Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de uitzonderlijk grote natuurbrand door een explosieve militaire oefening op de Veluwe
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Defensie over de uitzonderlijk grote natuurbrand door een explosieve militaire oefening op de Veluwe (ingezonden 30 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 11 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het nieuws over de uitzonderlijk grote brand in een beschermd natuurgebied
op de Veluwe dat wordt gebruikt als militair oefenterrein?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de brand is ontstaan tijdens de oefening «Geweer- en mitrailleurvuur,
kanon en werken met explosieven» op 29 april 2026 die op hetzelfde moment op dat terrein
plaatsvond, zoals vermeld op de website van Defensie? Klopt het dat deze oefening
plaatsvond terwijl in vrijwel geheel Nederland een verhoogd risico op natuurbranden
gold?2
Antwoord 2
Op het moment van uitbreken van de brand gold natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd
door de veiligheidsregio. De brand is veroorzaakt bij het tot ontploffing brengen
van explosieven. Het plan voor het springen van deze munitie was goedgekeurd volgens
de juiste procedures, door de relevante autoriteiten van het Artillerieschietkamp
(omgeving ’t Harde).
Vraag 3
Wat is uw reactie op deze brand en de verantwoordelijkheid van Defensie hierin?
Antwoord 3
Ik betreur de situatie zeer en ik spreek mijn waardering uit naar de samenwerkende
nationale en internationale hulpverleners. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt
om een sterke en goed getrainde krijgsmacht, realistisch oefenen is daarvoor essentieel.
Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Toch zijn bij oefeningen
branden ontstaan op en rond militaire terreinen die een impact hebben op de samenleving
en waarvan de natuurschade nog duidelijk moet worden.
Vraag 4
Hoeveel oppervlakte natuurgebied is door deze brand verloren gegaan? Kunt u specificeren
welke natuurtypen en welke (beschermde) dier- en plantensoorten door de brand zijn
getroffen of leefgebied hebben verloren?
Antwoord 4
Er is ongeveer 427 hectare afgebrand. Het getroffen gebied betreft een half open landschap
met heideterreinen, vergraste heideterreinen en naaldbossen bestaande uit grove den.
De heideterreinen die zijn afgebrand, zijn de terreinen waar de schade voor de natuur
het grootst is. Met name de naaldbossen zijn vooral eenvormig en hebben daardoor een
lagere natuurwaarde. De overige heideterreinen betreffen vooral vergraste en zogenaamde
droge struikheide terreinen met een lagere natuurwaarde. Een klein deel van het getroffen
gebied bestaat uit semi-vochtige heide. De vegetatie, waarvoor dit deel een hogere
natuurwaarde heeft, is in deze tijd van het jaar nog nauwelijks aanwezig.
Schade aan de fauna in het totale gebied betreft vooral insecten, reptielen en broedende
vogels en hun nesten voor zover deze zich bevonden op de bodem of in struiken. Er
zijn observaties ten tijde van de brand waaruit blijkt dat grotere fauna voor het
vuur konden wegkomen. Er zijn geen resten van grotere fauna gevonden in de dagen na
de brand.
In het verbrande deel nestelt sinds vier jaar een visarend met jaarlijks broedsucces.
Het terrein rondom het nest is verbrand. Direct na de brand bleken beide oudervogels
nog op het nest te zitten en vertonen op dit moment natuurlijk broedgedrag.
Vraag 5
Welke gevolgen heeft deze brand voor de biodiversiteit en ecologische kwaliteit van
het getroffen gebied op de korte en lange termijn?
Antwoord 5
Voor al het bodemleven geldt dat een groot deel de brand kan hebben overleefd; het
vuur is erg snel over het gebied gegaan en de humuslaag is maar enkele millimeters
ingebrand. Enkele dagen na de brand zijn veel vlinders en insecten waargenomen, evenals
actieve rode bosmieren en er zijn op de zwarte bodem veel zandspoortjes aanwezig van
insecten die weer uit de bodem naar boven zijn gekomen.
In opdracht van Defensie is het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) direct na de brand gestart
met herstelmaatregelen. Het beheer is gericht op het tegengaan van vergrassing en
herstel van de structuur van bodem en vegetatie. In de delen van het terrein waar
de vergraste heide is afgebrand, is gestart om de regeneratie van gras te hinderen,
zodat de hei kan uitlopen en de natuurwaarde in dit deel van het terrein zal profiteren.
Tevens zijn stobben in het gebied gelegd om reptielen en insecten schuilgelegenheid
te bieden. Een afgebrand deel van het terrein herbergt grote aantallen grauwe klauwwier.
Het broedseizoen van deze trekvogel is nog niet begonnen. Om deze soort te helpen,
zijn takkenhopen van grove den aangebracht, omdat de grauwe klauwier een voorkeur
heeft om in omgewaaide grove dennen nesten te bouwen. Deze natuurbeheer maatregel
heeft het RVB de afgelopen jaren ook als regulier beheer voor deze Natura2000 soort
toegepast.
In de bossen wordt geen beheer uitgevoerd. Het is de verwachting dat de komende jaren
de aangetaste bossen zullen verloofen. Het getroffen naaldbos zal versneld worden
omgevormd naar meer ecologisch waardevol loofbos door komende winter loofhout aan
te planten. Hierdoor zal de natuurwaarde stijgen, ook ten opzichte van de oorspronkelijke
situatie.
Bovenstaande betekent dat er schade is aan het terrein, maar dat op lange termijn
de ecologische kwaliteit kan worden versterkt.
Vraag 6
Welke risicoanalyses zijn voorafgaand aan deze oefening uitgevoerd met betrekking
tot droogte, hitte en natuurbrandgevaar? Welke preventieve maatregelen zijn voorafgaand
aan de oefening wel en niet getroffen?
Antwoord 6
Bij het uitbreken van de brand gold de door de veiligheidsregio afgekondigde natuurbrandrisico
fase 2. Voor elke oefening worden risico-inventarisaties uitgevoerd. Hierin worden
alle mogelijke aspecten meegenomen, waaronder zaken gerelateerd aan de omgeving zoals
omgang met droogte. De preventieve maatregelen zoals vermeld in ons protocol zijn
genomen, zoals de aanwezigheid van brandbestrijdingscapaciteit. Voor het Artillerieschietkamp
gelden tevens afspraken over extra mitigerende maatregelen ten aanzien van brandbestrijding
en risicobeperking. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat is afgestemd
met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Vraag 7
Beschikt Defensie over een specifiek droogteprotocol voor oefeningen met vuurwapens,
explosieven of andere pyrotechnische middelen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid
een dergelijk protocol alsnog op te stellen?
Antwoord 7
Ja. Het interne Defensieprotocol sluit wat betreft droogte aan bij het landelijk protocol
van Brandweer Nederland. In beide documenten wordt onderscheid gemaakt in twee fasen:
fase 1 waarin nog geen extra maatregelen worden getroffen maar wel voorzichtigheid
wordt geadviseerd en fase 2 in tijden van langere droogte. In fase 2 wordt ook publiekelijk
een oproep gedaan om extra alert te zijn en in sommige natuurgebieden is open vuur
verboden.
Vraag 8
Welke criteria worden momenteel gehanteerd bij de beslissing om oefeningen met pyrotechnische
middelen wel of niet door te laten gaan tijdens periodes van droogte of verhoogd natuurbrandrisico?
Is er een verschil in criteria tussen oefeningen op beschermd en onbeschermd natuurgebied
als het gaat om oefeningen met pyrotechnische middelen?
Antwoord 8
De veiligheidsregio kondigt de natuurbrandrisicofase af. Op basis van de actieve fase
staat in het protocol welke maatregelen noodzakelijk zijn. Er is geen onderscheid
tussen soorten terreinen. Bij alle activiteiten, waaronder oefeningen, worden risico-inventarisaties
gedaan. Hierin worden, zoals gezegd, zowel de activiteiten als de specifieke omgeving
meegewogen. Bij natuurbrandrisicofase 2 hanteert Defensie een protocol dat beperkingen
oplegt aan de toegestane activiteiten en verplichtingen oplegt voor aanvullende risicobeperkende
maatregelen. Voor het Artillerieschietkamp houdt Defensie zich ook aan de extra mitigerende
maatregelen uit het convenant met Defensie en de verantwoordelijke Veiligheidsregio
en burgemeesters.
Vraag 9
Herinnert u zich dat, na de brand op de Ginkelse heide vorig jaar april, Defensie
aankondigde dat oefeningen niet zouden worden stilgelegd, maar dat soldaten extra
alert zouden worden gemaakt op bestaande procedures? Bent u van mening dat soldaten
nu extra alert zijn gemaakt? Op welke wijze is dit gebeurd?3
Antwoord 9
Na de brand op de Ginkelse Heide in april vorig jaar is specifiek aandacht gevraagd
voor het bestaande protocol, zowel in de operationele lijn naar commandanten van eenheden
als naar terreinopzichters en veiligheidsfunctionarissen. Bovendien heeft eind maart
2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden
om het protocol nogmaals te bespreken.
Vraag 10
Bent u bereid dit soort explosieve oefeningen tijdelijk op te schorten zolang sprake
is van aanhoudende droogte en verhoogd natuurbrandgevaar in Nederland? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 10
In grote delen van Nederland zijn we terug naar natuurbrandrisico fase 1 waarin geen
extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen, maar we gebruiken tot
18 mei geen lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen. In het geval van fase 2
heeft Defensie het gebruik van open vuur, oefenmunitie en pyrotechnische, spring-
en onstekingsmiddelen op oefenterreinen tijdelijk stilgelegd, totdat de eventuele
aanpassingen aan het protocol helder zijn. Voor de grote schietterreinen ISK en ASK
geldt dat een risico analyse moet uitwijzen wat ten tijde van een oefening de beperkende
maatregelen zijn omdat op deze locaties een brandweerorganisatie aanwezig is.
Vraag 11
Bent u bereid om dit soort explosieve militaire oefeningen met pyrotechnische middelen
te verbieden in beschermd natuurgebied, zodat niet mogelijk nog meer beschermde natuur
verloren gaat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Nee, we zullen dergelijke oefeningen niet verbieden op onze schiet- en oefenterreinen.
Oefeningen zijn essentieel voor de gereedheid van onze krijgsmacht. Dat doen we zo
veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving om deze situaties zoveel mogelijk te
voorkomen. Het Artillerieschietkamp is ingericht om veilig en realistisch te trainen.
Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik
van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en nadrukkelijk
ook -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor
oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop
afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen
te beschermen, draagt Defensie ook bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle
gebieden.
Vraag 12
Welke gezondheidsgevolgen kan deze grote brand hebben voor omwonenden, hulpverleners,
dieren en de natuur, onder andere vanwege rook, fijnstof en mogelijke uitstoot van
schadelijke stoffen?
Antwoord 12
De veiligheidsregio maakt een inschatting van de eventuele gezondheidsgevolgen en
kan, via een NL Alert, de omgeving bijvoorbeeld adviseren om ramen en deuren gesloten
te houden. Dit om eventuele gezondheidsgevolgen voor omwonenden te beperken. Bij de
natuurbrand op het terrein van het ASK is dit middel ook ingezet.
Vraag 13
Leiden de uitbreidingsplannen van Defensie mogelijk tot extra gezondheids- en brandrisico’s
voor Nederlanders en Nederlandse natuur?
Antwoord 13
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. De essentie van
het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid,
en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke
beperking van risico’s. De noodzakelijke uitbreidingsplannen van Defensie leiden daarom
niet per definitie tot extra gezondheids- en brandrisico’s.
Vraag 14
Op welke wijze gaat u zich inzetten voor herstel van de getroffen natuur? Welke concrete
herstelmaatregelen worden overwogen of uitgevoerd?
Antwoord 14
Zie de beantwoording op vraag 5.
Vraag 15
Worden militaire oefeningen in het getroffen gebied tijdelijk stilgelegd totdat op
zijn minst de natuur voldoende is hersteld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
Direct na de brand zijn de geplande militaire activiteiten op het Artillerieschietkamp
tijdelijk stilgelegd om de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen de natuurbrand
te bestrijden. Het bestaande protocol blijft gelden, waarbij Defensie rekening houdt
met de herstellende natuur. Dit betekent onder andere dat het rustgebied voor fauna
wordt gerespecteerd en dat beschermde habitattypen worden behouden.
Vraag 16
Bent u bereid de bestaande procedures rond militaire oefeningen in natuurgebieden
aan te scherpen om herhaling van dergelijke branden te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 16
We gaan de uitzonderingsprocedures zoals benoemd in het huidige protocol voor oefeningen
in droge periodes opnieuw bekijken. Er zijn momenteel uitzonderingen mogelijk op het
verbod om gebruik te maken van bijvoorbeeld spring- en ontstekingsmiddelen. Hiervoor
gelden strikte voorwaarden. Aanvullend op het huidige protocol is besloten om het
gebruik van lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen tot 18 mei 2026 niet toe
te staan. We zijn in gesprek met o.a. de veiligheidsregio’s om ons protocol, de processen
en procedures tegen het licht te houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor
de zomer gereed hebben.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) heeft Defensie verzocht om het veiligheidsbeleid
(voorschriften en protocollen) rondom oefeningen te evalueren en uiterlijk 1 juli
2026 de uitkomsten te rapporteren aan IL&T. Defensie gaat dit uitvoeren.
De Kamer zal worden geïnformeerd over deze evaluatie en de eventuele aanpassingen
van het veiligheidsbeleid.
Vraag 17
Bent u het ermee eens dat dit soort risicovolle explosieve oefeningen in tijden van
droogte in beschermd natuurgebied buiten de reikwijdte vallen van de geldende natuur-
en milieuwetgeving en daarmee strijdig zijn met de door de Kamer aangenomen motie
over opereren binnen de natuur- en milieuwetgeving (Kamerstuk 36 592, nr. 50)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 17
Nee. Defensie houdt zich aan de geldende wet- en regelgeving, ook als zij op een militair
oefenterrein aan oefenen is.
Vraag 18
Bent u bereid om in de toekomst zo veel mogelijk te kiezen voor ander militair oefenterrein
dan natuur?
Antwoord 18
Nee. Militaire oefenterreinen worden zo ingericht en beheerd dat militairen veilig
en natuurgetrouw kunnen oefenen. Dat is het primaire doel van de terreinen. Daarnaast
wordt op de terreinen veel inzet gepleegd om de natuurwaarden te optimaliseren, waardoor
op meerdere terreinen een positieve dynamiek is ontstaan met voor Nederland bijzondere
natuur. Hierover is de Kamer in 2023 geïnformeerd.4
Veel Defensieterreinen liggen vanwege de benodigde ruimte en inrichting in of naast
natuurgebieden. Defensie en natuur gaan over het algemeen goed samen, zoals onder
andere blijkt uit het rapport dat naar uw Kamer is verzonden in juni 2023. Het is
ook om die reden dat ik het betreur dat branden zijn ontstaan op onze terreinen waardoor
natuurschade is opgetreden. Ik heb er alle vertrouwen in dat door de genomen herstelmaatregelen
de natuur zal herstellen en mogelijk zal verbeteren.
Vraag 19
Bent u het eens dat provincies, als medeverantwoordelijken voor natuurbescherming
en -herstel, bij extreme droogte zouden moeten kunnen ingrijpen op explosieve militaire
oefeningen in en bij natuur?
Antwoord 19
Het convenant brandveiligheidsplan van het Artillerieschietkamp is in gezamenlijkheid
met de Veiligheidsregio en de betreffende gemeenten opgesteld.
Vraag 20
Kunt u deze vragen, gezien de aanhoudende droogte en de vooralsnog continuerende oefeningen
van Defensie, één voor één spoedig beantwoorden?
Antwoord 20
Ja.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.