Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Lanschot over het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne niet naar Nederland komt vanwege te veel bureaucratie
Vragen van het lid Van Lanschot (CDA) aan de Staatssecretaris van Defensie over het bericht dat de grootste dronebouwer van Oekraïne niet naar Nederland komt vanwege te veel bureaucratie (ingezonden 16 april 2026).
Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie), de Staatssecretaris van Defensie
en de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 19 mei 2026).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het dat het Oekraïense bedrijf Fire Point, dat volgens het item van
Nieuwsuur interesse had om delen van de productie naar Nederland te brengen, daar
nu van afziet omdat de bureaucratie in Nederland te zwaar en te traag zou zijn?1
Antwoord 1
We herkennen het geschetste beeld in het artikel van Nieuwsuur niet. Er hebben geen
gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke productie in
Nederland. Na de publicatie van het betreffende artikel van Nieuwsuur heeft Defensie
Fire Point uitgenodigd voor een gesprek. Hier is tot op heden geen gehoor aan gegeven.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat het in Nederland in sommige gevallen anderhalf jaar kan duren
voordat een defensiebedrijf een productielijn mag opzetten? Zo ja, welke vergunningen,
procedures en toetsingen zijn daarbij in de praktijk meestal de oorzaak van de vertraging?
Antwoord 2
Het kan per project verschillen of een vergunning nodig is voor militaire productie
en zo ja, hoe lang een procedure duurt. Dit is onder andere afhankelijk van de locatie
en de complexiteit van het project. Zeker als er gevaarlijke stoffen, milieubelastende
behandelingen en/of de assemblage van munitie worden voorzien zijn de vergunningprocedures
in Nederland complexer. Daarom staat Defensie in goed overleg met decentrale overheden
om te onderzoeken hoe militaire productie zo snel mogelijk van start kan gaan, bijvoorbeeld
via een eventuele gedoogconstructie. Uiteindelijk is het aan decentrale overheden
als bevoegd gezag om hierover te besluiten.
Vraag 3
Klopt het dat de Oekraïense droneproducent Fire Point heeft afgezien van vestiging
in Nederland vanwege complexe regelgeving en langdurige vergunningstrajecten?
Antwoord 3
Nee. We herkennen het geschetste beeld in het artikel van Nieuwsuur niet. Er hebben
geen gesprekken plaatsgevonden met de betreffende producent over mogelijke vestiging
in Nederland. Na de publicatie van het betreffende artikel van Nieuwsuur heeft Defensie
Fire Point uitgenodigd voor een gesprek. Hier is tot op heden geen gehoor aan gegeven.
Vraag 4
Beschouwt u het niet doorgaan van deze vestiging als een gemiste kans voor de Nederlandse
defensiecapaciteit, de ontwikkeling van de defensie-industrie en het opdoen van kennis
en expertise op het gebied van drone-innovatie?
Antwoord
Om te leren van Oekraïense innovaties zet het kabinet in op het versterken van de
industriesamenwerking met Oekraïne. Nederland neemt actief deel aan het initiatief
Build With Ukraine, waarmee coproductie met Oekraïense bedrijven in Nederland mogelijk gemaakt wordt.
Dit creëert een win-win-win: de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemen
voor Oekraïne wordt vergroot, de Nederlandse industrie wordt opgeschaald en we krijgen
toegang tot innovaties van het slagveld. Op 10 oktober jl. heeft Nederland hierover
een Memorandum van Overeenstemming (MoU) getekend met Oekraïne. Op 16 april jl. is
een belangrijke volgende stap gezet – VDL heeft een licentieovereenkomst getekend
met het Oekraïense GreentechHarvest voor de productie van twee typen drones in Born.
Dit is het eerste coproductieproject tussen Nederland en Oekraïne. We zoeken actief
naar volgende projecten waarin de kracht van de Oekraïense en Nederlandse defensie-industrie
elkaar kunnen versterken. Indien Fire Point interesse heeft om te produceren in Nederland,
staan wij open om hierover in gesprek te gaan, bijvoorbeeld door het betrekken van
Nederlandse bedrijven en bestaande productiefaciliteiten.
Vraag 5
Deelt u de analyse dat de snelheid van innovatie cruciaal is, gezien het feit dat
militaire technologie in Oekraïne zich binnen maanden ontwikkelt en al heel snel veroudert?
Zo ja, hoe wordt het inkoopproces van Defensie erop ingericht om innovatie te stimuleren
en belonen?
Antwoord 5
De oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een ongekende stroomversnelling in militaire
innovatie. Deze ervaringen zijn van onschatbare waarde om mee te nemen in de versterking
van de Nederlandse krijgsmacht, waaronder op het gebied van innovatie. Defensie trekt
hier dan ook belangrijke lessen uit. Tegelijkertijd is het van belang om te waken
voor een te eenzijdige focus op Oekraïne, aangezien de specifieke kenmerken van deze
oorlog niet zonder meer representatief zijn voor andere toekomstige militaire conflicten.
Het belang van innovatie voor de slagkracht van onze krijgsmacht is één van de kernideeën
achter de D-SII, waarin meerdere maatregelen worden aangekondigd om het proces van
innovatie voor Defensie te versnellen.2 Defensie zet daarbij in op nieuwe vormen van samenwerking met kennisinstellingen,
zoals TNO, NLR en Marin, om de nieuwste kennis sneller naar een hoger Technology Readiness Level te brengen, onder meer via constructies zoals scientists on the job. Daarnaast worden nieuwe financieringsinstrumenten gerealiseerd, zoals het SecFund,
en wordt private financiering gemobiliseerd om innovatieve bedrijven te stimuleren.
Ook maken we werk van een steeds meer innovatiegericht inkoopproces via het SDIR kader,
waarbij ruimte is voor experimenten en het opschalen van bewezen innovaties.3 Verder wordt gewerkt aan een nauwere samenwerking met Oekraïne op het gebied van
kennisopbouw en -uitwisseling. Tot slot zal de oprichting van een defensie innovatie
autoriteit bijdragen aan het versneld opschalen en implementeren van succesvolle innovaties
binnen de krijgsmacht.
Vraag 6
Welke concrete stappen zet het kabinet om Nederland aantrekkelijker te maken voor
internationale defensiebedrijven, met name op het gebied van drones en andere innovatieve,
hightech wapensystemen?
Antwoord 6
Het verminderen van regeldruk en het verbeteren van het vestigingsklimaat in Nederland
zijn belangrijk onderwerpen in het coalitieakkoord. Hierover is de Kamer op 5 september
jl. separaat geïnformeerd.4 Over de aanpak wordt periodiek aan uw kamer gerapporteerd door het Ministerie van
Economische Zaken en Klimaat. Het doel is om generiek tot verbeteringen te komen,
er bestaan geen specifieke initiatieven voor de defensie-industrie.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of bestaande procedures nog passend zijn bij de huidige
veiligheidssituatie?
Antwoord 7
De Nederlandse defensie-industrie is van strategisch belang voor onze nationale veiligheid
en economische weerbaarheid. Het kabinet deelt de ambitie om innovatie en opschaling
te versnellen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaatzet hiervoor in op twee
sporen: vermindering van regeldruk en verbetering van het vestigingsklimaat.
Het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten neemt het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch
en bestuurlijk kader, waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen
bij onze context. In nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden
knelpunten in kaart gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd
over de voortgang en eventuele beleidswijzigingen.
Vraag 8
Welke rol spelen bankgaranties, voorfinanciering, auditvereisten en andere financiële
waarborgen momenteel bij het vertragen van samenwerking met Oekraïense defensiebedrijven?
Antwoord 8
Op defensiebedrijven uit Oekraïne zijn dezelfde voorwaarden voor bankgaranties, contractaudits,
e.d. van toepassing als op bedrijven uit elk ander land. Om vertraging in samenwerking
met Oekraïense bedrijven te voorkomen, worden er ook bankgaranties van Oekraïense
banken geaccepteerd. Indien de situatie daar om vraagt kan er gemotiveerd van de vraag
om een bankgarantie worden afgeweken. Dit wordt door het Ministerie van Defensie per
casus op basis van een risicoanalyse beoordeeld. De minimale eisen voor het aangaan
van een verplichting en de verantwoording van publieke middelen blijven van toepassing.
Deze regels worden gehandhaafd om de doel- en rechtmatige besteding van publieke middelen
te waarborgen.
Vraag 9
Bent u bereid om, waar verantwoord en juridisch mogelijk, standaard ruimer gebruik
te maken van voorfinanciering of andere versnelde financieringsvormen als alternatief
voor trage of belemmerende bankgaranties?
Antwoord 9
Sinds begin dit jaar heeft Defensie versoepelingen in het bevoorschottingsbeleid doorgevoerd.
Waar bedrijven geen bankgarantie kunnen leveren bij een voorschot van Defensie, wordt
een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van de opdracht enerzijds en het
beheersen van financiële en contractuele risico’s anderzijds. Ook blijft Defensie
kijken naar alternatieven voor de bankgarantie en andere manieren om de financiering
van de defensie-industrie nader te faciliteren. Daarbij blijft Defensie benadrukken
dat ook de commerciële financiële sector daarin een rol heeft.
Vraag 10
In hoeverre acht u het wenselijk dat andere Europese landen, zoals Denemarken, sneller
kunnen schakelen door regelgeving aan te passen, terwijl Nederland hierin achterblijft?
Heeft u in kaart gebracht welke regels of procedures in Denemarken anders worden toegepast
dan in Nederland?
Antwoord 10
Omdat er (nog) geen sprake is geweest van het verkennen van de mogelijkheid van het
bouwen van een productiefaciliteit voor een Oekraïense producent, is er nog niet in
kaart gebracht welke regelgeving hierbij beperkend zou zijn. De Nederlandse insteek
van Build With Ukraine is de productie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven en in bestaande
productiefaciliteiten, in plaats van de vestiging van Oekraïense bedrijven op Nederlands
grondgebied, zoals bij Denemarken het geval is. Recent is het eerste coproductieproject
gestart, zie antwoord op vraag 4.
Juridisch gezien maakt de Deense regering gebruik van een recent ingevoerde wet die
de mogelijkheid biedt om nationale defensie- of crisisgerelateerde projecten versneld
door te voeren. Voor het verbeteren van het vestigingsklimaat neemt het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat het Deense voorbeeld van versnelde defensieprojecten
mee in de afwegingen. Echter, Nederland heeft een eigen juridisch en bestuurlijk kader,
waarin we moeten zoeken naar praktische oplossingen die passen bij onze context. In
nauw overleg met collega’s van de betrokken ministeries worden knelpunten in kaart
gebracht en waar mogelijk opgelost. De Kamer wordt tijdig geïnformeerd over de voortgang
en eventuele beleidswijzigingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.