Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Stoffer en Diederik van Dijk over het bericht ‘Extinction Rebellion lijmt deuren van meer dan dertig scholen in Amsterdam dicht: ’Dit heeft niets meer met demonstratievrijheid te maken’
Vragen van de leden Stoffer (SGP) en Diederik van Dijk (SGP) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Extinction Rebellion lijmt deuren van meer dan dertig scholen in Amsterdam dicht: «Dit heeft niets meer met demonstratievrijheid te maken»» (ingezonden 5 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(ontvangen 24 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1440.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Extinction Rebellion lijmt deuren van meer dan dertig
scholen in Amsterdam dicht: «Dit heeft niets meer met demonstratievrijheid te maken»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat dit soort misstanden blijft voortduren en zich uitbreidt naar
nieuwe maatschappelijke sectoren en dat overheden er kennelijk niet in slagen om zulke
misstanden te verijdelen of zo snel mogelijk te beëindigen voordat maatschappelijke
overlast ontstaat?
Antwoord 2
Ik vind het onacceptabel dat door deze actie niet alle scholen een volledige lesdag
hebben kunnen draaien. De burgemeester van Amsterdam heeft de actie ook nadrukkelijk
afgekeurd en aangegeven dat dit niets met demonstratievrijheid te maken heeft. Demonstreren
is een groot goed in onze democratische rechtsstaat. Het biedt veel ruimte voor diverse
soorten acties, mits dit vreedzaam en binnen de grenzen van de wet gebeurt. Het plegen
van geweld, intimidatie of, zoals in dit geval vernielingen hoort daar niet bij.
Vraag 3
In hoeverre was de gemeente vooraf op de hoogte van de plannen om scholen te blokkeren
en wat is verricht om deze misstanden te voorkomen of zo snel mogelijk te beëindigen?
Antwoord 3
De gemeente Amsterdam was niet van tevoren op de hoogte van de actie van Extinction
Rebellion om de deuren van scholen dicht te lijmen. Om die reden waren er geen mogelijkheden
om de actie te voorkomen. Op het moment dat de scholen erachter kwamen dat hun deuren
dichtgelijmd of geblokkeerd waren hebben zij de politie gebeld en zelf maatregelen
genomen om de deuren weer toegankelijk te maken. Wat er precies is gedaan verschilt
per school(locatie), maar het algemene beeld is dat de scholen vrij snel weer in staat
waren om de lessen te vervolgen.
Vraag 4
Hoe reageert u op de aankondiging van Extinction Rebellion (XR) dat er noodzaak zou
zijn de strijd te intensiveren? Welke inspanningen verricht u om te voorkomen dat
meer scholen met deze overlast te maken krijgen?
Antwoord 4
Onderwijs moet zonder hinder kunnen plaatsvinden. Het is aan scholen om samen met
gemeente en politie te beoordelen of maatregelen nodig zijn. Iedereen, dus ook Extinction
Rebellion, heeft het recht om te demonstreren, mits zij zich aan de wet houdt.
Vraag 5
Hebben alle scholen inmiddels aangifte gedaan tegen XR? Stimuleert u scholen dit te
doen en hoe bevordert u dat de kosten zoveel mogelijk verhaald worden op XR?
Antwoord 5
Het is aan de scholen zelf om te besluiten om over te gaan tot aangifte, evenals het
verhalen van eventuele materiële schade op de vermeende daders. Het kabinet vindt
het belangrijk dat daders die schade veroorzaken, deze zoveel mogelijk vergoeden en
stimuleert dan ook het doen van aangifte bij vermoedens van strafbare feiten. Om schade
te kunnen verhalen, moet wel duidelijk zijn wie voor de schade verantwoordelijk is.
Schadeverhaal op de daders zonder dat hun identiteit bekend is, is niet mogelijk.
Vraag 6
Onderkent u dat gezien de aanhoudende, intensieve en brede inzet van XR om de maatschappij
te ontwrichten door belangrijke locaties zoals snelwegen, stations en scholen te bezetten
en te blokkeren, specifieke landelijke regie en ondersteuning van gemeenten nodig
is om deze organisatie de kop in te drukken en misstanden vaker te kunnen voorkomen?
Wil u hierbij uitdrukkelijk aandacht besteden aan scholen?
Antwoord 6
Demonstreren mag, maar wel binnen de kaders van de wet. Het zoveel mogelijk faciliteren
van een demonstratie en de beoordeling wat wel en niet nodig en mogelijk is aan (preventieve)
maatregelen is aan de burgemeester. Hierover vindt afstemming plaats in de lokale
driehoek. Het is een lokale aangelegenheid en de burgemeester legt daarover verantwoording
af aan de gemeenteraad.
Vraag 7
Kunt u aangeven of het Openbaar Ministerie een onderzoek in voorbereiding heeft om
de rechter te verzoeken XR te verbieden, gezien het feit dat XR daadwerkelijk op allerlei
terreinen uitwerking geeft aan de uitdrukkelijke doelstelling om de maatschappij te
ontwrichten?
Antwoord 7
De bevoegdheid die het Openbaar Ministerie op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek
toekomt, ziet op het door de rechter laten verbieden en ontbinden van een rechtspersoon.
Opgemerkt zij dat Extinction Rebellion geen rechtspersoon is en als zodanig niet kan
worden ontbonden. Van een procedure ex artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek is dan ook
geen sprake.
Vraag 8
Hoe verhoudt de kennelijke doelstelling van XR om te maatschappij te ontwrichten zich
tot de fiscale ondersteuning van de ANBI-regeling die gericht is op het bevorderen
van maatschappelijk nut? Vindt u ook dat organisaties die blijkens eigen uitingen
een doelstelling nastreven die in strijd is met het algemeen nut niet voor de ANBI-status
in aanmerking mogen komen?
Antwoord 8
Extinction Rebellion is geen rechtspersoon. In het ANBI-register op de website van
de Belastingdienst staan momenteel wel twee instellingen vermeld die als doel hebben
de beweging «Extinction Rebellion» te ondersteunen (Stichting vrienden van XR). Omdat
de Belastingdienst gehouden is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen kan geen nadere informatie worden verstrekt over individuele
instellingen.
Vanzelfsprekend dient eenieder zich aan de wet- en regelgeving te houden. Een ANBI-status
maakt daarin geen verschil. In zijn algemeenheid kan daarnaast worden opgemerkt dat
een instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) het
algemeen nut moet beogen om als ANBI aangemerkt te worden. Het begrip algemeen nut
is in de wet neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt,
neutraal getoetst. De inspecteur van de Belastingdienst zal een ANBI-status bij beschikking
intrekken of een aanvraag weigeren indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor
de ANBI-status, waaronder de hiervoor genoemde voorwaarde van het beogen van algemeen
nut en de zogenoemde «integriteitstoets». Kortgezegd houdt deze integriteitstoets
in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt ingetrokken als het hem kenbaar is
dat de instelling of een bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend
persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen
van een in de ANBI-regelgeving genoemd misdrijf. Weliswaar verbindt de fiscale wetgeving
gevolgen aan bepaalde veroordelingen, maar het uitgangspunt hierbij is dat strafbare
feiten strafrechtelijk moeten zijn afgedaan. De inspecteur kan en mag immers niet
op de stoel van de strafrechter gaan zitten. Ook wordt de ANBI-status ingetrokken
als de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van
bovengenoemde betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe
van de inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan
overleggen. Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan
overgaan tot het opvragen van een VOG.2 Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag waarvan niet iedereen het algemeen
nut kan inzien zijn geen redenen om de ANBI-status van een instelling in te trekken.
Dit is ook in de Kamerbrief van 19 maart 2025 naar aanleiding van de motie van het
lid Eerdmans die het kabinet verzocht om de ANBI-status van Extinction Rebellion in
te trekken aangegeven.3
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.