Schriftelijke vragen : De verdwenen IMG-notitie in het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en de financiële risico’s voor de Staat in het Groningse gasdossier
Vragen van het lid Clemminck (JA21) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verdwenen IMG-notitie in het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen en de financiële risico’s voor de Staat in het Groningse gasdossier (ingezonden 23 april 2026).
Vraag 1
Klopt het dat een presentatie of notitie van het Instituut Mijnbouwschade Groningen
(IMG) over de verhaalbaarheid van schadevergoedingen eerder in het openbare deel van
het archief van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (PEAG) raadpleegbaar
was?
Vraag 2
Klopt het dat dit document thans niet langer in het openbare deel van dat archief
beschikbaar is? Sinds wanneer is dat het geval?
Vraag 3
Is dit document verplaatst naar een besloten of vertrouwelijk deel van het archief,
of is het geheel uit het archief verwijderd? Kunt u de exacte handelwijze, datum en
grondslag uiteenzetten?
Vraag 4
Op wiens verzoek is de openbaarheidsstatus van dit document gewijzigd? Wie heeft dat
verzoek gedaan, bij wie is het ingediend en wie heeft het besluit genomen?
Vraag 5
Waren uw ministerie, de toenmalig verantwoordelijke bewindspersoon, het IMG of de
landsadvocaat betrokken bij of op de hoogte van dit verzoek? Zo ja, wat was ieders
rol daarbij?
Vraag 6
Welke bepaling van de Wet op de parlementaire enquête 2008, de Regeling parlementair
en extern onderzoek of andere toepasselijke regels biedt volgens u de grondslag om
na afloop van een parlementaire enquête een document alsnog uit het openbare deel
van het archief te halen of onder beperkingen te brengen?
Vraag 7
Is over de wijziging van de status van dit document juridisch advies ingewonnen door
de griffie van de Tweede Kamer of een andere instantie? Zo ja, door wie, wanneer en
bent u bereid dat advies met de Kamer te delen?
Vraag 8
Klopt het dat de PEAG-commissie of haar staf van dit document kennis heeft kunnen
nemen? Zo ja, is dit document betrokken bij de oordeelsvorming, het feitenrelaas of
de rapportage van de commissie? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Heeft het IMG de in de presentatie vervatte inzichten over de verhaalbaarheid van
schade en de duur van de schadeafhandeling vóór of tijdens 2022 gedeeld met het ministerie?
Zo ja, op welke data, in welke vorm en met welke ambtelijke en politieke geadresseerden?
Vraag 10
Is de toenmalig verantwoordelijke Minister expliciet geïnformeerd over het risico
dat delen van het gehanteerde schadebeleid mogelijk buiten de aansprakelijkheidskaders
van Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) vallen? Zo ja, wanneer en via welke stukken,
nota’s of presentaties?
Vraag 11
Klopt het dat het IMG in deze presentatie signaleert dat delen van het schadebeleid
niet zonder meer binnen de aansprakelijkheid van NAM vallen? Zo nee, wilt u dan feitelijk
weergeven welke conclusie het IMG op dit punt wel trok?
Vraag 12
Klopt het dat het IMG in deze presentatie signaleert dat onder het huidige beleid
geen duidelijke exitstrategie bestaat en dat, zolang nieuwe scheuren worden vastgesteld,
vergoedingen kunnen blijven doorlopen? Zo nee, wat is volgens u een juiste lezing
van die passage?
Vraag 13
Kunt u toelichten hoe uw antwoord op vraag 4 uit eerdere schriftelijke vragen (2026Z05645), namelijk dat niet kan worden uitgesloten dat kosten uiteindelijk voor rekening
van de Staat komen, zich verhoudt tot uw antwoord op vraag 15, namelijk dat daarvoor
geen begrotingsvoorziening of reservering nodig wordt geacht?
Vraag 14
Over welke concrete kostencategorieën bestaat op dit moment een juridisch geschil
tussen de Staat enerzijds en NAM, Shell en ExxonMobil anderzijds? Kunt u dit uitsplitsen
naar fysieke schade, waardedaling, versterken, daadwerkelijk herstel, forfaitaire
of ruimhartige regelingen, verduurzamingsmaatregelen, knelpuntenregelingen en overige
posten?
Vraag 15
Heeft het ministerie intern scenario’s, bandbreedtes, risicoregisters of andere analyses
opgesteld over de mogelijke financiële risico’s voor de Staat indien kosten niet of
slechts gedeeltelijk op NAM verhaalbaar blijken? Zo ja, wanneer zijn deze opgesteld,
geactualiseerd of besproken?
Vraag 16
Welke concrete vervolgstappen zet het kabinet indien uit rechterlijke uitspraken of
arbitrale vonnissen blijkt dat relevante delen van de schadekosten niet verhaalbaar
zijn op NAM? Is er in dat geval een aanvullend begrotings- of dekkingsplan?
Vraag 17
Bent u bereid de Kamer vertrouwelijk te briefen over de inhoud, status en betekenis
van de IMG-presentatie en van eventuele onderliggende of vergelijkbare analyses, nu
u in eerdere beantwoording aangaf bereid te zijn tot een vertrouwelijke technische
briefing?
Vraag 18
Bent u bereid de Algemene Rekenkamer expliciet te verzoeken in haar onderzoek ook
aandacht te besteden aan de vraag in hoeverre het huidige schadebeleid leidt tot niet-verhaalbare
lasten voor de Staat en tot welke budgettaire risico’s dat kan leiden?
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden uiterlijk vóór 12 juni 2026, zodat de
Kamer vóór de aangekondigde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland daarover kan
beschikken?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Ranjith Clemminck, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.