Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over fiche: Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22112-4247)
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4356
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 21 mei 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de brief van 30 januari 2026 over fiche: Mededeling European Democracy Shield
(Kamerstuk 22 112, nr. 4247)
De vragen en opmerkingen zijn op 9 maart 2026 aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 21 mei 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Kisteman
Adjunct-griffier van de commissie, Kling
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
9
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
14
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
15
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vraag 1
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat recente analyses laten zien dat autoritaire
staten steeds grotere middelen inzetten voor beïnvloedingscampagnes in Europa, terwijl
Europese investeringen in het tegengaan van informatie-manipulatie relatief beperkt
blijven. Kan het kabinet inzicht geven in hoe de beschikbare middelen voor de uitvoering
van het EUDS zich verhouden tot de schaal van de dreiging? Op welke manier kunnen
we de inzet voor het beschermen van de democratie terugzien in het aankomende Meerjarig
Financieel Kader (MFK)?
Antwoord
Geopolitieke spanningen, buitenlandse beïnvloeding en desinformatie vormen een risico
voor ons democratisch bestel. Dat raakt ons en andere gevestigde Europese democratieën,
die in toenemende mate onder druk staan. Mede gelet op deze dreigingen is het beschermen
van de democratische rechtsstaat een kernopgave van het kabinet. Elke vorm van heimelijke
beïnvloeding van democratische processen is onwenselijk. Daarom werkt het kabinet
onder meer aan de inrichting van een organisatie die buitenlandse desinformatie gericht
op ondermijning van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren.
Het beschermen van de democratische rechtsstaat doen wij niet alleen; het is ook voor
de Europese Commissie als andere Europese lidstaten een topprioriteit. Het kabinet
werkt nauw met hen samen om tot een integrale en samenhangende aanpak te komen en
tot structurele kennisuitwisseling te komen om de eigen maatregelen en acties te versterken.
In relatie tot de Europese investeringen is het voor het kabinet van belang dat de
volgende EU-begroting strikte waarborgen voor de democratische rechtsstaat en fundamentele
rechten bevat. Initiatieven als het European Democracy Shield (EUDS) dienen van adequate
dekking in het MFK te worden voorzien. Daarbij is het voor het kabinet belangrijk
te dat er een sterke en effectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaat
en fundamentele rechten en de ontvangst van EU-middelen bestaat, in lijn met motie
Olger van Dijk c.s.1 Op grond van het Commissievoorstel moeten lidstaten voldoen aan horizontale rechtsstaat-
en Handvestvoorwaarden om EU-middelen te kunnen ontvangen uit het NRPP, en moeten
lidstaten in hun plannen laten zien opvolging te geven aan de aanbevelingen van het
jaarlijkse rechtsstaatrapport van de Commissie en de landspecifieke aanbevelingen
uit het Europees Semester gericht op de rechtsstaat. Daarnaast bevat het AgoraEU-programma
het programma voor Democratie, Burgers, Gelijkheid, Rechten en Waarden (CERV+). CERV+
ondersteunt fundamentele rechten, bevordert gelijkheid en non-discriminatie, versterkt
de democratische participatie versterkt en ondersteunt de rechtsstaat gelet op externe
en interne bedreigingen.
Vraag 2
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat de strategie primair gericht is op het
verdedigen van de democratie tegen aanvallen van buitenaf. Deze leden pleiten ervoor
dat de Europese Unie ook blijft werken aan het bevorderen van democratie buiten haar
eigen grenzen. Bevat de EUDS ook een strategie voor de promotie van democratie naar
de burgers van onvrije landen, bijvoorbeeld in Rusland?
Antwoord
Het European Democracy Shield ziet op het versterken van onze Europese democratieën
tegen externe en interne dreigingen. De reikwijdte gaat verder dan de huidige EU-lidstaten
en ziet ook op kandidaat-lidstaten in Europa. Het doel is tot samenwerking te komen,
te investeren in kennis, kunde en capaciteit om de Europese democratieën samen beter
te beschermen. Binnen het EUDS is er geen strategie gericht op specifieke (onvrije)
landen.
Vraag 3
De leden van de D66-fractie ondersteunen de inzet om de onafhankelijke journalistiek
te versterken. In het regeerakkoord zijn middelen opgenomen voor het versterken van
journalistiek vrijheid en persveiligheid. Kan het kabinet aangeven op welke manier
zij deze middelen gaat inzetten en op welke wijze hierbij wordt bijgedragen aan de
doelstellingen van de EUDS? Kan het kabinet een concreet tijdpad schetsen voor nationale
maatregelen die voortvloeien uit de door Nederland gesteunde voorzitterschapsconclusies
over toegang tot betrouwbaar nieuws binnen het kader van het EUDS?
Antwoord
Het klopt dat er extra middelen in het coalitieakkoord zijn opgenomen ten behoeve
van onafhankelijke journalistiek, persvrijheid en -veiligheid. Momenteel werkt het
kabinet aan de uitwerking van de maatregelen uit het akkoord. De Minister van OCW
zal uw Kamer daar voor het zomerreces nader over informeren. Het beschermen en versterken
van democratische instituties, instrumenten en personen die bijdragen aan onze democratische
weerbaarheid is ook onderdeel van het EUDS. Het kabinet beziet deze sporen in samenhang
om tot een zo effectief mogelijke aanpak te komen.
Vraag 4
Hoe reflecteert het kabinet op de constatering uit het EUDS dat betrouwbare informatie
steeds moeilijker vindbaar wordt in een digitaal ecosysteem dat wordt gedomineerd
door techplatforms en wat stelt het kabinet voor als remedie? Hoe stimuleert het kabinet
een Europese AI-innovatie- en licentiemarkt waarin journalistieke content op eerlijke
en transparante wijze wordt benut, met passende vergoeding voor rechthebbenden? Is
het kabinet bereid te onderzoeken of aanvullende transparantieverplichtingen nodig
zijn voor AI-systemen die nieuwscontent verwerken?
Antwoord
De rol van grote techplatforms in het digitale ecosysteem is een factor kijkend naar
betrouwbare informatievoorziening. Het kabinet is van oordeel dat de Europese Commissie
– kijkend naar de interne markt en de digitale dienstenverordening (DSA) – hier een
centrale rol speelt om tot nadere afspraken te komen om de informatieruimte ten behoeve
van het publieke debat te beschermen. De uitvoeringswet die op 4 februari 2025 in
werking is getreden regelt het toezicht in de nationale context.
Het kabinet herkent de zorgen over zicht- en vindbaarheid van bepaald media-aanbod.
In de kabinetsreactie op het WRR-rapport Aandacht voor Media zijn deze zorgen geadresseerd.2 Het kabinet zet in eerste instantie in op het geven van uitvoering aan de mogelijkheid
die de Europese audiovisuelemediadienstenrichtlijn biedt en kijkt vervolgens naar
een breder toepassingsbereik. Het kabinet zal na de zomer een voortgangsbrief over
de opvolging van de actielijnen uit de reactiebrief en het WRR-rapport naar de Kamer
sturen.
Voor wat betreft AI-gebruik, geldt dat de AI-verordening reeds de verplichting bevat
voor aanbieders van AI-systemen (die onder meer tekstinhoud genereren), om ervoor
dat zorgen dat de output van het systeem wordt gemarkeerd en detecteerbaar is als
kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Bovendien moeten gebruiksverantwoordelijken
van een AI-systeem, die tekst genereert of bewerkt die wordt gepubliceerd om het publiek
te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, bekend maken dat de tekst
kunstmatig is gegenereerd of bewerkt. Deze verplichting, die later dit jaar van toepassing
wordt, moet bijdragen aan de herkenbaarheid van kunstmatig gegenereerd media-aanbod.
Vraag 5
De leden van de D66-fractie merken op dat deelname aan het op te richten European
Centre for Democratic Resilience (ECDR) vrijwillig is. Is het kabinet voornemens om
deel te nemen in het ECDR? Is zij van mening dat de aanpak gedragen zou moeten worden
door álle lidstaten, en dat deelname daarom niet vrijwillig zou moeten zijn? Zo ja,
is zij bereid om te bepleitten dat participatie verplicht wordt?
Antwoord
De Commissie is gestart met het opzetten van versterkte samenwerking en kennisdeling,
in samenhang met bestaande initiatieven en voortbouwend op structuren en processen
die reeds ingericht zijn. Gelet op de geopolitieke en technologische ontwikkelingen
en de grensoverschrijdende effecten daarvan, onderschrijft het kabinet de noodzaak
voor effectieve Europese samenwerking. Het kabinet heeft daarom het EUDS verwelkomt
en neemt actief deel aan het inmiddels opgerichte European Centre of Democratic Resilience
(ECDR) om onze gezamenlijke Europese en nationale aanpak te versterken. Alle lidstaten
participeren op dit moment in het ECDR en zijn met de Europese Commissie actief om
tot een nadere uitwerking van dit initiatief te komen. De meerwaarde van versterkte
samenwerking wordt breed ingezien. Deelname is vrijwillig en niet verplicht, maar
voor het kabinet geenszins vrijblijvend. Het kabinet zal met de Commissie, waar mogelijk,
actieve deelname van alle leden blijven bepleiten in het ECDR. Er is geen grond- of
armslag om participatie te verplichten.
Vraag 6
De leden van de D66-fractie constateren dat de Europese Commissie met het European
Democracy Shield een zogenoemde whole-of-society aanpak voorstaat, waarin overheden, maatschappelijke organisaties, media en burgers
gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het versterken van democratische weerbaarheid.
Deze leden onderschrijven het belang van een brede maatschappelijke aanpak, maar vragen
zich af of de huidige voorstellen voldoende duidelijk maken welke rol en verantwoordelijkheid
bij welke actor ligt. Kan het kabinet nader uiteenzetten hoe het deze whole-of-society benadering concreet wil vormgeven in de Nederlandse context? Hoe wordt voorkomen
dat verantwoordelijkheden te diffuus worden, waardoor effectieve coördinatie juist
wordt bemoeilijkt?
Antwoord
Het kabinet onderschrijft het belang van scherpe doelen, definities en taak- en rolverdelingen.
Het kabinet heeft hier ook aandacht voor gevraagd bij de Europese Commissie om tot
een gerichte en integrale aanpak te komen, voortbouwend op bestaande structuren en
processen, waarbij parallelle sporen en duplicering voorkomen wordt. De reikwijdte
van het EUDS en de doelstellingen van het ECDR zijn met recht breed opgezet; het versterken
van onze Europese democratieën dient over de hele linie plaats te vinden waarbij een
whole of society and government benadering op zijn plaats is. Effectieve coördinatie is een factor die nu bij de
nadere uitwerking geadresseerd moet worden, en het kabinet vraagt hier ook aandacht
voor binnen het ECDR.
In de Nederlandse context geldt logischerwijs dat de politiek en de overheid als wetgevende
en uitvoerende macht een bijzondere verantwoordelijkheid hebben voor het versterken
van de democratische rechtsstaat. Het kabinet ziet hier ook een voorbeeldfunctie.
Er zijn daarnaast ook andere belangrijke steunpilaren van de democratie, zoals de
media, de wetenschap, de rechterlijke macht, en het maatschappelijk middenveld. Om
te voorkomen dat verantwoordelijkheden tussen al deze actoren diffuus worden, is het
belangrijk dat zij onafhankelijk kunnen opereren, iets waar het kabinet zich hard
voor maakt. Dit wordt onder meer geborgd door wettelijke en institutionele waarborgen,
zoals de onafhankelijke positie van de rechterlijke macht en het stelsel van onafhankelijke
publieke en private media. Daarnaast is goede samenwerking van belang, zoals met burgers
en maatschappelijke organisaties.
Concreet betekent dit onder meer dat het kabinet investeert in ruimte en ondersteuning
voor initiatieven vanuit burgers en organisaties. Daarnaast werkt het kabinet op lokaal
en nationaal niveau aan de versterking van hun mogelijkheden tot invloed van zeggenschap.
Binnen de Rijksoverheid is er een verdeling van verantwoordelijkheden tussen departementen:
het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is stelselverantwoordelijk
voor het functioneren van de democratische rechtsstaat, het Ministerie van Justitie
en Veiligheid (JenV) zet zich primair in voor de rechtspleging en de bescherming van
de rechtsorde, en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) draagt
verantwoordelijkheid voor onder meer media en wetenschap.
Voor de verdere uitwerking van het EUDS en de werking van het ECDR, blijft verdere
concretisering van rollen en verantwoordelijkheden een belangrijk aandachtspunt voor
het kabinet waar aandacht voor gevraagd wordt bij de Commissie.
Vraag 7
De leden van de D66-fractie constateren dat buitenlandse beïnvloedingscampagnes zich
steeds vaker richten op het ondermijnen van vertrouwen in democratische instituties
door middel van langdurige en subtiele informatieoperaties, waarbij gebruik wordt
gemaakt van sociale media, kunstmatige intelligentie en nieuwe digitale technieken.
In hoeverre acht het kabinet de huidige voorstellen van het European Democracy Shield
voldoende toegerust om dergelijke langlopende en adaptieve campagnes tegen te gaan?
Welke aanvullende instrumenten of bevoegdheden acht het kabinet eventueel noodzakelijk
om Europese democratieën op langere termijn weerbaarder te maken?
Antwoord
Het EUDS en het ECDR zijn belangrijke initiatieven om onze gezamenlijke aanpak te
versterken. De ECDR heeft ook als functie om binnen het netwerk kennis en informatie
te delen om de nationale instrumenten en maatregelen te verbeteren. Daarnaast is het
van belang dat er voldoende zicht is op deze buitenlandse informatieoperaties om tot
respons te kunnen komen. In het Rapid Alert System (RAS) wordt op dit moment informatie gedeeld
over FIMI-campagnes; het ECDR bouwt voort op deze reeds bestaande structuren en instrumenten,
zonder taken en verantwoordelijkheden over te nemen.
Deze Europese samenwerking en maatregelen zijn belangrijk, maar volstaan niet. Het
kabinet neemt vanuit de eigen verantwoordelijkheid en ambities in het coalitieakkoord,
maatregelen om buitenlandse desinformatie te detecteren en tegen te gaan. Daarnaast
heeft het kabinet voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 een pilot FIMI-detectie
ingericht, waarbij wetenschappers en maatschappelijke organisaties onderzoek doen
naar buitenlandse desinformatie.
Het kabinet is ervan overtuigd dat het spoor van de internationale samenwerking en
kennisdeling binnen het EUDS en de ECDR bijdraagt aan de maatregelen en initiatieven
die wij nationaal nemen en voorstaan. Specifieke maatregelen als FIMI-detectie worden
op het niveau van de lidstaten genomen. Via de ECDR – en in bilaterale contacten met
lidstaten – leren wij hoe andere lidstaten een dergelijke voorziening reeds hebben
ingericht en welke lessen daaruit te trekken zijn om tot een effectieve aanpak te
komen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vraag 8
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche
met betrekking tot de «Mededeling European Democracy Shield». Allereerst merken zij
op dat zij de ambitie van het EUDS steunen. Zij zijn, zoals al eerder aangegeven,
voorstander van sterke en weerbare democratieën in Europese lidstaten. Maar lidstaten
hebben daarbij ook zelf een verantwoordelijkheid. Wat is de toegevoegde waarde van
het EUDS voor lidstaten met een relatief sterk democratisch fundament, zoals Nederland?
Antwoord
Een sterke weerbare democratische rechtsstaat is een kernopgave van het kabinet. Dat
is essentieel gezien het feit dat gevestigde democratieën onder druk staan; onderzoek
laat zien dat – zowel geleidelijk en bewust – democratische processen en instituties
ondermijnd worden, ook van binnenuit.3 Dat zien wij ook in Nederland. Bijvoorbeeld wanneer twijfel wordt gezaaid over de
onafhankelijkheid en effectiviteit van democratische processen; of gegeven het feit
dat 45% van alle decentrale politieke ambtsdragers het afgelopen jaar te maken kregen
met agressie, intimidatie of bedreiging.
Het kabinet verwelkomt de mededeling en steunt het doel van gerichte en meer gestructureerde
samenwerking en maatregelen om onze democratische rechtsstaat en fundamentele rechten
en waarden beter te beschermen tegen externe en interne dreigingen. Dit is een grote
en urgente opgave, gelet op de geopolitieke ontwikkelingen, snel ontwikkelende (digitale)
dreigingen en mogelijke impact hiervan op onze democratische processen, als verkiezingen
en het waarborgen van een veilige en eerlijke publieke ruimte.
De meerwaarde is verder gelegen in structurele informatie-deling om tot een coherent
beeld van de dreigingen en uitdagingen te komen waar Europese lidstaten mee geconfronteerd
worden. Daarbij is gestructureerde kennisuitwisseling cruciaal om waar mogelijk tot
een gezamenlijke aanpak en respons te komen, alsmede onze nationale aanpak te versterken.
Zo worden er lessen getrokken om onze nationale instrumenten te versterken of in te
richten waar andere lidstaten mogelijk verder zijn; denk hierbij aan FIMI en desinformatie-detectie.
En andersom delen wij binnen het ECDR onze kennis en inzichten over onderwerpen als
onze verkiezingsprocessen en het programma weerbaar bestuur. Zowel de Commissie als
lidstaten zijn erg geïnteresseerd hoe wij onze bestuurders, volksvertegenwoordigers
en ambtsdragers beschermen en ondersteunen tegen bedreigingen, haat en intimidatie
– gelet op het feit dat de toename van incidenten helaas breder in Europa voorkomt.
Mede door deze inbreng en presentaties vanuit mijn ministerie staat het onderwerp
safety in political and democratic life hoog op de Europese agenda en wordt nu onderzocht welke concrete vervolgstappen Europees
mogelijk zijn. Zoals u weet is de veiligheid van bestuurders en volksvertegenwoordigers
één van mijn prioriteiten en ik ben voornemens hier voor de zomer ook met mijn Europese
counterparts over te spreken.
Vraag 9
De Europese Commissie stelt voor om een ECDR op te richten. Het is daarbij de bedoeling
de bevoegdhedenverdeling tussen de EU en de lidstaten te respecteren. Een stakeholdersplatform
zal worden opgericht voor onafhankelijke, niet-institutionele partijen die kunnen
bijdragen aan het werk van het ECDR. Verder komt er een onafhankelijk Europees netwerk
van factcheckers. Daarnaast zal er een European Digital Media Observatory (EDMO) zijn.
Ook zal de Europese Commissie een competentiekader voor EU-burgerschap ontwikkelen,
alsmede een EU-gids voor democratie voorstellen, gerelateerd aan EU-kaders en wetgeving.
De oprichting van een European Centre of Expertise on Research Security wordt bezien.
Uit het fiche blijkt dat het kabinet vragen heeft over de mate waarin een aantal van
deze beleidsonderwerpen op EU-niveau thuishoren. Deze leden vragen het kabinet nader
aan te geven waar zij precies op doelen. Wat zal de inzet van het kabinet in de Europese
Unie daarbij zijn?
Antwoord
Het kabinet heeft de doelstellingen van het EUDS onderschreven en ziet, zoals uiteengezet
hiervoor, meerwaarde in de initiatieven en van Europese samenwerking tegen grensoverschrijdende
dreigingen. Wel acht het kabinet het van belang dat maatregelen die onder de nationale
bevoegdheden vallen door lidstaten zelf worden genomen. De inzet van het kabinet en
ook de Commissie, is dat de bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten niet verschuiven
– ook niet bij de nadere uitwerking – en dat er geen verplichtingen worden opgelegd
voortvloeiend uit het EUDS en ECDR die zien op nationale competenties, zoals verkiezingen.
Vraag 10
Verder blijkt uit het fiche dat het kabinet zich afvraagt waarom er een nieuw factcheckersnetwerk
wordt opgezet in plaats van dit onder te brengen bij het reeds bestaande EDMO-netwerk
of het European Fact-checking Standard Network. De leden van de VVD-fractie delen
deze vraag van het kabinet. Wat betekent dit voor de inzet van het kabinet?
Antwoord
Het kabinet is van mening dat het ECDR gebruik moet maken van bestaande structuren
en moet voortbouwen op bestaande initiatieven. Een sterke, samenhangende aanpak is
cruciaal en het kabinet zal zich blijven inzetten en uitspreken dat het bestaande
EDMO-netwerk benut wordt bij de vervolgstappen binnen het ECDR ten aanzien van factchecken.
Vraag 11
De leden van de VVD-fractie kunnen zich niet aan de indruk onttrekken dat er in het
kader van het EUDS vele initiatieven worden genomen dan wel vele voorstellen worden
gedaan. Komt dat de overzichtelijkheid ten goede? Zouden er bepaalde voorstellen c.q.
initiatieven gebundeld kunnen worden? Hoe kijkt het kabinet daarnaar? Zo ja, welke
initiatieven dan wel voorstellen zouden daarvoor in aanmerking komen? Uit deze vragen
mag niet worden afgeleid dat deze leden het belang van sterke en weerbare democratieën
niet onderschrijven, maar zij vinden het ook van belang dat er sprake is van een overzichtelijke
structuur.
Antwoord
Het kabinet onderschrijft de zienswijze in de vraag dat de breedte en diversiteit
van onderwerpen en voorstellen binnen EUDS, wel tot vragen leidt van efficiënte regie,
overzichtelijkheid en sturing. Het kabinet heeft dit signaal, evenals andere lidstaten,
aan de Europese Commissie afgegeven met het verzoek om tot een heldere structuur te
komen. Zo dient er bijvoorbeeld nauwe aansluiting te zijn – kijkend naar buitenlandse
inmenging en FIMI – tussen het ECDR, EDMO en de Rapid Alert System (RAS); voor verkiezingen
en robuuste processen tussen het ECDR en het European Cooperation Network on Elections (ECNE). Waar het participatie en burgerschap betreft dient het ECDR nauw aan te sluiten
bij de Civil Society Strategy en aanpalende burgerschapsinitiatieven. Het is aan de Commissie om deze samenhang
aan te brengen om tot een integraal en samenhangend netwerk van initiatieven, instituties,
actoren en processen te komen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vraag 12
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over het feit dat er nog
weinig concreet is ingevuld over het EUDS, waarmee de ambities vooral op papier blijven
bestaan. Zij benadrukken hoe belangrijk het is dat het EUDS antwoorden biedt op het
gebied van digitale zaken, zoals Europese onafhankelijkheid van Big Tech en een proactieve
aanpak van verslavende en polariserende aanbevelingsalgoritmen op sociale media. Zij
vragen het kabinet om hard te maken welke rol het EUDS kan spelen op deze twee terreinen.
Ook zijn zij benieuwd op welke wijze het Nederlandse kabinet zich proactief inzet
voor de inhoudelijke vormgeving van het EUDS.
Vraag 13
Kan het EUDS bijdragen aan het versterken van de Europese digitale autonomie? Welke
concrete acties zijn er op dit terrein nodig om dit te realiseren?
Antwoorden 12 en 13
De hoofddoelen van de EUDS zijn 1) het waarborgen van de integriteit van de informatieruimte;
2) versterking van onze instellingen, eerlijke en vrije verkiezingen en vrije en onafhankelijke
media; en 3) het vergroten van de maatschappelijke veerkracht en de betrokkenheid
van de burgers. Onafhankelijkheid van grote techbedrijven en de aanpak van verslavende
en polariserende aanbevelingsalgoritmen zijn daarin geen afzonderlijke hoofddoelen.
Zo zal de publicatie van richtsnoeren over het verantwoord gebruik van AI in verkiezingsprocessen
raken aan verslavende en polariserende aanbevelingsalgoritmes. Deze onderwerpen zullen
echter niet als zodanig in de EUDS worden opgenomen. Dit neemt niet weg dat initiatieven
onder het EUDS of vanuit het ECDR, ook effect kunnen hebben op deze terreinen. Om
die reden heeft het kabinet ook aandacht gevraagd voor een integrale en samenhangende
aanpak inclusief een heldere structuur bij het verbinden van bestaande initiatieven
en instrumenten.
De Europese Commissie en het kabinet zetten via andere routes in op Europese onafhankelijkheid
van grote techbedrijven en de aanpak van verslavende en polariserende aanbevelingsalgoritmes.
Zo kunnen onder de digitaledienstenverordening (DSA) verslavend ontwerp, polariserende
en anti-democratische algoritmen en andere schadelijke effecten door grote sociale
mediaplatforms reeds worden aangepakt. Daarnaast komt de Europese Commissie met een
voorstel voor een Digital Fairness Act (DFA), waarin ook aandacht zal zijn voor verslavend
ontwerp. Wat betreft de Europese onafhankelijkheid van grote techbedrijven is Nederland
één van de mede-oprichters van de Digital Commons European Digital Infrastructure
Consortium (Digital Commons EDIC). Met dit initiatief beoogt het kabinet, samen met
andere Europese lidstaten, de grensoverschrijdende samenwerking te versterken bij
de ontwikkeling van Europese digitale alternatieven die zijn gebaseerd op publieke
digitale infrastructuur.
Vraag 14
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om een stevige regulering van de aanbevelingsalgoritmen
op zoekmachines en sociale media, die het risico op inmenging vergroten. Volgens deze
leden leidt de werking van aanbevelingsalgoritmen, gebaseerd op interactie, tot het
creëren van informatiefuiken en maakt het gebruikers kwetsbaar voor beïnvloeding door
statelijke actoren. Deelt het kabinet deze analyse? Welke rol ziet zij voor het EUDS
om tot stevige regulering te komen van de aanbevelingsalgoritmen op sociale media?
Is het kabinet bereid om te pleiten voor het ontwikkelen van Europese alternatieve
online platforms, in samenwerking met het maatschappelijke middenveld, gebaseerd op
non-invasieve verdienmodellen?
Antwoord
In reactie op de analyse in de vraag, is het belangrijk om te vermelden dat wetenschappelijk
onderzoek polarisatie op sociale media niet eenduidig toewijst aan aanbevelingssystemen
alleen. Recente simulatiestudies laten zien dat gepolariseerde echokamers ook kunnen
ontstaan op platforms zonder aanbevelingsalgoritme, puur op basis van volgen en reposten4. Tegelijk tonen gecontroleerde experimenten met aangepaste aanbevelingssystemen,
waarbij de feed werd herschikt om content met partijvijandigheid en anti-democratische
houdingen te verminderen, aantoonbaar minder affectieve polarisatie bij deelnemers.
Zoals aangegeven in antwoord op de vragen 12 en 13, bestaat er al Europese wetgeving
die aanbevelingsalgoritmes adresseren. Door de DSA zijn grote sociale mediaplatformen
verplicht om alle systeemrisico’s die voortvloeien uit het ontwerp of uit de werking
van hun dienst en de daaraan verbonden systemen, met inbegrip van algoritmische systemen,
en uit het gebruik van hun dienst te beoordelen en beperken. Deze risico’s omvatten
eventuele werkelijke of voorzienbare negatieve effecten op de burgerdialoog en verkiezingsprocessen,
en de openbare veiligheid. Dit brengt mee dat desinformatie tijdens verkiezingen minder
prominent moet worden aanbevolen. De EUDS heeft dus niet het hoofddoel om polariserende
algoritmes aan te pakken. Wel heeft het de doelstelling de integriteit van de informatieruimte
te waarborgen. Daar zal het Nederland zich actief voor inzetten. Daarnaast zet Nederlands
in op Europese digitale alternatieven die zijn gebaseerd op publieke digitale infrastructuur
als mede-oprichter van de EDIC.
Vraag 15.
Daarnaast stellen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat online zoekmachines
een belangrijke rol spelen als poortwachter voor informatie. Sinds de invoering van
AI-samenvattingen op zoekmachines neemt het verkeer naar betrouwbare nieuwssites af
en worden mensen vaker onjuiste informatie voorgeschoteld. Hoe kijkt het kabinet naar
deze verschuiving weg van betrouwbare nieuwsplatforms naar AI-samenvattingen van zoekmachines?
Wordt dit in Europees verband ook erkend, en wat is de rol van het EUDS om de manier
waarop informatie in zoekmachines wordt gerangschikt (zogenaamde prominentiebeleid)
te reguleren?
Antwoord
Het kabinet ziet inderdaad dat steeds meer mensen het nieuws tot zich krijgen via
AI-chatbots. Hierdoor staat de vindbaarheid en zichtbaarheid van journalistieke media
onder druk. Zeer grote online zoekmachines zijn verplicht om tenminste één keer per
jaar te onderzoeken of hun diensten vatbaar zijn voor zogenaamde systeemrisico’s.
Eenzelfde onderzoek moeten zij laten verrichten door onafhankelijk auditors. Indien
een zeer grote online zoekmachine gebruik maakt van AI-samenvattingen, dan moet de
rol en invloed daarvan ook worden onderzocht. Als uit het eigen onderzoek of dat van
de onafhankelijk auditors blijkt dat er systeemrisico’s zijn aan AI-samenvattingen
door zoekmachines, dan moet de zeer grote online zoekmachine maatregelen treffen.
Het is de Europese Commissie die hierop het toezicht houdt en handhaaft op deze zorgvuldigheidsverplichtingen.
De EUDS geeft aan verder te willen inzetten op de versterking van instellingen, eerlijke
en vrije verkiezingen en ook vrije en onafhankelijke media. Hiervoor zal de EUDS meer
financiële steun voor onafhankelijke en lokale journalistiek verlenen in het kader
van het nieuwe programma voor mediaweerbaarheid. Daarnaast zal bij de komende herziening
van de richtlijn audiovisuele mediadiensten, de Commissie nagaan hoe de prominentie
van mediadiensten zoals nieuwsplatforms, kan worden versterkt.
Vraag 16
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af of het afdwingen van transparantie
over hoe AI-samenvattingen worden samengesteld een mogelijkheid is. Daarnaast vragen
zij om in te gaan op de spanning tussen zoekmachines die met AI-samenvattingen lezers
wegtrekken bij journalistieke platforms, en het verdienmodel van de journalisten die
hierdoor in het geding komt.
Antwoord
De zorgen dat het gebruik van AI leidt tot minder websitebezoeken en het verdienmodel
hierdoor in het geding komt, leven ook bij de sector. Het ontbreekt op dit moment
echter aan data wat dit onderschrijft.5 Uit internationaal onderzoek van het Reuters Institute blijkt dat het aantal clicks
vanuit Google daalt evenals het verkeer dat via Google Discover binnenkomt, maar het
is niet duidelijk in hoeverre dit te wijten is aan AI-samenvattingen.6 Wel blijkt uit het Digital News Report van het Commissariaat voor de Media dat chatbots
met generatieve AI een substantiële rol spelen als belangrijkste bron van nieuws voor
jongeren van 18–24 jaar7, maar het is niet bekend of dit leidt tot een bezoek aan een website van een nieuwsmerk.
Tegelijkertijd gaan Nederlandse nieuwsuitgevers ook op zoek naar nieuwe verdienmodellen
om te profiteren van de groei van generatieve AI. Sinds vorig jaar ontwikkelen zij
samen met TNO, NFI en SURF het initiatief GPT-NL. Nieuwsuitgevers leveren trainingsdata
en ontvangen hiervoor een vergoeding als het model op de markt komt.8
Vraag 17
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen erop dat het monitoren en melden van
inmenging via online platforms nu vaak door non-profit organisaties wordt gedaan.
Het maatschappelijk middenveld heeft een onmisbare rol om onafhankelijk toe te zien
op dreigingen voor onze democratie. Dat vervult een publieke taak. Het EUDS is volgens
deze leden een kans om het middenveld te voorzien van een structurele financiering,
met behoud van de onafhankelijkheid van deze organisaties als uitgangspunt. Deelt
het kabinet deze opvatting, en op welke wijze zou de EUDS kunnen bijdragen aan langjarige
financiële zekerheid voor maatschappelijke organisaties die toezien op democratische
weerbaarheid? In welke andere structurele financiering moet het EUDS gaan voorzien?
Antwoord
Het kabinet deelt de opvatting dat het EUDS een kans biedt om het maatschappelijk
middenveld te versterken en hen in Europees verband ook beter in staat te stellen
om hun maatschappelijke rol te vervullen om onze democratische samenlevingen te beschermen.
Naast waarborgen en een veilige open ruimte om te kunnen participeren, is adequate
financiering belangrijk om die taak te kunnen vervullen. Zowel de Europese Commissie
(onderhandelingen over het MFK) als het kabinet (uitwerking coalitieakkoord) werken
nu aan de uitwerking van de plannen en de financieringsmodaliteiten om het maatschappelijk
middenveld in algemene zin te versterken. Ik verwijs graag ook naar het antwoord op
vraag 1.
Daarnaast werken we aan wetgeving en de inrichting van een organisatie die buitenlandse
desinformatie gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat in Nederland
structureel kan detecteren, zoals omschreven in het antwoord op vraag 7. Deze organisatie
zal zich ook moeten verhouden tot de rol van het maatschappelijk middenveld en de
wetenschap op dit vlak. Eind 2026 informeert het kabinet uw Kamer over de stand van
zaken van de inrichting van deze organisatie met detectie-capaciteit.
Vraag 18
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet naar haar opvatting over
de capaciteiten die bij het ECDR belegd zouden moeten worden. Deze leden lezen dat
het kabinet twijfels heeft over de verdeling tussen wat er in Europees verband moet
worden opgebouwd en wat lidstaten zelf blijven doen. Hoe ziet het kabinet de rol voor
zich tussen overheid, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen? Zij
vragen daarbij om expliciet in te gaan op de rol die ministeries hierin zouden moeten
spelen volgens het kabinet. Hoe kan het EUDS bijdragen aan een betere onderlinge samenwerking,
mede tussen lidstaten? Hoe kijkt het kabinet naar een Europese detectiecapaciteit
voor desinformatie en buitenlandse beïnvloeding? Zou dat volgens hem in Europees verband
moeten worden georganiseerd?
Antwoord
Het EUDS en het ECDR zijn waardevolle initiatieven om tot interactie en versterkte
samenwerking te komen bij het beschermen van onze democratische rechtsstaat en samenleving.
Het is evident dat wij in Europa de handen ineen moeten slaan gelet op de urgente
en toenemende dreigingen die veelal grensoverschrijdend van aard zijn, ook al is het
beschermen van onze democratie een nationale competentie. Die nationale agenda en
maatregelen wordt juist versterkt door in nauw contact te staan met de Europese Commissie,
lidstaten en stakeholders om te zien hoe actoren omgaan met veelal gelijksoortige
fenomenen.
De Commissie noemt het ECDR een netwerk van netwerken, die beoogt te verbinden op
inhoud, gremia en personen. Dat zijn verbindingen tussen de Commissie en lidstaten,
tussen lidstaten onderling, met internationale instituties als de Raad van Europa
en de Organisatie voor Europese Samenwerking in Europa (OESO) en met het maatschappelijk
middenveld, wetenschap, media en bedrijfsleven. Deze aanpak zorgt voor meer interactie
zonder in de bevoegdheidsverdeling te treden. Dat is nuttig en relevant, zeker op
onderwerpen als het opbouwen van detectiecapaciteit voor desinformatie en buitenlandse
beïnvloeding. Dat is een prioriteit van het kabinet die nationaal wordt vormgegeven,
maar waarbij wij nu al waardevolle lessen betrekken van landen als Frankrijk, Zweden,
Duitsland en Litouwen. Het kabinet pleit niet voor een Europese detectiecapaciteit
binnen het ECDR.
Vraag 19
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen in de brief van de voorliggende voorstellen
en ook in de kabinetsbrief aandacht voor het belang van transparantie en regulering
rondom beïnvloeding van de democratie middels donaties. Deze leden zijn van mening
dat voorkomen moet worden dat grote bedrijven of vermogende individuen invloed hebben
op de democratische besluitvorming. Deelt het kabinet deze zorg? En is het kabinet
bereid om dit ook in het kader van het EUDS in te brengen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
In het BNC-fiche is, conform de bestaande systematiek, hoofdzakelijk ingegaan op de
appreciatie van het voorliggende voorstel. Dat neemt niet weg dat er inderdaad relevante
initiatieven, dossiers en onderwerpen zijn die in ogenschouw moeten worden genomen
om tot een samenhangende aanpak te komen. Vanuit de EU zijn dat in ieder geval het
Democracy Action Plan (2023) en het Defence of Democracy Package (december 2023).
In het Defence of Democracy Package is een voorstel voor een richtlijn opgenomen ter
versterking van de transparantie van belangenbehartiging in de EU namens derde landen.
Die ziet op het realiseren van een lobbyregister om transparantie te versterken, financiële
stromen van buiten de EU inzichtelijk te maken en buitenlandse inmenging te beperken.
Dit voorstel is momenteel nog in onderhandeling en het Cypriotisch en het inkomend
Iers voorzitterschap van de EU bezien op dit moment hoe dit dossier verder wordt gebracht.
Het kabinet steunt het doel van dit initiatief en zal dit zowel binnen het EUDS en
het ECDR – om samenhang te borgen – als in de lopende onderhandeling blijven bepleiten.
Vraag 20
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken dat door bezuinigingen steeds meer
onafhankelijke media onder druk komen te staan, ook op lokaal niveau. Deelt het kabinet
deze zorgen? En wat kan er via het EUDS worden bijgedragen aan het verder bevorderen
van voldoende middelen voor onafhankelijke media?
Antwoord
Het kabinet heeft aandacht voor de rol en positie van onafhankelijke media. In het
coalitieakkoord wordt structureel € 50 miljoen euro vrijgemaakt voor media, waaronder
om de gevolgen van de bezuinigingen op de landelijke publieke omroep te dempen en
om te investeren in journalistiek, persvrijheid en persveiligheid. Aanvullend heeft
het kabinet een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend ter versterking van de
lokale publieke omroepen. Onderdeel van de stelselherziening van de lokale omroepen
is een structurele investering van € 18 miljoen euro, bovenop de huidig beschikbare
€ 13 miljoen euro. Ook blijft het kabinet investeren in journalistieke innovatie en
onderzoeksjournalistiek via het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het Fonds
Bijzondere Journalistieke Projecten. In het EUDS wordt een tijdelijk Mediaweerbaarheidsprogramma aangekondigd, wat de financiering voor projecten voor onafhankelijke journalistiek
en mediawijsheidsinitiatieven moet overbruggen tot het nieuwe MFK (en in het bijzonder
AgoraEU) van kracht wordt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vraag 21
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet bij de uitwerking van het ECDR gaat
pleiten voor het opnemen van tegenmaatregelen wanneer er duidelijk sprake is van beïnvloeding
van verkiezingen en ongewenste inmenging in democratische processen. Kan het kabinet
aangeven in hoeverre dergelijke maatregelen in de huidige mededeling voor komen? Voorts
vragen zij welke tegenmaatregelen het kabinet hiervoor in gedachten heeft. En vragen
zij hoe het kabinet wil voorkomen dat politieke verdeeldheid in de Raad effectieve
tegenmaatregelen blokkeert.
Antwoord
Het kabinet is van oordeel dat, wanneer er sprake is van duidelijke en bewezen beïnvloeding
van verkiezingen en democratische processen, er een stevige respons moet komen. Het
is aan de Commissie en de (kandidaat)lidstaat om daar afwegingen in te maken, uitspraken
over te doen en acties te ondernemen. Een voorbeeld hiervan is de reactie op de verkiezingen
in Roemenië en Moldavië waar ongewenste inmenging vastgesteld is.
De instrumenten om dergelijke invloeden te voorkomen dan wel gericht te bestrijden
zullen door het desbetreffende land moeten worden ingezet. Dat gelet op de soevereiniteit
en jurisdictie over vitale processen als verkiezingen. Dat neemt niet weg dat ook
op Europees niveau acties ondernomen kunnen worden.
In dit licht heeft het kabinet, in lijn met de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3043), bij de Commissie en in de Raad Algemene Zaken (RAZ) aandacht gevraagd om te inventariseren
welke gerichte tegenmaatregelen mogelijk zijn in voorkomende gevallen en hoe die ingezet
kunnen worden. Het kabinet continueert dit politieke gesprek.
Het ECDR is toegerust – in combinatie met de RAS – om buitenlandse inmenging in kaart
te brengen en een analyse te verstrekken aan de Commissie en de Raad; het EUDS en
het ECDR zijn zelf niet voorzien van een juridische grondslag om tot dwingende tegenmaatregelen
over te gaan. Het is aan de Raad om in voorkomende gevallen, binnen het eigen mandaat,
te besluiten over een passende reactie en maatregelen.
Vraag 22
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet het van groot belang vindt dat bij
het ECDR de bevoegdheden-verdeling tussen lidstaten en de EU gewaarborgd blijft en
dat de onafhankelijkheid van relevante organisaties in acht wordt genomen. Deze leden
vragen of het kabinet zich hard gaat maken voor een expliciete subsidiariteitstoets
bij eventuele vervolgvoorstellen die volgen uit het EUDS.
Antwoord
Ja. Het kabinet zal nieuwe voorstellen nauwlettend in de gaten houden en bestuderen.
De kabinetslijn is dat een subsidiariteitstoets bij elk voorstel apart gedaan zal
worden en deze apart gewogen zal worden.
Vraag 23
De leden van de CDA-fractie vragen hoe initiatieven ten aanzien van het versterken
van de verkiezingsprocessen zich verhouden tot bestaande Europese initiatieven rondom
het monitoren van verkiezingen.
Antwoord
De initiatieven ten aanzien van het versterken van de verkiezingsprocessen bouwen
voort op bestaande samenwerkingsverbanden als het ECNE (European Cooperation Network on Elections) en het RAS (Rapid Alert System) en op het reeds bestaande wetgevingskader en de beleidsinstrumenten van de EU. Voorbeelden
daarvan zijn het intensiveren van de samenwerking in het ECNE en het opstellen van
een register van gemeenschappelijke referenties en normen voor verkiezingsprocessen
met dit netwerk. Een ander voorbeeld is dat de Commissie richtsnoeren wil voorbereiden
voor het gebruik van AI in verkiezingsprocessen, samen met lidstaten en verder bouwend
op de AI Act.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
Vraag 24
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de ECDR wil oprichten. Deze leden vragen
wat de concrete meerwaarde hiervan is ten opzichte van bestaande nationale en Europese
structuren. Dreigt hiermee niet opnieuw een extra Europese instantie te ontstaan die
zich gaat bezighouden met nationale politieke processen?
Antwoord
De Europese Commissie heeft het ECDR inmiddels in het leven geroepen. De Commissie
ziet het als een netwerk van netwerken die samenhang aanbrengt in bestaande processen,
structuren en netwerken zonder daarbij taken en verantwoordelijkheden over te nemen
of in de bevoegdheidsverdeling te treden. Het ECDR is gericht op het versterken van
samenwerking tussen de lidstaten tegen grensoverschrijdende dreigingen en richt zich
niet op nationale politieke processen.
Vraag 25
De leden van de Groep Markuszower lezen daarnaast dat de Commissie een Europees netwerk
van factcheckers wil versterken en de monitoring van de informatieruimte wil uitbreiden.
Deze leden vragen welke criteria worden gehanteerd bij het beoordelen van desinformatie
en welke waarborgen er zijn om politisering te voorkomen. Hoe wordt voorkomen dat
Europese of door de EU ondersteunde organisaties een rol krijgen in het beoordelen
van politieke meningen of maatschappelijke standpunten?
Antwoord
Het is niet primair de taak van het kabinet of de Europese Commissie om desinformatie
te bestempelen en tegen te spreken. Dat is een taak van de onafhankelijke media en
organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Daarom zal het kabinet of de Commissie
ook geen criteria hierover opstellen. Wel acht het kabinet het van belang dat deze
organisaties hun werk adequaat kunnen doen. Daarom steunt het kabinet bijvoorbeeld
het factcheck netwerk BENEDMO. Ook gaat de Europese Commissie onder het European Democracy
Shield 5 miljoen euro aan subsidies verlenen aan onafhankelijke factcheking.9
Vraag 26
Ook maken de leden van de Groep Markuszower zich zorgen over de mogelijke invloed
van de EU op verkiezingsprocessen. De Commissie wil onder meer richtsnoeren opstellen
over het gebruik van technologie en informatie in verkiezingen en de samenwerking
rond verkiezingen versterken. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat de EU zich
steeds verder mengt in nationale verkiezingscampagnes en politieke communicatie.
Antwoord
Het organiseren van verkiezingen en het inrichten van het verkiezingsproces is een
nationale competentie van de lidstaten. Het verkiezingsproces in Nederland volgt uit
de Nederlandse Grondwet en Kieswet. Met het Europees schild voor de democratie worden
deze competenties niet gewijzigd. Samenwerking op het gebied van verkiezingen gebeurt
bijvoorbeeld in het European Cooperation Network on Elections, waar informatie en ervaringen worden uitgewisseld.
Het kabinet is voorstander van dit soort samenwerking en het intensiveren ervan. Voor
het gebruik van AI in verkiezingsprocessen wil de Commissie, samen met lidstaten en
verder bouwend op reeds bestaande wetgeving als de AI Act, richtsnoeren voorbereiden.
Het volgen van deze richtsnoeren door Nederland is op vrijwillige basis.
Vraag 27
De leden van de Groep Markuszower merken op dat de Commissie ook wil inzetten op mediageletterdheid,
burgerschapsvorming en maatschappelijke betrokkenheid van burgers. Deze leden vragen
waarom de Europese Commissie zich op deze terreinen begeeft, terwijl onderwijs en
burgerschapsvorming primair nationale verantwoordelijkheden zijn.
Antwoord
Burgerschapsonderwijs en onderwijs in mediawijsheid zijn inderdaad primair nationale
verantwoordelijkheden. Dat betekent dat de plichten ten aanzien van onderwijs op deze
thema’s worden vastgesteld door de Nederlandse overheid en niet door de Europese Commissie.
Hetzelfde geldt voor de ondersteuning voor maatschappelijke betrokkenheid van burgers,
hetgeen een nationale verantwoordelijkheid is. Dat neemt niet weg dat de Europese
Commissie bij de ontwikkeling van onderwijsbeleid of maatschappelijke betrokkenheid
van burgers ondersteuning mag bieden en internationale samenwerking bevordert. Het
kabinet acht internationale samenwerking op deze thema’s van toegevoegde waarde.
De mededeling voor een Europees schild voor de democratie is geen wetgeving en legt
geen verplichtingen op aan lidstaten. De nationale verantwoordelijkheden op het vlak
van onderwijsbeleid op de thema’s burgerschap en mediawijsheid blijven dus gerespecteerd.
Vraag 28
Verder vragen de leden van de Groep Markuszower hoe wordt voorkomen dat Europese steun
of financiering voor media, factcheckinitiatieven en maatschappelijke organisaties
leidt tot een situatie waarin organisaties die aansluiten bij de beleidsprioriteiten
van de Commissie meer middelen en invloed krijgen dan andere maatschappelijke geluiden.
Antwoord
Het alloceren en verstrekken van financiële middelen is niet gekoppeld aan de doelstellingen
van maatschappelijke organisaties. Er is dus geen sprake van bevoordeling van bepaalde
organisaties ten opzichte van anderen.
Vraag 29
Tot slot vragen de leden van de Groep Markuszower of het kabinet erkent dat dit voorstel,
ondanks de nadruk op samenwerking en kennisdeling, in de praktijk kan leiden tot verdere
Europese invloed op nationale democratische processen. Is het kabinet bereid zich
ervoor in te zetten dat verkiezingen, media en het politieke debat nadrukkelijk onder
verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven vallen en dat verdere Europese bemoeienis
op dit terrein wordt voorkomen?
Antwoord
Verschuiving van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen Nederland en de EU is
niet aan de orde en het kabinet hecht eraan dat de huidige bevoegdheidsverdeling intact
blijft.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
Y.C. Kling, adjunct-griffier