Schriftelijke vragen : Het niet ingaan op de eerder gestelde vragen over de politieke consequenties van de extreemrechtse geweldsfantasie van Gidi Markuszower
Vervolgenvragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister-President over het niet ingaan op de eerder gestelde vragen over de politieke consequenties van de extreemrechtse geweldsfantasie van Gidi Markuszower (ingezonden 20 mei 2026).
Vraag 1
Waarom heeft u in antwoord op de op 15 mei 2026 gestelde Kamervragen slechts het woordvoeringslijntje
herhaald waarover de vragen juist waren gesteld en verwijst u steeds naar hetzelfde
riedeltje dat juist de vragen opriep?1
Vraag 2
Herinnert u zich de grondwettelijke verhoudingen nog tussen het parlement en het kabinet,
nu u zelf premier bent?
Vraag 3
Begrijpt u dat de Kamer heeft recht heeft u ter verantwoording te roepen over uw beleid,
uw uitspraken en uw optreden, en dat, als de Kamer gebruik maakt van dat recht, u
die verantwoording dan ook zult moeten afleggen?
Vraag 4
Kunt u alsnog ingaan op de gestelde vragen?
Vraag 5
Kunt u deze vragen één voor één en binnen een dag beantwoorden, aangezien ze echt
zo moeilijk niet zijn, terwijl het gevaar van groeiend extreemrechts geweld zeer dringend
om effectief optreden vraagt van uw regering?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Indiener
Esther Ouwehand, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.