Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bamenga en Rooderkerk over het bericht ‘Basisscholen onder vuur wegens beschuldiging discriminatie - 'Willen witte scholen wit houden'’
Vragen van de leden Bamenga en Rooderkerk (beiden D66) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Basisscholen onder vuur wegens beschuldiging discriminatie: «Willen witte scholen wit houden»» (ingezonden 16 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
12 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1531.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Basisscholen onder vuur wegens beschuldiging
discriminatie: «Willen witte scholen wit houden»»?1
Antwoord 1
Ja, daar heb ik kennis van genomen.
Vraag 2
Hoe duidt u de onacceptabele situatie die geschetst wordt in het bericht, waarin kinderen
mogelijk wegens hun migratieachtergrond worden geweigerd of ontmoedigd bij toelating
tot basisscholen?
Antwoord 2
Naar aanleiding van uw vragen is vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(OCW) contact opgenomen met het verantwoordelijke bestuur, stichting Prohles. Het
bestuur geeft aan dat het, na het besluit over de voorgenomen sluiting van de Sjaloomschool,
samen met de directeuren van de andere Prohles-scholen een plek heeft gezocht voor
de leerlingen die een nieuwe plaatsing nodig hebben. Daarbij is afgesproken dat niemand
op voorhand zou worden geweigerd. Ouders kregen een advies over welke school (of scholen)
voor hun kind(eren) plek heeft volgend schooljaar en de ouders zijn uitgenodigd om
daar te gaan kijken. Ouders zijn soms bij een andere school langsgegaan dan de school
die hen was aangeraden en kregen daar te horen dat er geen plek was voor hun kind(eren).
In het eerdergenoemde contact met Prohles, heeft Prohles aangegeven dat dit enkel
te maken had met de capaciteit van de betreffende klas of klassen. Toch hebben sommige
ouders dat anders gehoord of ervaren. Prohles heeft de scholen daarop aangesproken
dat geen enkele leerling op voorhand zou worden geweigerd. Daarna heeft Prohles een
ouderavond georganiseerd. Prohles garandeert dat alle kinderen een plek krijgen, rekening
houdend met de voorkeur van de ouders.
Naar aanleiding van de voorgenomen sluiting van de Sjaloomschool en het signaal uit
de media is er veelvuldig contact geweest vanuit de Inspectie van het Onderwijs met
de school en het bestuur. De Inspectie is tevreden over de stappen die het bestuur
sindsdien richting de school en ouders heeft gezet en ziet geen reden om handhavend
op te treden.
Vraag 3
Deelt u de mening dat discriminatie en racisme geen rol mogen spelen in het toelatingsproces
van basisscholen?
Antwoord 3
Ja. Discriminatie op basis van afkomst is in Nederland verboden. Afkomst mag nooit
reden zijn om een kind de toegang tot een school te weigeren. Wat de intenties of
afspraken ook waren in de geschetste situatie, het is hoe dan ook pijnlijk dat deze
Katwijkse ouders en kinderen het zo hebben beleefd.
Een school mag alleen bij uitzondering om bepaalde redenen toelating weigeren. Het
gaat dan bijvoorbeeld om gebrek aan capaciteit.
Bijzondere scholen mogen onder strikte voorwaarden bij toelating tot of deelname aan
het onderwijs onderscheid maken op basis van religie of levensovertuiging, voor zover
een dergelijk onderscheid een relatie heeft met de grondslag van de school. Deze voorwaarden
zijn neergelegd in met name artikel 7, tweede lid, van de Algemene wet gelijke behandeling.2
Vraag 4, 5 en 6
Worden signalen van discriminatie wegens een migratieachtergrond bij toelating tot
het onderwijs actief gemonitord?
Zo ja, heeft u concrete cijfers van meldingen van (vermoedens van) discriminatie bij
toelatingen tot onderwijs, bijvoorbeeld via de inspectie, de ouders, het onderwijs
of het College van de Rechten van de Mens?
Zo niet, bent u van plan om meldingen van discriminatie bij toelatingen tot onderwijs
actief te monitoren?
Antwoord 4, 5 en 6
Meldingen van discriminatie en racisme worden door verschillende bevoegde instanties
bijgehouden. Het College voor de Rechten van de Mens (CvdRM) en de antidiscriminatievoorzieningen,
zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, maken in rapportages
van ontvangen meldingen een uitsplitsing naar discriminatiegrond en het domein waarop
dit zich afspeelt. Het College voor de Rechten van de Mens laat weten dat deze cijfers
vanwege het zeer geringe aantal verzoeken om een oordeel over discriminatie in het
onderwijs niet verder worden uitsplitst naar subcategorieën, zoals de toelating tot
het onderwijs. De antidiscriminatievoorzieningen ontvingen in 2025 in totaal negen
meldingen over discriminatie bij toelating tot onderwijs wegens een migratieachtergrond.
De Inspectie van het Onderwijs blijkt vorig jaar 55 meldingen te hebben ontvangen
over toelatingen in het primair onderwijs. Signalen over discriminatie ontvangt zij
zelden.
Vraag 7
Bent u voornemens maatregelen te treffen om discriminatie van leerlingen bij toelating
tot het onderwijs tegen te gaan? Zo ja, welke?
Antwoord 7
Er is voorzien in verschillende instrumenten om discriminatie, ook bij de toelating
tot scholen, tegen te gaan. De betreffende wetgeving hierover is duidelijk. Daarnaast
blijken de huidige instrumenten toereikend om vermoedens van discriminatie bij toelating
tot het onderwijs aan te pakken.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om scholen te verplichten om in een openbaar register
of op hun website actueel inzicht te geven in de beschikbare capaciteit per school
of leerjaar, zodat voor ouders transparant is wanneer een school daadwerkelijk vol
is en wordt voorkomen dat het argument van «geen beschikbare plaatsen» selectief wordt
gebruikt?
Antwoord 8
Naar aanleiding van de motie Krul3 verkent het Ministerie van OCW of scholen verplicht kunnen worden het aantal beschikbare
plaatsen openbaar te maken. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd in de jaarlijkse
Kamerbrief over passend en inclusief onderwijs.
Vraag 9
Hoe weegt u de leerplicht en het recht op onderwijs tegenover het weigeren van leerlingen
op basis van hun afkomst?
Antwoord 9
Het weigeren van leerlingen op grond van afkomst is discriminatie en niet toegestaan
op grond van de Algemene wet gelijke behandeling.
Vraag 10
Welke mogelijkheden hebben ouders wanneer zij vermoeden dat hun kind ongelijk wordt
behandeld bij toelating tot een school?
Antwoord 10
Ouders hebben bij een dergelijk vermoeden veel mogelijkheden.
– Het bestuur van een scholenorganisatie is verantwoordelijk voor het toelatingsbeleid
van zijn scholen. Ouders kunnen zich daarom in eerste instantie wenden tot de school
of het schoolbestuur. Voor openbare scholen geldt ten aanzien van een beslissing omtrent
de toelating bestuursrechtelijke rechtsbescherming: er kan binnen zes weken na het
weigeringsbesluit bezwaar worden gemaakt tegen de weigering. Na de beslissing op het
bezwaar kan beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Ook voor bijzondere scholen
geldt zo’n bezwaarprocedure,4 maar is uiteindelijk de civiele rechter bevoegd om kennis te nemen van geschillen
over de toelating.
– Ouders kunnen ook een klacht indienen bij de klachtencommissie van de school5 of de Landelijke klachtencommissie. De klachtencommissie doet geen formeel bindende
uitspraken.
– De Inspectie van het Onderwijs kan onderzoeken of de onderwijswetgeving is geschonden
en daarop handhaven.
– Het College voor de Rechten van de Mens (CvdRM) oordeelt in individuele gevallen of
iemand is gediscrimineerd, waaronder in het onderwijs. Een uitspraak van het CvdRM
is niet bindend. Als de school niets met het oordeel van het College doet, kunnen
ouders met het advies in handen alsnog naar de rechter stappen voor een bindende uitspraak.
– Ouders kunnen ook bij een gemeentelijke antidiscriminatievoorziening een melding doen
en onafhankelijk advies en ondersteuning krijgen, bijvoorbeeld ondersteuning bij een
procedure bij het CvdRM.
Met het wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs, dat momenteel aanhangig is bij uw Kamer,
doet de regering voorstellen om de klachtenprocedure te herzien.
Vraag 11
Hoe wordt toezicht gehouden op toelatingsbeleid van scholen, en welke rol speelt de
Inspectie van het Onderwijs hierbij?
Antwoord 11
De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op de naleving van de onderwijswetten. Het
toezicht van de Inspectie op het toelatingsbeleid is signaalgericht. Als de Inspectie
een melding krijgt van mogelijke discriminatie bij toelating, neemt zij contact op
met het bestuur. Doorgaans merkt de Inspectie dat besturen de wettelijke vereisten
respecteren bij het vormgeven van hun toelatingsbeleid. De Inspectie kan de melding
nader onderzoeken en indien het bestuur de onderwijswetgeving niet heeft nageleefd
ook handhaven. De inspectie stelt hierbij een wettelijke tekortkoming vast en geeft
het bestuur de opdracht om dit te herstellen.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.