Schriftelijke vragen : Massasterfte van zwaluwen door pesticiden
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over massasterfte van zwaluwen door pesticiden (ingezonden 22 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht over de massasterfte van oeverzwaluwen bij de Haarrijnse
Plas?1
Vraag 2
Deelt u de zorg dat sterfte door pesticiden waarschijnlijk structureel wordt onderschat,
omdat zieke dieren zich verstoppen, snel worden opgegeten door aaseters of niet toxicologisch
onderzocht worden?
Vraag 3
Wordt momenteel gemonitord hoeveel vogels en andere wilde dieren jaarlijks slachtoffer
worden van pesticiden? Zo ja, kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, bent u
bereid om een landelijk monitoringsprogramma op te zetten voor pesticidevergiftiging
bij wilde dieren, inclusief structureel toxicologisch onderzoek bij massasterfte?
Vraag 4
Bent u bekend met het toxicologisch onderzoek van Wageningen University & Research
waaruit blijkt dat bij de gestorven oeverzwaluwen hoge concentraties gif zoals permethrine
en tetramethrine op de veren en in hersenweefsel zijn aangetroffen?2
Vraag 5
Wat vindt u ervan dat de twee pesticiden nu gelden als «relatief veilig voor vogels»,
maar toch gevaarlijk blijken te zijn?
Vraag 6
Erkent u de conclusies van de wetenschappers dat deze bevindingen erop wijzen dat
vogels ernstig ziek kunnen worden of sterven door blootstelling aan pesticiden via
huidcontact of inhalatie, terwijl deze blootstellingsroutes momenteel niet standaard
worden meegenomen in toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen? Zo nee, op welk
wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige risicobeoordeling van pesticiden vooral uitgaat
van opname via voedsel, terwijl onderzoekers nu expliciet waarschuwen dat blootstelling
via veren, huid en luchtwegen mogelijk minstens zo schadelijk kan zijn?
Vraag 8
Welke gevolgen hebben deze onderzoeksresultaten voor de bescherming van (bedreigde)
vogelsoorten zoals de oeverzwaluw, waarvan populaties al onder druk staan door verlies
van leefgebied, voedseltekorten en milieuvervuiling?
Vraag 9
Heeft u gelezen dat de onderzoekers hopen dat de manier waarop pesticiden worden beoordeeld
opnieuw onder de loep zal worden genomen en dat dit onderzoek aanleiding geeft om
bij de toelating van pesticiden rekening te houden met meer scenario’s dan alleen
blootstelling via voedsel?
Vraag 10
Bent u bereid om het advies van de wetenschappers op te volgen? Zo ja, hoe en op welke
termijn?
Vraag 11
Vindt u dat er daarbij ook beter gekeken moet worden naar hoe in de toelatingssystematiek
en beoordelingssystematiek rekening gehouden wordt met mogelijke cumulatieve en synergistische
effecten van pesticidencombinaties voor (wilde) dieren en mensen? Zo ja, hoe gaat
u dat verwerken en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Bent u bereid het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
(Ctgb) te verzoeken om op deze nieuwe bevindingen te reflecteren en te kijken wat
kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat blootstelling via huidcontact en inhalatie
structureel wordt onderzocht, zodat volgens en andere wilde dieren beter worden beschermd
tegen pesticiden?
Vraag 13
Bent u bereid om bij het Ctgb en in Europees verband erop aan te dringen dat cumulatieve
en synergistische effecten van pesticiden voor (wilde) dieren en mensen structureel
mee moeten worden genomen in de toelating en herbeoordeling van stoffen? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 14
Bent u bereid om in Europees verband, ook in het kader van de gesprekken rondom de
Omnibus Food and Feed Safety Simplification, te wijzen op deze wetenschappelijke bevindingen
en te pleiten dat die bevindingen worden verwerkt in beleid om wilde dieren beter
te beschermen tegen pesticiden (ook in het kader van Europese doelen voor biodiversiteit)?
Vraag 15
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om blootstelling van wilde dieren aan pesticiden
terug te dringen?
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor geldende termijn beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid