Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over natuurbranden op defensieterreinen
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Defensie over natuurbranden op defensieterreinen (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 11 mei 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de recente natuurbranden op defensieterreinen, waaronder de grote
brand bij ’t Harde1, de Oirschotse Heide2 en de Weerterheide3?
Antwoord 1
Ik betreur de situatie zeer. Ik spreek mijn waardering uit voor alle brandweermensen,
hulpverleners, militairen en andere betrokkenen die zich hebben ingespannen om de
natuurbranden te bestrijden en de gevolgen ervan te beperken. Dankzij hun tomeloze
inzet, professionaliteit en betrokkenheid zijn de branden onder controle gebracht.
Daarnaast ook veel waardering voor de ondersteuning vanuit België, Duitsland en Frankrijk.
Deze internationale bijstand heeft bijgedragen aan een effectieve gezamenlijke inzet
ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van mensen, dieren en de fysieke leefomgeving.
Vraag 2
Begrijpt u twijfels van omwonenden van defensieterreinen over de brandveiligheid en
het risico op brand op defensieterreinen?
Antwoord 2
Defensie heeft begrip voor het feit dat omwonenden vragen hebben over de veiligheid
van hun directe leefomgeving. Ik wil benadrukken dat Defensie haar verantwoordelijkheid
als beheerder van grote natuurgebieden serieus neem en dat veiligheid is verankerd
in de operationele bedrijfsvoering. Door samenwerking met de veiligheidsregio’s en
lokale overheden wordt getracht de brandveiligheid op en rondom defensieterreinen
te waarborgen en de gezamenlijke reactiesnelheid in geval van calamiteiten te optimaliseren.
Er is een verhoogd risico op natuurbranden in tijden van aanhoudende droogte. Op basis
van de risico’s stelt de veiligheidsregio het natuurbrandrisico vast. Defensie hanteert
de brandrisicofase zoals vastgesteld door de veiligheidsregio. Op het Artillerieschietkamp
(omgeving ’t Harde) zijn risicobeheersende maatregelen genomen gericht op het voorkomen
van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet van hulpdiensten.
Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen, brandsingels
en bluswatervijvers. Op de overige oefenterreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
Vraag 3
Waarom hebt u de Kamer niet zelf proactief geïnformeerd over de situaties van de branden
op defensieterreinen in de afgelopen paar dagen, gezien de grote schaal van de branden
en de maatschappelijke impact ervan?
Antwoord 3
Tegelijk met het verzenden van de beantwoording op deze Kamervragen, verstuurt de
Minister van JenV een kamerbrief mede namens de Minister van LVVN en mijzelf.
Vraag 4
Hoeveel van de 124 natuurbranden op defensieterreinen in 2025 zijn (waarschijnlijk)
veroorzaakt door militaire oefeningen? Indien deze branden niet zijn ontstaan door
oefeningen, hoe verklaart u dan het grote aantal branden op defensieterreinen?
Antwoord 4
Op het ASK (Artillerie Schietkamp) en ISK (Infanterie Schietkamp) zijn branden een
onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Defensie beschikt op het ISK en ASK over
bedrijfsbrandweer en werkt nauw samen met het NIPV (Nederlands Instituut Publieke
Veiligheid) voor de registratie van branden en de oorzaken. Voor een zorgvuldige beheersing
zijn deze locaties hierop specifiek ingericht. Voor een specifieke beantwoording ten
aanzien van de cijfers is aanvullend onderzoek en afstemming met het NIPV nodig. Wij
zullen de Kamer nader informeren voor het debat van 10 juni.
Vraag 5
Hoeveel natuurbranden op defensieterreinen zijn er geweest in 2026 en hoeveel daarvan
zijn (waarschijnlijk) veroorzaakt door militaire oefeningen?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4
Vraag 6
Op 30 april meldde Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim in de media dat
per 30 april strengere maatregelen zijn ingegaan, in de vorm van een aanscherping
zodat er geen hitte kan ontstaan tijdens oefeningen; welke strenge maatregelen betreft
dit en waarom zijn die strengere maatregelen eerder nog niet genomen? Gezien het grote
aantal natuurbranden dat is ontstaan op defensieterreinen vindt u het verantwoord
dat die strengere maatregelen nu pas zijn genomen?
Antwoord 6
Op 30 april gold in grote delen van Nederland natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd
door de veiligheidsregio. Het protocol van Defensie schrijft voor schiet- en oefenterreinen
zonder aanwezige bedrijfsbrandweer onder andere voor dat er niet meer mag worden gerookt,
er geen gebruik van pyrotechnische middelen en spring- en ontstekingsmiddelen mag
worden gemaakt. Tevens moet na iedere activiteit waarbij brand kan ontstaan, een controle
(brandronde) plaats te vinden.
Het Artillerieschietkamp beschikt over bedrijfsbrandweer. Hier gelden tevens de afspraken
over extra mitigerende maatregelen zoals vastgelegd in een convenant dat is afgestemd
met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Met een tijdelijke aanscherping van de maatregelen doelde de Commandant der Strijdkrachten
op een verbod op alle uitzonderingen zoals benoemd in het protocol, zoals het wel
toestaan van het gebruik van oefenmunitie indien er voldoende brandbestrijdingsmiddelen
beschikbaar zijn in de directe nabijheid van de gebruikslocatie. Voorafgaand aan het
uitbreken van de natuurbranden op 29 en 30 april was er geen reden om de maatregelen
aan te scherpen, het protocol volgt de fasering vanuit de Veiligheidsregio’s.
Vraag 7
Bent u het eens met de uitspraken van Commandant der Strijdkrachten dat het niet nodig
is om te stoppen met militaire oefeningen in tijden van droogte, ook gezien het grote
aantal natuurbranden dat ontstaat op defensieterreinen?
Antwoord 7
Ik onderschrijf het belang van militaire oefeningen. De veiligheidssituatie in de
wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Realistisch oefenen is
daarvoor essentieel. Dat doen we in binnen- en buitenland, bij dag en bij nacht en
bij koud en bij warm weer. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving.
We hebben alle activiteiten met een verhoogd risico tijdelijk stopgezet, maar militaire
oefeningen zijn nooit zonder enig risico.
Ik verwijs hierbij ook naar het antwoord op vraag 11 van de Partij van de Dieren ingediend
op 30 april die gebundeld met deze antwoorden is verzonden. Defensie erkent dat haar
activiteiten impact hebben op de omgeving. Het protocol, alsmede de inrichting van
de terreinen, draagt zorg dat niet alleen militairen realistisch en veilig kunnen
trainen, maar dat ook de natuur en omwonenden veilig zijn.
Vraag 8
Waarom acht u het verantwoord om in droogte en bij risico op brand door te gaan met
militaire oefeningen? Bent u bereid om daarmee te stoppen als er droogte en risico
op brand is?
Antwoord 8
Defensie werkt conform het protocol en procedures op basis van het natuurbrandrisico
zoals afgekondigd door de veiligheidsregio voor de brandveiligheid, specifiek in natuurrijke
omgevingen. Hiervoor werkt Defensie intensief samen met de veiligheidsregio’s en het
NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid).
Natuurbranden zijn deels onderdeel van de reguliere gecontroleerde bedrijfsvoering
waarop Defensie is ingericht. Op het Artillerieschietkamp zijn ten aanzien van natuurbranden
in de reguliere bedrijfsvoering uitvoerige preventiemaatregelen ingericht, waaronder
de aanwezigheid van een eigen brandweerdienst en risicobeheersende maatregelen gericht
op het voorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzet
van hulpdiensten. Hierbij valt te denken aan brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen,
brandsingels en bluswatervijvers. Op overige terreinen is ook aandacht voor brandveiligheid.
In het geval van een toegenomen natuurbrandrisico als gevolg van droogte, afgekondigd
door de veiligheidsregio, legt Defensie beperkingen op aan de toegestane activiteiten
en schrijft extra preventieve maatregelen voor.
Vraag 9
Wat is uw reactie op het bericht dat vliegveld Kempen Airport Defensie al maanden
waarschuwt voor brand, ook nadat de brand bij ’t Harde uitbrak?4 Wanneer was u op de hoogte van deze waarschuwingen? Waarom is er niets gedaan met
deze waarschuwingen door Defensie? Vindt u dat deze waarschuwingen door Defensie serieus
zijn genomen en vindt u dat Defensie het risico op brand goed heeft ingeschat?
Antwoord 9
Ik heb geen signalen dat vliegveld Kempen Airport al maanden waarschuwt voor brandgevaar.
Na het uitbreken van de brand in ’t Harde op 29 april is vanuit Kempen Airport omstreeks
18:43u een mail verstuurd aan de verantwoordelijke terreinbeheerder bij de 13e Lichte
Brigade in Oirschot. Referte de brand in ’t Harde en een brand op de Weerterheide
vorig jaar was het verzoek van de beheerder/zaakwaarnemer van Kempen Airport om op
korte termijn hierover in gesprek te gaan. De melding is op die bewuste avond niet
meer in behandeling genomen aangezien daar geen directe aanleiding voor was. Defensie
hecht aan een goede relatie met de mensen die in de omgeving van oefen- en schietterreinen
wonen of recreëren.
Vraag 10
Hoe weegt u de veiligheid van omwonenden en het behoud van natuur met het doen van
militaire oefeningen?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 11
Wat gaat u doen om te voorkomen dat er natuurbranden ontstaan op defensieterreinen?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 7.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.