Schriftelijke vragen : Het bericht ‘De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland: ’Verdeeldheid in de samenleving’
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Onderwijs, Culuur en Wetenschap over het bericht «De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland: «Verdeeldheid in de samenleving»» (ingezonden 6 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in
Nederland: «Verdeeldheid in de samenleving»»?1
Vraag 2
Hoe verklaart u dat de betrokkenheid van netwerken gelieerd aan Hamas bij demonstraties
in Nederland volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) nu expliciet
wordt benoemd, terwijl signalen hierover volgens berichtgeving al veel langer bekend
zouden zijn?
Vraag 3
Hoe kijkt u naar het feit dat eerdere Kamervragen over mogelijke buitenlandse beïnvloeding,
aan Minister Robbert Dijkgraaf, destijds zijn beantwoord met de mededeling dat er
geen signalen waren?2 Hoe verhoudt zich dat tot de huidige bevindingen?
Vraag 4
Kunt u aangeven wanneer het kabinet voor het eerst kennis heeft genomen van deze (nieuwe)
informatie en welke instanties (zoals de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
en Veiligheid, AIVD, Openbaar Ministerie of Inspectie) daarbij betrokken zijn geweest?
Vraag 5
Indien dergelijke signalen al langer bestonden, waarom is de Kamer hierover niet eerder
geïnformeerd?
Vraag 6
Kunt u aangeven welke landen, fondsen of organisaties betrokken zijn geweest bij financiële
steun aan pro-Palestina-activiteiten, en via welke constructies of tussenpersonen
deze middelen zijn verstrekt?
Vraag 7
Bij welke universiteiten, studentenorganisaties, universitaire netwerken of andere
organisaties is deze financiering (direct of indirect) terechtgekomen, en in welke
omvang en periode?
Vraag 8
In hoeverre is er bij deze financiering sprake geweest van voorwaarden, verwachtingen
of ideologische sturing, bijvoorbeeld ten aanzien van politieke standpunten, campagnes,
demonstraties of academische programma’s?
Vraag 9
Acht u het aannemelijk dat buitenlandse financiering heeft bijgedragen aan radicalisering
binnen (universitaire) gemeenschappen, aan de normalisering of legitimering van antisemitische
uitingen onder het mom van activisme, en aan een aantasting van de academische vrijheid
en de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers op Nederlandse universiteiten?
Vraag 10
Kunt u toelichten in hoeverre de informatiepositie van het kabinet ten aanzien van
buitenlandse beïnvloeding en extremistische netwerken in de afgelopen jaren tekort
is geschoten?
Vraag 11
Kunt u toelichten op welke manier de aangenomen motie-Van Zanten (Kamerstuk 30 821, nr. 311) over onderzoeken in hoeverre pro-Palestijnse demonstraties op en via universiteiten
worden gefinancierd door buitenlandse mogendheden is of wordt uitgevoerd?
Vraag 12
Welke concrete maatregelen worden op dit moment door het kabinet genomen om buitenlandse
financiering en beïnvloeding van pro-Palestina-activiteiten te signaleren, te monitoren
en waar nodig te stoppen?
Vraag 13
In hoeverre zijn Nederlandse universiteiten en andere onderwijsinstellingen volgens
u kwetsbaar voor buitenlandse beïnvloeding via financiering, gastdocenten of samenwerkingsverbanden?
Vraag 14
Welke concrete acties zijn sinds de ontvangen signalen over buitenlandse beïnvloeding
daadwerkelijk ondernomen en kunt u per actie aangeven wat het doel, de reikwijdte
en het resultaat is geweest?
Vraag 15
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat Nederlandse organisaties, stichtingen
of informele netwerken worden gebruikt voor de financiering van terroristische organisaties
zoals Hamas?
Vraag 16
Kunt u toelichten hoe toezicht wordt gehouden op geldstromen vanuit het buitenland
richting maatschappelijke organisaties en activistische netwerken in Nederland?
Vraag 17
U heeft eerder aangegeven dat dit onderwerp voor u topprioriteit is en dat u hier
persoonlijk verantwoordelijkheid (chefsache) voor neemt; kunt u toelichten welke concrete
stappen u sindsdien zelf heeft gezet en hoe uit uw handelen blijkt dat u hier daadwerkelijk
de regie op voert?
Vraag 18
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.