Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ten Hove over het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne geen zaken doet met Nederland, door «te veel bureaucratie»
Vragen van het lid Ten Hove (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Defensie over het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne geen zaken doet met Nederland, door «te veel bureaucratie» (ingezonden 20 april 2026).
Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie), de Staatssecretaris van Defensie
en de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 19 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Grootste dronebouwer van Oekraïne komt niet naar Nederland,
«te veel bureaucratie»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke concrete regelgeving of procedures vormden volgens u de grootste knelpunten
voor Fire Point om een productielijn in Nederland op te zetten en hoe werkt u eraan
om deze knelpunten in de toekomst te voorkomen?
Antwoord 2
Zowel het Ministerie van Defensie als het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
waren niet op de hoogte van de interesse van deze droneproducent om productie te verplaatsen
naar Nederland. Er hebben dan ook geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende
producent over mogelijke vestiging in Nederland. Om deze reden is er niet in kaart
gebracht welke Nederlandse of Europese regels of vergunningsplichten belemmerend zouden
zijn voor de betreffende producent.
Om te leren van Oekraïense innovaties zet het kabinet in op het versterken van de
industriesamenwerking met Oekraïne. Nederland neemt actief deel aan het initiatief
Build With Ukraine, waarmee coproductie met Oekraïense bedrijven in Nederland mogelijk gemaakt wordt.
Dit creëert een win-win-win: de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemen
voor Oekraïne wordt vergroot, de Nederlandse industrie wordt opgeschaald en we krijgen
toegang tot innovaties van het slagveld. Op 10 oktober jl. heeft Nederland hierover
een Memorandum van Overeenstemming (MoU) getekend met Oekraïne. Op 16 april jl. is
een belangrijke volgende stap gezet – VDL heeft een licentieovereenkomst getekend
met het Oekraïense GreentechHarvest voor de productie van twee typen drones in Born.
Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederland en Oekraïne. We zoeken actief
naar volgende projecten waarin de kracht van de Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie
elkaar kunnen versterken. Indien Oekraïense bedrijven zoals Fire Point de ambitie
hebben om in Nederland te produceren staat het kabinet open om de mogelijkheden te
verkennen, bijvoorbeeld door het betrekken van Nederlandse bedrijven en bestaande
productiefaciliteiten.
Vraag 3
Heeft Defensie na het besluit van Fire Point nog contact opgenomen met het bedrijf,
en zo ja, welke concrete acties zijn ondernomen om alsnog (delen van) de productie
naar Nederland te halen of een alternatieve samenwerking te realiseren?
Antwoord 3
Ja. Defensie heeft Fire Point uitgenodigd voor een gesprek naar aanleiding van de
berichtgeving. Dit gesprek heeft nog niet plaatsgevonden.
Vraag 4
Hoe verhoudt de Nederlandse bureaucratische doorlooptijd zich tot die in Denemarken,
waar Fire Point wél een fabriek voor raketbrandstof gaat bouwen, en welke lessen trekt
het kabinet hieruit voor het Nederlandse vestigingsklimaat voor defensiebedrijven?
Antwoord 4
De Nederlandse insteek van Build With Ukraine is de productie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven en in bestaande productiefaciliteiten,
in plaats van de vestiging van Oekraïense bedrijven op Nederlands grondgebied, zoals
bij Denemarken het geval is. Dit maakt in onze situatie productie sneller mogelijk
gezien de grote druk op de fysieke leefomgeving.
Het kabinet deelt de ambitie om innovatie en opschaling te versnellen. Het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat zet hiervoor in op twee sporen: vermindering van
regeldruk en verbetering van het vestigingsklimaat. Het Deense voorbeeld van versnelde
defensieprojecten neemt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat mee in de
afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader, waarin
we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In nauw
overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart gebracht
en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang en
eventuele beleidswijzigingen.
Vraag 5
Hoeveel Oekraïense of andere buitenlandse defensiebedrijven hebben de afgelopen twee
jaar interesse getoond in vestiging of productie in Nederland en bij hoeveel van deze
bedrijven is dit niet doorgegaan vanwege bureaucratie?
Antwoord 5
Nederland wil de industriesamenwerking met Oekraïne versterken om te leren van Oekraïense
innovaties. Dit gebeurt niet alleen via coproductie. Het Ministerie van Defensie en
EZK hebben, o.a. in samenwerking met de brancheorganisatie Nederlandse Industrie voor
Defensie & Veiligheid (NIDV), verschillende handelsmissies naar Oekraïne georganiseerd
met Nederlandse defensie bedrijven. Hieruit is een groot aantal samenwerkingsverbanden
ontstaan tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven die verschillende vormen en intensiteiten
kennen. Dit gaat van de levering, ontwikkeling en productie van systemen tot het gezamenlijk
innoveren, moderniseren en onderhouden van systemen. Bedrijven willen zelf niet altijd
over deze samenwerking in de openbaarheid treden en de contacten zijn soms alleen
van bedrijf tot bedrijf in verband met commerciële vertrouwelijkheid. Het is dan ook
onmogelijk te zeggen hoeveel bedrijven dit exact betreft, en of regelgeving een struikelblok
heeft gevormd. Wel kunnen we bevestigen dat er met meerdere bedrijven en samenwerkingsverbanden
gesprekken worden gevoerd over mogelijke productie in Nederland.
Vraag 6
Wat zijn de ambities van het kabinet betreffende langeafstandswapens en hoe wilt u
dit realiseren als een fabriek op Nederlands grondgebied niet lukt?
Antwoord 6
De krijgsmacht moet in staat zijn om te vechten en te winnen. Daarom wil Defensie
beschikken over de capaciteit om moeilijk bereikbare militaire doelen van een tegenstander
op grote afstand uit te schakelen. Voorbeelden hiervan zijn vijandelijke luchtverdedigings-
en vuursteunsystemen, logistieke opslaglocaties en hoofdkwartieren. Deze wapens kunnen
al in de eerste fase van een conflict essentiële capaciteiten van de tegenstander
uitschakelen en leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van de gezamenlijke
afschrikking en de verdediging. Daarom zet Defensie in op de versterking van deze
capaciteit door de aanschaf van verschillende typen langeafstandsbewapening, de aanvulling
van de inzetvoorraden munitie en het versterken van de Nederlandse en Europese productiecapaciteit.
Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden
of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA). Daarnaast worden via het Foreign Military Sales (FMS) proces verschillende kapitale munitie-artikelen verworven waarvoor op korte
en middellange termijn geen Europese alternatieven beschikbaar zijn. De verkenning
van coproductie van kapitale munitie loopt momenteel nog.
Vraag 7
Indien antwoorden op één of meer vragen vertrouwelijk zijn, is het dan mogelijk om
vertrouwelijk gebrieft te worden?
Antwoord 7
Dit is niet aan de orde.
Vraag 8
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Materieel van 3 juni 2026?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.