Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kops over energieschaarste
Vragen van het lid Kops (PVV) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over energieschaarste (ingezonden 8 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Nederland grootste exporteur van diesel en kerosine
– Schaarste «niet aan de orde»»1 en «Olieschaarste gaat pijn doen – Analisten waarschuwen: grote tekorten»?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe kan het dat ambtenaren in een technische briefing3 de Kamer hebben verteld dat energieschaarste nog lang niet aan de orde is, maar dat
twee dagen later energie-experts waarschuwen voor grote tekorten? Wie hebben gelijk?
Antwoord 2
Tijdens de technische briefing is een feitelijke en objectieve toelichting gegeven
op de oliemarkt en de olie-leveringszekerheid. Hierbij is aangegeven dat de aanvoer
van kerosine naar Europa verstoord is en dat de aanvoer van diesel gedeeltelijk verstoord
is.
Het kabinet houdt rekening met alle mogelijke scenario's, ook met scenario's van dreigende
schaarste of tekorten. Deze zijn uiteengezet in de recente Kamerbrief Acties Weerbaarheid
Energieschok die aan de Kamer is gestuurd.4
Vraag 3
Klopt het dat er volgens de ambtenaren in Nederland geen tekorten aan diesel en kerosine
zullen ontstaan, omdat (1) Nederlandse raffinaderijen een overschot produceren, (2) Nederland
de grootste netto-exporteur is en (3) de olie-import en -voorraden op orde zijn?
Antwoord 3
Tijdens de technische briefing is een feitelijke toelichting gegeven op de Nederlandse
raffinagesector en de omvang van de strategische voorraden. Er is aangegeven dat er
geen acute fysieke tekorten zijn, niet dat er nooit tekorten kunnen ontstaan.
De EU is voor circa 23% van haar kerosinegebruik afhankelijk van import. Ongeveer
77% wordt gemaakt in raffinaderijen binnen de EU. Zolang er voldoende ruwe olie beschikbaar
blijft kunnen raffinaderijen in de EU op gebruikelijk niveau blijven produceren. Daarnaast
beschikken Nederland en andere EU-lidstaten over strategische olievoorraden.
Deze combinatie van Europese productie en strategische voorraden maakt dat bij een
gelijkblijvende verstoring van de aanvoer nog geruime tijd in de vraag kan worden
voorzien. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat de oliemarkt mondiaal is en dat
prijsverschillen de handel naar, maar ook uit de EU kunnen stimuleren. De termijn
van een Europese kerosinevoorraad van vijf maanden kan korter worden wanneer de Europese
voorraden beperkt worden ingezet of wanneer marktpartijen de op de markt gezette strategische
voorraden opkopen en verschepen naar andere delen van de wereld. Ook als Europese
raffinaderijen minder ruwe aardolie beschikbaar hebben, of om andere redenen hun productie
verlagen, neemt de aanbodverstoring toe.
Vraag 4
Hoe valt dat te rijmen met de uitspraken van energie-expert Van den Beukel van «The
Hague Centre for Strategic Studies»: «Wij maken heel veel olieproducten in onze raffinaderijen
hier in Rotterdam. Dat maakt het probleem voor Nederland wellicht ietsjes minder.
Maar de diesel of kerosine of het plasticproduct dat uit zo’n raffinaderij komt, gaat
uiteindelijk naar de hoogste bieder. Dat kan Nederland zijn, maar niet noodzakelijk»?
Antwoord 4
De toelichting tijdens de technische briefing sluit aan bij de in de vraag geciteerde
uitspraak van de heer Van den Beukel. Nederland beschikt over een sterke raffinagesector
en produceert veel olieproducten, wat de positie van Nederland relatief gunstig maakt.
Tegelijkertijd opereren raffinaderijen op volle capaciteit binnen een open en transparante,
internationale markt waarin een olieproduct vrijelijk kan worden verplaatst naar waar
de vraag en prijs het hoogst zijn. Dit betekent dat productie in Nederland niet automatisch
leidt tot beschikbaarheid voor de Nederlandse markt.
Vraag 5
Hoe reageert u op de uitspraak van energie-expert Van Geuns van kennisinstituut «The
Hague Centre for Strategic Studies» die de woorden van de ambtenaren als volgt kwalificeert:
«Heel bijzonder. Het klinkt als: ga maar slapen, we hebben het goed. Maar Nederland
is geen eiland»?
Antwoord 5
Het kabinet herkent zich niet in de geschetste kwalificatie en bereidt zich voor op
alle scenario's, zoals ook blijkt uit de recente Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok.5 Daarbij is een bandbreedte gehanteerd van beperktere impact tot zeer zware impact
op de wereld- en de Nederlandse economie. Kort samengevat wordt de impact op het energieaanbod,
de economie en op huishoudens en bedrijven uiteengezet. De scenario's geven de gemene
deler van publicaties van onder andere het Internationaal Energie Agentschap (IEA),
De Nederlandsche Bank (DNB), het Centraal Planbureau (CPB), de Europese Centrale Bank
(ECB), de OESO en het IMF.
Het kabinet bereidt zich voor op alle scenario's, onder andere door breed maatregelen
te inventariseren en uit te werken om bedrijven en huishoudens te ondersteunen en
neemt hiervoor signalen uit de samenleving en het bedrijfsleven mee.
Vraag 6
Kunt u deze vragen nog deze week beantwoorden?
Antwoord 6
Voor beantwoording van deze vragen is de gebruikelijke termijn van drie weken aangehouden.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.