Schriftelijke vragen : De materieelafhankelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Defensie over de materieelafhankelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht (ingezonden 29 april 2026).
Vraag 1
Kunt u op hoofdlijnen aangeven in welke capaciteitsdomeinen Defensie structureel afhankelijk
is van leveranciers buiten de Europese Unie?
Vraag 2
In welke van deze capaciteitsdomeinen is sprake van een single source-situatie, waarbij op korte of middellange termijn geen volwaardig Europees alternatief
voorhanden is?
Vraag 3
Welke aspecten van operationele soevereiniteit vormen volgens u de meest kwetsbare
afhankelijkheden, en welke hiervan acht u het meest urgent om te mitigeren?
Vraag 4
Kunt u per capaciteitsdomein duiden of er sprake is van een volwassen Europees alternatief,
een Europees alternatief in ontwikkeling, of het geheel ontbreken van een Europees
alternatief?
Vraag 5
Welke afwegingscriteria hanteert u bij de keuze tussen een Europese en een niet-Europese
leverancier en welk gewicht krijgt strategische autonomie in die afweging ten opzichte
van prijs, levertijd en interoperabiliteit?
Vraag 6
Bent u bereid om bij verwervingsbeslissingen expliciet mee te wegen dat een Europese
leverancier, ondanks bijvoorbeeld een eventueel hogere prijs of latere leverdatum
op dit moment, bijdraagt aan het structureel opbouwen van Europese industriële capaciteit?
Vraag 7
Kunt u reflecteren op de balans tussen kwaliteit en kwantiteit in het Nederlandse
materieelbeleid en toelichten in hoeverre de lessen uit Oekraïne, waar voorraaddiepte,
verliestolerantie en industriële opschaalbaarheid cruciaal zijn gebleken, aanleiding
geven om die balans te herijken?
Vraag 8
In welke Europese instrumenten en programma’s participeert Nederland gericht op het
afbouwen van niet-Europese afhankelijkheden en in welke projecten vervult Nederland
een leidende of substantieel meedragende rol?
Vraag 9
Welke instrumenten zet u in om de Nederlandse industrie en kennisinstellingen te positioneren
in die Europese ontwikkelingsprogramma’s en acht u deze instrumenten afdoende?
Vraag 10
Op welke termijn en met welke concrete mijlpalen verwacht u de meest kritische niet-Europese
afhankelijkheden afgebouwd of gemitigeerd te hebben?
Vraag 11
Kunt u deze vragen ruimschoots voor het commissiedebat Materieel op 3 juni 2026 beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Indiener
Kati Piri, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.