Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kathmann en Dassen over het bericht dat 3,3 miljard euro aan IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid is stopgezet
Vragen van de leden Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Dassen (Volt) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken en Klimaat over het bericht dat 3,3 miljard euro aan IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid is stopgezet (ingezonden 12 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), van Staatssecretaris Van
der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en van Staatssecretaris Aerdts
(Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 24 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1511.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht: «Rechter dwarsboomt IT-aanbesteding Rijksoverheid van
€ 3 mrd» (Financieel Dagblad, 9 maart 2026)?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u eveneens bekend met de uitspraak van de rechter in Den Haag, die stelt dat
twee IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid ter waarde van 3,3 miljard euro gestaakt
moeten worden?2
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Wat is uw reactie op de berichtgeving en de rechterlijke uitspraak?
Antwoord 3
De Staat werkt momenteel aan verduidelijking en, waar nodig, aanpassing van de aanbestedingsvoorwaarden,
in lijn met het vonnis.
Mede omdat de zaak onder de rechter is, wordt niet in algemene zin ingegaan op de
berichtgeving. Dat is anders ten aanzien van concrete vragen die de Kamer stelt.
Vraag 4
Kunt u toelichten welke aanpassingen u gaat doorvoeren of al heeft doorgevoerd in
de aanbestedingsvoorwaarden om aan de rechterlijke uitspraak te voldoen?
Antwoord 4
Nee, op dit moment nog niet. Het onderzoek naar de mogelijkheden om de aanbestedingsvoorwaarden
te verduidelijken danwel aan te passen loopt nog.
Vraag 5
Zouden de IT-aanbestedingen, indien ze doorgang vinden, de digitale autonomie van
Nederland vergroten of verkleinen? Kunt u dit onderbouwen?
Antwoord 5
Op dit moment kan niet concreet worden gezegd of de aanbestedingen de digitale autonomie
van Nederland vergroten danwel verkleinen. Echter, op de Europese Aanbesteding Programmatuur
2025 (EAP-2025) aanbestedingen waren en blijven de Algemene Rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten
(ARBIT) van toepassing. De ARBIT bevat ook voorwaarden die bijdragen aan digitale
autonomie en soevereiniteit, zoals voorwaarden met betrekking tot exit, opzegging,
ontbinding en informatieveiligheid.
Met de aanbestedingen wordt beoogd raamovereenkomsten te sluiten met daartoe geschikt
bevonden resellers. Dat zijn resellers die zich aan de aanbestedingsvoorwaarden conformeren.
De deelnemers doen binnen de raamovereenkomsten met de resellers nadere uitvragen
voor de levering van specifieke producten. De impact op de digitale autonomie is vooral
afhankelijk van de inhoud van deze nadere uitvragen.
Vraag 6
Hoe houdt u de komende vier jaar de mogelijkheid om de afhankelijkheid van Amerikaanse
techbedrijven via aanbestedingen te verkleinen conform de wens van de Tweede Kamer,3 nu u middels een raamovereenkomst de voorwaarden voor nieuwe inkoop jarenlang vastlegt?
Antwoord 6
Bij aanpassing van de aanbestedingsstrategie en -voorwaarden wordt, waar van toepassing
en mogelijk, (nieuw) rijksbreed beleid geborgd, waaronder rijksbreed beleid inzake
digitale autonomie en soevereiniteit.
Deelnemers moeten binnen hun inkoopvraagstukken borgen dat zij gericht besluiten nemen
inzake de reductie van het risico op afhankelijkheid. Dat betekent dat zij bestaande
producten vervangen door alternatieven die minder / geen risico op afhankelijkheid
kennen. Voor nieuwe producten dienen zij voor hun nadere uitvragen binnen de raamovereenkomsten
aanvullende eisen en voorwaarden op te nemen, passend bij de specifieke opdracht,
om te borgen dat het risico op afhankelijkheid beheersbaar blijft.
Vraag 7
Ziet u met de rechterlijke uitspraak en de noodzaak om de aanbestedingsvoorwaarden
aan te passen ook de mogelijkheid om digitale autonomie zwaarder mee te wegen als
criterium?
Antwoord 7
Deze vraag kan op dit moment nog niet worden beantwoord. De categorie Software Rijk
onderzoekt nog of en zo ja, in welke mate de aanbestedingsvoorwaarden ten aanzien
van digitale soevereiniteit en autonomie verder moeten worden aangepast.
Vraag 8
Welke gevolgen heeft de rechterlijke uitspraak voor de twee IT-aanbestedingen ter
waarde van 3,3 miljard euro? Kunt u een overzicht geven van lopende contracten waar
deze uitspraak mogelijk ook gevolgen voor heeft?
Antwoord 8
Voor het antwoord op de eerste vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 3.
De aanbestedingen zijn gestaakt. De Staat onderzoekt de noodzaak en mogelijkheden
voor aanpassing of herziening van de aanbestedingsvoorwaarden en neemt op basis van
de bevindingen een besluit inzake de vervolgaanpak. Ter overbrugging zijn de bestaande
raamovereenkomsten verlengd, om te voorkomen dat de inkoop van standaardprogrammatuur
tussentijds stilvalt.
De uitspraak van de rechter heeft gevolgen voor alle opdrachten (nadere overeenkomsten)
die worden afgesloten onder de verlengde raamovereenkomsten van het Ministerie van
Defensie en van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De ministeries zijn hierover
geïnformeerd.
Vraag 9
Wat is het doel en de noodzaak van de twee IT-aanbestedingen? Welke diensten zouden
precies ingekocht worden bij Microsoft en Oracle, en in welke ministeries en overheidsorganisaties
zouden deze gebruikt worden?
Antwoord 9
Zoals toegelicht bij vraag 6 is het doel van de aanbestedingen om voor de inkoop van
standaardprogrammatuur (zowel nieuwe, als uitbreidingen op bestaande software) een
duidelijk en rechtmatig afsprakenkader te creëren. Deze aanbestedingen hebben niet
specifiek betrekking op software van Microsoft of Oracle.
De noodzaak van de aanbestedingen is drieledig, namelijk:
1. De borging van de continuïteit van de doel- en rechtmatige inkoop van standaardprogrammatuur
ten behoeve van de deelnemende organisaties;
2. De borging van de continuïteit van het inkoopproces van deelnemers voor standaardprogrammatuur
met als doel de borging van de primaire en secundaire organisatieprocessen;
3. De ontzorging van deelnemers door het aanbod van raamovereenkomsten waarbinnen zij,
op basis van eenduidige voorwaarden, met gecontracteerde opdrachtnemers via minicompetities
nadere uitvragen voor de levering van standaardprogrammatuur kunnen doen.
Diensten die worden ingekocht zijn: de levering van standaardsoftware, onderhoud en
support, helpdeskondersteuning, adviesdiensten, installatie en configuratie van standaardsoftware
en trainingen en opleidingen.
De aanbestedingen worden uitgevoerd ten behoeve van het Ministerie van Defensie en
het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De lijst met deelnemende organisaties staat
onderaan de beantwoording van deze lijst met vragen en antwoorden.
Vraag 10
Waarom vraagt u in de aanbesteding voor deze grote IT-projecten om «levering van standaardprogrammatuur
van vendor Microsoft» in plaats van dat u de technische eisen uitvraagt van de software
die u wil inkopen?4
Antwoord 10
Binnen de lopende raamovereenkomsten moet het voor deelnemers mogelijk zijn om, indien
nodig, het aantal licenties voor het gebruik, onderhoud en/of beheer van deze programmatuur
uit te kunnen breiden. Een uitvraag op basis van technische eisen kan leiden tot aanbod
van een ander typen licenties, hetgeen praktisch niet wenselijk is en tot kostenverhoging
kan leiden.
Vraag 11
Wat bedoelt u met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur
van Microsoft? Op welke toepassingen gaat dit, en waarom neemt u deze af via de tussenhandelaar?5
Antwoord 11
Met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur van Microsoft
wordt de closed source- en open source, software bedoeld die softwareleveranciers
gebruiken voor het leveren van hun software(diensten). Dat is ook van toepassing voor
software(diensten) van Microsoft (Perceel6. Binnen deze aanbesteding is het leveren van open-source software(diensten) voorbehouden
aan een ander Perceel, Perceel 2. Om te voorkomen dat dit voorbehoud ervoor zorgt
dat de software van de softwareleverancier in Perceel 1 niet meer werkt, danwel wordt
uitgesloten, omdat deze open source software bevat, is de uitzonderingsgrond toegevoegd
dat ook software(diensten) met gerelateerde open source toepassingen in Perceel 1
kunnen worden aangeboden.
De Staat neemt deze oplossingen af via resellers omdat de Staat de software op deze
wijze op basis van eenduidige voorwaarden (ARBIT) in kan kopen.
Vraag 12
Hoe verhoudt het niet opnemen van technische eisen voor de af te nemen software zich
tot artikel 2.75–2.77 van de Aanbestedingswet 2012, nu ook de term «of gelijkwaardig»
(2.76, lid 4, subartikel b) ontbreekt?7
Antwoord 12
De EAP-aanbestedingen leiden tot raamovereenkomsten met meerdere resellers die in
principe alle gangbare standaardprogrammatuur (> 4.000) kunnen leveren. De concrete,
technische eisen worden niet in de raamovereenkomst vastgelegd, maar pas bij elke
afzonderlijke nadere offerteaanvraag van een deelnemer. Die offerteaanvraag kan:
– functioneel zijn (wat de software moet kunnen), of
– productgericht (gericht op een specifiek product).
Waar de Aanbestedingswet 2012 een lichter regime of een uitzondering toestaat, geldt
die ook voor de betreffende nadere offerteaanvraag voor standaardprogrammatuur en
bijbehorende dienstverlening. Dat kan bijvoorbeeld in de volgende situaties:
a. Uitbreiding op de bestaande installed base: er is extra software nodig die aansluit
op de al gebruikte producten;
b. Verlenging van bestaande beheer-, onderhoud- of supportcontracten: voortzetten van
lopende ondersteuning;
c. Mededinging ontbreekt om technische redenen of door bescherming van uitsluitende rechten:
er is maar één passende leverancier (bijvoorbeeld vanwege intellectuele eigendomsrechten);
d. Technische onverenigbaarheid: nieuwe software zou niet goed samenwerken met de aanwezige
standaardprogrammatuur.
Samengevat: de technische specificaties worden per opdracht geformuleerd binnen het
raamwerk, en waar de wet uitzonderingen of een lichter regime toelaat, wordt dat op
die specifieke nadere offerteaanvraag toegepast.
Vraag 13
Zijn de toepasselijke (verplichte of aanbevolen) standaarden van het Forum Standaardisatie
uitgevraagd in deze aanbestedingen? Zo nee, waarom niet, en hoe verzekert u dan dat
ook gegadigden naast Microsoft en Oracle aan de aanbesteding kunnen voldoen?
Antwoord 13
Ja, de standaarden van het Forum Standaardisatie zijn uitgevraagd.
Vraag 14
Zijn de IT-aanbestedingen gericht op het inkopen van software of het vinden van softwareverkopers?
Gaan deze aanbestedingen niet feitelijk over het aangaan van een licentieovereenkomst,
waarbij het softwarebedrijf als rechthebbende eenzijdig de voorwaarden bepaalt?
Antwoord 14
De EAP-aanbestedingen zijn gericht op het contracteren van meerdere resellers (softwareverkopers)
die binnen de raamovereenkomst in principe alle gangbare standaardprogrammatuur (>4.000
softwareproducten) kunnen leveren.
De deelnemers doen binnen de (rijksinkoopvoorwaarden van de) raamovereenkomst bij
de gecontracteerde resellers nadere offerteaanvragen die leiden tot het aangaan van
licentieovereenkomsten. De licentieovereenkomsten worden echter gesloten onder de
voorwaarden van de Rijksoverheid en niet eenzijdig onder voorwaarden van de softwareleverancier.
Vraag 15
Zijn Microsoft en Oracle de énige techbedrijven die kunnen voldoen aan de technische
en operationele eisen die u stelt in de aanbesteding? Zo ja, bent u het dan met de
indieners eens dat de aanbesteding toeschrijft naar Microsoft en Oracle?
Antwoord 15
Nee, niet alleen Microsoft of Oracle kunnen aan de aanbestedingseisen voldoen.
De EAP-aanbestedingen leiden tot raamovereenkomsten met meerdere resellers die in
principe een zeer breed scala aan standaardprogrammatuur (meer dan 4.000 producten)
kunnen leveren. De EAP2025-aanbestedingen schrijven daarom niet toe naar Microsoft
of Oracle.
Vraag 16
Wat bedoelt de Staat met de stelling dat «80 tot 85% van de offerteaanvragen een productgerichte
offerteaanvraag [betreft]»? Kan er sprake zijn van een open aanbesteding als het merendeel
van offertes om één specifiek product vraagt?
Antwoord 16
Met «80–85%» wordt gedoeld op het aandeel nadere offerteaanvragen dat productgericht
is en middels minicompetities binnen de raamovereenkomsten wordt uitgevraagd. Het
doen van productgerichte uitvragen binnen een raamovereenkomst is wettelijk toegestaan
in die gevallen waar de Aanbestedingswet 2012 een lichter regime of een uitzondering
toestaat. Zie ook de beantwoording op vraag 12.
De aanbesteding is open want deze heeft tot doel meerdere opdrachtnemers te contracteren
die in staat zijn om de gevraagde standaard programmatuur te kunnen leveren.
Vraag 17
Hoeveel van deze 80 tot 85% van deze productgerichte offerteaanvragen worden uiteindelijk
bij Microsoft en Oracle afgenomen? Kunt u dit inzichtelijk maken?
Antwoord 17
Nee, die informatie kan niet inzichtelijk worden gemaakt, omdat deze informatie niet
centraal wordt geregistreerd.
Vraag 18
Zorgen deze productgerichte offerteaanvragen ervoor dat het op voorhand vrijwel zeker
is dat software van Microsoft en Oracle zal worden gekozen? Zo nee, waarom is er dan
gekozen voor productgerichte offerteaanvragen? Zo ja, is het dan terecht om te stellen
dat er sprake is van een vendor lock-in?
Antwoord 18
Nee, een productgerichte offerteaanvraag zorgt ervoor dat door één van de gecontracteerde
resellers een specifiek product (standaardprogrammatuur) wordt uitgevraagd en geleverd.
Dit kan Microsoft of Oracle betreffen, maar ook andere standaardprogrammatuur.
Voor een productgerichte uitvraag wordt gekozen, omdat er bijvoorbeeld sprake is van
uitbreiding van de licenties van een oplossing die reeds in gebruik is. Zie ook de
beantwoording van vraag 12.
Een productgerichte uitvraag betekent op zichzelf niet dat sprake is van een vendor
lock-in.
Vraag 19
Deelt u de analyse van de indiener dat deze mate van productgerichte offerteaanvragen
een vendor lock-in van enkele grote techbedrijven in de hand speelt? Zo nee, kunt u onderbouwen dat
dit niet het geval is?
Antwoord 19
Nee, de analyse wordt niet gedeeld.
In de vraag worden oorzaak en gevolg omgedraaid. Immers, het uitgangspunt is dat een
deelnemer standaardprogrammatuur functioneel uitvraagt, tenzij op grond van de Aanbestedingswet
2012 voor de concrete opdracht een lichter regime of een uitzondering geldt. In dat
geval kan de deelnemer een productgerichte uitvraag doen bij de gecontracteerde reseller.
Een vendor lock-in kan ontstaan ná ingebruikneming van de oplossing met de beste prijs-kwaliteitverhouding.
In die situatie kan die afhankelijkheid een grond zijn om bij uitbreidingen of vernieuwing
productgericht uit te (moeten) vragen.
Vraag 20
Is software van Microsoft en Oracle de enige manier om uw dienstverlening te kunnen
handhaven? Zo nee, waarom is dan gekozen voor de productgerichte offerteaanvragen?
Antwoord 20
Nee, software van Microsoft en Oracle is niet de enige manier om dienstverlening te
kunnen handhaven. De vraag of een deelnemer zonder software van bijvoorbeeld Microsoft,
Oracle of een andere fabrikant kan, wordt op deelnemer niveau vastgesteld.
Centraal inzicht in overwegingen die ten aanzien van besluitvorming over offerteaanvragen
van individuele deelnemers ten grondslag ligt, ontbreekt; die gegevens zijn niet centraal
bijgehouden en geregistreerd.
Vraag 21
Is dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring
via tussenhandelaren, eerder toegepast bij IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid,
zoals gesteld wordt in de berichtgeving? Zijn er lopende contracten waarbij dezelfde
constructie van toepassing is?
Antwoord 21
Ja, dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring
via tussenhandelaren is eerder toegepast bij uitgevoerde aanbestedingen voor raamovereenkomsten
van de Rijksoverheid inzake de levering van standaardprogrammatuur.
Ja, er zijn lopende contracten waarbij dezelfde constructie van toepassing is.
Vraag 22
Hoe verhouden deze productgerichte offerteaanvragen bij Microsoft en Oracle zich tot
de Aanbestedingswet 2012, artikel 1.10a, in het bijzonder lid 2, namelijk het verbod
om opdrachten te ontwerpen «met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen»?8
Antwoord 22
In dit kader kan worden verwezen naar het antwoord op vraag 18. Overigens zien productgerichte
uitvragen niet alleen toe op Microsoft en Oracle. De gronden om productgericht uit
te vragen, gelden in gelijke mate voor de softwareproducten (> 4.000) van alle vendors.
Vraag 23
Bent u bekend met (in omvang) vergelijkbare aanbestedingen van ICT die op een soortgelijke
manier, door het noemen van de merknaam, een of meer Europese leveranciers bevoordelen?
Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom is dit bij Amerikaanse bedrijven dan wel het
geval?
Antwoord 23
Nee. In dit kader kan verder worden verwezen naar de beantwoording op vraag 10.
De aanbestedingen richten zich niet specifiek op de levering van producten van Amerikaansen
vendors, maar op producten (> 4.000) die de deelnemers via de gecontracteerde resellers
afnemen.
Vraag 24
Kunt u alle relevante stukken die betrokken zijn bij de (voorbereiding van) deze twee
IT-aanbestedingen aan de Kamer doen toekomen, inclusief risico-analyses en voorbereidende
notities?
Antwoord 24
Ja, in de bijlagen treft u de relevante aanbestedingsstukken en nota’s van inlichtingen
aan.
Vraag 25
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden, en toezeggen dat u de IT-aanbestedingen
niet doorzet totdat deze juridisch houdbaar zijn en de Kamer volledig is geïnformeerd?
Antwoord 25
De vragen zijn afzonderlijk van elkaar beantwoord.
Toegezegd wordt dat de aanbestedingen worden voortgezet nadat op basis van de resultaten
van de in- en externe consultaties een besluit is genomen over de (mate van) aanpassing
van de aanbestedingsvoorwaarden en de vervolgaanpak. De Kamer zal tegelijkertijd met
de markt worden geïnformeerd op de wijze waarop de aanbesteding zal worden hervat.
Vervolg antwoord op vraag 9 – Lijst met deelnemende organisaties
De aanbestedingen worden uitgevoerd ten behoeve van het Ministerie van Defensie en
het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deelnemende organisaties zijn:
De EAP-aanbestedingen zijn bedoeld op twee departementen, namelijk:
a. De EAP2025 t.b.v. het Ministerie van Defensie. Deelnemers aan deze aanbesteding zijn:
• de Bestuursstaf
• de 4 krijgsmachtdelen (Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht
en Koninklijke Marechaussee)
• het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO)
• het Commando Materieel en IT (COMMIT)
• het Kustwachtcentrum (KWC)
b. De EAP2025–1 t.b.v. het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deelnemers aan deze
aanbesteding zijn:
• het Bestuursdepartement, inclusief alle organisatieonderdelen
• Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV)
• de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)
• Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)
• Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)
• Nationale Opvang Organisatie (NOO)
• Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA)
• Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)
• Dienst JUSTIS (Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening)
• Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
• Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
• Nederlands Forensisch Instituut (NFI)
• Justitiële Informatiedienst (Justid)
• Justitiële ICT Organisatie (JIO)
• secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
• bureau van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen
Publiekrechtelijke instellingen behorend tot het Ministerie van Financiën (FIN)
• Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM)
• Publiekrechtelijke instellingen behorend tot het Ministerie van Justitie en Veiligheid
(JenV)
• Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM)
• Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)
• Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
• Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
• de Raad voor Rechtsbijstand
• de Kansspelautoriteit (Ksa)
• het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)
• Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
• College voor de Rechten van de Mens
• Stichting Reclassering Nederland (SRN)
• Stichting Slachtofferhulp Nederland (SHN)
• de Raad voor de Rechtspraak
• Hoge Raad der Nederlanden
• Openbaar Ministerie (OM)
• het Ministerie van Asiel en Migratie (A&M)
• Publiekrechtelijke instellingen behorend tot het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties (BZK)
• de Kiesraad
• Het Huis voor Klokkenluiders
• Publiekrechtelijke instellingen behorend tot het Ministerie van Economische Zaken
(EZ) en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)
• Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
• Publiekrechtelijke instellingen behorend tot het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW)
• SVB
• de Hoge Colleges van Staat
• de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.