Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Lammers en Schilder over de oproep van MiGreat tot het aangaan van schijnhuwelijken
Vragen van de leden Lammers en Schilder (beiden Groep Markuszower) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid over de oproep van MiGreat tot het aangaan van schijnhuwelijken (ingezonden 17 februari 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de Staatssecretaris
van Financiën (ontvangen 22 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1280.
Vraag 1
Bent u bekend met de oproep van niet-gouvernementele organisatie (ngo) MiGreat om
schijnhuwelijken aan te gaan om een verblijfsvergunning te krijgen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens met de stelling dat het aangaan van een schijnhuwelijk met het oog
op verblijfsrecht huwelijksfraude is en dus strafbaar is?
Antwoord 2
Het aangaan van een schijnhuwelijk met als doel verblijfsrecht verkrijgen is in strijd
met het vreemdelingenrecht. Indien sprake is van een schijnhuwelijk kan de IND bestuursrechtelijk
optreden, bijvoorbeeld door afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning.
Strafbaarheid kan aan de orde zijn als daarbij strafbare handelingen worden gepleegd,
zoals valsheid in geschrifte of het opzettelijk faciliteren van illegaal verblijf.
Of in een concreet geval sprake is van een strafbaar feit, is in eerste instantie
aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de strafrechter.
Vraag 3
Bent u bereid alles op alles te zetten om huwelijksfraude tegen te gaan en, als hiervan
sprake is, verblijfsvergunningen en/of paspoorten onmiddellijk met terugwerkende kracht
in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik vind het onacceptabel dat schijnhuwelijken met als doel het verkrijgen van verblijfsrecht
plaats kunnen vinden. Ik zet mij er dan ook voor in om dit tegen te gaan.
Op het moment dat de IND aanwijzingen heeft dat sprake is van een schijnhuwelijk,
kan de verblijfsaanvraag worden afgewezen of kunnen verleende verblijfsrechten, afhankelijk
van de omstandigheden van het geval, met terugwerkende kracht worden ingetrokken.
Hiervoor moet de IND vaststellen dat het huwelijk of partnerschap uitsluitend is aangegaan
met het doel verblijfrecht te verkrijgen. Dit gebeurt of basis van verklaringen van
betrokken, informatie van gemeenten, en bevindingen uit onderzoek. Veelal wordt de
Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie
gevraagd een onderzoek (adrescontrole) in te stellen. Indien het Nederlanderschap
is verkregen op basis van onjuiste gegevens kan door de IND worden bezien of intrekking
daarvan aan de orde is, binnen de kaders van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Daarvoor moet worden vastgesteld dat het Nederlanderschap is verkregen op basis van
fraude, misleiding of het achterhouden van relevante informatie. De IND stelt hiervoor
een dossier op met de relevante feiten en bewijsstukken en beoordeelt of aan de wettelijke
voorwaarden voor intrekking is voldaan. Voor de benodigde informatie en verificatie
werkt de IND samen met gemeenten, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevens uit de Basisregistratie
Personen. Daarnaast kan informatie worden betrokken van andere ketenpartners, zoals
de politie of toezichthoudende instanties. Daarnaast doet de IND na constatering van
een schijnhuwelijk aangifte bij de politie. Dit kan leiden tot strafrechtelijk onderzoek
naar mogelijke fraude of valsheid in geschrifte.
Vraag 4
Bent u het eens met de stelling dat het publiekelijk oproepen tot het plegen van een
strafbaar feit strafbaar is? Zo ja, doet het Openbaar Ministerie onderzoek naar deze
oproep?
Antwoord 4
In algemene zin is het publiekelijk aanzetten tot het plegen van strafbare feiten
strafbaar (art. 131 Wetboek van Strafrecht (Sr)). Of een concrete uiting daaronder
valt, hangt af van de precieze inhoud, context en vergt juridische beoordeling.
Het is aan het Openbaar Ministerie om zelfstandig te besluiten of er aanleiding bestaat
om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Over eventuele lopende onderzoeken worden
in beginsel door het kabinet geen publieke uitspraken gedaan. Ik hecht er wel aan
te benadrukken dat ik de betreffende oproep van MiGreat afkeurenswaardig vind en dat
ik dit aan MiGreat kenbaar heb gemaakt.
Vraag 5 en 6
Hoe beoordeelt u de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling) die deze ngo geniet,
gelet op de strafbare oproep en het nalaten van het voldoen aan de wettelijk verplichte
jaarverslagen, zoals beschreven in het artikel van NieuwRechts?2
Bent u bereid om, in overleg met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit,
Belastingdienst en Douane, de ANBI-status te onderzoeken en deze in te trekken? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Omdat de Belastingdienst gehouden is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), kan geen informatie worden verstrekt
over deze individuele instelling.
In zijn algemeenheid geldt dat een instelling op verzoek kan worden aangemerkt als
ANBI indien de instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste
90%) het algemeen nut beoogt. Het begrip «algemeen nut» is in de AWR neutraal vormgegeven
en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. Dat betekent
dat een ANBI de vrijheid heeft om – binnen de in de wet genoemde categorieën3 – een door haar als algemeen nuttig beschouwde doelstelling na te streven. Dit neutrale
karakter is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee
een afspiegeling zijn verschillende doelen die als algemeen nuttig worden gezien.
Hiermee wordt gewaarborgd dat niet alleen doelen in lijn met bijvoorbeeld het overheidsbeleid
gezien kunnen worden als algemeen nuttig. Het betreft objectieve criteria.
Het beoordelen van het recht op (behoud van) de ANBI-status aan de hand van de daarvoor
bij wet gestelde voorwaarden is wettelijk voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst.4 Voor wat betreft intrekking van de ANBI-status is de inspecteur gebonden aan een
limitatief aantal gronden.5 Intrekking vindt plaats ingeval een instelling niet langer voldoet aan de wettelijke
voorwaarden voor de ANBI-status of als niet wordt voldaan aan de zogenoemde integriteitstoets.
Een van de wettelijke voorwaarden is dat de instelling via internetinformatie met
betrekking tot haar functioneren openbaar maakt.6 Indien de inspecteur constateert dat niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt
in de praktijk in de regel eerst een hersteltermijn geboden. Als de instelling na
afloop van die termijn de benodigde informatie niet openbaar heeft gemaakt, wordt
haar ANBI-status ingetrokken.
De integriteitstoets houdt in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt ingetrokken
als het hem kenbaar is dat de instelling of een bestuurder, feitelijk leidinggever
of gezichtsbepalend persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens
het opzettelijk plegen van een in de ANBI-regelgeving genoemd misdrijf. Een overtreding
van wet- en regelgeving kan dus pas fiscale gevolgen hebben op het moment dat deze
strafrechtelijk is afgedaan. De inspecteur van de Belastingdienst kan en mag immers
niet op de stoel van de strafrechter gaan zitten.7
De integriteitstoets brengt ook met zich dat de ANBI-status wordt ingetrokken als
de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemde
betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe van de
inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen.
Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan overgaan tot
het opvragen van een VOG.8 Dit mede gelet op de neutrale toetsing of sprake is van algemeen nuttige activiteiten.
Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag dat simpelweg niet aansluit
bij eenieders overtuiging van wat behoort tot het algemeen nut zijn an sich geen redenen
om de ANBI-status van een instelling in te trekken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.