Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Hoogeveen over de Amerikaanse MATCH Act en de gevolgen daarvan voor ASML
Vragen van het lid Hoogeveen (JA21) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Economische Zaken en Klimaat over de Amerikaanse MATCH Act en de gevolgen daarvan voor ASML (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 12 mei 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden ingediende
MATCH Act, waarin Republikeinse en Democratische politici voorstellen de exportbeperkingen
voor chipfabricage machines naar China verder aan te scherpen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3 en 4
Klopt het dat dit wetsvoorstel beoogt ook voor bedrijven uit bondgenootschappelijke
landen, waaronder Nederland en Japan, dezelfde beperkingen te laten gelden als voor
Amerikaanse bedrijven?
Klopt het dat de MATCH Act er in de praktijk toe kan leiden dat ASML geen immersie-DUV-lithografiemachines
meer aan China mag verkopen en evenmin onderhoud of service mag verrichten aan reeds
geleverde machines, onder meer aan bedrijven als SMIC, Hua Hong, Huawei, CXMT en YMTC?
Deelt u de opvatting dat een verbod op onderhoud en service van reeds verkochte machines
feitelijk kan neerkomen op gedwongen contractbreuk en daarmee grote juridische en
economische risico’s voor ASML met zich mee kan brengen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2, 3 en 4
De MATCH Act is een wetsvoorstel van het Amerikaanse Congres dat zowel in het Huis
van Afgevaardigden als in de Senaat wordt geïnitieerd. Het gaat op dit moment om conceptwetgeving,
die zowel in het Huis als de Senaat nog de formele processen moet doorlopen. Het gaat
bovendien nog om twee eigenstandige teksten in het Huis en de Senaat. De teksten kunnen
gedurende de behandeling in zowel het Huis als de Senaat nog worden aangepast.
In de kern stelt de MATCH Act exportcontroles op bepaalde halfgeleiderproductieapparatuur
en componenten via diplomatie multilateraal te «harmoniseren». De tekst richt zich
daarbij op Amerikaanse bondgenoten en partners. De conceptwetteksten specificeren
niet om welke landen het gaat en richten zich op alle partnerlanden die belangrijke
(«chokepoint») halfgeleiderproductietechnologie maken.
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft een positie in halfgeleiderproductieapparatuur,
samen met bedrijven uit onder andere Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea, Duitsland
en andere Europese landen. In het wetsvoorstel wordt de Amerikaanse regering opgedragen
om in coördinatie met bondgenoten en partners tot meer restrictief beleid te komen,
met landen-specifieke exportcontroles met als uitgangspunt dat alle aanvragen worden
afgewezen («country-wide controls with presumption of denial»). Dit zou moeten gelden
voor China, Rusland, Iran, Noord-Korea en andere landen die door het Amerikaanse Ministerie
van Buitenlandse Zaken als «land van zorg» worden gezien.
De huidige versie van de MATCH Act omvat ook voorstellen omtrent service- en onderhoudsdiensten
voor geavanceerde halfgeleiderapparatuur. Dit zou kunnen betekenen dat voor onderhoud
van dergelijke apparatuur bij bepaalde eindgebruikers een vergunning vereist wordt.
Dit voorstel van het VS-congres kan ertoe leiden dat bedrijven, ook voor reeds geleverde
machines, geen onderhoud of ondersteuning meer mogen verrichten zonder vergunning,
en stelt dat bij de vergunningbehandeling het uitgangspunt zou moeten gelden dat deze
niet worden verleend («presumption of denial»). De uiteindelijke impact hangt af van
de nadere uitwerking in uitvoeringsregelgeving en eventuele uitzonderingen.
Het initiatief voorziet erin dat, als bondgenoten en partners binnen de vastgestelde
periodes niet tot geharmoniseerde controles komen, de Verenigde Staten via Amerikaanse
wetgeving extraterritoriaal beperkingen kunnen op leggen op export uit deze landen.
Het kabinet kijkt daarom met zorg naar de MATCH Act.
Het is aan de leden van het Amerikaanse Congres om hun eigen standpunt over deze conceptwetgeving
te bepalen. Gezien de mogelijke impact van de MATCH Act op Nederland bij aanname in
huidige vorm, heeft Nederland zijn bezwaren, in het bijzonder over de extraterritorialiteit,
zowel bij leden van het Amerikaanse Congres als bij de Amerikaanse regering neergelegd
(zie ook vraag 6).
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de mogelijke gevolgen van dit wetsvoorstel voor ASML, de Nederlandse
toeleveringsketen en de werkgelegenheid, mede in het licht van het gegeven dat China
in 2025 goed was voor 33 procent van de omzet van ASML en ASML zelf aangaf dat dit
aandeel in 2026 naar circa 20 procent zou dalen?
Antwoord 5
Het kabinet is tegen de extraterritoriale werking die uitgaat van het Amerikaanse
voorstel. Elk land is verantwoordelijk voor zijn eigen exportcontrolewetgeving.
Dergelijke brede maatregelen kunnen daarnaast potentieel significante invloed hebben
op de omzet van halfgeleiderbedrijven, inclusief de Nederlandse, en hun marktpositie
verslechteren. Ook kunnen ze de voorspelbaarheid van het handels- en investeringsklimaat
aantasten. Dat is ook de boodschap die de Minister-President, de Minister van Buitenlandse
Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben afgegeven
tijdens het bezoek van het Koninklijk Paar aan de Verenigde Staten.
Vraag 6
In hoeverre acht het kabinet het wenselijk dat de Verenigde Staten via eigen wetgeving
feitelijk verdere beperkingen opleggen aan de exportmogelijkheden en dienstverlening
van een Nederlands bedrijf?
Antwoord 6
Het kabinet hecht aan goede samenwerking met partners. Nederland heeft als uitgangspunt
dat ieder land verantwoordelijk is voor zijn eigen wetgeving en is dus geen voorstander
van extraterritoriale wetgeving. Dat maken we altijd duidelijk in onze diplomatieke
contacten met andere landen, zo ook met de Verenigde Staten.
Nederland deelt in algemene zin de veiligheidszorgen van zijn partners met betrekking
tot de ongecontroleerde export van geavanceerde halfgeleidertechnologie en heeft daartoe
zowel nationaal als in multilateraal verband exportcontrolemaatregelen voor ingesteld.
De aanpak van het kabinet is chirurgisch en gebaseerd op nationale veiligheidsrisico’s-,
gericht op non-proliferatie en het voorkomen van ongewenst eindgebruik.
De EU Dual Use Verordening is het leidende juridische kader voor Nederland. Daaruit
vloeit voort dat het Europese en Nederlandse exportcontrolebeleid landenneutraal is,
elke vergunningaanvraag op zijn eigen merites («case-by-case») wordt beoordeeld en
exportcontrole geen exportverbod is. Internationaal overleg over exportcontrole is
de standaard en de inzet van Nederland is om met zoveel mogelijk landen tot overeenstemming
te komen. Uiteindelijk gaat elk land zelf over de exportcontrolemaatregelen die nodig
zijn om zijn nationale veiligheid te beschermen. Nationale veiligheidsoverwegingen
zijn doorslaggevend bij exportcontrole.
Vraag 7
Is het kabinet hierover reeds in gesprek met de Verenigde Staten, Japan, Taiwan, Zuid-Korea
en de Europese Commissie, en wat is daarbij concreet de Nederlandse inzet?
Antwoord 7
Nederland staat in het kader van exportcontrole continu en op alle niveaus in contact
met andere technologiehoudende landen, bilateraal alsook via de multilaterale exportcontroleregimes
zoals het Wassenaar Arrangement. De MATCH Act is daar onderdeel van, gezien de nauwe
verwevenheid van de internationale halfgeleidersector en de potentiële scope van de
MATCH Act. Wegens de diplomatieke vertrouwelijkheid kan het kabinet niet in detail
treden over de inhoud deze gesprekken.
Vraag 8
Kunt u aangeven wat de verwachte verdere behandeling van de MATCH Act in de Verenigde
Staten is, zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat, en op welke termijn
hierover meer duidelijkheid wordt verwacht?
Antwoord 8
Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat het vooralsnog gaat om een voorstel. De
inhoud en reikwijdte kunnen in het verdere Amerikaanse wetgevingsproces nog wijzigen,
of het voorstel kan uiteindelijk niet worden aangenomen.
De behandeling van deze concept wettekst is in handen van het Amerikaanse Congres.
Het is op dit moment niet duidelijk wanneer het Huis en de Senaat verdere behandeling
van de concept wettekst zullen agenderen.
Het kabinet blijft in de tussentijd zijn zorgen over de concept wettekst nadrukkelijk
onder de aandacht te brengen op alle niveaus.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.