Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceulemans over het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA
Vragen van het lid Ceulemans (JA21) aan de Minister voor Asiel en Migratie over het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA (ingezonden 19 februari 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 22 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1307.
Vraag 1
Kunt u nauwgezet aangeven welke stappen er gezet zijn door het Centraal Orgaan opvang
asielzoekers (COA) en u sinds uw aankondiging in december rond het onderbrengen van
nareizigers in hotels?1
Antwoord 1
De maatregel waarbij nareizigers door COA onder worden gebracht in hotels, wordt hierna
aangeduid als de «aanvullende nareismaatregel». Deze aanvullende nareismaatregel bouwt
voort op de maatregel versnelde uitplaatsing, waarbij nareizende familieleden bij
de gehuisveste referent verblijven, zoals gecommuniceerd in de Kamerbrief van 23 september
jl. (Kamerstuk 19 637, nr. 3476).
Op vrijdag 19 december jl. zijn de colleges van B&W geïnformeerd over de aanvullende
maatregel waarbij nareizigers worden ondergebracht in hotels. Voorts is vanuit het
ministerie een opdracht verstuurd aan het COA voor de uitvoering van deze maatregel.
Om daadwerkelijk te starten was het noodzakelijk dat de zogenaamde hotel- en accommodatie
regeling (HAR) regeling, tijdelijke regeling voor het stimuleren van uitstroom vergunninghouders
uit de asielopvang 2026, verlengd zou worden. Deze is op 27 januari jl. gepubliceerd,
waarna het COA daadwerkelijk kon starten met de uitvoering.
Op 20 januari zijn gemeenten via een webinar verzorgd door het departement en het
COA, ambtelijk verder geïnformeerd over de maatregel.
COA onderzoekt per gemeente met een achterstand op de taakstelling huisvesting vergunninghouders
of er geschikte kamers in een hotel beschikbaar zijn. Indien de inhuizing kan plaatsvinden,
informeert het COA de gemeente. Ook voor overige statushouders geldt dat hotels kunnen
worden ingezet voor tijdelijk onderdak in afwachting van uitstroom naar een reguliere
woning. Hiervoor kunnen gemeenten de HAR+ inzetten.
Vraag 2
Klopt het dat het COA voornemens is om deze of volgende week de eerste lichting nareizigers
gaat onderbrengen in een hotel in de gemeente Schouwen-Duiveland?2 Zo nee, wanneer dan wel?
Antwoord 2
COA heeft binnen het kader van de verstrekte opdracht op 17 februari jl. de eerste
uitplaatsing uitgevoerd. Op 25 februari jl. zijn er in Schouwen-Duivenland nareizigers
uitgeplaatst. In totaal zijn er 202 nareizigers versneld uitgeplaatst in zes gemeenten
(d.d. 21 april).
Vraag 3
Kunt u de Kamer voorzien van een overzicht van voorgenomen plaatsingen die op dit
moment bekend zijn en/of reeds verricht zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
COA heeft binnen het kader van de verstrekte opdracht 202 nareizigers versneld uitgeplaatst
binnen zes gemeenten (d.d. 21 april). Ik doe geen uitspraken over mogelijke toekomstige
uitplaatsingen ten behoeve van het proces.
Vraag 4
Kunt u de Kamer tevens voorzien van alle communicatie vanuit het Rijk en/of het COA
richting gemeenten over deze regeling?
Antwoord 4
Het departement en het COA hebben in het kader van de aanvullende nareismaatregel
de volgende communicatiemiddelen met gemeenten verstrekt. De hierna benoemde stukken
zijn toegevoegd in de bijlage van deze beantwoording.
1. Informatiemail Colleges B&W aanvullende maatregelen opvang nareizigers (d.d. 19 december
2025)
1.1. Bijlage visual huisvesten nareizigers
2. Informatiebrief COA aan gemeenten, aanvullende op de mail van departement (d.d. 20 december
2025)
3. Presentatie COA webinar aanvullende nareismaatregel (d.d. 20 januari 2026)
4. Aanvullende maatregel nareis – QenA voor gemeenten (d.d. 9 februari 2026)
5. Stroomschema uitstroom nareizigers (aanvullende nareismaatregel) (d.d. 9 februari
2026)
Zoals in bovengenoemde bijlagen ook staat vermeld, loopt individuele communicatie
met gemeenten via het COA. In samenwerking met het COA en de VNG zijn in totaal drie
Webinars georganiseerd over de versnelde uitplaatsing en de aanvullende maatregel.
Vraag 5
Klopt het dat gemeenten hooguit geïnformeerd worden door het COA wanneer er nareizigers
in een hotel worden ondergebracht, maar verder geen zeggenschap hebben?
Antwoord 5
In de opdracht voor de aanvullende nareismaatregel die door het departement aan het
COA is verstrekt staat dat COA een gemeente minimaal 2 dagen, maar bij voorkeur eerder,
voorafgaand aan de plaatsing informeert. Deze kaders zijn in de informatiemail (d.d.
19 december) met de colleges van B&W gecommuniceerd. De informatiemail is toegevoegd
als bijlage bij deze beantwoording. Wanneer de gemeente zelf een alternatief voor
het tijdelijk onderdak heeft, onderzoekt het COA dit graag met de gemeente. Gezien
de tijdelijke duur van deze statushouders in een hotel vereist dit geen besluit van
de gemeente.
Vraag 6 en 7
Bij hoeveel procent van de nareizigers die u voornemens bent in hotels te plaatsen
is er sprake van dat het nagereisde familielid al wel huisvesting heeft in de koppelgemeente,
maar dat deze niet geschikt wordt geacht voor meerdere bewoners?
Wat wordt in dezen verstaan onder al dan niet geschikt voor meerdere bewoners? Welke
criteria gelden hiervoor en wie bepaalt deze?
Antwoord 6 en 7
De samenstelling van de groep nareizigers is dynamisch en wisselt per week. De gemeente
geeft bij afgifte van het inreisvisum aan of de woning van de referent passend is
voor huisvesting van de nareizende familieleden. In principe worden nareizigers, daar
waar mogelijk, direct bij de referent geplaatst als de referent reeds in een gemeente
gehuisvest is. Bij kleinere gezinnen tot drie personen gaat dit gemakkelijker dan
bij grote gezinnen. Het COA treedt altijd in overleg met gemeenten alvorens nareizende
familieleden worden gehuisvest bij referenten. In afwachting van geschikte huisvesting
kan eventueel een tijdelijke accommodatie geregeld worden.
Vraag 8
Deelt u de mening dat het onuitlegbaar is om nareizigers op kosten van de belastingbetaler
onder te brengen in hotels wanneer hun familielid al huisvesting in diezelfde gemeente
heeft, ook als die misschien niet ideaal is voor meerdere bewoners? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8
Het uitgangspunt is dat nareizigers bij de gehuisveste referent verblijven. Waar mogelijk
verwijst het COA daarom nareizigers, behoudens contra-indicaties en binnen de grenzen
van redelijkheid en billijkheid, door naar de gemeente waar de referent woonachtig
is. Zij trekken daar, voor zover passend, bij het familielid in of zoeken in samenspraak
met de gemeente andere huisvesting in de nabijheid, zoals toegelicht in de Kamerbrief
van 23 september jl. Deze werkwijze is echter slechts voor een beperkte doelgroep
toepasbaar, omdat de woning van de referent niet altijd geschikt is of omdat de referent
zelf nog niet is gehuisvest en nog op een COA-locatie verblijft. Derhalve wordt er
wegens de hoge druk op de reguliere COA-opvanglocaties en aanvullend op bovenstaande
werkwijze gebruik gemaakt van opvang in hotels.
Vraag 9 en 10
Waarom geeft u het COA expliciet de opdracht om nareizigers in hotels in of nabij
de koppelgemeente te plaatsen, terwijl u op 23 september jl. in uw Kamerbrief nog
sprak over intrekken door de nareizigers bij hun familielid of het samen met de gemeente
zoeken naar andere huisvesting in de buurt (Kamerstuk 19 637, nr. 3476)? Deelt u de conclusie dat uw Kamerbrief op essentiële onderdelen afwijkt van de
manier waarop deze regeling vervolgens is uitgerold?
Wat heeft u doen besluiten om de koers te verleggen naar onderbrengen van nareizigers
in hotels buiten gemeenten om?
Antwoord 9 en 10
Er is geen sprake van een koerswijziging, maar van een aanvulling op bovengenoemde
maatregel (Kamerstuk 19 637, nr. 3476). De aanvullende maatregel voor nareis bouwt voort op de maatregel versnelde uitplaatsing,
waarbij nareizende familieleden bij de gehuisveste referent verblijven, zoals gecommuniceerd
in de Kamerbrief van 23 september jl. Om de druk op de opvangcapaciteit van het COA
en de aanmeldcentra in Ter Apel en Zevenaar verder te verlichten, is deze aanvullende
maatregel nodig geacht.
Het eerder plaatsen van nareizigers in de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld brengt
bovendien het voordeel met zich mee dat zij sneller kunnen integreren. Dit is van
belang voor zowel de nareizigers als de gemeente.
Vraag 11
Wat is uw reactie geweest op gemeenten, waaronder in ieder geval de gemeente Castricum,
die u hebben aangesproken op deze koerswijziging en de onduidelijkheid daaromtrent?
Antwoord 11
De samenwerking met medeoverheden in de opgave rondom opvang en huisvesting van asielzoekers
en statushouders is voor mij van groot belang. Gemeenten, waaronder de gemeente Castricum,
hebben vragen en zorgen geuit over de maatregel en de mogelijke gevolgen daarvan.
Zoals eerder toegelicht betreft de maatregel geen wijziging van de koers, maar een
aanvulling op een reeds genomen maatregel. Dit wordt ook in de bijgevoegde communicatiemiddelen
richting gemeenten vermeld.
Vraag 12
Wat zijn de totale voorziene kosten van deze hele operatie, inclusief het financieren
van het hotelverblijf gedurende de eerste zes maanden door het COA?
Antwoord 12
Nareizigers die nog niet zijn gehuisvest worden opgevangen in de COA opvang. De bekostiging
van het onderbrengen van nareizigers in hotels loopt via het noodopvangbudget van
het COA. Het is derhalve niet de verwachting dat dit leidt tot substantiële meerkosten
ten opzichte van de situatie dat deze personen in de COA locaties worden opgevangen.
Het COA financiert de hotelaccommodatie of ander vormen van tijdelijk onderdak gedurende
maximaal zes maanden. Doordat hiermee de nareiziger reeds in de gemeenten wordt opgevangen,
is de verwachting dat de gemeente sneller de verantwoordelijkheid overneemt en de
periode tot huisvesting verkort wordt, wat bijdraagt aan snellere integratie en het
beperken van de totale opvangkosten voor het COA.
Vraag 13
Kunt u nauwgezet uiteenzetten hoe het semipermanent (ten minste een half jaar) huisvesten
van nareizigers in hotels zich verhoudt tot landelijke en lokale wet- en regelgeving?
Antwoord 13
De Omgevingswet bepaalt dat het gebruik van een gebouw, zoals het exploiteren van
een hotel, alleen is toegestaan als dit past binnen het omgevingsplan of daarvoor
een omgevingsvergunning wordt verleend. De eigenaar of exploitant van het hotel is
verantwoordelijk voor het aanvragen van de benodigde omgevingsvergunning. Gemeenten
zijn verantwoordelijk voor het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen.
De functie van een hotel valt doorgaans onder de bestemming «logies».
Veel gemeenten hebben in beleidsregels vastgelegd hoelang verblijf binnen een logiesfunctie
mogelijk is voordat dit als «wonen» wordt aangemerkt. Vaak geldt hiervoor een maximale
termijn van ongeveer zes maanden. Of een langer verblijf is toegestaan, hangt af van
de functies die in het omgevingsplan zijn opgenomen en van de manier waarop de gemeente
het begrip «wonen» toepast in de lokale regelgeving.
Vraag 14
Wat is uw inschatting van de economische schade voor ondernemers in gemeenten waar
hotelkamers worden gehuurd voor nareizigers in plaats van door toeristen en andere
bezoekers?
Antwoord 14
Een gegeven is dat door deze maatregel voor exploitanten van het hotel een gegarandeerde
bezetting resulteert van een aantal kamers dat door COA wordt afgenomen met als gevolg
gegarandeerde inkomsten. Een inschatting van de mogelijke economische effecten kan
niet worden gegeven, omdat deze gegevens niet worden gemeten of op een andere wijze
systematisch worden bijgehouden. Hierdoor is het niet mogelijk om een betrouwbare
of onderbouwde kwantitatieve inschatting te maken.
Vraag 15
Wat verwacht u van gemeenten met betrekking tot de financiering van de huisvesting
van nareizigers in hotels wanneer het hen niet lukt om binnen zes maanden vervangende
huisvesting voor hen te regelen?
Antwoord 15
Het is de verwachting dat een groot deel van de nareizigers binnen een periode van
zes maanden gehuisvest kan worden. Vanuit het Rijk zijn verschillende stimuleringsmaatregelen
om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van huisvesting indien een reguliere
woning niet beschikbaar is (o.a. Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit
de asielopvang (HAR+) en Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties).
Indien dit niet tijdig lukt, kan een gemeente met de HAR+ regeling het huidige tijdelijk
onderdak in een hotel verlengen. Mocht er sprake zijn van overmacht kan er altijd
in contact worden getreden met het COA en het departement over een maatwerkoplossing.
Vraag 16
Hoe verhoudt het onderbrengen van nareizigers in hotels zich tot de reguliere wettelijke
taakstelling voor de huisvesting van statushouders? Deelt u de conclusie dat u met
deze werkwijze de reguliere interventieladder omzeilt? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
op welke gronden denkt u dit te kunnen doen?
Antwoord 16
Nareizigers zijn, nadat zij het (korte) aanmeldproces in Zevenaar hebben doorlopen
en een vergunning hebben ontvangen, statushouder. Wanneer de gemeente de statushouder
huisvest valt dit onder de realisatie van de taakstelling huisvesting vergunninghouders
van de betreffende gemeente. Wanneer dit niet mogelijk is plaatst COA nareizigers
uit naar een hotel of andere tijdelijke accommodatie in of rondom de koppelgemeente.
Na uitplaatsing blijft het COA gedurende maximaal zes maanden verantwoordelijk. Dit
geeft gemeenten de ruimte om een passende oplossing voor structurele huisvesting of
tijdelijk onderdak te vinden. Zolang de gemeente de verantwoordelijkheid nog niet
heeft overgenomen, is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers.
Pas nadat de gemeente de nareiziger huisvest, telt deze mee voor de wettelijke taakstelling
voor deze gemeente.
Het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van de taakstelling huisvesting vergunninghouders
is belegd bij de provincies. Wanneer gemeenten de taakstelling niet halen, treden
provincies met hen in overleg en kunnen zij het instrumentarium van het interbestuurlijk
toezicht inzetten. Indeplaatsstelling is het uiterste middel binnen het interbestuurlijk
toezicht en wordt alleen ingezet als andere interventies niet tot het gewenste resultaat
leiden. Gedeputeerde staten hebben op grond van artikel 124 van de Gemeentewet de
bevoegdheid tot indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing; deze bevoegdheid is exclusief
aan hen voorbehouden. Deze tijdelijke maatregel laat dit bestaande toezichtkader onverlet.
Vraag 17
Deelt u de conclusie dat het buiten de gemeente om huisvesten van nareizigers in hotels
een maatregel is die feitelijk neerkomt op indeplaatsstelling conform de hoogste trede
op de interventieladder? Zo nee, waarom niet en wat is het verschil?
Antwoord 17
Nee. Bij indeplaatsstelling treedt de provincie in de plaats bij het definitief huisvesten
van de statushouders. In dit geval zorgt het COA voor een tijdelijke oplossing en
geeft het de gemeente de tijd om aan de wettelijke verantwoordelijkheid te voldoen.
Aan de wettelijke taak voor gemeenten om statushouders te huisvesten wordt niets gewijzigd.
Het COA draagt na uitplaatsing naar het hotel of een andere tijdelijke accommodatie
nog voor een periode van maximaal 6 maanden de verantwoordelijkheid, dit biedt gemeenten
de ruimte om een passende oplossing voor huisvesting dan wel (ander) tijdelijk onderdak
te vinden. Totdat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de nareizigers overneemt,
is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers. Er is daarom geen
sprake van een interventie vergelijkbaar met indeplaatsstelling op de wettelijke taakstelling
huisvesting vergunninghouders.
Vraag 18
Indien u ook voornemens bent nareizigers te plaatsen in hotels in gemeenten die zich
op een lagere trede van de interventieladder bevinden, erkent u dan dat u dergelijke
gemeenten hiermee opzadelt met een bovenwettelijke last? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 18
Nee. Zoals eerder vermeld hebben geregistreerde nareizigers een status en telt het
pas mee voor de realisatie van de wettelijke taakstelling vergunninghouders wanneer
de statushouder is gehuisvest. Voor de prioritering van de uitplaatsing is ervoor
gekozen om de bestaande achterstanden in de huisvesting van statushouders leidend
te laten zijn. Totdat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de nareizigers overneemt,
is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers. Er is daarom geen
sprake van een interventie vergelijkbaar met indeplaatsstelling op de wettelijke taakstelling
huisvesting vergunninghouders.
Vraag 19
Erkent u dat deze maatregel opnieuw een schoolvoorbeeld is van dweilen met de kraan
open? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
De aanvullende nareismaatregel is tijdelijk en aanvullend op de structurele instrumenten.
Voor structurele en duurzame capaciteitsuitbreiding van opvangplekken en doorstroom
van statushouders naar huisvesting in gemeenten blijven voor asiel de Spreidingswet
en voor statushouders de wettelijke taakstelling en urgentieregeling het uitgangspunt
zolang de situatie daartoe vraagt. Tijdelijke capaciteitsmaatregelen worden ingezet
in afwachting van het effect van de inwerkingtreding van het Europees Migratiepact.
Het tweestatusstelsel beoogt een afnemend effect op te instroom te hebben. Dit kan
bijdragen aan een afname van de druk op de asielopvang. Deze wet zal onverkort worden
uitgevoerd.
Vraag 20
Deelt u de conclusie dat Nederland de 53.000 verzoeken om nareis die momenteel in
de pijplijn zitten simpelweg niet aankan? Zo ja, bent u bereid om in navolging van
Oostenrijk alle mogelijkheden aan te grijpen om nareis te stoppen, in plaats van de
hotelbranche voor astronomische bedragen om te vormen tot onderdeel van het COA?
Antwoord 20
Het terugdringen van de inzet van hotels is voor mij een prioriteit. Daarvoor dient
primair ingezet te worden op het vergroten van de meerjarige opvangcapaciteit en het
bevorderen van de doorstroom van statushouders. Daarnaast stelt het tweestatusstelsel
strengere voorwaarden aan de komst van nareizigers. Hiermee beoogt het kabinet de
toekomstige druk van nareizigers terug te kunnen dringen.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.