Schriftelijke vragen : De snel verslechterende situatie in het oosten van Congo
Vragen van het lid Bamenga (D66) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de snel verslechterende situatie in het oosten van Congo (ingezonden 29 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met recente signalen vanuit het maatschappelijk middenveld dat de situatie
in het oosten van Congo in hoog tempo verslechtert, onder meer door het massaal terugtrekken
van donoren als gevolg van sancties en afnemende financiering?1 Hoe beoordeelt u de acute humanitaire en economische gevolgen hiervan?
Vraag 2
Deelt u de zorg dat de bevolking in het oosten van Congo zich in de steek gelaten
voelt door zowel hun nationale overheid als de internationale gemeenschap? Welke concrete
stappen zet Nederland om de bevolking in het oosten van Congo te ondersteunen?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u berichten dat de economie in delen van het oosten van Congo vrijwel
tot stilstand komt en dat lokale organisaties en maatschappelijke initiatieven op
omvallen staan? Wat betekent dit voor de stabiliteit in de regio op korte en middellange
termijn?
Vraag 4
Kunt u ingaan op signalen dat het gezondheidssysteem in het oosten van Congo dreigt
te bezwijken, onder meer door belemmerde import van medische goederen en het wegvallen
van leveringen van essentiële medicijnen en vaccins vanuit Kinshasa? In hoeverre acht
u deze berichten betrouwbaar en wat is de Nederlandse inzet om verdere instorting
te voorkomen?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de sterke toename van seksueel en gender gerelateerd geweld (SGBV)
en de aanhoudende mensenrechtenschendingen in de regio, mede in het licht van berichten
dat communicatie hierover actief wordt onderdrukt? Op welke wijze zet Nederland zich
in voor bescherming van burgers en het documenteren en adresseren van deze schendingen?
Vraag 6
Klopt het dat Nederland inzet op een afbouw van activiteiten in de Grote Meren regio
in Afrika? Zo ja, hoe verhoudt deze strategie zich tot de snel verslechterende situatie
ter plaatse en bent u bereid deze inzet te heroverwegen en te bezien welke rol Nederland
nu en in de toekomst kan en moet spelen in het oosten van Congo?
Vraag 7
Kunt u toezeggen, overwegende dat ondanks een eerdere Kamerbrief over de breed gesteunde
motie-Bamenga c.s. (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 32) die verzoekt tot continuering van het Grote Meren Programma er nog altijd geen duidelijkheid
is over de wijze waarop deze continuering met Nederlands ontwikkelingsgeld in deze
regio wordt vormgegeven, om succesvolle programma’s binnen het Grote Meren Programma
te continueren en zo snel mogelijk met een brief te komen over de exacte uitvoering
van de motie-Bamenga c.s.?
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het bericht dat er een akkoord gesloten zou zijn tussen de rebellen
en de Congoleze overheid over het leveren van humanitaire hulp?2 Wat betekent dit concreet voor de Nederlandse inzet in de regio?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Indiener
Mpanzu Bamenga, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.