Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bamenga over de snel verslechterde situatie in het oosten van Congo
Vragen van het lid Bamenga (D66) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de snel verslechterende situatie in het oosten van Congo (ingezonden 29 april 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 26 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met recente signalen vanuit het maatschappelijk middenveld dat de situatie
in het oosten van Congo in hoog tempo verslechtert, onder meer door het massaal terugtrekken
van donoren als gevolg van sancties en afnemende financiering?1 Hoe beoordeelt u de acute humanitaire en economische gevolgen hiervan?
Antwoord 1
Ja, ik ben op de hoogte van de zorgelijke en voor de bevolking uiterst ingrijpende
situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). De signalen die
wij ontvangen, onder meer vanuit het maatschappelijk middenveld, zijn verontrustend.
Het aanhoudende conflict maakt beschikbaarheid van diensten en producten, zoals gezondheidszorg,
voedsel en onderwijs, drinkwater voor de lokale bevolking steeds beperkter, met oplopende
humanitaire noden tot gevolg. De huidige volatiele situatie en beperkte humanitaire
toegang maakt het voor organisaties actief in het gebied moeilijk om hun werk uit
te kunnen voeren. Daarom maakt de EU zich hard voor verbeterde humanitaire toegang.
EU Commissaris Lahbib bracht hiertoe recent een bezoek aan de regio en kondigde tevens
extra humanitaire hulp aan. De EU is de grootste humanitaire donor in de Grote meren
regio.
Zie tevens het antwoord op vraag 2.
Vraag 2
Deelt u de zorg dat de bevolking in het oosten van Congo zich in de steek gelaten
voelt door zowel hun nationale overheid als de internationale gemeenschap? Welke concrete
stappen zet Nederland om de bevolking in het oosten van Congo te ondersteunen?
Antwoord 2
De internationale gemeenschap spant zich middels lopende vredesprocessen in om tot
een politieke oplossing van het conflict te komen. De EU verkent mogelijkheden om
het vredesproces onder leiding van de Afrikaanse Unie te ondersteunen.
Naast de humanitaire bijdragen van de EU, spant ook Nederland zich in voor humanitaire
dienstverlening aan de bevolking in het conflictgebied in de DRC, met een bijdrage
van EUR 9 miljoen aan het landenfonds van de VN en EUR 8,6 miljoen aan de Dutch Relief
Alliance voor programmering in 2026. Daarnaast geeft Nederland ook ongeoormerkte bijdragen
aan hulporganisaties (VN, Rode Kruis) die ook in het oosten van de DRC werkzaam zijn.
Zo is Nederland een van de grootste donoren van het Central Emergency Response Fund
(CERF) van de VN, dat in 2025 bijna USD 50 miljoen aan hulp voor de DRC beschikbaar
maakte.
Ook is Nederland in het gebied actief middels steun aan uitvoeringsorganisaties via
het Grote Meren Programma. Tot eind 2027 worden met Nederlandse hulp projecten uitgevoerd
die steun bieden op het gebied van toegang tot gezondheidszorg, met focus op SRGR,
voedselzekerheid en water, en rechtsbijstand.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u berichten dat de economie in delen van het oosten van Congo vrijwel
tot stilstand komt en dat lokale organisaties en maatschappelijke initiatieven op
omvallen staan? Wat betekent dit voor de stabiliteit in de regio op korte en middellange
termijn?
Antwoord 3
De berichten komen overeen met de analyse van lokale partners van de ambassade in
de DRC en internationale experts. Door het conflict worden handelsroutes gehinderd,
is de belastingdruk op ondernemingen verhoogd, is de landbouwproductie afgenomen en
zijn industrieën minder gaan produceren. Hierdoor zijn veel mensen uitgeweken naar
andere delen in het land en de regio, en is de werkgelegenheid sterk gedaald. Het
conflict heeft een destabiliserend effect op de bredere Grote Meren regio. Zonder
een duurzame politieke oplossing is de verwachting niet dat er op de korte of middellange
termijn significante stabilisering merkbaar zal zijn.
Vraag 4
Kunt u ingaan op signalen dat het gezondheidssysteem in het oosten van Congo dreigt
te bezwijken, onder meer door belemmerde import van medische goederen en het wegvallen
van leveringen van essentiële medicijnen en vaccins vanuit Kinshasa? In hoeverre acht
u deze berichten betrouwbaar en wat is de Nederlandse inzet om verdere instorting
te voorkomen?
Antwoord 4
Het gezondheidssysteem staat onder druk in de DRC in het algemeen, en in het oosten
van de DRC in het bijzonder. De gezondheidszorg binnen en buiten de door M23 bezette
gebieden kent een tekort aan personeel, medicijnen, materialen en financiële middelen.
Gezondheidscentra zijn daarnaast regelmatig het doelwit van aanvallen en plunderingen
door verschillende gewapende groepen, met als gevolg dat ook medisch personeel moet
vluchten of thuis moet blijven. Verder worden humanitaire organisaties regelmatig
de toegang tot gemeenschappen ontzegd door gewapende groepen, of zijn de toegangswegen
dusdanig slecht dat de gemeenschappen niet meer te bereiken zijn. Ik acht deze berichten
daarom betrouwbaar.
Nederland steunt gezondheidscentra in de door M23 bezette gebieden op het gebied van
hulp aan slachtoffers van geweld tegen vrouwen, en steunt programma’s voor verbeterde
voeding voor kinderen en zwangere vrouwen. Deze steun, en die van andere donoren,
helpen de nog functionerende gezondheidscentra om diensten te blijven aanbieden en
contacten met hulporganisaties te behouden.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de sterke toename van seksueel en gender gerelateerd geweld (SGBV)
en de aanhoudende mensenrechtenschendingen in de regio, mede in het licht van berichten
dat communicatie hierover actief wordt onderdrukt? Op welke wijze zet Nederland zich
in voor bescherming van burgers en het documenteren en adresseren van deze schendingen?
Antwoord 5
De sterke toename van seksueel en gender gerelateerd geweld is zeer zorgwekkend. Nederland
steunt verschillende initiatieven in het oosten van de DRC om slachtoffers van seksueel
en gender gerelateerd geweld bij te staan en hulp te leveren. Daarnaast steunt Nederland
diverse actoren die mensenrechtenschendingen documenteren. Verder steunt de activiteit
Defend Defenders mensenrechtenverdedigers, en werken verschillende activiteiten van het Building Peaceful Societies programma in de bezette gebieden onder meer aan het sensibiliseren van strijdende
partijen over het Internationaal Humanitair Recht.
Vraag 6 en 7
Klopt het dat Nederland inzet op een afbouw van activiteiten in de Grote Meren regio
in Afrika? Zo ja, hoe verhoudt deze strategie zich tot de snel verslechterende situatie
ter plaatse en bent u bereid deze inzet te heroverwegen en te bezien welke rol Nederland
nu en in de toekomst kan en moet spelen in het oosten van Congo?
Kunt u toezeggen, overwegende dat ondanks een eerdere Kamerbrief over de breed gesteunde
motie-Bamenga c.s. (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 32) die verzoekt tot continuering van het Grote Meren Programma er nog altijd geen duidelijkheid
is over de wijze waarop deze continuering met Nederlands ontwikkelingsgeld in deze
regio wordt vormgegeven, om succesvolle programma’s binnen het Grote Meren Programma
te continueren en zo snel mogelijk met een brief te komen over de exacte uitvoering
van de motie-Bamenga c.s.?
Antwoord 6 en 7
In de Kamerbrief betreffende het beleid van ontwikkelingshulp van 20 februari 20252 is uw Kamer geïnformeerd over het voornemen tot beëindigen van het Grote Meren Programma
(GMP). Ik zal de Kamer voor het zomerreces informeren over de uitvoering van de motie-Bamenga
c.s. over voortzetten van succesvolle programma’s van het GMP.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het bericht dat er een akkoord gesloten zou zijn tussen de rebellen
en de Congoleze overheid over het leveren van humanitaire hulp?3 Wat betekent dit concreet voor de Nederlandse inzet in de regio?
Antwoord 8
Het is van belang dat alle strijdende partijen bewust zijn van hun rol en verplichtingen
rond het zorgen voor vrije toegang van humanitaire hulp aan getroffen gemeenschappen.
Deze verplichtingen vanuit het Internationaal Humanitair Recht zijn niet afhankelijk
van akkoorden en dienen altijd gerespecteerd worden. Daarom pleit Nederland in Europees
en internationaal verband voor het openen van humanitaire corridors en het respecteren
van het Internationaal Humanitair Recht, waaronder ongehinderde humanitaire toegang.
Akkoorden kunnen deze verplichtingen benadrukken of faciliteren en kunnen in die zin
ondersteunend zijn, maar vervangen reeds bestaande internationale verplichtingen niet.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.