Schriftelijke vragen : De nationale organisatie van HCID-zorg, quarantainebeleid en infectiepreventie naar aanleiding van de hantavirusuitbraak op de MV Hondius
Vragen van het lid Claassen (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de nationale organisatie van HCID-zorg, quarantainebeleid en infectiepreventie naar aanleiding van de hantavirusuitbraak op de MV Hondius (ingezonden 15 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Dit weten we nu over de hantavirus-uitbraak»1, «Medewerkers Radboudumc in quarantaine vanwege fouten rond hantavirus»2, «Honderden in quarantaine op cruiseschip Ambition door uitbraak norovirus»3 en «Opnieuw norovirus op cruiseschip: een dode, 1.700 mensen in quarantaine»4?
Vraag 2
Hoeveel personen – passagiers, bemanning, ziekenhuispersoneel en contacten – bevinden
zich momenteel op Nederlands grondgebied in (thuis)quarantaine naar aanleiding van
de uitbraak op de MV Hondius, en hoe wordt feitelijk gecontroleerd dat deze quarantaine
ook wordt nageleefd?
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat het Radboudumc sinds mei 2022 als enige ziekenhuis in Nederland
beschikt over een high-level isolation unit (HLIU) en dat desondanks na internationale
afstemming bewust is besloten de hantaviruspatiënt níét in deze HLIU op te nemen,
maar op een reguliere verpleegafdeling?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat twee dagen ná deze vakinhoudelijke afweging twaalf medewerkers
van het Radboudumc zes weken in quarantaine moesten omdat bloed en urine niet volgens
de juiste internationale voorschriften zijn verwerkt, en dat het ziekenhuis stelt
dat «het meest actuele internationale voorschrift nog niet beschikbaar was» voor de
medewerkers?
Vraag 5
Bent u bekend met de infectiologische, microbiologische, IC- en Euregio-capaciteiten
van het Maastricht UMC+, alsmede met het feit dat Maastricht in 2014 werd genoemd
met ebola-bedcapaciteit, en kunt u toelichten waarom Maastricht UMC+ thans niet formeel
is aangewezen als VHK/HCID-behandelcentrum voor Zuid-Nederland, mede gezien de geografische
spreiding van de huidige aangewezen centra?
Vraag 6
Wie is er, in het Nederlandse stelsel, eindverantwoordelijk voor het tijdig beschikbaar
stellen van de meest actuele internationale infectiepreventie- en controleprotocollen
(IPC-protocollen) aan behandelende ziekenhuizen vóórdat een patiënt met een hoogrisico-infectieziekte
wordt opgenomen – het RIVM, de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI),
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), of het ziekenhuis zelf? Acht u deze verantwoordelijkheidsverdeling
op dit moment sluitend?
Vraag 7
Hoeveel patiënten met een high consequence infectious disease (HCID) heeft de Nederlandse
zorg in de afgelopen vijf jaar opgenomen, in welke ziekenhuizen, en in hoeveel van
deze gevallen is daadwerkelijk gebruikgemaakt van een HLIU? Bent u bereid dit overzicht
aan de Kamer te doen toekomen?
Vraag 8
Bent u ermee bekend dat in het Verenigd Koninkrijk Andesvirus formeel is geclassificeerd
als «airborne HCID»5, dat behandeling uitsluitend plaatsvindt in een beperkt aantal aangewezen Airborne
HCID Treatment Centres6 en dat dwingende, gestandaardiseerde IPC- en PPE-protocollen gelden zodra deze classificatie
van toepassing is?
Vraag 9
Erkent u dat het Britse model – een formele HCID-classificatie met dwingende protocollen
en vaste behandelcentra – risico’s structureel uitsluit die het Nederlandse model,
waarin per geval een afweging wordt gemaakt, toelaat? Erkent u dat juist deze week
is gebleken dat het Nederlandse «case-by-case»-model in dit geval heeft gefaald?
Vraag 10
Waarom kent Nederland, anders dan het Verenigd Koninkrijk, geen formele nationale
HCID-lijst conform ECDC-standaard, geen vooraf aangewezen behandelcentra voor HCID-categorieën
en geen dwingende virus-specifieke IPC-protocollen? Welke afweging ligt hieraan ten
grondslag, en wanneer is deze afweging voor het laatst herzien?
Vraag 11
Bent u bereid toe te zeggen dat u vóór novermber 2026:
– een nationale HCID-lijst definieert conform ECDC-standaard, met onderscheid tussen
contact- en airborne-HCID’s;
– ten minste twee ziekenhuizen formeel aanwijst als nationaal HCID-behandelcentrum (één
primair, één back-up);
– een 24/7 RIVM-advisory team operationeel maakt dat behandelende ziekenhuizen onmiddellijk
voorziet van de meest actuele internationale IPC-voorschriften zodra een (verdenking
op) HCID wordt gemeld;
– dwingende, virus-specifieke IPC-protocollen vaststelt waarvan alleen met expliciete
onderbouwing en melding aan de IGJ mag worden afgeweken;
en de Kamer hierover uiterlijk in novermber 2026 schriftelijk te informeren? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 12
Bent u bereid, als noodzakelijke aanvulling op de in vraag 10 gevraagde HCID-structuur,
een verplicht en structureel auditkader op de naleving van HCID- en IPC-protocollen
in Nederlandse ziekenhuizen in te voeren, met ten minste de volgende elementen:
– een jaarlijkse, onafhankelijke audit door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
in samenwerking met het RIVM van alle ziekenhuizen die HCID-patiënten (kunnen) opvangen,
waarbij de fysieke infrastructuur, de protocollen, de voorraad persoonlijke beschermingsmiddelen
(PPE) én de getraindheid van het personeel worden getoetst;
– verplichte jaarlijkse tabletop- én praktijkoefeningen voor behandelteams, waarvan
de uitkomsten worden gerapporteerd aan de IGJ;
– een onaangekondigde IGJ-inspectie binnen 48 uur na elke daadwerkelijke (vermoedelijke)
HCID-opname;
– verplichte certificering en periodieke hercertificering voor zorgmedewerkers die werkzaam
zijn in een HLIU of in HCID-behandelteams;
– openbare publicatie van de auditbevindingen (geanonimiseerd waar dit met het oog op
patiënt- en personeelsbelangen noodzakelijk is) en een jaarlijkse rapportage aan de
Tweede Kamer;
– een escalatie- en sanctiekader bij geconstateerde tekortkomingen, met heldere bevoegdheden
voor de IGJ?
Vraag 13
Wat zijn de totale geraamde kosten van de repatriëringsoperatie van de MV Hondius
(evacuatievluchten, ambassade-inzet, SCOT-team, RIVM/GGD-inzet, zes weken thuisquarantaine
en de Radboudumc-quarantaine inclusief vervangende inzet), en in hoeverre worden deze
kosten verhaald op de rederij, de reisverzekeraars of de individuele passagiers? Bent
u bereid een gespecificeerd kostenoverzicht aan de Kamer te sturen?
Vraag 14
Acht u het redelijk dat de Nederlandse belastingbetaler opdraait voor de kosten van
repatriëring en nasleep van een commerciële cruise waarop het besmettingsrisico is
opgelopen? Welke wettelijke en verzekeringstechnische instrumenten ziet u om dit principieel
anders te regelen voor toekomstige uitbraken?
Vraag 15
Kunt u bevestigen dat op het Britse cruiseschip Ambition voor de kust van Bordeaux
1.700 opvarenden in quarantaine zijn geplaatst, dat een 92-jarige Britse passagier
vermoedelijk is overleden aan het norovirus en dat ten minste vijftig passagiers ziek
zijn geworden? Hoeveel Nederlanders bevinden zich aan boord, en welke ondersteuning
krijgen zij op dit moment van de Nederlandse ambassade en het Snel Consulair Ondersteuningsteam
(SCOT)?
Vraag 16
Bent u ermee bekend dat in dezelfde week ook op het cruiseschip Caribbean Princess
een uitbraak van het norovirus is vastgesteld, waarbij meer dan honderd passagiers
en tien bemanningsleden ziek zijn geworden? Hoe beoordeelt u het feit dat in een tijdsbestek
van enkele weken drie grote virusuitbraken (Hondius, Ambition, Caribbean Princess)
op cruiseschepen plaatsvinden, en is er naar uw oordeel sprake van een structureel
falen van de hygiëne- en infectiepreventieprotocollen in de cruisesector?
Vraag 17
Bent u bereid om – gelet op deze opeenvolgende uitbraken – een structurele preventieve
informatieplicht in te voeren waarbij Nederlandse burgers die een cruise overwegen
vóór boeking actief en eenduidig worden geïnformeerd over recente uitbraken, de uitbraakgeschiedenis
per rederij en route, en de gezondheidsrisico’s van langdurig verblijf op cruiseschepen,
bijvoorbeeld via een centrale «cruise-risicopagina» op nederlandwereldwijd.nl?
Vraag 18
Bent u bereid om, in samenwerking met het RIVM, de European Maritime Safety Agency
(EMSA) en het ECDC, bepaalde cruiseroutes of -regio’s waar zich recent uitbraken hebben
voorgedaan tijdelijk als «verhoogd risico» aan te merken, met aanvullende preventieve
verplichtingen voor rederijen die deze routes bevaren (zoals verplichte screening
bij inscheping, verscherpte hygiëneprotocollen en een meldplicht bij verdachte ziektegevallen)?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Bent u bereid een vast protocol «Snelle Repatriëring Nederlanders» vast te stellen
voor infectieziekte-uitbraken op cruiseschepen, met heldere afspraken tussen het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het
Ministerie van Defensie, zodat Nederlanders bij toekomstige uitbraken niet langer
dagen of weken hoeven te wachten op evacuatie, zoals bij de MV Hondius het geval was?
Bent u bereid dit protocol vóór 1 januari 2027 aan de Kamer voor te leggen?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
René Claassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.