Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Faber over het in behandeling nemen van aangiften door de politie
Vragen van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het in behandeling nemen van aangiften door de politie (ingezonden 25 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 11 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1636.
Vraag 1
Is er over de afgelopen tien jaar een verband waar te nemen tussen het sluiten van
politiebureaus en het aantal aangiften dat wordt gedaan?
Antwoord 1
Er is geen verband aan te tonen tussen het sluiten van politiebureaus en het aantal
aangiften dat wordt gedaan doordat er diverse andere factoren meespelen bij deze twee
gegevens. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om steeds eenvoudiger online aangifte
te kunnen doen.
Vraag 2
Is er een verband tussen het capaciteitsprobleem bij de politie en het opnemen van
aangiften?
Antwoord 2
Er is geen aantoonbaar verband tussen een capaciteitsprobleem bij de politie en het
opnemen van aangiften.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onwenselijk is als mensen aangifte willen doen en dat de
mogelijkheid tot het doen van aangifte dagen op zich laat wachten?
Antwoord 3
Ja, ik deel de mening dat het onwenselijk is als mensen aangifte willen doen en dat
de mogelijkheid tot het doen van aangifte dagen op zich laat wachten. Ik onderschrijf
het belang van een bereikbare en zichtbare politie. De politie is verantwoordelijk
voor haar dienstverlening aan de burger, waarbij zij ook rekening dient te houden
met een gezonde bedrijfsvoering. De politie zet in op het steeds meer «multichannel»
vormgeven van haar dienstverlening, waaronder het proces voor het doen van aangifte.
Dit betekent dat burgers, afhankelijk van de vraag of het feit waar zij mee komen,
op de juiste «route» worden gezet zodat het contact met de politie op maat is en past
bij de individuele situatie en behoefte van de burger. Voor het doen van aangifte
van een strafbaar feit is politie.nl en 0900-8844 in principe de eerste ingang. Via
die route kan voor een aantal strafbare feiten direct aangifte worden gedaan. Voor
andere gevallen zal de politie adviseren en doorverwijzen, bijvoorbeeld om telefonisch
aangifte te doen of een afspraak te maken om fysiek aangifte te doen op het bureau.
Tot slot merk ik op dat het doen van een melding of aangifte altijd zinvol is. Het
verstevigt onder meer de informatiepositie van de politie en het maakt gerichter opsporen
mogelijk.
Vraag 4
Hoeveel politiecapaciteit is er beschikbaar om fysieke aangiften op te nemen, in vergelijking
met de voorgaande vijf jaren?
Antwoord 4
Op Intake & Service zijn zo’n 4.500 fte medewerkers werkzaam. Daarnaast kunnen ook
politiemedewerkers in de Gebiedsgebonden Politie (GGP) en de Opsporing aangiften opnemen.
In al deze werksoorten zien we momenteel de bezetting toenemen.
Vraag 5
In welk opzicht komt een fysieke of online gedane aangifte overeen en wat zijn de
verschillen?
Antwoord 5
Van veel eenvoudige en/of lichte strafbare feiten (voorbeelden zijn diefstal fiets,
ransomware) kan volledig online via politie.nl aangifte worden gedaan. Voor het opnemen
van een aangifte van een meer complex of ernstiger strafbaar feit is vaak meer contact
nodig en moet meer doorgevraagd worden. Een bezoeker die op politie.nl binnenkomt
en aangifte wil doen van een dergelijk feit, wordt doorverwezen naar 0900 8844 om
een afspraak te maken voor het doen van aangifte op het bureau, of eventueel aan huis.
Dit geldt bijvoorbeeld, maar zeker niet uitputtend, voor autodiefstal, bedreiging
of geweld.
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van aangiften opgesplitst naar fysiek en online en daarbij
opnemen of zij in behandeling zijn genomen of geseponeerd?
Antwoord 6
Volgens de op dit moment beschikbare cijfers kwamen in 2025 ruim 648.000 aangiften
bij politie binnen. Ruim 380.000 daarvan waren online aangiften. Van de online aangiften
werden er ruim 286.000 vroeg in het screeningsproces niet in behandeling genomen,
vanwege het ontbreken van aanknopingspunten voor opsporing («opsporingsindicatie»).
Van 65.000 aangiften werd de behandeling verderop in het proces vroegtijdig beëindigd,
omdat het geen vervolgbare zaak bleek, er te weinig capaciteit was of er werd gekozen
voor een niet-strafrechtelijke interventie. Van de overige 270.000 (fysieke) aangiften
werden er ruim 41.000 vroeg in het screeningsproces niet in behandeling genomen vanwege
het ontbreken van opsporingsindicatie en van 85.000 werd de behandeling verderop in
het proces vroegtijdig beëindigd, omdat het geen vervolgbare zaak bleek, er te weinig
capaciteit was of er werd gekozen voor een niet-strafrechtelijke interventie. Voor
internetaangiften geldt dat 29.110 aangiften in behandeling is genomen. Voor fysieke
aangiften is dit getal 141.010. De data over aangiften en internetaangiften zijn ook
te vinden op data.politie.nl.1
Vraag 7
Bent u van mening dat aangiften gedaan op politiebureaus doorgaans gemakkelijker in
behandeling kunnen worden genomen, dan dat zij online worden gedaan? Wordt er nog
navraag gedaan naar de aangiften die online worden gedaan, omdat zij mogelijk bepaalde
informatie missen?
Antwoord 7
Van veel eenvoudige en/of lichte strafbare feiten (voorbeelden zijn diefstal fiets,
ransomware) kan volledig online via politie.nl aangifte worden gedaan. Voor het opnemen
van een aangifte van een meer complex of ernstiger strafbaar feit is vaak meer contact
nodig en moet meer doorgevraagd worden. Een bezoeker die op politie.nl binnenkomt
en aangifte wil doen van een dergelijk feit, wordt doorverwezen naar 0900 8844 om
een afspraak te maken voor het doen van aangifte op het bureau, of eventueel aan huis.
Dit geldt bijvoorbeeld, maar zeker niet uitputtend, voor autodiefstal, bedreiging
of geweld.
Het maakt voor de opvolging geen verschil of de aangifte online of fysiek is opgenomen.
Indien een aangifte niet volledig is en er zijn aanknopingspunten voor een opsporingsonderzoek
dan zal er navraag worden gedaan. Dit is zowel voor de fysieke aangifte van toepassing
alsook voor de digitale aangifte.
Vraag 8
Op basis waarvan beslist de politie of een zaak prioriteit krijgt?
Antwoord 8
Het maken van keuzes in de opsporing behoort standaard tot het werk van het Openbaar
Ministerie en de politie en vindt plaats onder gezag van het Openbaar Ministerie.
De aanwijzing voor de opsporing van het Openbaar Ministerie, die voor veelvoorkomende
criminaliteit concreter is uitgewerkt in het landelijk screenings- en selectiviteitskader,
vormt het landelijk afwegingskader. Deze beide documenten zijn openbaar.2 Dit kader op hoofdlijnen biedt ruimte voor verdere regionale of lokale invulling
in samenspraak met de burgemeester in de gezagsdriehoek.
Vraag 9
Worden bepaalde soorten misdrijven structureel minder opgepakt?
Antwoord 9
Er zijn geen misdrijven die op voorhand zijn uitgesloten van een strafrechtelijk vervolg.
Wel geeft het screenings- en selectiviteitskader (zie ook in het antwoord op vraag
8) handvatten om te beoordelen in welke gevallen welk soort strafbare feiten meer
of minder in aanmerking komen om strafrechtelijk opgepakt te worden.
Vraag 10
Is er inzicht voor burgers waarom een zaak wel of niet opgepakt wordt?
Antwoord 10
Ja, in principe krijgt iedere aangever bericht over de opvolging van zijn of haar
aangifte.
Vraag 11
Waarom wordt men aangeraden bij het onderwerp «Ik ben slachtoffer van huiselijk geweld,
wat moet ik doen?» vermeld op de website van de politie, om contact op te nemen met
Veilig Thuis, de Kindertelefoon of de huisarts en niet de politie? Waarom wordt hier
niet vermeld dat men aangifte kan doen? Deelt u de mening dat dit slachtoffers ontmoedigt
om aangifte te doen van huiselijk geweld?
Antwoord 11
Op politie.nl3 wordt bij het onderwerp «Ik ben slachtoffer van huiselijk geweld, wat moet ik doen?»
als eerste vermeld om bij (dreiging van) direct gevaar altijd 112 te bellen. Daarnaast
wordt er inderdaad naar Veilig Thuis verwezen omdat zij gespecialiseerd zijn in het
in kaart brengen van de situatie en het inschatten van de veiligheid, zodat er passende
hulp in gang kan worden gezet. Op de website wordt ook vermeld om een melding of aangifte
te doen bij de politie.
Vraag 12
Hoeveel mensen die kunnen beschikken over een DigiD hebben een DigiD?
Antwoord 12
Iedereen die een BSN heeft kan een DigiD verkrijgen. De volgende personen kunnen beschikken
over een BSN: mensen die langer dan 4 maanden in Nederland wonen en geregistreerd
staan in de Basisregistratie Personen (BRP) (ongeveer 18 miljoen mensen) én mensen
die korter dan 4 maanden in Nederland wonen of in het buitenland wonen en geregistreerd
staan in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) (ongeveer 5 miljoen mensen). In totaal
is de groep mensen die over een DigiD kunnen beschikken dus ongeveer 23 miljoen mensen.
Momenteel telt DigiD 16,5 miljoen accounts.
Vraag 13
Klopt het dat toeristen geen online aangifte kunnen doen, nu zij niet beschikken over
een DigiD?
Antwoord 13
Het klopt dat toeristen geen online aangifte kunnen doen aangezien zij niet beschikken
over een DigiD. De politie werkt momenteel aan digitale identificatiemethoden voor
buitenlanders zonder DigiD zodat bijvoorbeeld ook toeristen online aangifte kunnen
doen.
Vraag 14
Welke eisen worden aan de medewerker van de politie gesteld welke bevoegd is aangiften
op te nemen? En wordt de politie gecontroleerd op het opnemen van aangiften?
Antwoord 14
Politiemedewerkers die aangiften mogen opnemen zijn daar als opsporingsambtenaren
toe bevoegd. Een vereiste daarvoor is het hebben van een politiediploma of een boa-akte.
Daarnaast is er extra scholing voor medewerkers die heel vaak aangiftes opnemen, zoals
medewerkers van de regionale servicecentra en de medewerkers Intake & Service bij
de basisteams. Ook wordt er bijgeschoold voor het opnemen van aangiftes van nieuwere
vormen van criminaliteit, zoals bijvoorbeeld cybercrime. Kwaliteitsbewaking vindt
verder plaats in het dagelijkse werk en binnen teams, met name door senior medewerkers
op het werk van minder ervaren collega’s.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.