Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over het artikel ‘Nieuwe geweldsgolf door zeer jonge daders zaait angst in Lelystad’
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de geweldsgolf in Lelystad (ingezonden 13 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 28 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1533.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Lelystad opnieuw wordt geteisterd door een reeks
explosies bij woningen, waarbij zeer jonge daders worden ingezet en bewoners in grote
angst leven?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat het geweld in Lelystad al langere tijd speelt en dat er ondanks
eerdere arrestaties en maatregelen opnieuw een reeks aanslagen plaatsvindt? Erkent
u dat dit voor bewoners het beeld oproept dat de overheid de grip op de situatie dreigt
te verliezen?
Antwoord 2
Het is begrijpelijk dat deze reeks aanslagen bij een deel van de bewoners zorgt voor
onrust en mogelijk het beeld oproept dat er onvoldoende grip is op de situatie. De
burgemeester, in samenspraak met de lokale driehoek, is verantwoordelijk voor de lokale
handhaving van de openbare orde. Op d.d. 5 maart heeft de burgemeester van Lelystad
tijdens een interpellatiedebat in de gemeenteraad een uitgebreide toelichting gegeven
op raadsvragen naar aanleiding van recente explosies in de stad. Tijdens deze raadsvergadering
is benadrukt dat de aanpak van de explosies hoge prioriteit heeft bij politie, OM
en gemeente.
Landelijk zien we dat aanslagen met explosieven een hardnekkig en complex fenomeen
zijn. Daarom is eind 2024 het Offensief tegen Explosies opgericht. Binnen dit Offensief
werken publieke en private partners samen om te komen tot een duurzame afname van
het aantal aanslagen met explosieven. In 2025 was landelijk sprake van een lichte
daling, maar het aantal is nog steeds te hoog. Samen met het Offensief tegen Explosies
blijf ik mij daarom onverminderd inzetten om het aantal aanslagen op woningen, bedrijven
en voertuigen terug te dringen.
Vraag 3
Hoe kan het dat een vermeende leider van een criminele groep, die in verband wordt
gebracht met meerdere geweldsincidenten, met een enkelband en gebiedsverbod tijdelijk
de straat op mocht om zijn rijbewijs te halen, terwijl de stad tegelijkertijd wordt
geconfronteerd met een nieuwe golf van explosies en geweld? Hoe legt u dit uit aan
bewoners die zich inmiddels onveilig voelen in hun eigen wijk?
Antwoord 3
Gedetineerden kunnen, in het kader van resocialisatie, verlof krijgen en bij voorlopige
hechtenis kan hiervoor schorsing worden verleend. Bij de beoordeling hiervan wordt
een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij onder meer het recidiverisico en de veiligheid
voor de samenleving worden meegewogen. Aan het verlof of de schorsing kunnen voorwaarden
worden verbonden die met een enkelband kunnen worden gemonitord, zoals een gebiedsverbod.
Over individuele gevallen kan ik geen uitspraken doen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het ronselen en inzetten van minderjarigen voor zware criminaliteit
een bijzonder laffe en verwerpelijke praktijk is en bent u met ons van mening dat
hier aanzienlijk zwaardere straffen voor moeten gelden?
Antwoord 4
Ik deel de mening dat het verwerpelijk en kwalijk is dat minderjarigen worden geronseld
voor het plegen van zware criminaliteit. Jongeren en jongvolwassenen in een kwetsbare
positie, zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking, lopen een verhoogd
risico om in te gaan op verzoeken van criminele ronselaars. Dit is zorgelijk. Veel
jongeren overzien de langetermijngevolgen van hun acties nog niet goed. Hier speelt
ook de vaak hoge (tijd)druk door criminelen een rol. Dit maakt het des te belangrijker
dat jongeren, ook online, weerbaar zijn voor dit soort praktijken.
Het is aan de rechter om te bepalen over de strafoplegging. Het OM en de politie geven
aan dat zij over voldoende handvatten beschikken om de daders die zich hieraan schuldig
maken op te sporen en aan te pakken. Belangrijk is dat de officier van justitie per
geval bepaalt voor welke feiten vervolging kan worden ingesteld, aan de hand van de
individuele omstandigheden.
Ronselaars en opdrachtgevers die minderjarigen inzetten voor criminele activiteiten
kunnen zich schuldig maken aan criminele uitbuiting, een vorm van mensenhandel die
strafbaar is gesteld. Criminele uitbuiting houdt in dat iemand wordt gedwongen tot
het begaan van strafbare feiten. Voor mensenhandel is steeds vereist dat de ronselaar
of opdrachtgever de intentie had om de jongere bij het uitvoeren van het strafbare
feit uit te buiten.2
Afhankelijk van de omstandigheden zijn daarnaast verschillende mogelijkheden om deze
groep strafrechtelijk aan te pakken. Een ronselaar of opdrachtgever kan een minderjarige
opzettelijk uitlokken tot het plegen van een strafbaar feit en is strafbaar als de
minderjarige ook daadwerkelijk overgaat tot uitvoering. Ook het proberen uitlokken
van een minderjarige tot het plegen van een misdrijf, ongeacht of het daadwerkelijk
heeft plaatsgevonden, is strafbaar op grond van artikel 46a Sr.
Vraag 5
Welke concrete maatregelen zijn er op dit moment genomen om de betrokken criminele
netwerken achter deze explosies op te rollen en welke verdere concrete maatregelen
bent u van plan te gaan nemen?
Antwoord 5
Op individuele casuïstiek kan ik niet ingaan. In algemene zin kan ik melden dat vanuit
diverse politieteams en afdelingen wordt gewerkt om niet alleen uitvoerders op te
sporen en te vervolgen, maar ook om ronselaars (voor uitvoerders) en opdrachtgevers
te identificeren en aan te pakken.
Het opsporen en vervolgen van opdrachtgevers en tussenpersonen, zoals ronselaars en
brokers is één van de prioriteiten voor 2026 vanuit het Offensief tegen Explosies.
Vraag 6
Bent u bereid om, onder andere, extra politiecapaciteit, opsporingsmiddelen en bestuurlijke
maatregelen in te zetten om deze geweldsgolf zo snel mogelijk te stoppen en de veiligheid
van bewoners te herstellen?
Antwoord 6
De huidige situatie is ernstig en heeft logischerwijs een aanzienlijke impact op het
veiligheidsgevoel van bewoners. Het is belangrijk dat deze geweldsgolf snel stopt.
In het geval van lokale veiligheidsproblematiek, zoals de problematiek in de wijk
Kempenaar in Lelystad, is het aan de veiligheidsdriehoek, de burgemeester, de politie
en het OM, om op basis van de beschikbare feiten passend op te treden.
Het gebruik van explosieven om te intimideren is niet enkel beperkt tot Lelystad.
Aanslagen met explosieven komen verspreid over het gehele land voor. Met deze aanslagen
wordt het veiligheidsgevoel in wijken ernstig aangetast. Dit vind ik onacceptabel.
Eén van de punten waar het Offensief tegen Explosies zich op richt is het vergroten
van de weerbaarheid van gemeenten. Hiertoe is onder andere een handelingskader ontwikkeld
voor gemeenten.3 Deze kunnen gemeenten gebruiken ten behoeve van de lokale aanpak. Daarnaast zet
ik met het Offensief in op het tegengaan van de brede beschikbaarheid van zwaar vuurwerk,
het opsporen en vervolgen van opdrachtgevers en tussenpersonen en het voorkomen van
(herhaald) daderschap.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.