4
De samenstelling van de categorie «nationaliteit onbekend» kan niet als zodanig uit
het IND-systeem gehaald worden.
Vanwege de toename van registraties onder «onbekende nationaliteit» heeft de IND in
december 2025 en januari 2026 de instroom binnen deze categorie op AC Ter Apel echter
bijgehouden. Uit dit dossieronderzoek blijkt dat 98% van de bijna 600 gecontroleerde
personen aangaf Palestijns te zijn. Ongeveer 84% kwam uit Gaza, 4% uit de Westelijke
Jordaanoever en 12% elders. Opvallend is dat ongeveer 70% van deze gecontroleerde
personen al een status in Griekenland heeft.
Vraag 5
Klopt het dat sommige vreemdelingen hun nationaliteit niet willen prijsgeven tijdens
de procedure? Waarom is dat? En hoe kan hun relaas worden beoordeeld en daarmee het
recht op asiel als ze hun nationaliteit niet willen prijsgeven?
Antwoord 5
Het klopt dat er niet altijd duidelijkheid is over de nationaliteit van de vreemdeling.
De beoordeling van de identiteit, nationaliteit en herkomst van de vreemdeling is
onderdeel van de asielprocedure. Dat een vreemdeling geregistreerd staat met onbekende
nationaliteit hoeft hier echter niet mee te maken te hebben. Er zijn verschillende
redenen waarom een vreemdeling geregistreerd kan staan met een onbekende nationaliteit.
Het kan onder meer gaan om vreemdelingen die geen aannemelijke nationaliteit opgeven
of stellen hun nationaliteit niet te weten of om in Nederland geboren kinderen van
ouders van wie de nationaliteit niet is vastgesteld dan wel om vreemdelingen die de
nationaliteit hebben van een land dat niet (meer) bestaat of door Nederland niet wordt
erkend. In die laatste categorie vallen onder meer burgers van de voormalige Sovjet-Unie
die nooit de nationaliteit van één van de nieuwe landen hebben gekregen of vreemdelingen
afkomstig uit de Palestijnse gebieden die (nog) niet als staatloos kunnen worden aangemerkt.
Dat een vreemdeling met onbekende nationaliteit geregistreerd staat, wil niet zeggen
dat ook onbekend is waar de vreemdeling vandaan komt en zijn gebruikelijke woon- en
verblijfplaats had. Als de vreemdeling geen bekende nationaliteit heeft, maar er is
geen twijfel over de identiteit en herkomst van de vreemdeling, kan de aanvraag getoetst
worden aan het land van gebruikelijk verblijf. Het niet kunnen toewijzen van een nationaliteit
hoeft dus niet in de weg te staan aan het kunnen beoordelen van de aanvraag.
Vraag 6
Wat is bekend over de vraag langs welke route Palestijnse asielzoekers naar Nederland
komen? Door hoeveel veilige landen hebben zij gereisd alvorens ze hier zijn aangekomen?
Antwoord 6
Zoals aangegeven in de voorgaande beantwoording lijkt het hier grotendeels te gaan
om personen die al een asielstatus hebben in Griekenland. In algemene zin is niet
te zeggen door hoeveel landen deze vreemdelingen hebben gereisd alvorens ze een aanvraag
indienden in Nederland.
Vraag 7
Is de toename van het aantal Palestijnse asielzoekers (of anderen van deze groep nationaliteit
onbekend) te relateren of toe te schrijven aan een bepaalde recente keuze, beleidswijziging
of besluit door de Nederlandse overheid? Kunt u hier een toelichting op geven?
Antwoord 7
Nee, niet zover mij bekend.
Vraag 8
Of is de toename van het aantal Palestijnse asielzoekers te relateren aan een besluit,
beleidswijziging of keuze van een ander land op de route? Kunt u hier een toelichting
op geven?
Antwoord 8
Zie de antwoorden op de vragen 3, 4, 6 en 9.
Vraag 9
Op welke manier hebben de Belgen het in augustus vorig jaar moeilijker gemaakt voor
Palestijnen om bescherming te krijgen in dat land, en in hoeverre speelt dat een rol?
Antwoord 9
In het artikel waarnaar u in uw vragen verwijst, staat dat een Palestijnse asielzoeker
in België minder kans heeft om asielbescherming te krijgen en geen recht heeft op
opvang als hij al een verblijfsstatus heeft in een ander Europees land. In het Nederlandse
beleid, ontleent aan het Unie-recht, wordt het verzoek van de asielzoeker niet-ontvankelijk
verklaard als hij al bescherming heeft in een andere EU-lidstaat. Hierbij past wel
de kanttekening dat ten aanzien van asielzoekers die in Griekenland bescherming hebben
gekregen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van
28 juli 2021 het risico opnam dat zij bij terugkeer in dat land niet kunnen voorzien
in de belangrijkste basisbehoeften, zoals wonen, eten en zich wassen. Naar aanleiding
van die uitspraak beoordeelt de IND de aanvragen van Griekse statushouders inhoudelijk,
tenzij de statushouder als zelfredzaam kan worden beschouwd. Voor zover ik heb begrepen,
heeft de Belgische Raad van Vreemdelingenbetwisting in verschillende arresten daterend
van 20 februari 2026 een soortgelijke conclusie bevestigd.
Ten aanzien van het onthouden van opvang aan de groep asielzoekers die al bescherming
heeft gekregen in een andere lidstaat, schorste de Belgische Raad van State in een
uitspraak van 27 maart 2026 de instructie van de Belgische Minister en stelde prejudiciële
vragen aan het EU-Hof van Justitie over dit vraagstuk vragen. Uiteraard betrek ik
de uitkomst van die procedure bij de eventuele handelingsperspectieven.
Het uitgangspunt blijft dat Nederland weer statushouders aan Griekenland kan overdragen.
Het kabinet is doorlopend met de Commissie en Griekenland in gesprek en verkent waar
zij actief kan ondersteunen bij het wegnemen van de bestaande belemmeringen. In dat
kader steunt Nederland sinds januari 2025 voor de duur van twee jaar twee opvangtehuizen
voor (jonge) Griekse statushouders van Movement on the Ground, een non-gouvernementele
organisatie. Statushouders krijgen daar onderdak in een gemeenschappelijk huis in
Athene, waar ze wonen met anderen, en worden begeleid en ondersteund bij de integratie
in de Griekse samenleving (school, werk etc.).
Gezien de ontstane situatie heb ik, na contact met Movement on the Ground, besloten
dat ook vanuit Nederland naar Griekenland terugkerende statushouders gebruik kunnen
maken van deze plekken. Daarmee kan hun in Nederland ingediende asielverzoek «niet-ontvankelijk»
worden verklaard. Daarbij zal het wel nog gaan om kleinere getallen. Maar samen met
Griekenland, maar ook met België en Duitsland die met hetzelfde probleem zitten, en
de Europese Commissie blijf ik in gesprek om ook structureel te voorzien in een oplossing
voor de hele groep.
Aan de IND heb ik gevraagd om zaken van Griekse statushouders niet inhoudelijk te
behandelen in afwachting van goede afspraken over terugkeer en opvang met Griekenland.
Op die manier wordt voorkomen dat deze Griekse statushouders in Nederland asielbescherming
verkrijgen in afwachting van deze nadere afspraken. Hiermee geef ik tevens invulling
aan de motie van het lid Elian (VVD) daarover.
Vraag 10 en 11
Op welke manier wordt gecontroleerd of Palestijnse asielzoekers lid zijn van, een
functie hadden of hebben bij, dan wel banden of affiniteit hebben met Hamas of een
andere terreurorganisatie?
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van deze screening? Bent u van mening dat we adequaat
zicht hebben op mogelijke banden met Hamas?
Antwoord 10 en 11
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel,
onderzoekt de IND standaard of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde
of de nationale veiligheid, of dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan zogenaamde
1F-gedragingen (ernstige misdrijven). Zie voor het toetsingskader C.2/7.10 en verder
van de Vreemdelingencirculaire.
Onder meer bij brief van 27 juni 20252 is uw Kamer geïnformeerd over verschillende evaluaties over het onderkennen van signalen
van mogelijke betrokkenheid bij radicalisering en terrorisme in de asiel- en nareisprocedure.
Geconstateerd is dat de asiel- en nareisprocedure voldoende is ingericht om signalen
te onderkennen die hier op wijzen.
Vraag 12
Bent u het eens met de stelling dat deze toename van asielzoekers onwenselijk is?
Welke stappen gaat u zetten om te voorkomen dat dit verder toeneemt?
Antwoord 12
Dit kabinet wil meer grip krijgen op migratie. Naast de specifieke inzet beschreven
in antwoord 9, geldt dat belangrijke stappen daarin de inwerkingtreding van het Pact
en de recent aangenomen wet invoering tweestatusstelsel zijn.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.