Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie (ingezonden 13 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 24 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1532.
Vraag 1
Hoeveel medewerkers zijn momenteel werkzaam bij het Politiedienstencentrum? Kunt u
dit aantal uitsplitsen naar vaste medewerkers en ingehuurde krachten?
Antwoord 1
Voordat ik inga op uw vragen wil ik graag benadrukken dat ik als Minister van Justitie
en Veiligheid jaarlijks verantwoording afleg over de begroting van mijn ministerie,
waarin het begrotingsartikel 31 Politie is opgenomen. Daarnaast kent de politie een
eigen begroting en jaarverantwoording waarin de korpschef verantwoording aflegt over
het gevoerde beleid en de uitgaven. Dit is in lijn met andere organisaties binnen
de Rijksoverheid. Bij enkele van uw vragen wordt gevraagd naar een dieperliggend detailniveau
als het gaat om gevraagde overzichten en uitsplitsingen. In de beantwoording heb ik
mij tot het uiterste ingespannen om uw vragen te beantwoorden. Daar waar de gevraagde
gegevens niet voorhanden zijn, kan ik deze niet aan u verstrekken.
De bezetting van de totale niet-operationele sterkte beslaat momenteel ruim 13.000
fte. Hier valt de klassieke bedrijfsvoering onder, maar ook bijvoorbeeld de docenten
aan de Politieacademie. Van de ruim 13.000 fte werken er bij het Politiedienstencentrum
ongeveer 8.000 fte. De overige ongeveer 5.000 fte zijn werkzaam bij andere organisatieonderdelen
en eenheden van de politie.
Daar waar de niet-operationele functies overbezet zijn, heb ik met de korpschef afgesproken
dat deze overbezetting wordt afgebouwd. Dit is ook nodig om de politiebegroting op
orde te krijgen. Ik monitor de afbouw van genoemde overbezetting.
Bij de politie zijn 1256 medewerkers werkzaam (excl. Politieacademie) op basis van
externe inhuur, waarvan 911 bij het Politiedienstencentrum (peildatum 01-04-2026).
Hiermee kunnen fluctuaties in werkbelasting worden opgevangen en kan specifieke expertise
(zoals bijvoorbeeld bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen, IV-specialisme) tijdelijk
ingezet worden als deze niet binnen de organisatie voor handen is.
Vraag 2 en 3
Wat bedragen de bestuurskosten van de korpsleiding van de Nationale Politie? Kunt
u deze kosten per jaar uitsplitsen over de periode 2020 tot en met heden?
Hoe hebben de bestuurskosten van de korpsleiding zich ontwikkeld sinds 2020 en wat
zijn de belangrijkste oorzaken van eventuele stijgingen of dalingen?
Antwoord 2 en 3
De bestuurskosten van de korpsleiding van de politie worden maandelijks gepubliceerd
op de website van de Rijksoverheid (Rijksoverheid.nl). Hiermee sluit de politie aan bij de systematiek die wordt gehanteerd bij de openbaarmaking
van de bestuurskosten van bewindspersonen en topambtenaren in de sector Rijk. Vanaf
april 2026 zullen deze gegevens op open.overheid.nl worden gepubliceerd.
De hoogte van de bestuurskosten zijn redelijk stabiel, met uitzondering van de jaren
2020 en 2021. Dit had te maken met de toen geldende COVID-maatregelen.
Zie hieronder het overzicht van bestuurskosten van de korpsleiding sinds 2020:
Jaar bedrag
2020 17.240,27 euro
2021 23.501,46 euro
2022 26.705,73 euro
2023 32.856,33 euro
2024 28.850,05 euro
2025 30.986,34 euro
Vraag 4
Wat wordt binnen de Nationale Politie verstaan onder de begrippen «operationele sterkte»
en «operationele slagkracht»? Kunt u toelichten hoe deze begrippen binnen de organisatie
worden gehanteerd en gebruikt in de sturing van de politieorganisatie?
Antwoord 4
Het begrip «operationele sterkte» is vastgelegd in regelgeving (Art. 1 besluit verdeling
sterkte en middelen), heeft betrekking op de operationele formatie en bezetting en
is verdeeld in de werksoorten gebiedsgebonden politie (GGP), opsporing, informatiefunctie,
intake & service en meldkamer, beveiliging, overige operationele functies, en leiding.
De formatie is de door mij gefinancierde politiesterkte (in fte’s). Deze wordt ieder
jaar vastgesteld als bijlage bij het begrotings- en beheerplan. De bezetting is het
personeel dat daadwerkelijk in dienst is bij de politie, oftewel de mate waarin de
formatie gevuld is.
Het begrip «operationele slagkracht» is niet vastgelegd in regelgeving. Ik versta
hieronder de mate waarin de politie operationeel effectief is.
Vraag 5, 6, 7 en 8
Hoeveel personen worden momenteel door de Nationale Politie ingehuurd? Kunt u dit
aantal uitsplitsen naar functiecategorieën of typen werkzaamheden?
Hoeveel geld heeft de Nationale Politie in de jaren 2020 tot en met heden per jaar
uitgegeven aan externe inhuur? Kunt u deze bedragen per jaar specificeren?
Met welke externe bureaus of organisaties doet de Nationale Politie momenteel zaken
in het kader van externe inhuur?
Wat is de langst aaneengesloten periode waarvoor een externe kracht door de Nationale
Politie is ingehuurd en wat is de gemiddelde duur van externe inhuurcontracten?
Antwoord 5, 6, 7 en 8
Momenteel worden er door de politie ongeveer 1250 personen extern ingehuurd. Een uitsplitsing
naar functiecategorieën of typen werkzaamheden is niet beschikbaar. Zoals toegelicht
in het antwoord op vraag 1, werkt een groot deel van deze externe krachten bij het
Politiedienstencentrum, bijvoorbeeld bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen en IV-specialisten.
De gemiddelde duur van een extern inhuurcontract is 2,2 jaar. Er zijn personen die
langer worden ingehuurd. Eén persoon wordt sinds de vorming van de nationale politie
ingehuurd voor meerdere opdrachten op verschillende plekken binnen de politieorganisatie.
Deze persoon heeft gereageerd op meerdere opdrachten. Bij een nieuwe opdracht wordt
er een nieuwe aanbesteding in de markt gezet, waarop een kandidaat kan reageren. Hierbij
is er geen bijzondere aandacht voor het gegeven of iemand al werkzaam is binnen de
organisatie. Dit kan er in de praktijk toe leiden dat de aaneengesloten periode waarin
iemand werkzaam is op inhuurbasis in sommige gevallen langer uit kan pakken.
Het uitgangspunt blijft dat de persoon die het beste past op de opdracht, de opdracht
gegund krijgt.
De kosten voor externe inhuur zijn te vinden in de jaarverantwoordingen van de politie
voor de desbetreffende jaren. In 20241 betroffen de kosten voor externe inhuur € 184 mln. op de totale personeelskosten
van € 6 miljard. Het per jaar aan externe inhuur bestede bedrag is ongeveer 3% van
de totale personeelskosten van de politie. Dat is ruimschoots minder dan de Roemernorm
van 10%, die voor overheidsorganisaties geldt.
Bij de externe inhuur van de politie zijn verschillende partijen betrokken. Zo wordt
er een partij ingezet voor de inhuur van uitzendkrachten tot en met mbo niveau (exclusief
IV-functies), twee partijen voor inhuurprofessionals vanaf hbo niveau en alle IV-functies
en zijn er specialistische raamcontracten.
Vraag 9, 10, 11 en 12
Kunt u aangeven wat de totale kosten zijn van het programma «Politie voor Iedereen»
sinds de start van dit programma? En wilt u deze kosten per jaar uitsplitsen en aangeven
welk budget hiervoor de komende jaren is gereserveerd?
Kunt u een specificatie geven van de uitgaven binnen het programma «Politie voor Iedereen»,
zoals kosten voor personeel, trainingen, communicatiecampagnes, onderzoek, evenementen
en overige activiteiten?
In hoeverre worden binnen het programma «Politie voor Iedereen» externe bureaus, consultants
of trainers ingehuurd? Kunt u aangeven welke organisaties hierbij betrokken zijn en
welke bedragen hiermee gemoeid zijn geweest, uitgesplitst per jaar?
Kunt u aangeven wat de totale kosten zijn van alle politie-iftars – incusief het uitsplitsen
van de kosten per georganiseerde iftar? En kunt u deze kosten ook doen toekomen van
voorgaande jaren en welk budget voor aankomende jaren hiervoor gereserveerd is?
Antwoord 9, 10, 11 en 12
Bij de beantwoording van de Kamervragen over het diversiteits-, gender- en inclusiebeleid
van verschillende uitvoerings- en sui generis organisaties, waaronder de politie,
heb ik aangegeven op welke wijze dit beleid doorwerkt in de structuur en bedrijfsvoering
van een organisatie. In de jaarverantwoording politie legt de korpschef verantwoording
af over het gevoerde beleid van de organisatie en haar uitgaven. De politie heeft
geen apart overzicht van alle (zowel interne als externe middels inhuur en dergelijke)
inzet, kosten en specifieke bijdragen per functie of per eenheid.2
In de begroting en beheerplan politie 2025–2029 is opgenomen hoe het korps inzet op
diversiteit en inclusie. Voor de opgave Politie voor Iedereen wordt jaarlijks tussen
de 3 en 5,5 miljoen euro begroot. Alle eenheden en diensten krijgen een budget voor
het realiseren van die wervingsactiviteiten die effect hebben op de arbeidsmarkt.
Vraag 13
Herkent u of de korpsleiding signalen uit de organisatie dat er feitelijk sprake is
van bezuinigingen op eenheidsniveau, bijvoorbeeld doordat voertuigen met schade niet
worden gerepareerd of doordat bureaus keuzes moeten maken tussen functies vanwege
budgettaire beperkingen? Hoe duidt u deze signalen?
Antwoord 13
In de door mijn voorganger verstuurde Kamerbrief van 21 januari 2026 over de financiële
situatie bij de politie, heb ik u geïnformeerd dat de eenheden binnen de politie zelf
sturen binnen het per eenheid beschikbare budget.
Voor 2026 zullen daarbij de basisteams (de gebiedsgebonden politie en de opsporing
in de basisteams) helemaal buiten beschouwing worden gelaten. Hiermee wordt geborgd
dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad en gemeente en de opsporing
in de basisteams niet geraakt worden. Met andere woorden: blauw op straat blijft dus
buiten beschouwing. Daarnaast zullen in 2026 de bijzondere bijdragen (zoals voor de
Dienst Specialistische Interventies en ondermijning) ongemoeid blijven. Er wordt in
2026 ook niet getornd aan de instroom van aspiranten en er worden geen mensen ontslagen.
Vraag 14 en 15
Hoeveel medewerkers van de Nationale Politie zitten momenteel thuis met een diagnose
van posttraumatische stressstoornis (PTSS) dan wel andere psychische klachten?
Herkent u of de korpsleiding signalen dat verzuimmeldingen, in het bijzonder bij PTSS,
niet altijd adequaat worden opgevolgd? Zo ja, hoe beoordeelt u dit en welke maatregelen
worden genomen om dit te verbeteren?
Antwoord 14 en 15
De korpsleiding herkent dit signaal niet. Vanaf 1 april 2025 is het nieuwe stelsel
beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in werking getreden. Nieuwe meldingen van
politiemedewerkers met beroepsgerelateerde klachten vallen onder dit nieuwe stelsel.
Zodra een politiemedewerker zich meldt met gezondheidsklachten, en deze meer dan 1%
beroepsgerelateerd zijn, ontvangt de politiemedewerker direct de benodigde begeleiding,
zorg en gerichte vergoedingen. Dat geldt bij alle gezondheidsklachten. In dit stelsel
staat aandacht en zorg voor de politiemedewerker voorop. Politiemedewerkers kunnen
makkelijker en sneller aanspraak maken op voorzieningen uit de rechtspositie, omdat
er wordt gewerkt vanuit vertrouwen in plaats van een juridische erkenningsprocedure.
Voor het maken van aanspraak op de voorzieningen in het nieuwe stelsel is de medische
diagnose niet relevant. Hierdoor zijn er geen aantallen beschikbaar van politiemedewerkers
met een diagnose van PTSS of andere psychische klachten. In 2025 zijn er 1804 meldingen
geregistreerd die vallen onder het nieuwe stelsel met een toekenning van 1% beroepsgerelateerde
gezondheidsklachten. Of deze politiemedewerkers thuis zitten of (gedeeltelijk) aan
het werk zijn is afhankelijk van de individuele casuïstiek. Hierover kan ik geen uitspraken
doen.
Het nieuwe stelsel wordt continue gemonitord en na drie en vijf jaar geëvalueerd.
De eerste monitor van het nieuwe stelsel is positief, waaronder op de gemiddelde doorlooptijden
van een melding, het advies op de melding en het besluit daarover.
Vraag 16, 17 en 18
Klopt het dat politiemedewerkers in de eenheid Midden-Nederland, met name in Utrecht,
arrestanten regelmatig moeten vervoeren naar cellencomplexen in andere plaatsen in
de regio, zoals Amersfoort, Houten of andere locaties, omdat in Utrecht zelf onvoldoende
capaciteit beschikbaar is voor insluiting?
Deelt u de zorg dat het vervoeren van arrestanten over langere afstanden politiecapaciteit
kost, doordat agenten tijd kwijt zijn aan het heen- en terugbrengen van arrestanten,
en dat dit ten koste kan gaan van de inzetbaarheid van politie op straat? Zo ja, welke
maatregelen worden genomen om dit te voorkomen of te beperken?
Hoe vaak is het in de afgelopen drie jaar voorgekomen dat arrestanten vanuit Utrecht
naar een andere plaats in de regio moesten worden vervoerd wegens gebrek aan beschikbare
cellencapaciteit en hoeveel politiecapaciteit (bijvoorbeeld in uren of inzet van medewerkers)
is hiermee gemoeid geweest?
Antwoord 16, 17 en 18
Het vervoeren van arrestanten door de politie is onderdeel van de taakuitvoering van
de politie. De politie geeft het vervoer van arrestanten zo efficiënt als mogelijk
vorm en houdt hierbij rekening met de inzetbaarheid van de agenten op straat. Zij
doen dit bijvoorbeeld door meerdere arrestanten tegelijk te vervoeren door de inzet
van arrestantenbussen bemenst met medewerkers van de Teams Arrestantentaken in elke
regionale eenheid. Daarbij komt het enkele keren voor dat er niet direct een arrestantenbus
kan rijden door gebrek aan capaciteit. Binnen de portefeuille arrestantenzaken wordt
doorlopend gereflecteerd op hoe het proces efficiënter kan worden ingericht.
Het overbrengen van arrestanten naar het Politie Cellencomplex (PCC) in Houten is
de standaardprocedure van de politie in de eenheid Midden-Nederland en is al sinds
langere tijd van kracht. De bureaus in Utrecht, ook het bureau in Utrecht Centrum
(Kroonstraat), beschikken niet over cellen, wel over ophoudruimten. In die ruimten
kunnen en mogen arrestanten slechts korte tijd opgehouden worden. Overnachten kan
en mag alleen in een Politie Cellencomplex, zoals in Houten. Arrestanten worden daarom
in principe altijd naar de cellencomplexen vervoerd. District Utrecht beschikt over
een eigen ophoudgebied waar arrestanten in de piekmomenten ondergebracht kunnen worden.
Daarmee is een zorgvuldige afweging over wanneer het efficiënter is om met arrestanten
naar Houten te rijden of wanneer het efficiënter is om politiecapaciteit vrij te maken
om de arrestanten in het ophoudgebied te laten verblijven. Zo wordt er geen kostbare
politiecapaciteit vastgezet in het ophoudgebied op de momenten dat daar (vrijwel)
geen arrestanten zitten. Vanuit Houten worden de arrestanten, indien van toepassing,
zoals overeengekomen met de Dienst Vervoer en Ondersteuning en van de Dienst Justitiële
Inrichtingen, overgebracht naar een locatie van het gevangeniswezen.
De inzet voor het vervoer van arrestanten naar de PCC’s in de eenheid vindt plaats
volgens een op basis van ervaring vastgesteld roosterschema. De bussen doen vanuit
efficiëntie meerdere bureaus in de eenheid Midden-Nederland aan. Een registratie van
het aantal uren per inzet per politiemedewerker zou een onevenredige administratiedruk
op de politie betekenen en is daarom ook niet opgelegd.
Vraag 19
Krijgen de 1.700 agenten die een niet-verzonden brief hebben gekregen, een aantekening
in hun personeelsdossier of blijft dit op een ander manier zichtbaar en daarmee kleven
aan de betreffende dienders?
Antwoord 19
Zoals met uw Kamer gedeeld, zijn de eerder uitgereikte brieven ingetrokken.3 Indien de brieven in het personeelsdossier waren opgenomen, worden deze verwijderd.
Vraag 20 en 21
Hoeveel politiemedewerkers beschikken momenteel over gehoorbescherming en hoeveel
medewerkers beschikken daar nog niet over?
Welke kosten zijn gemoeid met het verstrekken van gehoorbescherming aan politiemedewerkers
en welk budget is hiervoor gereserveerd?
Antwoord 20 en 21
Alle politiemedewerkers die op straat werken en voor wie dat nodig is, beschikken
over gehoorbeschermingen. De politie heeft in 2026 een budget beschikbaar voor de
gehoorbescherming van 2,2 miljoen euro.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.